Vrijhandel in het oog van transatlantische storm

Terwijl in de VS presidentsverkiezingen op handen zijn, werken Amerikaanse en Europese onderhandelaars door aan een Trans-Atlantisch Vrijhandels- en Investeringsverdrag (TTIP). Ze doen dat, tot hun spijt misschien, niet in de luwte, want deze onderhandelingen worden op ongekende wijze in de gaten gehouden door een bont gezelschap van maatschappelijke organisaties. Daar zijn goede redenen voor.

  • U.S. Department of State (CC0) De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken John Kerry en Frederica Mogherine, hoge vertegenwoordiger van de Europese Unie voor buitenlandse zaken tijdens een persconferentie. U.S. Department of State (CC0)

De mobilisatie van het kritische middenveld is niet zonder succes: de Europese Commissie heeft haar manier van onderhandelen en enkele voorstellen al aangepast aan de kritiek. En nu er streng wordt toegekeken op de onderhandelingen (ook in de VS zijn handelsakkoorden een belangrijk thema in de verkiezingscampagne), lopen die niet lekker.

Tijdens de laatste onderhandelingsronde in juli werd er nauwelijks vooruitgang geboekt. Zozeer niet dat aan Europese zijde verschillende politici ermee dreigen de stekker uit de onderhandelingen te trekken als er niet vlug schot in de zaak komt.

Op 20 september wordt in Brussel een nieuwe actiedag tegen TTIP en CETA gehouden. CETA is het verdrag tussen de EU en Canada waarvoor de onderhandelingen al zijn afgelopen en dat nu nog moet worden goedgekeurddoor de Raad van de Europese Unie, het Europees Parlement en elke Europese lidstaat. Het wordt soms ook het kleine broertje van TTIP genoemd.

Deze akkoorden tellen duizenden bladzijden. Om u wat tijd te besparen bij het beslissen of, en waarom, u zou deelnemen aan deze actiedag, geven we hieronder drie van de belangrijkste twistpunten in verband met deze verdragen.

Apartheid voor grote bedrijven

De auteurs van deze handelsakkoorden zullen nooit de Wablieft-prijs voor helder taalgebruik winnen. De teksten staan vol afkortingen en jargon. Volgens sommigen is het precies de bedoeling om de verdragen ontoegankelijk te maken voor een groot publiek.

Volgens critici is het niet te verantwoorden dat tribunalen zich uitspreken over overheidsbeslissingen.

ISDS is de afkorting voor Investor State Dispute Settlement, investeerder-staatarbitrage. Dat is een mechanisme dat internationale investeerders beschermt tegen acties van overheden die in het verdrag ontoelaatbaar worden genoemd. Investeerders kunnen zo schadevergoedingen afdwingen voor een internationaal tribunaal, in plaats van voor een binnenlandse rechtbank.

Volgens critici is die bescherming te ruim en is het niet te verantwoorden dat tribunalen zich uitspreken over overheidsbeslissingen. Zij menen dat ISDS ertoe leidt dat staten zich zullen onthouden van beslissingen die de belangen van multinationals schaden, uit vrees voor hoge schadeclaims.

In reactie op de kritiek heeft de Europese Commissie een nieuw systeem voorgesteld (Investment Court System of ICS; deels opgenomen in CETA) dat voor een stuk aan de bezwaren van de tegenstanders tegemoetkomt, maar geen antwoord biedt op het fundamentele probleem dat investeerders voor een apart tribunaal overheidsbeslissingen kunnen aanvechten.

Regelgevende samenwerking

In de verdragen schuilt het gevaar niet alleen achter afkortingen maar ook achter onschuldig ogende termen als “regelgevende samenwerking”.

De hoofddoelstelling van TTIP (en in mindere mate CETA) is ervoor te zorgen dat regelgeving (waaraan producten en diensten moeten voldoen) in de EU en de VS zo gelijk mogelijk zijn. Daar wil men toe komen door regulatoren te verplichten meer te overleggen met hun collega’s aan de andere kant van de Atlantische Oceaan en zich intern meer te verantwoorden ten opzichte van hun handelscollega’s voor de effecten van regelgeving op handel en investeringen.

Op subtiele wijze dreigt vrijhandel zo zwaarder te wegen bij toekomstige beslissingen over regelgeving.

Duurzame ontwikkeling

Dit artikel werd geschreven voor het herfstnummer van MO*magazine. Voor slechts €20 kan u hier een jaarabonnement nemen!

TTIP en CETA bevatten ook hoofdstukken waaruit goede intenties – verder dan handel en investeringen promoten – blijken. Het probleem is dat die hoofdstukken over duurzame ontwikkeling bij die goede intenties blijven steken. In tegenstelling tot de meeste andere hoofdstukken in CETA kan een overtreding van verbintenissen in die hoofdstukken niet tot sancties leiden. In TTIP ligt deze kwestie nog open. Zonder sancties lijken deze hoofdstukken veeleer een doekje voor het bloeden.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Docent Europese Studies UGent

    Ferdi De Ville is docent Europese Studies aan de Universiteit Gent. Hij is gespecialiseerd in vraagstukken omtrent Europees handelsbeleid, Sociaal Europa en de euro.