Aantal conflicten is na plechtige belofte van zeven jaar geleden nog toegenomen

Waarom de Afrikaanse Unie maar geen vrede bereikt

USAID (CC0)

Overheden en niet-gouvernementele instanties in Afrika schatten dat er zo’n 630 gewapende conflicten aan de gang waren tussen 1990 en 2015.

Ondanks haar goede intenties slaagt de Afrikaanse Unie er maar niet in de vrede te bewaren in haar lidstaten. Chris Changwe Nshimbi, onderzoeksdirecteur aan de universiteit van Pretoria, analyseert hoe dat komt.

Zeven jaar geleden hebben de Afrikaanse leiders zich geëngageerd om alle gewapende conflicten te doen stoppen. Ter gelegenheid van de vijftigste verjaardag van de Afrikaanse Unie beloofden ze het continent een vredige toekomst en zwoeren dat ze de zware last van oorlog en geweld niet zouden doorgeven aan de nieuwe generatie Afrikanen. Tot nog toe is dat niet gelukt.

Een dure eed

Deze belofte mondde in 2016 uit in de goedkeuring van de Lusaka Road Map om alle conflicten te beëindigen tegen 2020. Dit document somt de 54 concrete stappen op die nodig zijn om vrede te bereiken.

De stappen focussen op politieke, economische, sociale, wettelijke en milieugerelateerde maatregelen, gaande van voldoende fondsen voor de African Standby Force tot het voorkomen dat rebellen en hun beschermheren nog wapens kunnen bekomen. Ook het bestrijden van mensensmokkel en corruptieve en illegale geldstromen hoorde erbij.

Ten tijde van deze verklaring kende Afrika extreem veel gewapende conflicten. Overheden en niet-gouvernementele instanties in Afrika schatten dat er zo’n 630 gewapende conflicten aan de gang waren tussen 1990 en 2015. Driekwart van de wereldwijde conflicten in die periode werden in gang gezet en onderhouden door niet-gouvernementele groeperingen.

Wapenstilstand

De inspanningen om tot wapenstilstand te komen bleken bijzonder inefficiënt. Het aantal conflicten is na dat plechtige engagement nog toegenomen.

Een van de redenen voor dat falen is dat de deadline van 2020 te strak was, gezien het enorme aantal conflicten op het continent. Een andere reden is dat het vaak om interne conflicten gaat, die voortspruiten uit de grieven van de bevolking tegenover de overheid. Die interne dynamiek is al van in het begin over het hoofd gezien.

Om vooruitgang te boeken moet de Afrikaanse Unie dit erkennen en oplossingen uitwerken voor conflicten die rekening houden met de bescherming van de mensenrechten. Een officieel orgaan zou in het leven moeten worden geroepen dat kan optreden zodra welke partij ook de mensenrechten schendt.

Afrika als strijdtoneel

Prominente conflicten met niet-gouvernementele groeperingen zijn onder meer die met de Toeareg-separatisten en de opstanden door jihadisten in Mali, Boko Haram in het noorden van Nigeria, opstanden door jihadisten en milities in Burkina Faso, al-Shabaab in Somalië, en de etnische oorlog in de Centraal-Afrikaanse Republiek.

De zwaarste burgeroorlogen vinden plaats in Libië, in Zuid-Soedan en in Kameroen, waar de Engelstalige separatisten van Ambazonia zich willen afscheuren.

Steeds dezelfde zones

De meeste conflicten teisteren steeds dezelfde zones. Dat is de Sahel (Mali, Burkina Faso, Noord-Nigeria, Tsjaad, Soedan en Eritrea), de regio rond het Tsjaadmeer (Kameroen, Tsjaad, Niger en Nigeria), de Hoorn van Afrika (Somalië, Soedan, Zuid-Soedan en Kenia) en de regio rond de Grote Meren (Burundi, de Democratische Republiek Congo (DRC), Rwanda en Oeganda).

Hoewel het gaat om binnenlandse conflicten, overschrijden ze vaak verscheidene landsgrenzen. Ze bedreigen de internationale en regionale stabiliteit. Zo maakt al-Shabaab in Somalië gebruik van de zwakke grenzen om dodelijke aanvallen uit te voeren in Kenia.

De conflicten in Afrika worden ook steeds vaker gekenmerkt door gewelddadig extremisme, zoals de recente gevechten in de provincie Cabo Delgado in Mozambique.

Eeuwig conflict, onbereikbare vrede

De Afrikaanse Unie heeft sterk gefocust op het stimuleren van vrede, veiligheid en stabiliteit in Afrika, onder meer aan de hand van de Agenda 2063, die in 2015 werd opgesteld.

Toch blijven precies die vrede en veiligheid een onbereikbaar doel in Afrika. Sommige conflicten slepen al decennialang aan, waaronder de gevechten in de Westelijke Sahara in de Maghreb-regio, waarbij Al-Qaeda in The Islamic Maghreb (AQIM) betrokken is, de Somalische burgeroorlog en de opstanden van de Allied Democratic Forces en Lord’s Resistance Army in Oeganda en de Democratische Republiek Congo.

Achttien jaar geleden paste de Afrikaanse Unie haar oprichtingsverdrag aan, zodat ze tussenbeide kon komen bij binnenlandse problemen in haar lidstaten. Desondanks blijft de unie huiverig om dat in de praktijk ook echt te doen. Zo bleef de Afrikaanse Unie opvallend afwezig toen het bloedige conflict escaleerde tussen Kameroen en Libië.

Staatsgrepen

Een opmerkelijke uitzondering: de Afrikaanse Unie heeft de staatsgreep in Soedan niet getolereerd en het lidmaatschap van het land opgeschort in juni 2019. Zo’n krachtdadig optreden zou de norm moeten zijn. Maar het legt de dubbele maatstaven van de Afrikaanse Unie ook meteen bloot. De Unie heeft wel stilzwijgend de staatsgrepen in Egypte in 2013 en in Zimbabwe in 2017 aanvaard.

Hoewel de Afrikaanse Unie wel het lidmaatschap van Egypte opschortte na de coup die geleid werd door Abdel Fattah El-Sisi, mocht het land al in 2014 opnieuw lid worden en werd president El-Sisi in 2019 benoemd tot wisselende voorzitter van de Afrikaanse Unie.

Deze benoeming strookte niet met de interne regel van de organisatie dat leiders van staatsgrepen geen politieke functie mogen uitoefenen binnen de Afrikaanse Unie. De Unie heeft het lidmaatschap van Zimbabwe ook niet opgeschort na de staatsgreep die een einde maakte aan het despotisch beleid van Robert Mugabe, en ze is nooit opgekomen tegen het feit dat de leider van deze coup, generaal Constantino Chiwenga, vervolgens tot vicepresident werd benoemd.

Libië

Een ander voorbeeld van het falen van de Afrikaanse Unie is het feit dat ze niets deed toen dodelijke conflicten escaleerden in Libië en buitenlandse mogendheden het land gebruikten als hun strijdtoneel. Dat waren onder meer Turkije, Egypte, Rusland en de Verenigde Arabische Emiraten.

De aanwezigheid van buitenlandse troepenmachten op het Afrikaanse continent is een probleem dat het Libische conflict overstijgt. Het groeiende aantal militairen is nu als problematisch erkend door de African Union Peace and Security Council. Die aantallen stijgen door bilaterale akkoorden tussen Afrikaanse landen en buitenlandse overheden.

China en de VS

Afrikaanse landen hebben er economisch gezien baat bij als ze buitenlandse militaire basissen op hun territorium toelaten. Djibouti bijvoorbeeld ontvangt jaarlijks zo’n 56 miljoen euro van de Verenigde Staten en zo’n 18 miljoen euro per jaar van China door delen van zijn territorium aan deze landen te leasen aan hun militaire basissen.

Het land tolereert ook Britse, Franse, Duitse, Italiaanse, Japanse en Spaanse militaire basissen.

Die buitenlandse machten installeren zich in Afrika om hun economische belangen te vrijwaren en om strategische, geopolitieke redenen. Djibouti ligt met name dicht bij het Midden Oosten en de Rode Zee.

Geloofwaardige oplossingen

De Afrikaanse Unie zou haar oprichtingsverdrag moeten herzien en zich buigen over beginselen die haar daadkracht versterken om tussenbeide te komen bij conflicten op het grondgebied van haar lidstaten. Dat zal ruimte vrijmaken voor een stevig wettelijk kader, richtlijnen, politieke organen en mechanismen die stabiliteit op lange termijn verzekeren in dergelijke landen.

Bovendien zou de organisatie via regionale economische gemeenschappen en burgers moeten ijveren voor het beëindigen van conflicten. Haar acht erkende regio’s zouden zich moeten spiegelen aan het succes van de Economische Gemeenschap van de West-Afrikaanse Staten.

Dit regionaal handelsblok signaleert vroege tekenen van broeiende conflicten in haar lidstaten. Het zorgde ook voor afdoende militaire steun en hielp bij de hervorming van de veiligheidssector in Sierra Leone, Gambia en Liberia. Het hielp ook bij de heropbouw van deze landen na de gewelddadige conflicten. Opmerkelijk is de militaire interventie van de Economische Gemeenschap van de West-Afrikaanse Staten in Gambia. Dit verplichtte de despoot Yahya Jammeh om zijn presidentspost vrij te geven begin 2017, nadat hij de presidentsverkiezingen had verloren.

Bottom-up oplossingen

Burgers kunnen ook belangrijke informatie leveren en vroeg problemen blootleggen. Om de vrede te bevorderen is het dus belangrijk om innovatieve en inclusieve maatregelen te nemen die de mens centraal zetten en voor een langetermijnperspectief gaan. Bottom-up oplossingen, gebaseerd op kennis van binnenuit in de regio’s , zijn de beste garantie om vrede te bereiken en bewaren.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Wat betreft de aanwezigheid van buitenlandse militaire machten op het continent, daar heeft de Afrikaanse Unie geen controle op hun groeiende aanwezigheid omdat ze er komen door bilaterale akkoorden tussen landen en buitenlandse machten. Toch zou de Afrikaanse Unie een inspanning moeten doen via haar regionale organisaties om ook daar een rol te spelen bij deze beslissingen.

Er is een precedent: de Ontwikkelingsgemeenschap van Zuidelijk Afrika heeft onder voorzitterschap van wijlen de Zambiaanse president Levy Mwanawasa protest aangetekend tegen een Amerikaanse basis in de regio. Zuidelijk Afrika heeft haar eigen regionale militaire brigade geïnstalleerd.

Chris Changwe Nshimbi is onderzoeksdirecteur aan de universiteit van Pretoria. Dit artikel verscheen oorspronkelijk op The Conversation

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2859   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift