De impact van kunstmatige intelligentie op de toekomst van werk

Werken we binnenkort met z’n allen voor Amazon, Google of Apple?

De machine neemt onze job over, maar creëert ook nieuwe. Leuk zeg! We voeren tegenwoordig een race met en niet tegen de machine. Heel fijn, maar niet voor iedereen. Vooral technische, hoogopgeleide jobs winnen aan terrein. Maar die jobs zijn niet voor iedereen weggelegd. We moeten daar niet naïef in zijn. Wat met de rest? Want zo lijkt het wel alsof de happy few werken voor de happy few.

Binnenkort werken we met z’n allen voor Jeff Bezos, Bill Gates of Tim Cook. Een gewaagde stelling, maar toch. Er zijn tekenen aan de wand. Tegenwoordig deelt bijna iedereen de werkvloer met een robot of algoritme: de magazijnier en de robotarm, de kassabediende en de automatische kassa, de boekhouder en de debet+credit-app. Omdat die machine of dat algoritme in handen is van een handvol grote spelers, lijkt voorzichtigheid geboden.

Zo hebben de techreuzen vooral nood aan profielen die een inherente ongelijkheid behelzen. Niet iedereen is webdeveloper, ingenieur of data scientist. En gelukkig maar. Niet iedereen heeft (financiële) toegang tot dit soort jobs. Daarnaast blijven we nood hebben aan verpleegkundigen, politieagenten en leerkrachten. Kortom, jobs in de non-profit sector die meer en meer onder druk komen te staan.

Maar eerst even dit.

AI, de toekomst

Volgens een studie van technologiefederatie Agoria zullen algoritmes, robots en kunstmatige intelligentie voor heel wat nieuwe jobs zorgen in ons land. Ja, stellen ze in hun onderzoek, ze alterneren de aard en vorm van ons huidig werk. Binnen een dikke 10 jaar schurken we aan tegen een tekort aan 600.000 werkkrachten. Dat is niet niets. Voor elke job die verloren gaat, stelt Agoria, komen er in België dus bijna 4 jobs bij.

Dat is een heel andere conclusie dan het vaak bejubelde en bekritiseerde onderzoek van Carl Frey en Michael Osborne, enkele jaren terug. Deze Oxfordprofessoren becijferden dat maar liefst 47% van de Amerikaanse jobs op termijn op de tocht staat. Vrachtwagenchauffeurs, administratieve krachten, boekhouders, heel wat routineuze jobs gingen op de schop. Europese en Belgische studies volgden. Nuanceringen ook.

Wie bezit die kunstmatige intelligentie, die algoritmes en robots die ofwel onze jobs overnemen ofwel met ons samenwerken? Megabedrijven? De overheid?

We zijn vandaag een kleine 5 jaar later. Over dit belangrijke onderwerp zijn ondertussen bibliotheken vol geschreven. Onlangs nog kwam het VRT-duidingsprogramma Pano aanzetten met een wel heel optimistische reportage over kunstmatige intelligentie. Heel wat praktische bekommernissen, taken en jobs raken opgelost door kunstmatige intelligentie. Zelfrijdende (veilige?) auto’s, rijpe aardbeien spotten en plukken, bandwerk: niets bleek te moeilijk voor de kracht van kunstmatige intelligentie en Machine Learning.

Toch blijft hier één belangrijke vraag steeds onbeantwoord: van wie is die kunstmatige intelligentie (KI) nu? Wie bezit die kunstmatige intelligentie, die algoritmes en robots die ofwel onze jobs overnemen ofwel met ons samenwerken? Megabedrijven? De overheid? Kleine uitvinders? Het is een vraag naar eigendom (een oude vraag hoor) en het antwoord lijkt hier heel eenvoudig. De dollars, yens en euro’s trekken hier aan het langste eind.

Big data = Big Business

Wat is het grootste bedrijf, ooit? Apple? Nee. Walmart? Ook niet. De grootste en rijkste onderneming ooit was de Nederlandse Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC). Van het VOC wordt wel eens gezegd dat het door hun expansiedrang was dat we de wereld in kaart hebben gebracht. Tegenwoordig is het de mens die in kaart gebracht wordt, en wel door de grote techbedrijven van dit moment: Alphabet, Apple, Microsoft, Facebook. Big Data over ons is Big Business voor hen.

Het legt hen geen windeieren. Acht van de tien grootste bedrijven ter wereld op dit moment hebben wat met technologie. Apple en Amazon braken zelfs onlangs records. Zij waren even elk 1.000 miljard dollar waard op de beurs. De beurswaarde tijdens dit schrijven lag voor Apple, Amazon, Alphabet (moederbedrijf Google), Microsoft, Facebook, Alibaba en Tencent telkens ergens tussen de 500 miljard en 1.000 miljard dollar. Toch heerst er momenteel paniek. De vijf grootste Amerikaanse technologiereuzen hebben sinds begin dit jaar maar liefst duizend miljard dollar zien verdampen. Ze schurken aan tegen hun limieten, zoveel is duidelijk.

Deze technologiereuzen zijn desalniettemin onderling verwoed aan het racen om de absolute marktleider te worden op vlak van kunstmatige intelligentie (en in eenzelfde mate ook cloud computing). Apple, Facebook, Google, Microsoft, Amazon steken elkaar non-stop de loef af. Ook Chinese megabedrijven als Tencent en Alibaba, doen hier gretig aan mee.

Alexa, de virtuele assistent van Amazon die je bijstaat in, nou ja, alles, is verbonden met je huis en je domotica. Zo komt Amazon heel wat te weten over je noden thuis.

Momenteel staat Amazon aan kop en zorgt het ervoor dat het artificieel intelligente wel heel dichtbij komt. Alexa, de virtuele assistent van Amazon die je bijstaat in, nou ja, alles, is hun bekendste voorbeeld. Je kan er als gebruiker gewoon tegen spreken om muziek af te spelen, films op te nemen, de beurs te checken en allerlei informatie op te vragen zoals het weer, de verkeerssituatie of nieuws. Het lijkt wat op Apple’s Siri, met het grote verschil dat Alexa verbonden is met je huis en je domotica. Zo komt Amazon heel wat te weten over je noden thuis. Laat daar een algoritme op los en Alexa kan je voorspellen dat je aan je laatste pakje melk zit en je dus best eens wat bij bestelt.

Big Business = Dikke winst

Dit maakt Amazon, en eigenaar Jeff Bezos, enkel rijker. Het efficiënt inzetten van kunstmatige intelligentie met het oog op schaalvergroting en het absolute monopolie op ons dagelijkse leven. Niet voor niets is Bezos de rijkste man ooit.

De laatste paar decennia ontvouwden er zich een machtsconcentratie van kapitaal bij enkele supersterbedrjiven en hun respectievelijke CEO’s. Iemand als de Nederlandse financieel geograaf Ewald Engelen hamert daar al enige tijd op. Dat lazen we onlangs in het politieke en maatschappijkritische maandblad Samenleving en Politiek. In De Groene Amsterdammer schreef Engelen hierover ‘dat de onderhandelingsmacht van het grootkapitaal sinds de jaren ’70 fors is vergroot.

Megabedrijven zijn werkelijk overal en kunnen zich gemakkelijk aan de andere kant van de wereld vestigen. Arbeid kan dat vaak niet, want die is nog te vaak gebonden aan taal, streek en vraag. Het veelgehoorde adagium: ‘Bedrijven trekken weg’ doelt daar deels op. Het is een ronduit gevaarlijk dreigement, dat onze samenleving en economie sterk in de tang heeft.

Uiteraard is het aantrekkelijker te investeren in een robot of algoritme of in kunstmatige intelligentie. Dat klaagt nooit, vraagt geen betaald verlof en wordt niet ziek.

Sinds midden jaren ‘70, niet toevallig aan de vooravond van wat later het neoliberalisme is gaan heten, ontstonden twee duidelijk afgelijnde principes waar elk bedrijf zich manifest op ging richten: 1) aandeelhouders zijn de baas en 2) winstmaximalisatie is het enige doel van een beursgenoteerd bedrijf. Mens en planeet werden zo aan de kant geschoven.

Werknemers worden beschouwd als een soort kostenpost. Uiteraard is het aantrekkelijker te investeren in een robot of algoritme of in kunstmatige intelligentie. Dat klaagt nooit, vraagt geen betaald verlof en wordt niet ziek. Sillicon Valley heeft dat goed begrepen.

Amazon en Marx

Werknemers zelf keren met een steeds kleiner wordend deel van de toegevoegde waarde huiswaarts. Aandeelhouders trekken een alsmaar groter deel van de taart naar zich toe. Dat werkt de ongelijkheid in de hand. Dat zeg ik niet, maar recent onderzoek aan de KU Leuven. De onderzoekers zien dit gebeuren in de VS, met Apple en Amazon op kop, maar ook hier, in ons land. Megabedrijven krijgen zo een grotere macht tegenover ons, de consument en werknemer.

Deze supersterbedrijven streven naar absolute dominantie door het monopolie op kunstmatige intelligentie en cloudsharing. Facebook, Microsoft, Google, Amazon, elk doet dat op zijn eigen manier, door onderzoek of overnames. Want er zit veel geld in kunstmatige intelligentie. Daar draait het om: op een zo goedkoop mogelijke manier zo rijk mogelijk worden. Want het moet opbrengen. Daarom is dat monopolie zo belangrijk. Als zij hun hand kunnen leggen op die digitale, innovatieve schaalvergroting, dan worden ze heer en meester in het grote KI-spel.

Velen stellen dat de alsmaar rijker wordende Jeff Bezos “goed bezig” is, want de CEO zit duidelijk in met zijn werknemers. Het bewijs? Amazon verdubbelde het minimumuurloon van 350.000 Amerikaanse werknemers naar 15 dollar. De belangrijke ‘Fight for $15’-beweging denkt er zo een eerste slag mee thuis te halen. Spijtig, want niets blijkt minder waar. Iedereen tevreden? Neen, want we mogen daarin niet naïef zijn. Dit is een door Bezos gedirigeerde marketingstunt van jewelste. Getuigen vertelden aan Techcrunch dat er een loonsverhoging komt, maar dat ze daarnaast aan heel wat voordelen moeten inboeten (zoals hun vakantiebonus en hun verloning naar anciënniteit). Een minimumloon in de plaats van sociale opgebouwde rechten. Dat zijn belangrijke lessen voor de Belgische #FightFor14-beweging.

Waar het Bezos wel menens is, is op het vlak van kunstmatige intelligentie. Hij heeft er een persoonlijke queeste van gemaakt om zijn bedrijf om te vormen tot een ‘AI-powerhouse’, zoals begin dit jaar in het Amerikaanse technologieblad WIRED te lezen viel. Amazon bouwt op die “machine learning”-infrastructuur. Er zijn webdevelopers en data scientists nodig om die infrastructuur in goede banen te leiden. Je hebt dus minder nood aan administratieve krachten of arbeiders, zelfs al verzend je 400 pakjes per seconde.

Waarom iemand tewerkstellen in je callcenter wanneer een Alexa-chatbot jou non-stop efficiënter kan bijstaan met raad en daad?

In 2007 werkten er volgens statista.com 17.000 werknemers voor Amazon.com. Anno 2017 zijn dat er 566.000 wereldwijd. Dat komt voornamelijk omdat het de afgelopen jaren heel wat bedrijven opkocht. Op de Amazon-website stonden vorig jaar volgens Business Insider maar liefst 14.000 verschillende vacatures waarvan meer dan 7.000 voor software-ingenieurs. Er werken drie keer zoveel mensen bij Amazon als bij Microsoft, en 18 keer meer dan bij Facebook. Ze worden groter en er werken alsmaar minder mensen in verhouding. “We mogen aannemen dat met alsmaar beter wordende AI-technologie, dat aantal nog zal afnemen. Waarom iemand tewerkstellen in je callcenter wanneer een Alexa-chatbot jou non-stop efficiënter kan bijstaan met raad en daad?

De New York Times nam de proef op de som en ging ‘het gesprek’ aan met die gerobotiseerde collega’s. Amazon heeft momenteel meer dan 100.000 robots “in dienst”. Deze geautomatiseerde “collega’s” maken het leven van een magazijnier minder vervelend en fysiek belastend. Ze werken efficiënter en zorgen ervoor dat een klant gemakkelijker en véél sneller de nodige producten kan bestellen. Wanneer de drone massaal doorbreekt en producten voor onze deur levert, zal er volgens mij geen mens meer aan de distributieketen te pas komen. Wat zei Karl Marx ook al weer over productieketens en vervreemding?

Scottish Government (CC BY-NC 2.0)

 

Wie voor wat soort werk?

De jobs die er zullen bijkomen stralen gewoon die vervreemding uit. En zijn ze wel breed toegankelijk? Of enkel weggelegd voor de digitale happy few? Wat met de kortgeschoolden? Ingenieurs, IT-specialisten en datascientists. Zoals al gezegd, deze banen zijn niet voor iedereen weggelegd.

Ja, maar’, hoor ik u al denken, ‘we hebben ook meer nood aan verpleegkundigen en leerkrachten. Klopt. Maar daar lijken supersterbedrijven als Amazon en Apple niet naar op zoek, want, financieel minder rendabel. Meer nog, overheidsjobs, OCMW-personeel, leerkrachten, politieagenten komen hoe langer hoe meer onder druk te staan. Is het niet werkdruk, dan is het financieringsdruk. Investeren in openbare diensten is de broodnodige boodschap.

Paysa, zowat het Amerikaanse vacature.com, onderzocht onlangs het soort functies waarnaar technologiereuzen op zoek waren. Wat voor soort werknemers zoeken deze bedrijven? Ze bekeken meer dan 8.200 vacatures en onderzochten een 70.000 cv’s. Uiteraard was de meest gewilde medewerker ‘software-ingenieur’. Bedrijven als Airbnb, Facebook, Snap, Twitter, Uber, Amazon, Apple, Google en Oracle willen alsmaar meer software-engineers inhuren. Het enige techbedrijf waar software-ingenieur niet de meest voorkomende vacature was, was Microsoft. Zij zoeken eerder naar productexperten.

Daarna proberen techgiganten ook vaak data-analisten en data scientists naar zich toe te trekken. Want ‘big data = big business’. Het vermogen om datagegevens te interpreteren en gebruiken is een onontbeerlijke vaardigheid voor zulke supersterbedrijven.

Maar Amazon heeft in België toch geen voet aan grond? Nee, ze hebben hier geen vestiging, maar hun kapitale en digitale macht is hier wel degelijk voelbaar. Kapitaal heeft nu eenmaal de eigenschap dat het gemakkelijk de wereld rond gaat. Arbeid moeilijker, hoewel dit vandaag met het internet en kunstmatige intelligentie toch al wat anders ligt.

Daarop focust Agoria sterk in haar studie. De oplossing voor het tekort aan arbeidskrachten, leggen zij vooral bij het individu. Jij moet je competenties en vaardigheden bijscholen, je krijgt meer als je meer en langer werkt, je wordt ook meer gestimuleerd als je als jongere kiest voor een ‘Science –Technology – Engineering – Mathematics’-studie. Daarnaast moet er een verhoogde digitalisering en automatisering plaats vinden in sectoren als gezondheidszorg, diensten en onderwijs, stelt Agoria.

De studie van Agoria zou ons zorgen moeten baren, want de wereld bestaat nu eenmaal niet alleen uit ingenieurs en dataspecialisten.

Dat lees ik toch in de studie van Agoria. Dat zou ons zorgen moeten baren, want de wereld bestaat nu eenmaal niet alleen uit ingenieurs en dataspecialisten. Statbel berekende in 2017 dat 29.9% een diploma hoger onderwijs heeft. 13,9% van de Belgische bevolking van 15 jaar en ouder bezit geen diploma of enkel een diploma van het lager onderwijs. Een vijfde van de bevolking heeft slechts een diploma van het lager secundair onderwijs. Voor 35,7% is het hoger secundair het hoogste onderwijsniveau.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Wil dat dan zeggen dat heel wat mensen binnenkort zonder werk vallen? Niet als ze zich omscholen naar software developers of data scientists. Dat, terwijl verplegend personeel, politieagenten en leerkrachten op hun tandvlees zitten. Het moet anders. Het is een kwalijke evolutie dat onze samenleving enkel inzet op de zogenaamde bètawetenschappen. In veranderende tijden hebben we ook nood aan geesteswetenschappen, aan historici, psychologen, taalkundigen of filosofen. Want de samenleving kritisch bevragen, samen-leven en leren uit onze fouten uit het verleden maakt ons net mens, zowel thuis als op het werk. En daar moet het toch om draaien?

Een mogelijke oplossing hier is natuurlijk arbeidsduurvermindering. Meer mensen voor kortgeschoolde jobs zouden zo meer aan de bak kunnen. Ik verwijs in deze graag naar het boek van politicoloog Olivier Pintelon, ‘de strijd om tijd’. Daarenboven wordt het maar eens tijd om het debat omtrent publieke sociale media in ons land, maar zeker ook op Europees niveau te voeren. Met haar GDPR gaf de EU al een noodzakelijke voorzet als het draait om privacy.

Een stapje verder zou kunnen zijn dat de EU eens flink begint na te denken over publieke sociale media. Dan hebben we het als snel over het nationaliseren van algoritmes of het opsplitsen van sociale media en/of techbedrijven naar publieke platforms, zoals Robert Reich onlangs schreef in een veelbesproken opinie in The Guardian of de Nederlandse journalist Jan Kuitenbrouwer met zijn boek Datadictatuur, hoe de mens het internet de baas blijft.

Dit debat moet ook hier meer gevoerd worden. Anders is het laat. Daarover nadenken, zonder dat daar per se keiharde economische toegevoegde waarde tegenover staat, blijft van onschatbare waarde. Als het van die techreuzen afhangt en, als we als samenleving 100 procent inzetten op die algoritme-industrie en datakapitalisme, dan riskeren we een pak waardevolle beroepen kwijt te spelen. En dat treft vooral de middenklasse wereldwijd. Op een dag worden we dan wakker in een Orwelliaanse techdystopie. En dat moet ten alle tijden vermeden worden.

Jurgen Masure is medewerker pers en sociale media bij het ABVV. Hij schreef dit stuk in eigen naam.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift