Dossier: 
Boekentips van onze lezers

Vijf auteurs die de MO*redactie (en u, uiteraard) zou moeten lezen

We deelden deze zomer een heleboel boekentips en recensies, tot lering en vermaak van onze lezers. Ditmaal suggereren lezers ons wat de redactie zou moeten lezen. Dat levert meteen voor iedereen boeiende tips en recensies op: Teju Cole, Hannah Arendt, Alain Mabanckou, Valeria Luiselli en José Saramago. Dank aan de lezers voor de tips en recensies!

1. Teju Cole

Teju Cole, geboren in de VS maar opgegroeid in Nigeria, keerde terug naar de States voor zijn hogere studies. Hij breekt internationaal door met de roman Open City (2011), maar had in 2007 al in Nigeria gedebuteerd met Every day is for the thief. Daarin keert een jonge Nigeriaan, student psychiatrie in New York, na 15 jaar terug naar Lagos en ontmoet familie, vrienden en geliefden. Hij doorkruist de stad met de bus, in de auto en te voet, (her)ontdekt zijn roots, walst langs bekende en nieuwe toestanden. Hij balanceert tussen mededogen en vervreemding.

Allerlei vormen van diefstal spelen zich af voor zijn eigen, van de legendarische corruptive (hij betaalt steekpenningen onder het bordje “Betaal geen steekpenningen’) tot de al even roemrijke cyberpiranhas die mensen vanuit internet cafés bestoken met allerlei potsierlijke lulkoek om hen voor gigantische sommen op te lichten.

Teju Cole, schrijver, fotograaf, kunsthistoricus en reiziger, is één van de spannendste auteurs van dit tijdsscharnier.

Lagos is groter geworden dan in zijn herinneringen , een heuse international crowd streek er neer, aangetrokken door de oliedollars, het land is nu een democratie, maar de moderniteit stroomt door een bedding van oude tradities.

Geconfronteerd met het feit dat niet alleen Nigeria maar ook hijzelf veranderd zijn, verzoent hij zich met de tijd maar besluit dat hij er niet meer kan wonen. Teju Cole, schrijver, fotograaf, kunsthistoricus en reiziger, is één van de spannendste auteurs van dit tijdsscharnier, en dit is het boek waarmee hij de literaire scène op stormde. (Kris Berwouts)

2. Hannah Arendt

Hannah Arendt (1906-1975) schreef na de Tweede Wereldoorlog een driedelige studie die inging op racisme, imperialisme en… totalitarisme. Van The Origins of Totalitarianism (1951) verscheen veel later de vertaling in het Nederlands van het derde deel bij uitgeverij Boom, onder de naam Totalitarisme. Het boek vraagt veel aandacht van de lezer. Het taalgebruik van Arendt is in dit boek uitzonderlijk abstract, een filosofie van zo’n zwaar onderwerp als de regimes van Stalin en Hitler is sowieso geen hapklare brok.

Toch weet Arendt met dit boek te boeien. Ze geeft het nodige inzicht in 2 systemen die opkomen in de jaren dertig en het leven in de Sovjetunie en Nazi Duitsland onleefbaar maken. Arendt toont de vele overeenkomsten tussen de twee systemen goed aan.

De kracht van het totalitarisme is juist het ongrijpbare ervan, de mistspuierij over wat het juist inhoudt en de regels ervan die zo gemakkelijk veranderen dat ze je gemakkelijk gedwee en volgbaar houden als je er enige sympathie voor aan de dag legt. Arendt: ‘In een steeds veranderende, onbegrijpelijke wereld, bereikte de massa een punt waarop ze, op hetzelfde moment, alles geloofde en niks, dat alles mogelijk was en niets nog waarachtig.’

In Duitsland palmden de Nazi’s zoveel mensen hun opvattingen en voorkeuren in dat het voor eeuwig een grote zwarte en schaamtevolle vlek in de geschiedenis zal blijven, één waar nog veel inkt over zal vloeien.

En in de Sovjetunie wist Stalin door veel manipulaties en gekonkelfoes alles naar zijn hand te zetten in de vorm van een schrikbewind waarin hij zichzelf kroonde tot een soort van alleenheerser. Arendt: ‘De ideale onderdaan van het totalitaire bewind is niet de overtuigde nazi of de toegewijde communist, maar de mensen voor wie het onderscheid tussen feiten en fictie, waar en niet waar, niet langer bestaat.’ (Rafa Grinfeld)

Totalitarisme door Hannah Arendt is uitgegeven door Boom uitgevers. 440 blzn. ISBN 978 90 2440 882 5

3. Alain Mabanckou

Franstalig en Afrikaans. De kans is dus groot dat Alain Mabanckou bij de doorsnee boekenlezer in Vlaanderen niet bekend is. Nochtans heeft hij veel om een modern lezerspubliek te bekoren. Als professor Franse literatuur aan de University of California, is deze auteur goed bekend met de literaire canon en de West-Europese en Noord-Amerikaanse culturele referenties en gebruikt die ook gretig. Dat zijn alvast troeven om boven te drijven in de globale boekenwereld.

Mabanckou schuwt de vernieuwing niet in vorm en inhoud, en dropt graag verwijzingen naar literatuur, film of de kleine en grote geschiedenis in zijn werken. Allemaal elementen die de Franse literaire kritiek wel weet te appreciëren en waardoor hij het laatste decennium steevast opduikt in de lijstjes van de Franse Rentrée litéraire. Bovendien heeft de man een scherpe mening in het dekoloniseringsverhaal en schuwt hij de controverse niet, bijvoorbeeld door te weigeren deel te nemen aan een literair Francophonieproject van de Franse president Macron.

Mabanckou schuwt de vernieuwing niet in vorm en inhoud, en dropt graag verwijzingen naar literatuur, film of de kleine en grote geschiedenis in zijn werken.

Mabanckou brak door in Frankrijk met Verre-Cassé (2005). In dit boek verenigde hij tot het extreme de zaken die ik in zijn latere boeken heel erg zou appreciëren: een beetje schelmenroman, veel humor, scatologie en woordspelletjes, heel speciale personages, veel verwijzingen naar Afrikaanse literatuur en de kleine en grote geschiedenis, verhalen van mislukte migratie, niet altijd fraaie beelden van de kleine kantjes van Frankrijk en de Fransen…

Maar helaas! Driewerf helaas! Ik ben er niet in geslaagd om mij over de ongrijpbaarheid van de verteller te zetten of het gebrek aan structuur (het boek bevat geen hoofdletters of punten). In een notendop: verteller Verre-Cassé, 60-plusser, alcoholist, eenzaam, breed belezen, schrijft de kleine verhalen neer van cafégasten in de bar Le crédit a voyagé en lijkt naar zijn eigen ondergang te stappen (althans halfweg het boek).

Gelukkig werd ik een paar jaar geleden door de Franse Rentrée Littéraire richting het boek Black Bazar (2009) geduwd. Het duurde nog een hele tijd voor ik het boek echt zou lezen, maar ik was direct verkocht, ondanks het vreselijk seksistische hoofdpersonage, afkomstig van de Petit Congo en gespecialiseerd in het keuren van vrouwenbillen. De humor, de vlotte stijl, de kritische blik op het moderne Frankrijk en de clichés over migranten en de vele verwijzingen naar historische feiten, andere boeken, culturele fenomenen (wat ook wel het succes maakt van De Simpsons of de modernere Disneyfilms) maakten het hoogst genietbare literatuur, bovendien van hoge taalkundige kwaliteit.

Als je liever niet de Parijse banlieue hebt als achtergrond voor je lectuur, dan is Petit Piment (2015) iets voor je. Opnieuw in de traditie van de schelmenromans, maar ditmaal over de fratsen van een wees die opgroeit bij de paters in het Pointe Noire van de jaren 1960 en 1970 met de socialistische revolutie als nevenhoofdpersonage. Ik smulde alvast van de schalkse avonturen, scherpe observaties van de rijken en de machtigen, de vele sappige personages.

Wat ik heel knap vond, was hoe de grote geschiedenis aan bod kwam vanuit de observaties en avonturen van de jonge held met een veel te lange naam. Meeslepend geschreven. Steeds weer verrassend. En je krijgt er gratis een stukje wereldgeschiedenis bij die je anders niet vaak kan lezen in Europa. (Françoise Vermeersch)

4. Valeria Luiselli

Valeria Luiselli is een van de meest geprezen hedendaagse Mexicaanse schrijvers. Het in 2017 verschenen boek Vertel me het einde wordt in Noord-Amerika omschreven de échte must-read in het Trump-tijdperk. Het is een verslag van haar werk als vrijwilligster in New York bij de immigratierechtbank waar zij tientallen minderjarige asielzoekers die uit Centraal-Amerika gevlucht waren interviewde.

Vertel me het einde is een essay in veertig vragen. Veertig vragen die aan kandidaat asielzoekers worden voorgelegd met de bedoeling om de verhalen van de kinderen op de vlucht op te lijsten. Een pro-deo advocaat kan vervolgens daar verder mee aan de slag. Valeria Luiselli fungeerde samen met andere tolken als brugfiguur tussen de kinderen en mogelijke advocaten.

Valeria Luiselli slaagt erin om de schrijnende thematiek van de Centraal-Amerikaanse en Mexicaanse vluchtelingen een gezicht te geven. Zij beschrijft verschillende verhalen van kinderen op een manier die het bureaucratische en abstracte ver overstijgt. Haar eigen situatie (wachtend op een green-card voor de Verenigde Staten van Amerika) én de gesprekken die ze achteraf met haar dochter heeft over haar werk zorgen voor een warm, menselijk en toch scherp boek. Want de verhalen van de kinderen gaan diep, ze raken je hart en tonen je hoe groot de afstand is tussen de veertig vragen en de dagelijkse realiteit van de jonge vluchtelingen, vaak nog kinderen.

Het klinkt misschien gek, maar door je onder te dompelen in het doorleefde verhaal van de Centraal-Amerikaanse vluchtelingen, sta je onbewust stil bij de verhalen van vluchtelingen dichtbij ons op weg naar Europa en/of het Verenigd Koninkrijk. Bij vraag zeven ‘Is je op je reis naar de Verenigde Staten iets overkomen wat je bang maakte of pijn heeft gedaan’, wil Valeria Luiselli alleen maar haar gezicht en oren bedekken en stilletjes verdwijnen omwille van zoveel verdriet, woede, schaamte en boosheid.

Valeria Luiselli slaagt erin om de schrijnende thematiek van de Centraal-Amerikaanse en Mexicaanse vluchtelingen een gezicht te geven.

‘Wat er tijdens de reis is gebeurd, nadat ze hun thuisland verlaten hebben en vóór ze in de Verenigde Staten arriveren, is niet altijd bruikbaar bij hun verdediging, waardoor de vraag niet van uiterst belang is tijdens het interview. Toch is dit de vraag waarvoor ik me, als Mexicaanse, het meeste schaam, want wat hen tijdens de reis door Mexico is overkomen is altijd erger dan wat hen elders is overkomen.’

Vertel me het einde is de voortdurende vraag die Valeria van haar dochter krijgt voorgeschoteld als haar moeder ’s avonds weer een verhaal vertelt van kinderen op de vlucht. Maar is er wel een antwoord? Er is geen einde en er is geen mooi einde. En als je de vraag universeel maakt: waar staan we wereldwijd in het omgaan met mensen op de vlucht? Hoe ver staan al die verschillende bureaucratische, goed bedoelde, vragenlijsten wel niet af van de pijnlijke ernst en de schrijnende dagelijkse realiteit?

Dit boek doet heel erg denken aan Human Flow van de Chinese kunstenaar Ai WeiWei. Valeria Luiselli en AI WeiWei gaan n elk op hun eigen manier voor een tijdje met vluchtelingen mee op pad en tonen ons hun strijd, hun pijn, het onrecht en het wanhopig snakken naar veiligheid, onderdak en rechtvaardigheid. Het continue gevecht voor dat beetje menselijkheid. Menselijkheid die op het eerste zicht lijkt te verdwijnen.

Maar dan denk je aan al die vrijwilligers die zich onbaatzuchtig inzetten bv. aan het Maximiliaanpark in Brussel of aan Marie-Aurore D’Awans van Deux euros cinquante en dan besef je dat er wel degelijk menselijkheid aanwezig is en dat het dringend tijd wordt dat die op beleidsvlak een vertaling krijgt. (Martin Van Camp)

5. José Saramago

De stad der blinden is een apocalyptisch verhaal over een stad waarin iedereen opeens blind wordt. Algauw lijken alle normen en waarden verdwenen en is het ieder voor zich – de overlevingsdrang van de mens komt bovendrijven in al haar lelijkheid. Met het gezichtsvermogen verdwijnen ook de wetten, de regels en misschien zelfs het menselijke. De blinden vechten, verkrachten en vermoorden. Een sombere visie op de mensheid die je aan het denken zet: zit het kwade in alle mensen?

Er staat een rij auto’s te wachten voor een rood stoplicht. Wanneer het licht eindelijk op groen springt, trekt de voorste auto – tot grote ergernis van de automobilisten achter hem – niet op. Achter het stuur zit een wanhopige man die van het ene op het andere moment blind geworden is. De blindheid blijkt besmettelijk: in eerste instantie gaat dit enkel over de mensen die in contact zijn gekomen met de eerste blinde, maar algauw ziet een groot gedeelte van de inwoners van Lissabon niets meer.

“De stad der blinden” voert een interessant gedachte-experiment. Hoe kan je overleven als je van de ene op de andere dag niet meer kunt zien?

Een epidemie is geboren. De eerste slachtoffers worden geïsoleerd in een oud psychiatrisch ziekenhuis. De regering bemoeit zich verder niet met de blinden – buiten het sturen van voedselpakketten. Binnen de muren van de quarantaine zien we dan ook al snel een schrijnende degeneratie van de mensheid. Er ontstaat een enorme vervuiling en een strijd om eten en drinken.

De stad der blinden is geen eenvoudig verhaal om te lezen. De interpunctie is totaal anders dan in eender welk boek en Nobelprijswinnaar Saramago maakt gebruik van zeer lange zinnen. Hij speelt met taal en geeft woorden een compleet andere betekenis. Heel mooi, maar wel belangrijk om je hoofd erbij te houden.

Ook een verrassend stijlkenmerk is dat de personages geen van allen een naam hebben. Het verhaal gaat over de eerste blinde, de oogarts, de vrouw van de oogarts, het meisje met de zonnebril, het schele jongetje en de oude man met het zwarte lapje. Dit geeft de personages iets mysterieus en tegelijkertijd stelt het hen ook allemaal gelijk aan elkaar en dat past goed bij de strekking van het verhaal: door de blindheid is immers iedereen elkaars gelijke.

De stad der blinden voert een interessant gedachte-experiment. Hoe kan je overleven als je van de ene op de andere dag niet meer kunt zien? En wat als dat opeens voor heel de mensheid geldt? Tegelijkertijd is het ook een sociaal experiment: zet mensen van verschillende afkomst, rangen en standen in één slaapzaal van een psychiatrisch ziekenhuis en zie hoe ze met elkaar omgaan. Wie kiest er voor zichzelf en wie komt er op voor de zwakkeren?

Ergens deed dit boek me denken aan Lord of the Flies, omdat alle wetten en regels van de beschaving ten onder dreigen te gaan. José Saramago beschrijft walgelijk realistisch de ondergang van de beschaafde mens. De vechtpartijen, de verkrachtingen en de moorden: ik las het allemaal met een misselijk gevoel in mijn maag. Gewoon omdat ik aanvoelde dat dit zomaar de gang van zaken zou kunnen zijn in een post-apocalyptische situatie. (Marcia van der Zwan)

De stad der blinden door José Saramago is uitgegeven door Meulenhoff. 336 blzn. ISBN 978 90 2909 112 1

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift