Veel Palestijnse koppels kunnen enkel samen zijn in het buitenland

Israël maakt gezinsleven voor Palestijnen onleefbaar

© Sam Asaert

Ghaida in Bethlehem

Hoewel de Palestijnen één volk zijn, hebben ze, op een oppervlakte kleiner dan België, vier mogelijke identiteitsbewijzen. Koppels met een verschillend ID kunnen daardoor niet samenwonen. Het Israëlische verdeel- en heersbeleid reikt tot in de slaapkamer. Drie “gemengde” Palestijnse koppels getuigen.

De dertienjarige Selwa* en haar broertje zitten in de auto. Het meisje is dol op dieren en heeft een wit konijntje bij dat ze onlangs van haar vader kreeg. De kinderen zijn onderweg van hun vader naar hun moeder. In tegenstelling tot kinderen in andere landen moeten ze daarvoor een checkpoint passeren, want hun vader is een Palestijn uit de Westelijke Jordaanoever, terwijl hun moeder een Palestijnse uit Israël is.

Wanneer ze aan het checkpoint aankomen, nemen de bewakingsagenten Selwa’s konijn in beslag. Het meisje begint onbedaarlijk te huilen en is ontroostbaar. Haar vader Elias probeert met humor te onderhandelen om het konijn terug te krijgen: ‘Waarom mag het konijn niet door? Het heeft papieren. Het is een Israëlisch konijn, want ik heb het in Israël gekocht!’ Het mag echter niet baten. ‘Op elke vraag die we stelden, antwoordden ze dat het voor de veiligheid was. Ik weet niet wat de specifieke veiligheidssituatie met een konijn is. Het is onmenselijk. Selwa is nog maar een kind’, zegt Elias.

Gescheiden door een muur

Dat ze om elkaar te zien steeds checkpoints moeten passeren, bezorgt het gezin veel ellende. Toen Elias en Sadaa, de moeder van Selwa en haar broer, elkaar leerden kennen, trok zij een tijd lang bij hem in, maar dat was niet evident: ‘Ik werkte en studeerde in Jeruzalem, maar om heen en weer te gaan moest ik telkens Qalandia-checkpoint passeren, waar ik minstens een uur moest wachten. Zonder checkpoint zou de hele rit hooguit een halfuurtje in beslag nemen. Bovendien heb ik gezondheidsproblemen, waarvoor ik in de Westelijke Jordaanoever geen aangepaste zorg kon krijgen’, zegt Saada.

‘Ik ben via het gerecht moeten gaan om mijn zoon te kunnen registreren’

Door de moeilijkheden en omdat Saada in de Westelijke Jordaanoever moeilijk kon aarden, ging het koppel apart wonen, maar ook de situatie van hun kinderen bleek onzeker: ‘Ze wilden mijn zoontje niet in mijn identiteitskaart registreren omdat Elias en ik geen huwelijkscontract hebben en omdat hij van de Westelijke-Jordaanoever is. Omdat Elias al een eerste vrouw had, was ons huwelijk enkel religieus, maar dat zou niet mogen uitmaken, want als inwoner van Israël mag je ook een kind registreren zonder dat je getrouwd bent’, zegt Saada.

Een kind waarvan één ouder een Israëlische identiteitskaart heeft, zou legaal gezien automatisch ook de Israëlische identiteit moeten krijgen, maar de Israëlische bureaucratie maakt het Palestijnen moeilijk met onwettige beslissingen. ‘Ik ben via het gerecht moeten gaan om mijn zoon te kunnen registreren’, zegt Saada.

Een vergunning om je kinderen te zien

© Sam Asaert

Zahi in Nablus

Saada en Elias zijn ondertussen uit elkaar en de kinderen wonen bij hun moeder in Israël. In de schoolvakanties gaan ze naar hun vader, die hen ook regelmatig probeert te bezoeken in Israël, maar daarvoor een vergunning nodig heeft. ‘De kinderen vragen voortdurend om me te zien, maar ik mag niet in Israël blijven slapen. Ik krijg een toelating voor één dag en om zeven uur ’s avonds moet ik al terug zijn in de Westelijke Jordaanoever. Ik mag ook niet met mijn eigen auto naar Israël, want daarvoor moet je een auto met Israëlische nummerplaat hebben en die mag je niet besturen als je een Palestijnse identiteitskaart hebt.’

Om zoveel mogelijk tijd te winnen met zijn kinderen neemt Elias een speciale taxi die hem telkens 700 shekel kost, zo’n 170 euro. ‘De reis duurt twee uur, maar soms houden ze me ook uren aan het checkpoint vast. Ze laten Palestijnen niet altijd door aan het checkpoint en dan moet ik via het andere checkpoint 100 kilometer verder naar daar gaan of helemaal omrijden via Jeruzalem en Tel Aviv. Als dat gebeurt verlies ik alle tijd die ik met mijn kinderen zou kunnen doorbrengen op de baan’, zegt Elias.

In 2016 werd Elias’ vergunning om zijn kinderen te zien geweigerd. ‘Normaal was het nooit een probleem, maar plots kreeg ik geen vergunning. “Ik wil mijn kinderen zien”, zei ik. “Dat is geen speciale reden om naar Israël te gaan. Je hebt een speciale reden nodig”, antwoordden ze mij. Ik heb mijn kinderen toen meer dan een jaar niet gezien.’

‘We zijn naar de rechter gaan en ik heb sindsdien een gerechtelijk bevel om mijn kinderen te zien. Dat maakt het krijgen van een vergunning makkelijker, maar meer dan een keer per maand naar hen gaan, blijft moeilijk’, zegt Elias. ‘Als ik dit alles op voorhand had geweten, had ik geen kinderen gekregen met Saada. Het erg moeilijk voor de kinderen dus ik zou hen dat niet aandoen.’

De dag na het interview, zit Elias klaar om met de taxi naar zijn kinderen te gaan. Hij vertrekt altijd ’s morgens vroeg om zo veel mogelijk tijd samen te hebben, maar vandaag is de taxichauffeur druk bevraagd. Er zijn maar weinig taxi’s beschikbaar die van de Westelijke Jordaanoever naar Israël mogen rijden. Het is al middag en Elias is nog steeds aan het wachten. Om zeven uur vervalt zijn vergunning.

Samenwonen onmogelijk

De situatie van Saada en Elias is geen alleenstaand geval. Door Palestijnse gezinnen op te splitsen met een complex en onvoorspelbaar bureaucratisch systeem, probeert Israël de Palestijnse populatie onder controle te houden en zo veel mogelijk in aantal te beperken. Ook Palestijnen die met een buitenlandse partner trouwen, kunnen niet legaal samenleven in de Westelijke Jordaanoever. Voor velen zit er niets anders op dan illegaal samen te leven.

Vanaf de tweede intifida zette Israël alle aanvragen voor gezinshereniging en bezoekersvisa voor huwelijkspartners in de bezette gebieden stop.

Zo ook voor Ghaida* die we in Betlehem treffen in het Aidavluchtelingenkamp, een overbevolkt kamp waar zo’n 5500 Palestijnse vluchtelingen van de oorlog in de jaren veertig en hun nakomelingen wonen. ‘Mijn ouders zijn afkomstig uit een dorpje nabij Jeruzalem’, vertelt Ghaida. ‘In 1948 werden ze er verdreven en vluchtten ze naar Jordanië. De ouders van mijn echtgenoot, die ook mijn neef is, kwamen rond diezelfde tijd in het Aidakamp terecht.’

Hoewel Ghaida in Betlehem geboren werd terwijl haar moeder daar op familiebezoek was, groeide ze op in Jordanië en heeft ze geen Palestijnse identiteitskaart. ‘Mijn man kwam geregeld bij ons op familiebezoek in Jordanië. Het klikte tussen hem en mij dus we besloten te trouwen. Mijn ouders maanden me aan er goed over na te denken omdat het praktisch gezien niet makkelijk zou zijn, maar ik wilde mijn man. Ik wilde geen traditioneel huwelijk, geregeld door mijn ouders’, zegt Ghaida.

Vanaf de tweede intifada (in 2000) zette Israël alle aanvragen voor gezinshereniging en bezoekersvisa voor huwelijkspartners in de bezette gebieden stop. Ghaida kon dus niet bij haar man gaan wonen en hij woonde aanvankelijk met haar samen in Jordanië. Daar kregen ze een zoon en een dochter die ondertussen 11 en 13 jaar oud zijn.

© Sam Asaert

Sadaa en zoon in Nazareth

Dreigende deportatie

Ik ben proMO*

Met MO* zorgen wij voor écht nieuws over echte mensen in heel de wereld. Wil je ook ons unieke journalistieke project mogelijk maken? Word dan proMO*. Als proMO* word je lid van onze community, mag je gratis naar al onze events en kan je in dialoog gaan met onze journalisten. Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Geweldig! Ik word proMO*

Tijdens onderhandelingen met de Palestijnse Autoriteit begon Israël tussen 2007 en 2009 hangende aanvragen voor gezinshereniging goed te keuren. Ghaida bemachtigde een bezoekersvisum en trok met haar man en kinderen naar Aidakamp in de hoop gezinshereniging te krijgen. Hun aanvraag werd echter geweigerd en sindsdien verblijft Ghaida illegaal in het kamp: ‘Israël probeert mensen op alle mogelijke manieren te verhinderen een normaal leven te leiden. Zelfs door mannen te verhinderen om samen te zijn met hun vrouw.’

‘Vooral als ik naar een andere stad ga is het een groot risico, want als ik gepakt word, word ik naar Jordanië gedeporteerd.’ Omdat ze geen legaal verblijf heeft kan Ghaida ook niet meer naar haar familie in Jordanië: ‘Mijn familie kan wel naar mij komen, maar makkelijk is dat niet. De voorbij tien jaar zijn ze drie keer op bezoek kunnen komen.’

Ook het kamp zelf is geen veilige plek. Het Israëlische leger houdt er om de haverklap raids en schiet er traangasgranaten af. Ondanks die moeilijke omstandigheden weigert Ghaida een slachtoffer te zijn. ‘Je ziet de soldaten elke dag en ’s nachts vallen ze je huis binnen, maar dat geeft net de kracht om je te verzetten. Ik heb het gevoel dat ik me verzet, want Israël wilt niet dat ik hier ben, maar ik ben hier toch. Ze willen dat ik vertrek, maar ik blijf hier illegaal. Ze willen niet dat ik leef, maar ik leid hier een normaal leven. Mijn bestaan is een vorm van verzet.’

Desondanks verhuist het gezin binnenkort naar Jordanië. Ghaida’s echtgenoot heeft een namelijk nieuwe job gevonden waarvoor hij heen en weer zal reizen tussen Jordanië, Turkije en Frankrijk. Voor Ghaida betekent het dat ze Aidakamp voorgoed achterlaat en nooit meer naar het land van haar voorouders kan terugkeren. ‘Het is erg moeilijk voor mij dat we tien jaar verspild hebben hopend op gezinshereniging, zonder resultaat. Omdat ik hier illegaal gewoond heb, zal ik nooit meer een bezoekersvisum kunnen krijgen.’

‘Voor ik vertrek zal ik mijn huis openstellen om iedereen hier vaarwel te zeggen, want ik ga hen nooit meer zien. Er zijn mensen, straten en plekken waar ik echt van gehouden heb. Die plaatsen en die mensen zullen een lege plek in mij achterlaten. Of ik nu hier ben of daar, ik zal hoe dan ook verdrietig zijn’, zegt Ghaida.

Ook de Arabische landen bieden geen soelaas

Ghaida en haar man kunnen gaan samenwonen in Jordanië, maar voor sommige Palestijnse koppels leidt het huwelijk hen noodgedwongen verder weg van huis. Zo spraken we Zahi en Halima, een getrouwd koppel. Zahi spraken we in Nablus in de Westelijke Jordaanoever en Halima ontmoetten we in het Waalse Hotton waar ze toen al bijna twee jaar op de goedkeuring van haar asielaanvraag wachtte.

Zahi woont samen met zijn broer in het Askarvluchtelingenkamp in Nablus. Hij werkt in de landbouw in Jericho. Zijn dag begint om drie uur ’s morgens en eindigt om zes uur ’s avonds.

De broers ontvangen ons in een armoedig huisje zonder meubels met een geïmproviseerde keuken. ‘Mijn vrouw heeft een identiteitskaart van Gaza en ik van de Westelijke Jordaanoever’, zegt Zahi. ‘Hoewel ze mijn nicht is, had ik haar voor ons huwelijk nog nooit ontmoet.’

‘Dat Israël ons verhindert samen te wonen, is normaal voor ons. De Arabieren daarentegen zijn onze broeders dus ik begrijp niet waarom zij ons niet helpen’

Palestijnen uit Gaza kunnen enkel om uitzonderlijke humanitaire redenen naar de Westelijke Jordaanoever. Omgekeerd kan iemand uit de Westelijke Jordaanoever enkel naar Gaza om daar voor altijd te gaan wonen. Zahi’s broer Radi had plannen om zich te verloven met de zus van Halima, maar omdat ze de moeilijke situatie tussen Zahi en Halima zagen aanslepen, besloten ze er niet mee door te gaan. Binnenkort trouwt Radi met een meisje dat net als hij een identiteitskaart van de Westelijke Jordaanoever heeft.

Aangezien ze elkaar nergens in Palestina konden zien, trouwden Zahi en Halima in Jordanië: ‘Mijn man had in Jordanië een verblijfsdocument omdat hij daar werkte dus ik hoopte dat hij daar ook voor mij makkelijk verblijf kon regelen, maar dat ging niet, want de Jordaniërs behandelen Palestijnen als tweederangsburgers’, vertelt Halima ons in Hotton. Het koppel probeerde ook een verblijfsvergunning te regelen in Saoedi-Arabië, waar Zahi’s ouders al 23 jaar wonen en waar hij zelf ook een deel van zijn jeugd doorbracht, maar ook dat werd geweigerd.

‘Geen enkel land accepteert mensen van Gaza’, zegt Halima. Halima en Zahi wijzen vooral de Arabische landen als grote schuldigen aan in hun situatie: ‘Het is inderdaad de Israëlische overheid die ons verhindert samen te wonen, maar dat is normaal voor ons. De Arabieren daarentegen zijn onze broeders dus ik begrijp niet waarom zij hun deuren niet voor ons openen en ons helpen’, zegt Halima. Halima kon na haar huwelijk ook niet terugkeren naar Gaza waar ze problemen had met Hamas dus er zat voor het koppel niets anders op dan uit te wijken naar ergens verder van huis.

‘Mijn man kon geen visum krijgen voor Turkije en we hadden niet genoeg geld om allebei de reis naar Europa te maken dus ik vertrok alleen’, zegt Halima. ‘Ik maakte op een klein bootje de oversteek van Turkije naar Griekenland. Op die reis heb ik de dood in ogen gekeken. Bovendien ontdekte ik in Griekenland dat ik zwanger was.’ Halima kwam aan in België in de lente van 2016 en in het najaar werd hun dochtertje Juri geboren.

© Sam Asaert

Halima

Pasgetrouwd, maar ver van elkaar

‘Ik had verwacht snel asiel en gezinshereniging te krijgen, maar mijn dossier bleef liggen’, zegt Halima. ‘Het dossier bleef liggen bij het CGVS omdat de persoon die het behandelde er niet meer werkt’, zegt Halima’s sociaal-assistent Abdelkarim van het opvangcentrum. ‘Op e-mails antwoorden ze niet en telkens we bellen zeggen ze iets anders. Omdat het contact niet op papier staat, kunnen we niet op tafel kloppen.’

Zowel Abdelkarim als Halima’s advocaat dienden aanvragen tot versnelling van de procedure in op basis van haar psychische toestand. Door de zware familiale situatie is Halima in behandeling bij een psycholoog voor depressie. ‘Het wachten houdt nooit op. Ik noem het de trage dood’, zegt Halima. ‘Het is voor alle asielzoekers moeilijk als de procedure aansleept, maar voor iemand met een gezin met kinderen dat van elkaar gescheiden is, is het moeilijker’, vertelt Abdelkarim. ‘Er is ook een duidelijke link tussen de duurtijd van de scheiding en de intensiteit van de psychische problemen.’

Ook vader Zahi, die zijn anderhalf jaar oude kindje nog nooit gezien heeft, heeft het moeilijk: ‘Mijn grootste zorg is dat mijn kindje opgroeit zonder haar vader te kennen’, zegt Zahi. ‘Telkens mijn dochtertje een man ziet, houdt ze niet op met “baba, baba!” te roepen. Dat doet me erg pijn’, zegt Halima.

Ook de relatie tussen het koppel lijdt onder de langdurige scheiding: ‘Ik val in slaap met tranen in de ogen. Ik ben jong en pasgetrouwd, maar heb nog niets gezien van het familieleven, zegt Halima. ‘We bellen regelmatig, maar de connectie met de telefoon hier is heel zwak en het internet in Palestina is slecht. Als we goedgezind zijn is ons contact heel leuk, maar meestal maken we ruzie. Doordat we elkaar niet zien, worden kleine problemen groter. Dat ik voortdurend onder druk sta, is ook slecht voor mijn kind. Zij voelt dat ik nerveus ben en kopieert mijn gedrag. Ze maakt vuisten en trilt.’

‘Ik zag andere Palestijnen, hier komen en gaan, maar ik zit hier nog steeds. De verantwoordelijkheid voor een kind dat haar vader niet ziet, is groot. Ik kan wachten, maar mijn kind heeft het recht haar papa te zien en dat wordt haar ontzegd. Ik kan deze situatie niet veel langer meer volhouden’, zegt Halima.

Gelukkig is dat ook niet nodig, want twee weken na het interview kreeg Halima goed nieuws. Na een jaar en elf maanden werd haar asielaanvraag eindelijk goedgekeurd. Ze heeft net een huurwoning gevonden in Luik en Zahi zal binnenkort voor het eerst zijn dochtertje in de armen kunnen sluiten.

 

Eén volk vier identiteitsbewijzen
Palestijnen kunnen in Israël en de bezette Palestijnse gebieden, samen kleiner dan België, vier verschillende identiteitsbewijzen hebben. Die identiteitsbewijzen brengen elk andere rechten en beperkingen met zich mee: waar iemand zonder vergunning naartoe kan reizen, waar iemand officieel mag wonen en werken, … Dat alles hangt af van het identiteitsbewijs en leden van eenzelfde gezin hebben vaak verschillende identiteitsbewijzen. In het verleden konden Palestijnen beroep doen op gezinshereniging als ze huwden met iemand met een verschillend identiteitsbewijs. Sinds Israël in 2000 gezinshereniging en alle wijzigingen aan het Palestijnse bevolkingsregister bevroor, wordt een normaal gezinsleven leiden steeds moeilijker. De beperkingen op waar iemand mag wonen, zijn een instrument om de Palestijnen van elkaar te scheiden en de populatie onder controle te houden voor Israëls demografische doeleinden.

Palestijnen met Israëlische identiteitskaart
-Mogen officieel niet wonen in de Westelijke Jordaanoever, uitgezonderd Oost-Jeruzalem
-Kunnen een partner uit de Westelijke Jordaanoever met tijdelijke verblijfsvergunningen bij hen laten wonen als die aan de strenge voorwaarden voldoet

Palestijnen met een buitenlands identiteitsbewijs
-Kunnen geen gezinshereniging krijgen om in Israël, de Westelijke Jordaanoever of Gaza te gaan wonen
-Kunnen als het toegekend wordt met een tijdelijke vergunning bij hun huwelijkspartner wonen, maar veel vergunningen worden ingetrokken waardoor gezinnen plots van elkaar gescheiden zijn.

Palestijnen met Westelijke Jordaanoever-identiteitskaart
-Kunnen voor gezinshereniging naar Israël of Oost-Jeruzalem als ze aan de strenge voorwaarden voldoen
-Als een huwelijkspartner met een permanent verblijfsstatuut in Oost-Jeruzalem bij hen komt wonen, riskeert die zijn verblijfsstatuut te verliezen. Hoewel dat indruist tegen de Israëlische wet is het schering en inslag.

Palestijnen met Gaza-identiteitskaart
-Kunnen Gaza niet uit zonder speciale humanitaire toelating
-Niemand anders kan Gaza binnen zonder speciale toelating
-Kunnen niet voor gezinshereniging naar Israël of de Westelijke Jordaanoever, inclusief Oost-Jeruzalem, verhuizen
-Kunnen een partner uit de Westelijke Jordaanoever bij hen laten wonen als die zich ertoe verbindt nooit meer terug te keren naar Westelijke Jordaanoever
-Kunnen een partner uit Israël of Oost-Jeruzalem met tijdelijke verblijfsvergunningen bij hen laten wonen, maar bij het vernieuwen van de vergunning zijn gezinnen vaak langere tijd van elkaar gescheiden.

Deze reportage kwam tot stand met de steun van het Fonds Pascal Decroos.

© Fonds Pascal Decroos

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Na omzwervingen doorheen verschillende jobs in de cultuur- en sociale sector, besliste Ebe dat het hoog tijd was om na te denken over wat ze écht wilde doen.