Dossier: 

De Poetingeneratie: blinde vogeltjes of toekomstige leiders?

© Mashid Mohadjerin

Mikhail Judin

Marsove Pole. Het oorlogsveld in Sint-Petersburg. Hier vierden de tsaren hun militaire triomfen. Hier vonden in 1917 de begrafenisplechtigheden voor de slachtoffers van de revolutie plaats. In 2017 ligt het uitgestrekte park er grauw en verlaten bij. Het groene gras, de bloemen en de perkjes, vertrappeld door demonstrantenvoeten. Met wat verbeelding kan je hier nog echo’s van “Genoeg Poetin!” horen.

Gisteren maakte het Russische parlement bekend dat de presidentsverkiezingen op 18 maart 2018 zullen plaatsvinden, tevens de vierde verjaardag van de annexatie van de Krim. De verkiezingen moeten één groot feest worden dat Poetin naar een kwarteeuw aan de macht zal loodsen.

Deze zes jongeren uit Sint-Petersburg en Moskou hebben genoeg van dit soort electorale kunstgrepen. Ze zagen in hun leven geen andere staatsleider. Ze voelen zich anders dan de rest en vonden een nieuwe thuis in politiek activisme. Dit zijn hun woelige levensverhalen, verteld in hun eigen woorden.

© Mashid Mohadjerin

German Malkov

German Malkov (1993)

German leeft op de oude daken van Sint-Petersburg. Als schoonmaker van airconditioningsystemen beschikt hij over de sleutels tot een verborgen wereld, waar hij ontsnapt aan de drukte die hij beneden aan zich voorbij ziet trekken. Daar vertelt hij zijn levensverhaal over opgroeien in armoede met een alleenstaande, alcoholverslaafde moeder. Hij vluchtte, van zijn thuis in Omsk naar “de beloofde stad”: Sint-Petersburg. En werd een toegewijd activist voor de campagne van oppositieleider Aleksej Navalny. Twee keer per week volgt hij Engelse les. ‘Om ooit in een westers land mijn hoger onderwijs te kunnen verderzetten.’

‘Het is een wonder dat ik geen gopnik ben geworden. Zo noemen wij marginale jongeren die verslaafd zijn aan drugs en betrokken zijn bij kleine criminaliteit. Maar op mijn dertiende las ik al Carlos Castañeda terwijl het dronkgelag door de muren van de woonkamer klonk.

Zes jaar eerder waren mijn grootouders op één jaar tijd overleden en was aan mijn onbezorgde kindertijd abrupt een einde gekomen. Ik moest weer bij moeder gaan wonen. Zij was alcoholverslaafd. Elk weekend hield ze feestjes, met veel drank, drugs en lawaai.

Ik kan me niet herinneren hoe vaak ik als kind geprotesteerd heb, maar dat ik telkens op een muur stuitte staat me nog levendig voor de geest. Ik denk dat ik daaraan mijn rebelse karakter te danken heb.

Mijn moeder behoort tot de generatie Russen die geboren werd in de jaren ’70. Als jongvolwassene werd ze geconfronteerd met de crisis en de maffiapraktijken van de jaren ’90. Haar toenmalige vriend maakte haar wijs dat ze onze flat kon verkopen om te verhuizen naar een grotere.

Ze had schulden, dus dat leek haar aantrekkelijk. Maar hij was een crimineel die flats van arme mensen afkocht via duistere deals. Van zodra hij de flat had, gooide hij ons eruit en verdween. Sindsdien moesten we voortdurend verhuizen. Moeder zocht haar toevlucht tot drank en drugs.

‘Ik kan me niet herinneren hoe vaak ik als kind geprotesteerd heb, maar dat ik telkens op een muur stuitte staat me nog levendig voor de geest.’

Kinderen wil ik zeker niet. Het is mijn diepste overtuiging dat kinderen niet mogen opgroeien in armoede. Na tien jaar van de ene plek naar de andere te worden meegesleurd, hield ik het voor bekeken. Ik was 15 en niets bond me nog aan Omsk, trouwens de stad met de hoogste emigratiecijfers van heel Rusland.

Dat is nu tien jaar geleden. Ik heb mijn moeder nooit meer gesproken. Het is beter om zulke mensen uit je leven te bannen. Een vader heb ik nooit gehad.

Weggaan kostte me weinig moeite. Door zo vaak te verhuizen, hecht ik me niet meer aan plaatsen. Op elk moment ben ik erop voorbereid om alles te verliezen. Als ik al angst voelde voor de sprong in het onbekende was die juist een motivatie om verder te gaan.

In een klein stadje aan de Zwarte Zee, 3500 kilometer van huis, vond ik een job in een hotel. Met het geld dat ik daar verdiende, verhuisde ik naar Sint-Petersburg toen ik 18 was. Het was alsof ik geraakt werd door een storm.

Ik wilde mezelf eindelijk nuttig maken en sloot me als vrijwilliger aan bij allerlei oppositiebewegingen. Aan protesten nam ik deel zonder te weten waar ze over gingen. Pas sinds dit jaar zijn mijn eigen politieke ideeën beginnen rijpen. Je mag de jonge generatie niet zien als een naïef kind. Ik geloof niet in reddersfiguren. We moeten het hele systeem veranderen, niet het gezicht van de macht.

Op 29 april werd ik gearresteerd tijdens een actie van de beweging Open Russia. We riepen “Genoeg Poetin!”. Repressieve daden van de overheid maken een grotere mobilisatie mogelijk, zeker als er iconische beelden van gemaakt worden, zoals de beelden van een Amerikaanse politieagent die met een hond een zwarte man bedreigde.

Ik sloot me aan bij Open Russia toen ik zag hoe hun protesten onderdrukt werden. Als je vreedzaam protesteert voor democratische eisen en de politie onderdrukt dat met geweld, dan krijgt het onrecht een gezicht.

Politiegeweld? Neen, daar ga ik de politie niet door haten. Ik voel geen haat. Een gewelddadige politieagent is een mens in zijn omstandigheden. Ook hij droomt van een betere toekomst, hij heeft gewoon richting nodig. En ik ken evengoed politieagenten die de protesten steunen.’

 

© Mashid Mohadjerin

Andrej Potapov

Andrej Potapov (1996)

Met nepbontjas en regenboogvlagje. Zo verscheen Andrej bij de Kerk van de Verlosser op het Bloed in Sint-Petersburg. Hij is hetero, maar weigert zich te conformeren aan de traditionele waarden. Zijn ouders gooiden hem het huis uit. Hij overleefde een tijdje op straat. 9500 kilometer van huis was hij, nadat hij drie jaar geleden van Vladivostok naar Sint-Petersburg was verhuisd. Daar sloot hij zich aan bij de LGBT-alliantie, waar hij zich thuis voelt bij jongeren ‘die ook anders zijn’.

‘Toen ik zes was, zag ik voor het eerst een lijk. Ik wandelde met een paar vrienden van school naar huis. Onder de brug zagen we een dakloze liggen. Zijn gezicht was verkoold en de rest van zijn lichaam verminkt. Mensen die brutaal in elkaar geslagen worden, het raakt me niet meer. Ik ben bang dat ik zoals een steen word, gevoelloos.

Op een dag zaten we aan de eettafel. Ik had juist een week onder een brug geslapen omdat mijn moeder me op straat had gezet. Maar ze sprak over koetjes en kalfjes alsof er niks was gebeurd. Vijftig dagen lang is er geen woord meer uit mijn mond gekomen.

Ze begreep niet waarom iemand een hele dag, dag in dag uit, op zijn bed kan liggen. Ze dacht dat ik lui was, maar ik had problemen. Het enige waar ze bezorgd om was, was dat mensen zouden gaan roddelen. Dus bazuinde ze rond dat ik haar geslagen en mishandeld had.

Ik heb nooit een sterke band met mijn familie gehad. Mijn vader ontkent zelfs mijn bestaan. Hij is een rechtlijnige militair die neerkijkt op elk ander volk buiten het Russische. Als ik zeg dat ik Finland of Polen wil bezoeken, noemt hij me russofoob. Tegen Centraal-Aziaten roept hij ‘ga terug naar je eigen land’, maar Rusland is hun land. Hij haat vreemdelingen, maar zijn eigen familie is zelf van overal.

Onze voorouders zijn van Turkije, Polen, Oekraïne en China. Vreemde combinatie, niet? Mijn over-over-over-grootvader trouwde met een veertienjarig Turks meisje. De grootvader van mijn moeder was een Oekraïner en zijn ouders waren Polen. En in Vladivostok woonden lang geleden nog veel Chinezen.

‘Ik ben geen homo of immigrant, maar sinds jonge leeftijd voel ik me verwant met hen. Met andere mensen die uitgesloten worden.’

Ik wilde niet studeren om hun enggeestig routineleventje te gaan leidden. Dat was mijn ergste nachtmerrie. Zelfs aan de geluiden van de barcodescanner in de supermarkt kan ik me dood ergeren. Tuut, tuut, tuut. Ik ben bang om een machine te worden, zoals mijn ouders. Van zodra er ook maar iets gebeurt dat een beetje buiten hun verwachtingspatroon valt, doen ze alsof de hele wereld vergaat.

In 2014, op mijn vijftiende, verhuisde ik van Vladivostok naar Sint-Petersburg, een open stad vol kansen. Ik wil in Sint-Petersburg wonen zonder Rusland. Ik houd niet van Rusland.

Ook in Sint-Petersburg leefde ik een paar dagen op straat. Aleksej van de LGBT-alliantie was mijn eerste vriend. Ik was depressief en wilde iets positief doen voor de samenleving.

Mensen die in Rusland op één of andere manier afwijken van de norm, delen vaak dezelfde problemen. Migranten, homo’s, of mensen die zich anders voelen, zoals ik. Ik ben geen homo, maar sinds jonge leeftijd voel ik me verwant met hen. Op school kwam ik voor hen op. En als ik iemand van een andere origine zie, dan zie ik een kans om een nieuwe cultuur te leren kennen.

Ik neem deel aan de protesten omdat ik later geen spijt wil hebben geen deel van de geschiedenis te zijn geweest. Ik houd niet van Navalny. Soms geeft hij de indruk dat hij een heksenjacht zou starten als hij president zou worden. Daar heb ik geen zin in.

Maar ik zou het goed vinden als hij zou kunnen meedoen aan de verkiezingen. Kijk, ik ben twintig en binnen drie maanden doen dezelfde partijleiders mee als toen ik drie was.’

 

© Mashid Mohadjerin

Olga Yakovleva

Mikhail Judin (1994) en moeder Olga Yakovleva

Mikhail, een rechtenstudent, toont de plaats waar hij voor het eerst in zijn leven gearresteerd werd. Zijn moeder Olga blijkt een nog radicalere tegenstander van Poetin dan haar zoon. ‘Mijn diepste wens is een gewapende revolutie.’

Olga, moeder

‘Het is vooral de stilte van anderen die me het meeste pijn doet. Als ik spreek met vrienden, zeggen ze dat we gewoon ons leven moeten leiden, ver weg van politiek. Ze denken dat stilte verstandig is.

Mijn diepste wens is een revolutie zoals in Oekraïne. Maar op het Maidanplein waren sommige demonstranten gewapend, en daardoor konden ze zich verdedigen tegen de ordetroepen. Hier is alleen de staat gewapend. Hoe kunnen we ons dan verdedigen?

Ik hoop dat de ultranationalisten moedig zullen zijn als de revolutie komt. Ik weet dat zij niet voor gerechtigheid, maar voor macht vechten. Maar tegen Poetin moeten we verenigd zijn. Een revolutie in Rusland kan bloedig zijn, maar nu sterven we gewoon in stilte. We moeten ons bloed geven voor het welzijn van anderen. Vroeger droomde ik ervan om naar Europa te emigreren, nu wil ik blijven om te vechten.’

Mikhail, zoon

‘Moeder is historica. Ze is werkloos, ze heeft een depressie. Haar ouders werden in 1965 verbannen naar Siberië. De cirkel blijft draaien, want mijn ouders zijn gescheiden en we wonen nog altijd samen in een klein flatje, in armoede. De flat is eigendom van vader, en moeder heeft geen geld voor een betaalbaar appartement. Als ik het woord arm gebruik, bedoel ik: leven in een onzekere financiële situatie.

In december 2011 zag ik de protesten op internet en was ik onder de indruk van de grote, optimistische menigte. Als rechtenstudent vond ik het angstaanjagend dat verkiezingen, bedoeld om mijn stem te laten horen, nep waren.

‘Ik ben niet bang, maar boos. Ik zal niet stoppen met protesten, maar ik ga er wel voor zorgen dat ik de boetes zelf kan betalen.’

Moeder nam me mee naar de demonstraties. Ik klom op een boom en bracht verslag uit van wat ik zag. Ik was 17. Sindsdien gaan we samen naar elk protest.

In juni werd ik vrij gewelddadig gearresteerd. In totaal zat ik vier uur in de combi en drie uur in het politiestation, met een vrouw van zestig, een zestienjarige jongen en een man die een live broadcast deed op Instagram. We hadden 1000 kijkers.

Uiteindelijk liet de politie me vrij zonder enige uitleg. Twee maanden later kreeg ik telefoon: de volgende dag om 9 uur zou mijn zaak voorkomen. Ik was in shock. Ze veroordeelden me tot een geldboete van 15.000 roebel, de helft van een gemiddeld maandloon.

Of ik bang ben? Neen, ik ben boos. Ik deed niks verkeerd. Ik zal niet stoppen met protesten, maar ik ga er wel voor zorgen dat ik de boetes zelf kan betalen. Nu moet ik dat geld vragen aan mijn vader, die hard werkt voor elke roebel.

Ik studeer rechten aan de Economische Hogeschool in Moskou. Bij de annexatie van de Krim was er een levendige discussie. Slechts twee studenten waren tegen de annexatie, al de rest was voor. Veel jongeren hebben schrik om een dissident geluid te laten horen omdat ze vrezen voor hun reputatie. De meesten zijn totaal niet geïnteresseerd in politiek.

Ik was vijf in 1999, toen Poetin aan de macht kwam, maar het gaat niet alleen om Poetin. Alle zogenaamde oppositieleiders zijn sinds toen ook niet veranderd. Ik wil al die gezichten niet meer zien. Daarom neem ik deel aan de protesten van Navalny.

Ik ben een burger van een land dat grote hoeveelheden olie en gas produceert en verkoopt. En wat zie ik? Armoede, wegen in slechte staat, corruptie. Mijn grootouders leefden in armoede, en ik, twee generaties later, ook. Ik ben bereid om lang te vechten. Patriottisme is voor mij: zorgen voor een sterke en welvarende bevolking, niet voor een sterke staat.’

 

© Mashid Mohadjerin

Victor Kapitanov

Victor Kapitanov (1994)

Victor is gehandicapt. Hij woont helemaal alleen met zijn hond in een smerig en leeg appartement aan de met reusachtige woontorens volgebouwde rand van Moskou. Renoveren kan hij niet: de staat houdt tienduizenden roebels aan boetes van zijn invaliditeitsuitkering af, voor zijn “herhaaldelijke deelnames aan illegale demonstraties”. Tijdens zijn laatste actie trok een politieagent zijn kwetsbare arm uit de kom, maar Victor is een vastberaden demonstrant.

‘Ze duwden me tegen de grond en trokken mijn linkerarm, die ik niet kan bewegen, op mijn rug. Ik voelde een plotse, ondraaglijke pijn. Terwijl ze me naar de politiecombi sleurden, riep ik: ‘Het hele zombievolk van Rusland viert de verjaardag van Poetin! Hij is een schande voor ons land!’

Ze hadden me toch gewoon kunnen meenemen in plaats van mijn arm te breken? Hoe kan een gehandicapte zich verzetten tegen gewapende politieagenten?

Het gebeurde op 7 oktober 2016, de tiende verjaardag van de moord op journaliste Anna Politkovskaja. Ik deed een herdenkingsactie voor het gebouw van de presidentiële administratie. Het regende pijpenstelen, maar regen hield de Oekraïners op Maidan ook niet tegen.

Toen ze vermoord werd, was ik twaalf. Op mijn negentiende begon ik bloemen te leggen voor het appartementsgebouw waar ze werd doodgeschoten.

Mijn plan was om een masker van Poetin te dragen en een bord met een citaat van Politkovskaja omhoog te houden. De agenten vroegen me om mijn paspoort, maar ze wisten goed genoeg dat ze die na mijn vorige protest zelf hadden afgenomen. Ik had wel verwacht dat ze me zouden aanhouden, maar dat ze een ongewapende, gehandicapte jongen met zulk brutaal geweld zouden aanpakken, niet.

Dat was bovendien een totaal gebrek aan respect voor al die dokters die mij sinds 2005 lichaamstherapie geven om mijn arm te herstellen. Ik had heel wat vooruitgang geboekt. Met één armomdraai, letterlijk, deden ze al dat werk teniet. Tot vandaag ontlopen ze gerechtigheid, maar dat zal niet lang meer duren. Ik geef niet op, en het Comité Tegen Foltering staat me juridisch bij.

Zelfs als ik mijn hele pensioen zou afgeven, zou het nog niet genoeg zijn om de 941.000 roebel boetes te betalen. De gerechtsdeurwaarder heeft mijn rekening geblokkeerd. Ze halen het geld rechtsreeks van mijn pensioenrekening.

‘Het geeft me zo’n goed gevoel als anderen tussenkomen om mij te beschermen. “Hij is gehandicapt! Schaam jullie!”, roepen ze tegen de politie.’

Dat is diefstal, want volgens de wet is geen toestemming nodig om alleen met een bord te protesteren. Ik betaal de boetes niet. Dat zou betekenen dat ik hun illegale handelingen zou erkennen.

Nu begrijp je waarom ik in deze smerige leefomstandigheden woon: ik heb geen geld om mijn appartement te renoveren. Het is een sociale woning, maar ik had veel honden en die hebben er een boeltje van gemaakt.

Mijn vader vindt dat ik dit alleen aan mezelf te danken heb. Ik heb me wel eens afgevraagd of vader gelijk had. Maar als je niet bereid bent te lijden voor gerechtigheid, kan je beter stoppen. Want wat met al die mensen die een veel hogere prijs hebben betaald voor hun protest? Ik weet dat ik dit allemaal moet doorstaan om mens te blijven.

Alles begon in 2011. Ik wilde naar de demonstraties gaan tegen de verkiezingsvervalsing. Ik dacht dat het iets gewoon was om te doen. Maar toen ik voor de eerste keer zag hoe politieagenten gewone mannen en vrouwen sloegen met politieknuppels, knakte er iets in mij. Mensen werden gevangen gezet en vervolgd omdat ze deden waar ze recht op hadden: vreedzaam opkomen voor hun rechten.

Tijdens demonstraties voor de vrijlating van de gevangenen was er een ongelooflijke solidariteit. Telkens ik hardhandig werd aangepakt, gaf het mij zo’n goed gevoel als andere demonstranten tussenkwamen om mij te beschermen. “Hij is gehandicapt! Schaam jullie!”, riepen ze tegen de politie.

De leraars op school kwamen erachter dat ik demonstraties bijwoonde. In 2014 sprak ik ook openlijk mijn steun uit voor de Maidanopstand in Oekraïne. Ik ging op mijn eentje naar Rostov, 1000 kilometer van Moskou, voor het proces tegen de Oekraïense pilote Nadija Savstjenko, die gevangen genomen was door pro-Russische Oekraïense separatisten in Oost-Oekraïne.

De directeur stelde me voor de keuze: ofwel zou ik onmiddellijk van school gestuurd worden, ofwel zou ik tot mijn afstudeerceremonie in de school moeten blijven.’

 

© Mashid Mohadjerin

Katerina Malkova

Katerina Malkova (1998)

Een timide en plichtsgetrouw meisje dat tot voor kort een fervente Poetin-aanhanger was. Katerina vertelt haar verhaal in het Indisch restaurant/café waar ze vaak met vrienden komt om mantra’s te reciteren. Sinds ze zich bekeerde tot de oppositie heeft ze eindeloze discussies met haar ouders. Tot haar grote verbazing werd ze gearresteerd tijdens de protesten. Haar wereld stortte in. De angst dat haar universiteitscarrière eronder zou lijden, bracht haar ertoe alle stickers van Navalny2018 van haar telefoon en lesmaterialen te halen. Naar protesten durft ze niet meer gaan.

‘Door de schuld van mij en mijn vriendin werd een leraar ontslagen. We hadden op de sociale media gezien dat hij lid was van oppositiepagina’s. We vroegen ons af of zo iemand wel kinderen mocht onderwijzen en meldden hem bij de directie. Een paar maanden later zagen we hem werken in een pizzeria. Als ik eraan denk, keert mijn maag nog altijd om. Hij was één de beste leerkrachten.

Vier jaar geleden, bij de annexatie van de Krim, was ik erg patriottisch. Voor mij was er geen verschil tussen liefde voor je land en liefde voor de president. Mijn ouders, vrienden, sociale media, school, iedereen dacht op dezelfde manier.

Ik was één jaar toen Poetin kwam. Het is echt triest. Ik zie geen enkele ontwikkeling in mijn leven. Bij de protesten in 2011 was ik nog maar een kind, maar het is toch ongelooflijk dat het land toen op zijn kop stond en ik er niks van hoorde. Op 26 maart 2017 besloot ik voor het eerst mee te doen aan een straatprotest.

‘Bij de parades op overwinningsdag moesten we altijd naar de televisie komen kijken. Mijn kleinste zus van zeven zei eens dat ze Amerikanen haat.’

Toevallig zagen we een andere leraar die ons altijd had aangemoedigd om kritisch te denken. Hij was verrast om ons te zien. Hij zei dat hij trots was op ons.

We stonden te lachen toen agenten ons meenamen. Sindsdien heb ik aan geen enkel protest meer deelgenomen. Waar moet ik het geld vandaan halen om de boetes te betalen? Ik was toen ook bezig met mijn toelatingsexamen aan de belangrijkste filmschool van het land en ik had verhalen gehoord van anderen die waren geweigerd wegens “deelname aan niet-toegelaten protesten”.

In de politiecombi kon ik alleen maar denken aan wat ik mijn ouders zou vertellen. Moeder is extreem patriottisch. Bij de parades op overwinningsdag moesten we altijd naar de televisie komen kijken. Mijn kleinste zus van zeven zei eens dat ze Amerikanen haat.

Vader is niet radicaal. Hij is gewoon bang dat ik mijn carrière op het spel zet. Moeder begint onmiddellijk te roepen van zodra ze op de televisie nieuws ziet over de chaos in Oekraïne, alsof ik daar schuld aan heb.

Telkens iets fout loopt, bijvoorbeeld slechte punten aan de filmschool, roept ze dat dat komt door mijn politieke activiteiten. Ze vindt dat ik mijn land verraad. Voor mij is patriottisme: niet zeggen dat je land beter is dan anderen, maar het wel zo goed mogelijk proberen te maken.’

 

© Mashid Mohadjerin

Valentina Kanuchina

Valentina Kanuchina (1988)

Van een geïsoleerd dorpje met vijftig inwoners zonder internetverbinding belandde Valentina via weeshuizen in metropool Moskou. Daar ontpopte ze zich tot een succesvolle literatuurstudente. ‘Vandaag zijn activisme en oppositie voor mij even dagdagelijks als zorgen voor mijn kat.’

‘Ik ben geboren in een straatarme familie. Met grootmoeder bewerkte ik het veld. We verkochten onze aardappelen en aten de rest op. Mijn vader heeft ons verlaten. Moeder was een sterke vrouw, maar toen mijn oudere broer stierf brak ze en raakte ze verslaafd aan alcohol.

Ze had een hogere opleiding genoten, maar werkte als stukadoor. Ze heeft altijd hard gewerkt om ons te onderhouden. Uiteindelijk stierf zij zelf, toen ik nog een klein kind was. Toen ook mijn grootmoeder en mijn oom overleden, bleef ik helemaal alleen achter. Ik ben opgegroeid in een weeshuis.

Op mijn zeventiende kwam ik naar Moskou en zag ik voor het eerst het echte leven. Met een beurs die ik als weeskind had gekregen, kon ik beginnen aan de universiteit. De docenten waren als moeders voor mij. Zonder hen had ik het nooit gered. Ze leerden me hoe ik mijn werk en studies kon combineren.

In 2011 ging ik naar de protesten omdat al mijn vrienden van mijn hobby — rollenspel verkleed als hobbits of orgs — ook gingen. Mensen van die subcultuur zijn meestal politiek actief. Via hen raakte ik betrokken bij verkiezingsmonitoring. We zagen met onze eigen ogen hoe fraude werkt. Ik begon de kieswetten te bestuderen en zo werd ik steeds meer politiek bewust.

Na 2011 was ik lange tijd ik een trouwe aanhanger en vrijwilliger van Navalny. Nu ben ik het niet meer zo vaak eens met zijn standpunten. Van vrouwenrechten heeft hij bijvoorbeeld weinig kaas gegeten. Hij verdient steun, niet omdat hij president moet worden, maar omdat hij één van de enigen is die echt iets wil veranderen.

‘Russische jongeren willen sterke en repressieve leiders, en diep vanbinnen geloven ze dat die zich nooit tegen hen zullen keren.’

Mijn medestudenten gaven niks om politiek. Een vriendin die altijd zei dat ik bij haar niet moest afkomen met politiek, was onlangs helemaal opgewonden. Ze riep dat ze de video van Navalny over de corruptie van premier Medvedev had gezien en dat we zouden moeten demonstreren. Ik lachte: O mijn god, je had tien jaar nodig om tot dat besef te komen? Het toont wel hoe snel mensen bewust kunnen worden door één goed gemaakte video die viraal gaat.

Aan de faculteit taal- en letterkunde zitten vooral mooie jongens en meisjes die alleen geïnteresseerd zijn in boeken en kunst. Russische jongeren willen sterke en repressieve leiders, en diep vanbinnen geloven ze dat die zich nooit tegen hen zullen keren. Ze koesteren de illusie dat je door je eigen gedrag de gevaren rondom jou kan controleren.

Ik vroeg een vriendin of ze het leuk zou vinden als de staat haar persoonlijke gesprekken zou lezen. Neen, dat wilde ze niet. Vroeg of laat zal deze generatie inzien dat Poetin het domein betreedt waar zij hun vrijheid het meest van al koesteren: op het internet.

De internetgeneratie neemt bovendien niet meer zo makkelijk gezag aan. De oudere generatie heeft het daar moeilijk mee. Leraars hebben geleerd dat je gezag moet respecteren, niet in vraag stellen.’

‘De echte revolutie speelt zich af in de geesten van burgers’
Sinds de protesten van 2011-2012 verdedigt Dinar Idrisov gearresteerde jongeren voor rechtbanken en in administratieve processen. Zelf noemt hij deze jongeren “blinde vogeltjes” omdat zij voor het eerst het repressieve gelaat zien van het land waarin ze opgroeiden.

‘Ze zijn als vogels die tegen het raam vliegen. Sommigen “vallen dood” als ze merken dat ze niet kunnen rekenen op de steun van hun omgeving. Anderen kruipen weer recht en worden vaak nog meer vastberaden. Ik verdedig hen in de hoop dat sommigen intelligente leiders worden. Ze zijn er vast van overtuigd dat ze iets kunnen veranderen, maar er is geen garantie op resultaat, zelfs als je offers brengt. Ze moeten bereid zijn om vol te houden zonder resultaat te verwachten. Enkel de sterken van karakter kunnen dat.

Ze denken dat ze op de grondwet kunnen rekenen, maar enkel de macht bepaalt op elk moment wat je rechten zijn. Honderden jongeren verdedigde ik al. Ik heb genoeg gezien om te weten dat onze grondwet puur decoratief is.

De staat had niet verwacht dat er tijdens de protesten van Navalny in maart en juni zoveel jongeren zouden deelnemen. Dat is wel een bron van bezorgdheid, want jongeren worden makkelijker radicaal dan ouderen die al cynisch zijn.

De echte revolutie speelt zich af in de geesten van burgers, niet in de straten. In de jaren 2000 kwam de technologische vooruitgang in Rusland even snel als in andere landen. Het eerste decennium van de 21ste eeuw leefden ze in de illusie van welvaart. Ze gaven hun politieke rechten op in ruil voor economische ontwikkeling.

In 2011 kwam de eerste massale golf van protest tegen de inperking van politieke rechten, toen gewone burgers met eigen ogen vaststelden hoe ze bedrogen werden: de verkiezingen werden vervalst. Plots veranderden die mensen van louter consumenten in bewuste burgers. Plots herinnerden ze zich dat ze tien jaar eerder bedrogen waren geweest toen Jeltsin en Poetin de democratie in stilte afschaften.

Nu ook de economische ontwikkeling stagneert, komt er protest tegen economisch onrecht en corruptie. Volgens de nieuwe propaganda is dat de schuld van de buitenlandse vijand en moeten burgers volharden en patriottisch achter hun land staan. Maar steeds meer jongeren vragen individuele waardigheid boven een sterke staat. Als Poetin niet met een andere versie van het sociaal contract komt, kan zijn steunbasis afbrokkelen.’

Dit artikel kwam tot stand met de steun van het Fonds Pascal Decroos voor Bijzondere Journalistiek.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Europese Unie en Oost-Europa

    Pieter Stockmans volgt het mondiale optreden van de Europese Unie, het Europese vluchtelingenbeleid, de evoluties in Oost-Europa en de regio ten oosten van de EU.