Dossier: 
Extremisten en hun utopische, gewelddadige storytelling

Fan boys en kalifaatsoldaten, hoe IS jihadistische propaganda perfectioneerde

© Fady AlGhorra en Mahmoud Elsobky

 

De meest vooraanstaande experts op het gebied van jihadistische propaganda samenbrengen voor een congres is niet zo gemakkelijk. Het kunst- en hacktivismcollectief Disruption Network Lab moest veiligheidspersoneel voorzien en een groot security-team van Duitse politiemannen toelaten op zijn Terror Feeds-conferentie in Berlijn. Onze camerazakken werden grondig gecontroleerd en we werden in de conferentiezaal doorlopend in de gaten gehouden door potige agenten.

De twee regenachtige dagen in het kunstencentrum Bethanien in Berlijn trokken zo’n 200 wereldexperten in jihadistische propaganda. Een select clubje academici, anti-terreurexperten en mensen van regeringen en inlichtingendiensten onder wie Charlie Winter van het International Centre for the Study of Radicalisation and Political Violence (ICSR) in Londen, Aaron Y. Zellin van online researchportaal Jihadology en Pieter Van Ostaeyen, die als jihadonderzoeker aan de KU Leuven verbonden is.

Wat volgde was tamelijk verontrustend.   

De machinerie van de angst

Propaganda is steeds één van de kernactiviteiten van IS geweest. Van in het begin was de communicatie van de groep gericht op het aanwakkeren van een wereldwijde golf van verontwaardiging en angst.

In Berlijn vertelde onderzoeker Aymenn Jawad al-Tamimi van denktank Middle East Forum ons hoe hij de afgelopen jaren duizenden officiële “administratieve” documenten van IS verzamelde, waarmee de groep in zeer fijn detail in kaart kon brengen.

Via een zakenman die hij kende in de Syrische stad Manbij legde al-Tamimi de hand op een boekje waarin de basisprincipes van de Islamitische Staat werden vastgelegd. Het document legde onder meer vast hoe de ‘staat’ bestuurd wordt, hoe het grondgebied administratief ingedeeld is en hoe tal van andere dagelijkse dingen georganiseerd werden.

Eén kort hoofdstuk aan het einde van dat kleine boekje voorzag in de oprichting van een reeks centrale media-organisaties die zich uitsluitend met propaganda zouden bezig houden. ‘Dat boekje was geen groot master plan over de organisatie van de Islamitische Staat, maar het toont wel dat media-operaties al van het begin in de organisatie ingebakken waren’, zegt al-Tamimi.

Al-Adnani liet een professioneel propaganda-apparaat achter dat tot vandaag mensen probeert aan te zetten tot willekeurige massamoord.

In de begindagen in 2013 en 2014 zette IS een centrale propagandastructuur op poten die bestaat uit een mediaraad die direct aan leider Abu Bakr Al-Baghdadi rapporteert. IS heeft ook altijd een officieel woordvoerder gehad die deel uitmaakt van de leiding van de groep. De meest bekende van die woordvoerders was zonder twijfel de Syriër Taha Subhi Falaha, die berucht werd onder zijn nom de guerre Abu Muhammad al-Adnani. Hij was degene die het zelfverklaarde “kalifaat” uitriep op 29 juni 2014.

‘Eén van de grootste misverstanden over het kalifaat van IS is dat het werd aangekondigd met die nu zo beruchte video van de preek van Abu Bakr Al-Baghdadi in de al-Nuri-moskee in Mosul’, zegt Pieter Van Ostaeyen. ‘Dat was dus niet het geval. Het was de audio-boodschap van al-Adnani een paar dagen ervoor die het begin van het “kalifaat” aankondigde. Dat toont hoe belangrijk al-Adnani was.’

De audio van al-Adnani’s boodschap werd door intussen veelgebruikte kanalen op internet en via sociale media als Twitter de wereld ingestuurd op 29 juni 2014. Al-Adnani liet daarna nog herhaaldelijk van zich horen en riep in datzelfde jaar ook potentiële terroristen wereldwijd op om op Westerse burgers te doden, op alle mogelijke manieren. Hij was degene die onder meer opriep tot low tech aanvallen met messen en voertuigen.

Die boodschap werd in de jaren daarna naar de letter gevolgd door tal van geradicaliseerde jongeren die aanslagen pleegden in Europa en de Verenigde Staten. Keer op keer werd bij daders IS-propaganda gevonden, waaronder vaak ook de speech van al-Adnani, of nummers van de magazines Dabiq of Rumiyah waarin ‘handleidingen’ te vinden zijn die uitleggen hoe je best burgers om het leven brengt.

Al-Adnani kwam om het leven in een luchtaanval in augustus 2016, maar hij liet een professioneel propaganda-apparaat achter dat tot vandaag mensen probeert aan te zetten tot willekeurige massamoord.

Magazines en meer

De audio- en videoberichten van de leiders van IS worden traditioneel de wereld ingestuurd via Al-Furqan. Dat agentschap bestond al toen IS nog bekend stond als Islamitische Staat in Irak (ISI), en is steeds de spreekbuis geweest voor de grote berichten van de leiding van IS, zoals het uitroepen van het “kalifaat”.

Later werden aan dat centrale media-apparaat nog andere agentschappen toegevoegd, zoals het Al-Hayat Media Centre. Dat agentschap is vooral gericht op een buitenlands publiek en de rekrutering van buitenlandse strijders. Tijdens ons undercover-onderzoek vonden we materialen van Al-Hayat in tientallen talen. Het materiaal van Al-Hayat bevat ook veel van het meer gruwelijke  werk, zoals de onthoofdings- en executievideo’s, waaronder die van de Amerikaanse journalist James Foley.

IS runt daarnaast nog een aantal andere centrale media-organisaties zoals het wekelijkse al-Naba krantje in het Arabisch, en het radiostation al-Bayan. Er is ook een agentschap dat zich enkel bezig houdt met de productie van anasheed, de islamistische oorlogsliederen die vaak te horen zijn in audiovisuele content van IS.

© Charlie Winter

IS mediaorganisatie

Naast die centrale media-outlets zette IS ook provinciale media-agentschapjes op die meer lokale propaganda produceerden in Irak en Syrië, en in andere ‘provincies’ of wilayat die IS overal ter wereld uitriep in gebieden waar gewelddadige jihadistische organisaties actief zijn, zoals de IS-splintergroepen in Libië en Egypte, Boko Haram in Nigeria, en verder weg in Afghanistan en de Filipijnen.

Een ander belangrijk instrument in het propaganda-arsenaal van IS is Amaq News. Dat ‘niet-officiële’ persagentschap werd opgericht door de Syrische IS-sympathisant en zelfverklaard journalist Baraa Kadek, die inmiddels ook omkwam in een Amerikaans bombardement. Amaq werd over de hele wereld berucht omdat het persagentschap telkens bekend maakte wanneer IS een aanslag opeiste, waaronder de aanslagen in Parijs, Nice en Brussel in 2015 en 2016.

Amaq probeert de stijl van nieuwsagentschappen na te bootsen en brengt meestal ‘nieuwsberichten’ vanop het slagvelden. Alle informatie wordt voorgesteld alsof het van neutrale bron komt. Beledigende terminologie om vijanden of ‘niet-gelovigen’ te beschrijven, wat in IS-propaganda de regel is, vind je bij Amaq veel minder.

Fanboys

In Berlijn toonde Charlie Winter hoe IS in zijn hoogdagen in 2015 bijna 900 propagandaberichten per week de wereld instuurde. Na het uitroepen van het “kalifaat” gebruikte de groep vooral Twitter om zijn propaganda wereldwijd te verspreiden.

Op Twitter groeide een hele jihadistische microcosmos van duizenden accounts, die de gewelddadige IS-boodschap de wereld in stuurden.

Sociale media waren een godsgeschenk voor IS. Een paar leden van de groep die erg handig waren met computers en technologie slaagden er in om via officiële Twitter-accounts een heel leger van ‘fanboys’ te mobiliseren. Die hielden zich druk bezig met kopiëren en verspreiden van de video’s, audioberichten, magazines, anasheed-liederen en andere propaganda.

Andere internet-platforms werden ook druk gebruikt, waaronder ook Google-dochter YouTube en Facebook. Maar die twee platforms maakten het IS moeilijker. Omdat ze makkelijker accounts schorsten en meer persoonlijke gegevens van potentiële gebruikers vereisen, wat het voor fanboys en IS-leden moeilijker maakte om snel een andere account aan te maken als een account geschorst werd.

Op Twitter groeide inmiddels een hele jihadistische microcosmos van duizenden accounts, die de gewelddadige boodschap de wereld in stuurden.

‘Eén gebruiker, Turjuman al-Asawirti, slaagde er in om 1,400 Twitter-profielen aan te maken’, herinnert Pieter Van Ostaeyen zich. ‘Werd hij geschorst door Twitter, dan maakte hij meteen een nieuwe account aan, soms met drie tegellijk.’

© Fady AlGhorra en Mahmoud Elsobky

Mahmoud Elsobky (links) in gesprek met “Vogel“

Vogel

We probeerden uit te zoeken hoe de propagandamachine van IS van binnenuit werkte. Eén van onze producers slaagde er in een voormalig IS-lid op te sporen dat bereid was met ons te spreken. We trokken naar Istanbul, naar één van de drukbevolkte wijken, waar we ergens in een achterkamertje een uur lang konden spreken met de jongeman.

We noemen hem Vogel.

Vogel sloot zich aan bij IS toen de groep aan het hoogtepunt was van zijn veroveringstocht door Irak en Syrië. Hij was eerst een fanboy en verspreidde IS-propaganda via Facebook. Al gauw werd hij online door een IS-lid gecontacteerd, en hij maakte uiteindelijk de reis naar het zelfverklaarde “kalifaat”, waar hij naar eigen zeggen als soldaat diende en een baan als propaganda-medewerker beloofd werd.

De online IS-contacten spoorden Vogel er toe aan om naar het “kalifaat” te reizen omdat ze vreesden dat hij gespot zou worden door de veiligheidsdiensten. Omdat hij zo actief propaganda verspreidde via sociale media, zo werd hem gezegd, zou zijn locatie ontdekt kunnen worden via zijn Internet Protocol-nummer. Dat IP-nummer is een soort geografische ‘tag’ die aangeeft waar een bepaalde website gehost wordt.

Maar het verhaal van Vogel toont vooral hoe belangrijk de “media-oorlog” voor IS is.

De jongeman begon IS-filmpjes en berichten op sociale media te delen uit onvrede met de situatie in Egypte. Tijdens de revolutie in dat land startte het leger een gewelddadige onderdrukkingscampagne van de Moslimbroederschap, wat onder meer leidde to het bloedbad in Rabaa in augustus 2013. Honderden aanhangers van de Moslimbroederschap werden vermoord door het Egyptische leger, geleid door huidig president Abdel Fatah al-Sissi.   

De druppel die voor Vogel de emmer deed overlopen en hem naar IS dreef, was een video waarin de Egyptische veiligheidsdiensten vrouwen mishandelden tijdens de revolutie. ‘Ik vond een video waarin een meisje gearresteerd werd en seksueel misbruikt werd terwijl de politie de andere kant op keek. Ze werd in een garage gesleurd…. Wacht, ik toon het je.’

‘Alles is heel erg selectief gemonteerd. In één video zie je strijders een militair gebouw aanvallen, het veroveren en de omliggende gebieden innemen. Maar in werkelijkheid duurde die aanval drie maanden, en werden 90 procent van de strijders gedood nog voor ze zelfs maar aan het doel geraakten.’ 

Vogel haalt zijn telefoon uit zijn jaszak en toont ons de schokkende beelden. We zien een menigte bij een rood rolluik dat uitgeeft op een garage of een opslagplaats. Het luik is open en binnenin is te zien hoe een jonge vrouw haar hoofddoek weer probeert aan te doen terwijl ze van alle kanten geduwd wordt door politieagenten en andere mannen die haar klaarblijkelijk aangevallen hebben. De vrouw wordt hardhandig weer naar buiten geduwd en wordt meteen gemept en getrapt door de menigte op straat. Vrouwen die ter hulp snellen, krijgen ook rake klappen. De vrouw en haar metgezellen weten zich uiteindelijk door de menigte te wurmen. Of ze ontsnappen, is niet duidelijk.

Vogel kreeg al snel veel aandacht op zijn sociale media-accounts. Hij werd online door IS-agenten gecontacteerd en kreeg tips over hoe hij de IS-propaganda zo wijd mogelijk kon verspreiden. Hij leerde ook technieken waarmee je vlot nieuwe accounts kan opzetten wanneer er één geschorst wordt.

‘Al de mediakanalen, of het nu al-Furqan of Amaq is, ze hebben allemaal alternatieve distributiekanalen’, zegt Vogel. De logo’s en merknamen worden strikt gecontroleerd door online IS-operatoren en elke online activist voor IS wordt ingekwartierd bij een specifieke media-afdeling van IS.

Vogel lichtte ook een tip van de sluier over hoe de media-operaties in IS-territorium geleid werden.  Wie aankomt in het “kalifaat” moet zijn telefoon inleveren. Velen krijgen mediatraining. Na zijn reis naar het “kalifaat” werd Vogel als soldaat naar een paar veldslagen gestuurd. Daar zag hij uit eerste hand hoe de media-machine werkt.

‘Wat je in de propagandavideo’s ziet is niet noodzakelijk wat echt gebeurt op het terrein’, zegt hij. ‘Alles is heel erg selectief gemonteerd. In één video zie je strijders een militair gebouw aanvallen, het veroveren en de omliggende gebieden innemen. Maar in werkelijkheid duurde die aanval drie maanden, en werden 90 procent van de strijders gedood nog voor ze zelfs maar aan het doel geraakten. Veel van die grote militaire overwinningen gebeurden gewoonweg niet eens.’

© Fady AlGhorra en Mahmoud Elsobky

Vogel toont de video van de vrouwen die werden mishandeld door de Egyptische politie

De heroïsche militaire video’s die we op Telegram en andere kanalen vonden, moeten dus met een heel grote korrel zout genomen worden. In de propaganda zagen we niets dan militaire macht. Vogel vertelt een heel ander verhaal. Het aantal strijders dat omkwam in luchtaanvallen toen hij mee streed, was steeds extreem hoog. ‘Heel wat strijders kwamen ook om omdat slecht getrainde makkers hen per ongeluk in de rug schoten.’

Vogel geraakte uiteindelijk gefrustreerd met IS omdat hij zijn baantje als media-officier niet kreeg, hoewel hem dat beloofd was toen hij op hijra ging, emigreerde naar het grondgebied van het zelfverklaarde “kalifaat”. Hij verliet IS uiteindelijk en riskeerde zo zijn leven, omdat IS “deserteurs” gewoonlijk uiterst brutaal aanpakt en vermoordt. Heel wat propagandavideo’s tonen executies van “verraders”.

Vogel zegt ook dat de “valse beloften” die hem gemaakt werden over zijn rol in het “kalifaat” duidelijk aantonen hoe IS de realiteit kneedt voor propagandadoeleinden.

Wie maakt die video’s?

Op dit moment is nog niet veel geweten over wie IS-video’s maakt, wie de audio-materialen produceert, of wie achter de propagandamaterialen zit. Wel is duidelijk dat het een erg professionele machine is.

‘Heel wat mediamensen sloten zich aan bij IS’, zegt Vogel. ‘Fotojournalisten, reporters van televisiekanalen van de oppositie in Irak en Syrië, noem maar op… Vaak brachten ze hun materiaal mee om te filmen voor IS.’

In een van de clipjes zien we hoe strijders met helmcamera’s vanuit een auto een bestelwagen beschieten terwijl één van hen zegt: ‘Waarom GTA spelen als je het hier in het echt kan doen??’

Tijdens ons undercoveronderzoek vonden we ook propaganda die media-professionals opriep om zich aan te sluiten bij het “kalifaat”. Er circuleren surreële “behind the scenes”-clipjes waarin je kan zien hoe een Engelstalige regisseur van achter de camera aanwijzingen geeft aan IS-strijders die een statement maken voor de camera.

Veel strijders namen camera’s mee in de strijd. Vogel vertelde ons dat zelfs kinderen met mobiele telefoons naar oorlogsgebied gestuurd werden, als ‘verkenners’ om daar beelden te schieten die dan later in propagandafilmpjes gebruikt werden.

‘We weten natuurlijk niet helemaal zeker waar, wanneer en door wie de video’s gemaakt worden, maar we kunnen al veel afleiden uit hoe de filmpjes gemaakt werden, hoe ze in beeld gebracht werden en de locaties die gebruikt werden’, zegt jihad-onderzoeker Pieter Nanninga van de Rijksuniversiteit Groningen.

Bewijzen die op dit moment mondjesmaat uit het afbrokkelende “kalifaat” sijpelen, doen onderzoekers nu vermoeden dat de meeste slagveldvideo’s en executieclips wel degelijk opgenomen zijn in gebieden waar IS de vrij hand had en ook vrij kon bewegen. Maar een deel van het productie-apparaat moet ook, en nu nog steeds,  buiten IS-gebied te vinden zijn. Montage, post-productie en verdeling gebeurt mogelijk in andere landen.

Er zijn ook steeds meer aanwijzingen, onder meer uit getuigenissen van ex-IS-strijders als Vogel, dat het propagandapersoneel van IS veel meer geld verdiende dan de gewone strijders die de oorlog van IS uitvochten, en die vooral dienden als kanonnenvlees in een eindeloze reeks zelfmoordaanslagen in Irak en Syrië.

© Fady AlGhorra en Mahmoud Elsobky

 

‘Heel veel van die videoproducties zijn van een zeer hoge kwaliteit en lijken op Hollywoodfilms’, zegt Pieter Van Ostaeyen.

Veel van het materiaal put ook diep uit videogame-cultuur en het geweld van brutale games zoals Grand Theft Auto (GTA). ‘Je had van die video’s waarbij iemand een GoPro-camera op de loop van een kalshnikov monteerde en zo de strijd in ging’, zegt van Ostaeyen. ‘Dat gaf enorm spectaculaire actiebeelden, die de kijker echt onderdompelden in de strijd. Alsof je er zelf bij bent. Het is een vreemde mix van jeugdcultuur gemengd met de ideologie van een organisatie als Islamitische Staat.’

Zelf wat zoeken op Telegram leverde ons tonnen videogame-achtig materiaal op. In een van de clipjes zien we hoe strijders met helmcamera’s vanuit een auto een bestelwagen beschieten terwijl één van hen zegt: ‘Waarom GTA spelen als je het hier in het echt kan doen??’

Onderdrukkingsmiddel

Nu IS het meeste van zijn territorium in Irak en Syrië verloren heeft, wordt ook steeds duidelijker hoe IS de propaganda binnenin het “kalifaat” gebruikte om de bevolking die onder IS leefde brutaal te onderdrukken.

‘In elke stad die onder hun controle was, zette IS media-kiosken op’, zegt onderzoeker Charlie Winter. ‘IS toonde in die kiosken propaganda-video’s en verplichtte de lokale bevolking vaak om te kijken.’ Veel van het getoonde materiaal bevatte gruwelijke executies. ‘De propaganda werd echt gebruikt als een instrument om mensen af te schrikken en gedwee te houden. Het was een onderdrukkingsmiddel.’

‘IS verspreidde vooral veel fake news en leugens om de lokale bevolking er toe aan te zetten zich tegen de Sjiieten te verzetten en de haat aan te wakkeren. Velen trapten daar ook in.’

De Syrische activistengroepering Raqqa is being Slaughtered Silently (RBSS) bracht de lokale propaganda-tactieken van IS in beeld door beelden vanuit de Syrische stad Raqqa naar buiten te brengen. RBSS deed ook aan tegenpropaganda om de lokale bevolking in de ‘hoofdstad van IS’ een alternatief te geven voor de informatie die hen door IS door de strot geramd werd.

De woordvoerder van RBSS, Abdulaziz Alhamza, legde ons in Berlijn uit hoe dat in zijn werk ging. ‘IS verspreidde vooral veel fake news en leugens om de lokale bevolking er toe aan te zetten zich tegen de Sjiieten te verzetten en de haat aan te wakkeren. Velen trapten daar ook in. Er was geen andere informatie beschikbaar dan degene die door IS werd verspreid, dus je ziet zo hoe sommige mensen de propaganda ook begonnen te geloven.’

RBSS runde een klein netwerk van media-activisten die in Raqqa het narratief van IS probeerden te doorbreken door media-acties. Zo verspreidden ze fake edities van de magazines van IS. Met dezelfde cover, maar met een heel andere inhoud, zodat mensen de magazines ongemerkt konden lezen. De activisten deden ook graffiti-acties, ze maakten video’s en voerden ook een cyber-oorlog met IS-hackers.

Een uiterst hachelijke onderneming. RBSS zag veel van zijn activisten geëxecuteerd worden.

Van sommige van die executies maakte IS ook propagandavideo’s.

© Fady AlGhorra en Mahmoud Elsobky

De IS idylle gecreëerd door de efficiënte propaganda-machine van IS.

Hyperactieve Twitteraars

Het blijft tot op vandaag erg moeilijk om in te schatten hoeveel mensen IS en Al-Qaeda wereldwijd steunen. Pogingen om IS-supporters te tellen op sociale media leverden heel uiteenlopende resultaten op en vaak zijn de foutenmarges erg groot. Zelf namen we op een jaar tijd zo’n 150 boeken, studies, artikelen en ander academisch materiaal over de ‘cyber-jihad’ door. Maar dat leverde geen sluitende conclusies op.

Wel lijkt het er op dat het om een erg kleine groep gaat die vooral erg goed is in sociale media.

‘Veel van het succes van IS op sociale media kan toegeschreven worden aan een relatief kleine groep van hyperactieve gebruikers, die gebruik maken van 500 tot 2.000 accounts, die in geconcentreerde salvo’s met hoog volume tweeten.’

© Fady AlGhorra en Mahmoud Elsobky

Pieter Van Ostaeyen, onderzoekt jihadisme aan KULeuven

De Amerikaanse denktank Brookings Institution en Google deden begin 2015, toen IS op zijn hoogtepunt zat, een meting op Twitter. De onderzoekers telden op dat moment ongeveer 46,000 actieve IS-accounts op het microblog-platform.

‘Veel van het succes van IS op sociale media kan toegeschreven worden aan een relatief kleine groep van hyperactieve gebruikers, die gebruik maken van 500 tot 2.000 accounts, die in geconcentreerde salvo’s met hoog volume tweeten’, luidt het in het rapport van Brookings.

Ook is duidelijk dat de meeste content in het Arabisch verspreid wordt. De Twitter-census van Brookings toonde aan dat ongeveer driekwart van de propaganda door Arabische Twitter-accounts werd verspreid, een kwart in het Engels, en kleinere percentages in andere talen.

Ons eigen undercover-onderzoek toonde ook aan hoe wijdverspreid het netwerk van fanboys reikt. Veel supporters vertalen materiaal en verspreiden het verder. Pieter Van Ostaeyen werd in zijn jarenlang onderzoek ook gecontacteerd met de vraag om teksten te vertalen.

Kat-en muisspel

Sinds de hoogdagen van het “kalifaat” in 2014 en 2015 is Twitter echter hard beginnen optreden tegen IS-accounts. Duizenden IS- en Al-Qaeda-profielen werden verwijderd. Ook Facebook en YouTube / Google namen steeds meer maatregelen, waardoor IS-supporters hun toevlucht zochten tot andere platforms. Telegram, een Russische versleutelde messaging-app die werd ontwikkeld door de Rus Pavel Durov, is vandaag nog steeds een vrijhaven waar jihadisten bijna ongestoord hun gang kunnen gaan.

‘IS is een symptoom van veel grotere problemen in het Midden-Oosten. En die onderliggende problemen zijn nog niet opgelost.’

We vonden tijdens ons jaar van onderzoek ook aanwijzingen dat dit kat- en muisspel tussen internetbedrijven en IS-supporters nog lang niet voorbij is. Het blijft extreem gemakkelijk om ergens een anonieme telefoonkaart te vinden en met hulp van een smartphone een hele reeks accounts op te zetten en jihadisten op te zoeken op Telegram, Paltalk en vele andere platforms. Het is dus onmogelijk in te schatten hoe groot dit fenomeen werkelijk is.

‘Als één platform maatregelen neemt, zullen ze gewoon naar een ander platform overstappen’, zegt Pieter Nanninga. ‘De maatregelen die de grote platforms zoals Twitter genomen hebben, hebben zeker effect gehad en door het feit dat veel jihadisten nu op Telegram zitten, hebben ze ook veel minder bereik dan in 2014 en 2015.’

Toch blijven IS en andere terreurgroepen vaak de nieuwsagenda domineren en blijkt de propaganda zijn effect nooit te missen. Zelfs nu de productie van video’s en online magazines sterk verminderd is en het kleine groepje propagandisten ook steeds kleiner wordt.

‘Misschien hebben we de afgelopen jaren iets té veel aandacht besteed aan IS’, zegt Nanninga. ‘We hebben te veel de focus gelegd op het kwaad van IS en te weinig op de diepere oorzaken die deze groep heeft doen ontstaan. En dat is nu meer dan ooit belangrijk. Nu IS veel territorium verloren heeft, mogen we niet denken dat het probleem op die manier opgelost is. IS is een symptoom van veel grotere problemen in het Midden-Oosten. En die onderliggende problemen zijn nog niet opgelost.’

 

 

Deze reportage kwam tot stand met de steun van het Fonds Pascal Decroos voor bijzondere journalistiek.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift