Dossier: 
Post-IS tijdperk nog niet aangebroken

Het einde van het jihadistische sprookje en de toekomst van de War on Terror

© Fady Alghorra en Mahmoud Elsobky

 

Het is zeventien jaar geleden dat Al-Qaeda de wereld schokte met de aanslagen van 11 september. Maar de wereldwijde oorlog tegen terreur woedt onverminderd verder. Gewelddadige jihadistische groeperingen hebben nog steeds vrij spel in delen van het Midden-Oosten, Azië en Afrika en vreselijke terreuraanslagen zijn in veel landen nog steeds een dagelijkse realiteit.

Voor de laatste aflevering van deze serie lazen we nog één keer door de transcripties en tapes van de vele gesprekken die we hadden in november in Berlijn, op de Terror Feeds-conferentie.

Je kon niet ontsnappen aan de gelatenheid die bij veel terreurexperts heerst. De meesten zijn het er over eens dat gewelddadige jihadistische groeperingen zoals IS en Al-Qaeda zullen blijven slagen in het rekruteren van jongeren zo lang er geen blijvende veiligheid en stabiliteit is het Midden-Oosten en andere volatiele regio’s in de wereld.

‘Het “kalifaat” is nog steeds heel erg in leven. Terreur en propaganda zullen nu meer dan ooit datgene zijn waarvoor het leeft.’

Jihadisme-onderzoeker Charlie Winter van het International Centre for the Study of Radicalisation (ICSR) waarschuwde er in een lezing voor te denken dat we vandaag in een “Post-IS tijdperk” beland zijn, waarin de veiligheidsdiensten eindelijk wat gas kunnen terugnemen omdat er plots een einde komt aan brutale jihadistische aanvallen op burgers.

‘Het “kalifaat” is nog steeds heel erg in leven. Terreur en propaganda zullen nu meer dan ooit datgene zijn waarvoor het leeft. IS zal proberen te tonen dat het nog steeds de kracht heeft om te destabiliseren.’

Bundesnachrichtendienst

Veiligheidsdiensten overal ter wereld maken zich inmiddels op voor een lange strijd. De meeste Europese anti-terreureenheden houden zich nu intensief bezig met het monitoren van on-line activiteiten van jihadistische groeperingen. Politie en veiligheidsdiensten in verschillende landen hebben hun samenwerking over grenzen heen heel erg opgedreven. De meeste van die operaties gebeuren achter de schermen en geraken niet bekend bij het grote publiek.

’Elk land in Europa heeft met terreur te maken’, zegt een Duitse anti-terreuragent die met ons sprak op voorwaarde dat we zijn naam niet zouden weergeven. De man, een forse, lange kerel in burgerkledij, legde ons in detail uit hoe de Duitse veiligheidsdiensten hun on-line anti-terreureenheden hebben versterkt sinds de aanslag op de kerstmarkt in Berlijn in 2016.

Het Bundesamt für Verfassungsschutz (BfV), de Duitse binnenlandse veiligheidsdienst, heeft recent veel meer macht gekregen om digitale communicatie te monitoren in terreurzaken. Hoewel de Duitsers gewoonlijk erg gevoelig zijn aan maatregelen die aan de privacy raken, zijn overal in het land veel meer veiligheidscamera’s geïnstalleerd.

In de meeste Duitse staten kan de politie terreurverdachten nu ook veel langer vasthouden zonder formele aanklacht. Het is ook makkelijker voor de Duitse veiligheidsdiensten, binnen bepaalde wettelijke grenzen, om telefoon- en internettaps te doen, waarbij ze gebruik kunnen maken van de gigantische internet-infrastructuur in Duitsland.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
‘We krijgen vandaag veel meer informatie binnen waarmee we aan de slag kunnen’, zegt de agent. ‘We moeten natuurlijk nog steeds rekening houden met wettelijke procedures en we doen alles uiteraard strikt binnen het kader dat de wet ons oplegt. Maar we slagen er zeker in om meer jihadistische activiteiten op te sporen en we slagen er zeer regelmatig in om terreurplannen of potentiële terreurplannen te verijdelen.’

Naar schatting 900 mensen hebben Duitsland verlaten om zich aan te sluiten bij terreurgroepen in het Midden-Oosten. Het land heeft daarom ook fors geïnvesteerd in zijn buitenlandse veiligheidsdienst, de Bundesnachrichtendienst (BND), om de activiteiten van jihadisten buiten Europa te monitoren. De 400 agenten van de anti-terreureenheid van de BND, die bekend staat als de TE, mochten als eersten hun intrek nemen in het gigantische nieuwe gebouw van de BND aan de Chausseestrasse in Berlijn, wat aangeeft hoe belangrijk de dienst geworden is.

‘We zullen waarschijnlijk een heel lange tijd met deze dreiging moeten leven. Deze stijd zullen we minstens een generatie lang moeten strijden.’

‘Samen met MI6 in Groot-Brittannië is de BND waarschijnlijk het belangrijkste agentschap dat in Europa monitort wat er gebeurt, maar we zien nu ook wel veel meer informatie van de kleinere landen binnenkomen. We hebben nu echt wel het gevoel dat alles vlotter loopt dan een paar jaar geleden.’

Maar de Duitse agent waarschuwt ook dat de veiligheidsdiensten hun paraatheid nog niet mogen verminderen. ‘We zullen waarschijnlijk een heel lange tijd met deze dreiging moeten leven’, zegt hij. ‘Deze stijd zullen we minstens een generatie lang moeten strijden.’

’Kijk, je kan alle computertoepassingen in de wereld inzetten en honderden agenten aanwerven die zich enkel bezig houden met anti-terrorisme bij de BND, maar een deel van de activiteiten van terroristen zal altijd onder de radar blijven. Zeker wanneer dingen gebeuren in delen van de wereld waar we maar weinig of geen mogelijkheden hebben om een effectieve samenwerking met de veiligheidsdiensten en politie op te zetten.’

Arabische Lente

Na de aanslag op de kerstmarkt in Berlijn richtten de Duitse veiligheidsdiensten zich intens op de Tunesische dader Anis Amri. Hij was in Duitsland terecht gekomen via een smokkelroute door Italië en radicaliseerde onder meer door contacten met de Duits-Iraake haatprediker Abu Walaa.

Tunesië was ook het geboorteland van Mohamed Lahouaiej-Bouhlel, de dader van de aanslag met een vrachtwagen in Nice, amper een paar maanden voor de aanslag in Berlijn.

We wilden uitzoeken hoe het komt dat zo veel jonge Tunesiërs zich aansloten bij jihadistische groeperingen.

De Arabische Lente barstte einde 2010 los in het Noord-Afrikaanse land, wat leidde tot de afzetting van Zine El Abedine Ben Ali, die het land jarenlang met ijzeren hand regeerde.

De islamistische partij Ennahda, die lang verboden was onder het regime van Ben Ali, kwam na de revolutie aan de macht en ging in coalitie met de seculiere partij Nidaa Tounes. Sindsdien kende het land een relatieve stabiliteit onder president Beji Caid Essebsi.

Ondanks de relatief vreedzame overgang naar een parlementair systeem, voert Tunesië al lang de lijsten aan van landen die de meeste inwoners zagen verdwijnen naar terreurnetwerken.

Ondanks de relatief vreedzame overgang naar een parlementair systeem, voert Tunesië al lang de lijsten aan van landen die de meeste inwoners zagen verdwijnen naar terreurnetwerken.

Het toerisme, dat van levensbelang is voor de economie van het land, kreeg rake klappen nadat jihadisten toeristen doodschoten in aanslagen in het Bardo-museum in de hoofdstad Tunis en in een badplaatsje bij kuststad Sousse in 2015. Hoge werkloosheid en een de zeer slechte economie duwden veel jongeren in Tunesië in diepe armoede.

Cijfers van de Amerikaanse denktank National Bureau of Economic Research (NBER) toonden dat ongeveer 6.000 jonge Tunesiërs, vooral mannen, zich aansloten bij IS en andere groepen in Irak en Syrië. In ons eigen undercover-onderzoek op jihadistische media stootten we ook heel erg vaak op Tunesische terreursupporters en strijders.

Nu IS in het Midden-Oosten bijna helemaal van de kaart geveegd is, willen veel van die jonge Tunesiërs weer naar huis. In het Tunesische parlement brak daarover een intens debat uit.

Strijders die naar huis willen

In januari 2017 zette de volksvertegenwoordigers van Tunesië een parlementaire onderzoekscommissie op die moest uitzoeken hoe het komt dat zo’n enorm aantal jongeren zich aansloot bij IS, Al-Qaeda en andere jihadistische groeperingen. De oppositiepartijen beschuldigden Ennahda er van met de jihadisten te heulen door rekruteerders en terroristen vrij spel te geven in het land. De voorzitter van de commissie, Leila Chettaoui van Nidaa Tounes, nam uit protest ontslag.

De afgelopen jaren beschuldigde Dardouri de veiligheidsdiensten van Tunesië onder meer van kredietkaartfraude en andere praktijken die het de jihadisten gemakkelijker zouden gemaakt hebben.

We reisden naar Tunesië om meer te weten te komen en spraken met Issam Dardouri, een politieman en vakbondsactivist die voor de parlementaire commissie getuigde. Einde 2017 beschuldigde Dardouri minister van Justitie Nouredine Bhiri, een lid van Ennahda, er van IS-leden toe te laten om terug te keren naar Tunesië om mensen te rekruteren voor gewelddadige jihadistische groeperingen. Met geheime documenten uit 2012 probeerde hij te bewijzen dat een extremistische prediker toegang gekregen had tot een aantal gevangenissen.

De afgelopen jaren beschuldigde Dardouri de veiligheidsdiensten van Tunesië onder meer van kredietkaartfraude en andere praktijken die het de jihadisten gemakkelijker zouden gemaakt hebben. Daardoor werd hij persona non grata bij de leiding van Ennahda en velen in de politie en veiligheidsdiensten. Dardouri werd ook een paar maanden opgesloten.

Toen we hem spraken in Tunis, wees hij ons er op dat velen die zich bij IS aansloten in gevangenissen gerekruteerd werden. De gevangenissen in Tunesië zitten sinds de aanslagen van 2015 propvol met jongeren. Na de aanslagen werd de noodtoestand uitgeroepen. Velen werden gearresteerd om onduidelijke redenen.

© Fady Alghorra en Mahmoud Elsobky

Issam Dardouri, die het Tunesische rechtssysteem goed kent en zelf opgesloten zat in de meest beruchte gevangenissen van Tunesië, waarschuwt er al lang voor dat de overvolle gevangenissen ideale kweekvijver voor jihadisten vormen.

Wiet en gevangenissen

Onder druk van de conservatieve elementen in de regering voerde Tunesië draconische drugswetten in. Daardoor werden tal van mensen gearresteerd en opgesloten voor kleine feiten die te maken hebben met cannabisgebruik. Volgens mensenrechtenorganisaties steeg het aantal mensen in de gevangenis einde 2016 naar 53.300, dubbel zo veel als een jaar voordien. Human Rights Watch zegt dat de helft van de gevangenen vast zit zonder formele aanklacht. Een derde van de gevangenisbevolking zit vast omwille van cannabis.

Dardouri waarschuwt er al lang voor dat de overvolle gevangenissen ideale kweekvijver voor jihadisten vormen.

Dardouri, die het Tunesische rechtssysteem goed kent en zelf opgesloten zat in de meest beruchte gevangenissen van Tunesië, waarschuwt er al lang voor dat de overvolle gevangenissen ideale kweekvijver voor jihadisten vormen.

’Normale gevangenen worden vastgehouden in dezelfde cellen als gevaarlijke terroristen’, zegt Dardouri. Toen hij zelf vast zat, ontmoette Dardouri de jihadisten die de mensenrechtenactivist Chokri Belaïd vermoordden en die gewelddadige aanslagen pleegden op het Tunesische leger in de Chambi-bergen bij Kasserine, waar groeperingen die gelink zijn aan Al-Qaeda in de Islamitische Maghreb (AQIM) en Ansar al-Sharia een gewelddadige opstand begonnen zijn.

’Er moet dringend een oplossing komen voor dit probleem’, zegt Dardouri.

Dardouri wijst ook op de grote middelen die on-line ingezet worden om mensen te rekruteren. ’De terreurorganisaties hebben nu heelder afdelingen die in media en rekrutering gespecialiseerd zijn. Veel rekrutering en veel van de aanslagen werden on-line gepland met sociale media.’

IS-rappers

Net als andere activisten in Tunesië wordt Dardouri nu met de dood bedreigd. De jihadisten hebben het gemunt op iedereen die vecht voor verandering in een land waar maar weinig jongeren goede toekomstperspectieven hebben. We spraken met de rapper El Général, die voor de soundtrack van de revolutie zorgde met zijn militante songs tegen het regime van Ben Ali.

De rapper Emino is sinds zijn radicalisering in de gevangenis uitgegroeid tot een posterboy voor de vele jhadisten die we on-line in ons eigen onderzoek tegenkwamen.

El Général had het over Emino, een rapper die het tegen het regime opnam, daarna voor cannabis opgepakt werd, in de gevangenis radicaliseerde en uiteindelijk trouw aan IS zwoor in 2015. Emino is sindsdien uitgegroeid tot een posterboy voor de vele jhadisten die we on-line in ons eigen onderzoek tegenkwamen.

Heel wat Tunesische hip-hoppers boden echter weerwerk. Jonge rappers zoals DJ Costa en Dya Hammadi hebben de strijd tegen IS opgenomen en hebben de terreurgroep al herhaalde malen op de korrel genomen. Ze hebben daarmee een grote schare fans vergaard in Noord-Afrika, maar ze hebben zichzelf daarmee ook in levensgevaar gebracht.

© Fady Alghorra en Mahmoud Elsobky

De Tunesische rapper El Général, die voor de soundtrack van de revolutie zorgde met zijn militante songs tegen het regime van Ben Ali.

DJ Costa zag hoe zijn broer zich aansloot bij een jihadistische groepering. Hammadi werd ontvoerd en mishandeld door een vroegere schoolkameraad die jihadist geworden was. De cafés en jeugdhuizen waar de jonge activisten samenkomen werden aangevallen. Sommigen werden gedood.

In Tunis spraken we met een aantal van die activisten. Seifedinne Jlassi richtte een paar jaar geleden de straatkunstgroep Fanni Raghman Anni op. Hij wilde theater en andere underground-kunst gebruiken om tegen het regime van Ben Ali te protesteren. Maar ook hij kreeg het met de jihadisten aan de stok.

In de jaren na de revolutie organiseerde Fanni Raghman Anni een aantal kleurrijke straatperformances die tegen IS gericht waren, tegen de doodstraf en tegen schendingen van de mensenrechten. De groep vormde zichzelf om tot een NGO die vluchtelingen in het Midden-Oosten hielp en alternatieve manieren bood om gefrustreerde jongeren een uitlaatklep te bieden met theater, straatperformances en onderwijs. ‘Maar telkens wanneer we de straat opgingen, kregen we te maken met bedreigingen en geweld’, zegt Jlassi. ‘Velen van ons werden hard aangepakt.’

Het appartement van Jlassi werd in 2015 in brand gestoken. Hun video- en geluidsmateriaal werd vernield. Sommige performers van Fanni Raghman Anni moesten op hun tellen passen.

‘Ze begonnen uit de Koran en de Hadith te citeren en ik voelde aan dat ze me op die manier wilden inlijven bij hun ideologie.’

‘Op een bepaald moment moest ik heel voorzichtig beginnen omgaan met drie kerels in mijn klas’, zegt Ramy, één van de activisten. ‘Ze begonnen uit de Koran en de Hadith te citeren en ik voelde aan dat ze me op die manier wilden inlijven bij hun ideologie. Sommigen in mijn klas sloten zich ook bij Daesh aan. Sommigen verdwenen, sommigen zitten nu in de gevangenis. Anderen voelen zich aangetrokken tot de groep en zouden wel eens gerekruteerd kunnen worden.’

Ondanks de moeilijkheden slaagde Fanni Raghman Anni er toch in om heel wat jongeren weg te houden van de extremisten. Ze kregen steun van de Anna Lindh Foundation, een inter-gouvernementele organisatie die probeert om inter-culturele uitwisseling en verdraagzaamheid te bevorderen in landen rond de Middellandse Zee. Maar met heel weinig personeel en bijna geen geld slaagt Jlassi er maar met moeite in om zijn activiteiten vol te houden, laat staan om de jihadistische golf in Tunesië te keren.

© Fady Alghorra en Mahmoud Elsobky

Seifidine Jlassi wilde met de straatkunstgroep Fanni Raghman Anni theater en andere underground-kunst gebruiken om tegen het regime van Ben Ali te protesteren. Maar ook hij kreeg het met de jihadisten aan de stok.

Think again

Pogingen om het jihadistische “sprookje” in Westerse landen te doorprikken staan nog maar in de kinderschoenen.

Een van de meest bekende mislukkingen om “counter-narratives” of tegenspraak tegen het jihadisme te ontwikkelen was de “Think Again, Turn Away”-campagne van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken in 2013.

’ISIS en Al-Qaeda maakten van de Amerikaanse “Think Again, Turn Away”-campagne één grote grap. En het was ook één grote grap.’

Die campagne was één monumentale mislukking.

Het opzet van de campagne was om op Twitter tegenboodschappen te sturen die boodschappen van jihadistische accounts moesten “neutraliseren”. Maar de campaigners van het ministerie werden daardoor in een eindeloze online scheldpartij gezogen waarbij de jihadisten gemakkelijk de overhand kregen. ’ISIS en Al-Qaeda maakten van die campagne één grote grap’, zegt de Belgische jihadisme-onderzoeker Pieter Van Ostaeyen. ‘En het was ook één grote grap.’

Heel wat regeringen en andere organisaties hebben sindsdien geprobeerd om “tegenspraakcampagnes” of “counter-narrative” prgramma’s op te zetten, waarvan vele mee gefinancierd werden door de grote technologiebedrijven. De overgrote meerderheid van de veiligheidsdiensten en anti-terreurorganisaties die we voor deze serie spraken, wilden echter niet on the record met ons spreken over die “counter-narratives”.

’Van zodra het bekend raakt dat we als overheidsagentschap een counter-narrative organisatie sponsoren, verliest die al haar legitimiteit en kracht’, zegt een agent van een veiligheidsdienst van een West-Europees land. ’Voor dergelijke operaties moet je de communicatie met de buitenwereld heel strikt in de gaten houden. Op het internet kan zelfs het kleinste lek zich als een lopend vuurtje verspreiden.’

Google heeft wel openlijk details vrijgegeven over sommige van zijn “tegenspraakinitiatieven”. De technologiereus ontwikkelde de Redirect Methode, waarmee gebruikers die online naar terroristisch materiaal zoeken automatisch links te zien krijgen naar een selectie van materialen die de boodschappen van de terreurgroepen tegenspreken.

In 2015 deed Google een test van acht weken met het systeem en bereikte het 321.000 mensen die online naar terroristisch materiaal zochten. Alles samen bekeek de groep een half miljoen minuten (+- 350 dagen) aan geselecteerd “anti-terroristisch” materiaal.

Het blijft echter moeilijk om in te schatten wat het effect is van het bekijken van dat anti-terroristische materiaal. Sommige experts denken niet dat het zo effectief is. ‘Direct contact met mensen online is het enige dat echt werkt’, zegt de agent van de veiligheidsdienst.

Voorkomen is beter dan genezen

De Amerikaanse denktank Brookings Institution en andere experts hebben al vaak gezegd dat direct contact van cruciaal belang is om mensen weg te houden van gewelddadige jihadisten. Maar dat direct contact vergt enorm veel investeringen in mensen en middelen.

In een debat op YouTube grapte Alberto M. Fernandez van Brookings dat Europese landen best een paar duizend Syrische of andere Arabisch sprekende vluchtelingen zouden aannemen om groepen als IS online te bestrijden.

Direct contact met mogelijke rekruten van terreurgroepen is nu wel goed ingeburgerd in de meeste deradicaliseringsprogramma’s in Europa. Groot-Brittannië heeft al wat succes geboekt met zijn “Prevent”-programma, waarin onder meer leraars en andere groepen lokaal worden ingezet om kwetsbare jongeren indien nodig door te verwijzen naar Channel, een deradicaliseringsprogramma waarin sociale diensten, theologen en andere experts samen aan cases werken.

Prevent lag echter ook al herhaaldelijk onder vuur omdat het leraars en anderen er toe zou aanzetten om jongeren onterecht aan te geven als potentieel geradicaliseerd. Er zijn bovendien ook gevallen bekend van jongeren die werden doorverwezen naar een deradicaliseringsprogramma, maar die later toch nog bij terreuraanslagen betrokken waren.

Ik ben proMO*

Met MO* zorgen wij voor écht nieuws over echte mensen in heel de wereld. Wil je ook ons unieke journalistieke project mogelijk maken? Word dan proMO*. Als proMO* word je lid van onze community, mag je gratis naar al onze events en kan je in dialoog gaan met onze journalisten. Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Geweldig! Ik word proMO*

Het meest recente geval was Ahmed Hassan, de 18-jarige dader van de mislukte bomaanslag op het Londense metrostation Parsons Green in september 2017. Hassan werd ongeveer twee jaar geleden doorverwezen naar een deradicaliseringscel maar toch pleegde hij nog een aanslag, al mislukte die wel en ontplofte zijn bom niet helemaal. Bij de aanslag vielen geen doden, maar veel metropassagiers liepen wel ernstige brandwonden op.

Net zoals in Groot-Brittannië hebben de Belgische deradicaliseringsprogramma’s bij tijden lof gekregen, maar ook kritiek.

De Belgische regionale overheden hebben een gelijkaardig programma ontwikkeld met deradicaliseringsambtenaren en een aanpak die geradicaliseerde jongeren vooral op lokaal niveau begeleidt naar deradicalisering. Net zoals in Groot-Brittannië hebben de deradicaliseringsprogramma’s bij tijden lof gekregen, maar ook kritiek. De lokale programma’s in Vilvoorde en Mechelen worden vaak genoemd als goede voorbeelden. Internationaal worden de deradicaliseringsprogramma’s van de Deense stad Arhus vaak als model genoemd.

Deradicaliseringsspecialisten werken inmiddels ook op Europees vlak samen in het Radicalisation Awareness Network, dat gesteunds wordt door de Europese Commissie.

Ondanks al die inspanningen blijven de jihadistische groeperingen zich verde aanpassen en blijven ook de propaganda en de rekruteringstaktieken snel evolueren.

Uit ons jaar onderzoek bleek heel duidelijk dat het einde van het zogenaamde “kalifaat” nog lang niet in zicht is. IS heeft het meeste van zijn territorium verloren in Irak en Syrië. Maar velen vragen zich af wat de terreurgroep hierna gaat doen.

In de propaganda wordt het utopische verhaaltje dat ze graag ophangen al aangepast aan de realiteit van de militaire nederlaag.

Einde van het “kalifaat”

Met het verlies van het grootste deel van zijn territorium kan IS niet langer claimen dat strijders naar een soort “ideaal land” kunnen reizen om daar hun utopische leven uit te bouwen. De maatregelen van de technologiebedrijven tegen on-line propaganda, de dood van IS-propagandisten zoals al-Adnani, zware verliezen op het slagveld en intense anti-terreuracties van de veiligheidsdiensten hebben het bereik en het volume van de propaganda van IS erg verminderd.

Jihadisme-onderzoeker Charlie Winter toonde dat ook heel duidelijk aan met één grafiek op de Terror Feeds-conferentie in Berlijn.

De online aanwezigheid van IS zakte dramatisch in de laatste maanden van 2017 om een heropleving te kennen in januari 2018

In augusts 2015, op het hoogtepunt van de “heerschappij” van IS in Irak en Syrië, publiceerde de groep ongeveer 900 stuks propagandamateriaal per maand. Dat aantal zakte tot 500 in februari 2017 en minder dan 300 in september 2017. Veel van de centrale media-agentschappen van IS zijn niet meer actief, en ook de regionale media-agentschapjes van de IS-“provincies” publiceren bijna niets meer.

Meer recente cijfers van Winter tonen dat de productie van propaganda in de eerste maanden van 2018 weer wat steeg, maar het volume is nog steeds veel lager dan wat het was in de jaren voordien.

Andere onderzoekers bevestigen die trend. ‘Het is duidelijk dat IS veel minder video’s van hoge kwaliteit kan produceren nu het zo veel territorium verloren heeft’, zegt de Nederlandse jihadisme-onderzoeker Pieter Nanninga.

© Fady Alghorra en Mahmoud Elsobky

Pieter Nanninga toont het eerste nummer van het jihadistische magazine Dabiq

Waar vroeger meer gespeeld werd met het idee van een “utopia voor moslims”, wordt nu veel meer de nadruk gelegd op de slachtofferrol en is de perceptie van onderdukking van moslims door het westen weer veel meer te zien.

Het verdwijnen van de speelruimte die IS ooit had in Syrië en Irak heeft de organisatie er toe aangezet om een ander verhaal neer te zetten in de propaganda. Waar vroeger meer gespeeld werd met het idee van een “utopia voor moslims”, wordt nu veel meer de nadruk gelegd op de slachtofferrol en is de perceptie van onderdukking van moslims door het westen weer veel meer te zien. IS draait zijn verhaal dus weer helemaal om. Daarbij worden zware nederlagen op het terrein vertaald in de belofte van een eeuwigdurende serie ‘comebacks’ waarbij de jihadisten zich weer een weg naar hun utopia vechten.

’In de propaganda zie je nu veel meer nostalgische beelden over een ‘kalifaat’ dat ooit heel groots was, maar dat nu aangevallen wordt’, zegt Nanninga. ’IS zegt nu dat het zich terugtrekt naar de woestijn, maar dat het later weer zal terugkomen, en dan nog veel krachtiger dan het was. Ze verwijzen daarbij ook vaak naar verhalen uit het leven en de veldslagen van de profeet Mohammed, die op bepaalde momenten ook verliezen moest aanvaarden en zich moest terugtrekken, om dan later als overwinnaar terug te komen.’

In Berlijn toonde Charlie Winter hoe de inhoud van de propaganda veranderde, van beelden van een utopisch leven in een proto-staat naar beelden van IS-strijders als slachtoffers aan het einde van 2017. In één magazine vonden we een beeld van een strijder in militaire kledij, die uitdagend “stand houdt” terwijl bommen op hem neerdalen, of beelden van IS’ers die “heroisch” ten onder gaan in radeloze zelfmoordaanslagen.

Weg zijn dus de beelden van de fruitverkopers op de markt, de blije kinderen - meestal jongens - die in de Eufraat springen terwijl ze ’Allahu Akbar’ roepen.

© Fady Alghorra en Mahmoud Elsobky

In Berlijn toonde Charlie Winter hoe de inhoud van de propaganda veranderde, van beelden van een utopisch leven in een proto-staat naar beelden van IS-strijders als slachtoffers aan het einde van 2017.

Cyberkalifaat

De laatste maand van ons onderzoek toonde echter aan dat de propagandamachine nog steeds heel erg leeft in de chatboxen en op de online fora.

Veel van het bestaande propagandamateriaal worden nog steeds gebruikt en hergebruikt. Apps zoals Telegram zijn daardoor de facto verworden tot een enorm archief van jihadistische propaganda. Fanboys en supporters blijven materiaal van dat digitale archief levend houden om de jihadistische ideologie online levend te houden. Met als gevolg dat jongeren ook nu nog aangetrokken worden door het geweld en het extremisme.

YouTube bijvoorbeeld, bevatte tot voor kort nog steeds meer dan 70.000 video’s van Al-Qaeda’s ideoloog Anwar al-Awlaki. De videos werden pas einde vorig jaar verwijderd toen YouTube een schoonmaak hield en accounts schorste. Vandaag zouden er nog ongeveer 20.000 al-Awlaki-video’s online zijn, maar YouTube maakt zich sterk dat het vooral om nieuws en kritische analyse van al-Awlaki’s speeches en activiteiten gaat, wat niet tegen hun huisregels is.

‘Terreur zal belangrijker dan ooit worden. Ze willen tonen dat ze nog steeds mensen pijn kunnen doen.’

Nieuwe trends in de jihadistische propaganda duiken inmiddels ook op. Nanninga, Winter en Van Ostaeyen zeggen dat Al-Qaeda heel erg aan de kwaliteit van zijn media aan het werken is. Osama bin Laden’s zoon Hamza bin Laden is al gespot in propaganda en Al-Qaeda zal zonder twijfel nog gelijkaardig materiaal uitbrengen.

Een andere verontrustende trend is dat er weer meer wordt opgeroepen tot aanslagen in Westerse landen. ‘Terreur zal belangrijker dan ooit worden’, zegt Charlie Winter. ’Ze willen tonen dat ze nog steeds mensen pijn kunnen doen.’

Sprankeltjes hoop

Het is op dit moment zeer moeilijk te voorspellen hoe het nu verder moet met al die jihadistische propaganda op het internet.

‘Ik hou niet van de term cyber-kalifaat’, zegt Pieter Nanninga. ‘IS gebruikte media voor ze gebied begonnen te veroveren, en ze zullen dat gewoon blijven doen. Ze zullen hun boodschap blijven verspreiden. Hun boodschap zal zonder twijfel aangepast worden, maar ze zullen blijven zeggen dat ze een organisatie zijn die de “vrome” moslims verdedigt en dat zij degenen zijn die de “pure” islam volgen.

Is er dan geen enkele hoop dat het fenomeen op termijn zal verdwijnen?

Adam Deen van anti-extremismeorganisatie Quilliam denkt van wel. ‘Ik denk dat we de eerste sprankeltjes hoop kunnen zien in dingen die werken. Er worden kleine stappen gezet, maar er is telkens vooruitgang.’

© Fady Alghorra en Mahmoud Elsobky

Adam Deen van anti-extremismeorganisatie Quilliam denkt dat het fenomeen op termijn zal verdwijnen. ‘Ik denk dat we de eerste sprankeltjes hoop kunnen zien in dingen die werken. Er worden kleine stappen gezet, maar er is telkens vooruitgang.’

‘We moeten beseffen dat we in deze problematische situatie terecht gekomen zijn omdat die giftige ideologie, die islamistische ideeën, twee decennia lang vrij hebben kunnen floreren. Dus ik zeg gewoonlijk dat beslissingen die we nu nemen, de successen die we nu boeken, niet voor nu zijn, maar voor morgen.’

’Ze zijn voor de volgende tien, twintig, dertig jaar.’

Fonds Pascal Decroos

 

Deze reportage kwam tot stand met de steun van het Fonds Pascal Decroos.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift