Hebben Afrikaanse boeren het echt beter dankzij ingevlogen fruit in plastic bakjes?

Op zoek naar de Ghanese ananasboer van Albert Heijn die ons een ‘lekker gevoel’ moet geven

© Olivier van Beemen

Okwesi Johnston op zijn ananasplantage

Volgens Albert Heijn krijg je een ‘lekker gevoel’ van per vliegtuig ingevoerd fruit, in hapklare stukken in plastic verpakking. Met de aankoop draag je bij aan betere leefomstandigheden in Afrika. Is dat zo? En hoe zit het met de duurzaamheid?

Op de groente- en fruitafdeling van menig filiaal van Albert Heijn (AH) in Nederland hing een tijdje geleden een affiche met een foto van ananasboer, ‘Kwabena uit Ghana’. De slogan erbij: ‘Dubbel lekker.’

Want: ‘Ons fruit smaakt niet alleen hartstikke lekker, het geeft je ook een lekker gevoel. Dat komt doordat onze telers samen met de AH Foundation bijdragen aan betere leefomstandigheden voor de lokale gemeenschap.’ De boodschap is duidelijk: Wie een plastic bakje vers fruit koopt, draagt bij aan een betere wereld.

Draagt Albert Heijn inderdaad bij aan de ontwikkeling van de regio’s waar het fruit vandaan komt?

De AH Foundation is een hulpfonds dat klaslokalen, waterpompen en andere publieke voorzieningen bouwt in de Afrikaanse en Zuid-Amerikaanse landen waar Albert Heijn groenten, fruit en bloemen vandaan haalt voor supermarkten in Nederland en België. In 2019 bedroeg de begroting van het fonds 2,6 miljoen euro, waarvan de supermarktketen 1,8 miljoen betaalde en leveranciers de rest. Moederbedrijf Ahold Delhaize had in 2019 een omzet van 66 miljard euro.

Draagt Albert Heijn inderdaad bij aan de ontwikkeling van de regio’s waar het fruit vandaan komt? En, niet onbelangrijk voor het ‘lekkere gevoel’ van de bewuste consument: hoe zit het met de duurzaamheid van de bakjes met gesneden vruchten? Wij gingen in Ghana, voor de COVID-19-pandemie uitbrak, op zoek naar de belofte van de supermarktketen en postermodel Kwabena. Die was volgens Albert Heijn alleen in Nederlandse supermarkten op campagnemateriaal te zien, niet in Vlaanderen, maar ook bij ons verkoopt AH wel ananas in bakjes.

In Ghana, West-Afrika, koopt Albert Heijn fruit van de firma Blue Skies, een Britse multinational die in België eveneens levert aan Delhaize. Blue Skies werd in 1997 opgericht door Anthony Pile, die het als zijn missie beschouwde een ‘winstgevende onderneming’ te bouwen waarbinnen ‘mensen elkaar respecteren en het milieu beschermen’.

© Olivier van Beemen

Fabrieksterrein en hoofdkantoor van Blue Skies Ghana in Nsawam

Pile werkte daarvoor bij een ander Brits fruitbedrijf, Orchard House Foods, waar hij het idee opvatte vruchten in stukjes naar Europa te importeren. Dat vond de directie niet meer dan een staaltje blue sky thinking, brainstormen zonder rekening te houden met de werkelijkheid. Pile begon dan maar zijn eigen bedrijf.

Blue Skies werd een commercieel succesverhaal. Het bedrijf heeft vandaag vestigingen in zes landen en boekte in 2018 een winst van 3,7 miljoen op een omzet van 123 miljoen euro.

Het bedrijf is bekend in de ontwikkelingssector. Door vruchten ter plekke te laten pellen, snijden en verpakken creëert het werkgelegenheid en toegevoegde waarde voor de lokale economieën: Stukjes vers fruit zijn immers aanzienlijk duurder dan hele vruchten. In Ghana heeft Blue Skies ruim duizend mensen in dienst, in vaste en tijdelijke contracten, en maakt het gebruik van honderden oproepkrachten.

De fabriek en het Ghanese hoofdkantoor zijn gevestigd in het stadje Nsawam, dertig kilometer ten noorden van de hoofdstad Accra. De regering heeft er een speciale fiscale zone gecreëerd, waardoor Blue Skies de eerste tien jaar van de meeste belastingen was vrijgesteld en sindsdien profiteert van aanzienlijke korting. Het bedrijf betaalt een vennootschapsbelasting van 15 procent in plaats van het standaardtarief van 25.

De meerderheid van het kapitaal (50,1 procent) is in handen van de familie Pile. Anthony’s zoon Hugh is sinds dit jaar topman van het bedrijf. De grootste externe aandeelhouder (19,5 procent) is het Afrikaanse investeringsfonds 8 Miles van de Ierse zanger en zelfverklaard filantroop Bob Geldof.

© Olivier van Beemen

Uit gelekte documenten, de zogeheten Mauritius Leaks, blijkt dat 8 Miles voor de looptijd van het fonds een rendementsdoelstelling heeft van 20 procent en beschikt over een dochterfirma in belastingparadijs Mauritius.

Geldofs fonds zegt dat verantwoord ondernemerschap en zorg voor mens en natuur essentiële overwegingen zijn om te investeren in Afrikaanse bedrijven, maar in de praktijk lopen gastlanden door deze fiscale constructie inkomsten mis. Een journalist die Geldof jaren geleden kritische vragen stelde over belastingontwijking kreeg de tegenvraag hoeveel irrigatiekanalen zíj al had gefinancierd met haar loon.

Op naar Accra, een snel uitdijende metropool met ruim vier miljoen inwoners, enkele graden boven de evenaar, waar de zoektocht begint. Tijdens een taxirit op de eerste dag blijkt de chauffeur een oud-werkneemster van Blue Skies te kennen in een dorp waar boeren wonen van wie het fruit uiteindelijk onder meer in België belandt.

De rit naar het dorp, Fotobi, voert door een glooiend, vruchtbaar landschap. De boeren verbouwen verschillende gewassen, zoals papaja, bananen, yamwortels, rode peper, mais en tomaten – deels voor eigen gebruik en deels voor de markt. Na een hartelijke ontvangst op de binnenplaats van de ex-medewerkster maakt buurman (en ananasboer) Daniel Djan zijn opwachting. Hij herkent de teler van de AH-poster meteen. ‘Dat is Attakra’, zegt hij resoluut. ‘Die woont in Pokrom, een paar dorpen verderop.’

© Olivier van Beemen

Ananasboer Daniel Djan denkt Kwabena te herkennen. ‘Dat is Attakra uit Pokrom.’

Op weg bezoeken we enkele projecten die volgens Albert Heijn betere leefomstandigheden creëren voor de bevolking. Op een interactieve kaart is precies te zien waar die projecten te vinden zijn. AH en Blue Skies zijn van tevoren niet ingelicht over onze komst om enige sturing te voorkomen.

Op de muur schreef iemand: ‘Geen steekpenningen ontvangen?!’

De ontwikkelingsprojecten – de afgelopen tien jaar zijn er in vier landen ruim honderd uitgevoerd – zijn een samenwerking van de hulpfondsen van Albert Heijn, Blue Skies en de Britse supermarktketen Waitrose, die de kosten onderling verdelen. Vorig jaar werd in Ghana 173.000 euro aan de projecten uitgegeven, waarvan de AH Foundation 58.000 euro op zich nam, de weekomzet van een kleinere supermarkt in Nederland.

In Fotobi is in 2010 een gebouw neergezet met drie klaslokalen en een docentenkamer. Verf bladdert af, schoolborden zijn kapot of afwezig, en op het moment van ons bezoek zijn twee van de drie lokalen niet in gebruik. Op de muur schreef iemand: ‘Geen steekpenningen ontvangen?!’

© Olivier van Beemen

Door AH gefinancierd klaslokaal in Fotobi

In het nabijgelegen Obodan ziet de mede door de AH Foundation betaalde school er beter uit. ‘Dit is de modelschool, met meestal 40 à 50 kinderen in een klas,’ zegt Ibrahim Mohammed, een van de onderwijzers die onder een boom zitten te lunchen. ‘Blue Skies komt hier regelmatig met delegaties uit Europa.’ Op de website van het investeringsfonds van Bob Geldof prijkt een foto van de school.

In een dorp verderop, Amanfrom, staan volgens Blue Skies openbare toiletten, waarvan de 2000 buurtbewoners dankbaar gebruikmaken. In werkelijkheid is het gebouwtje afgebroken en heeft de overheid er betere sanitaire voorzieningen neergezet. In Pokrom, het dorp waar de ananasboer zou moeten wonen, staat wel nog zo’n blok met openbare toiletten. Er komt een indringende stank uit. Tien van de twaalf toiletten zijn afgesloten.

In een reactie laat Blue Skies weten dat het ministerie van Onderwijs en de scholen zelf verantwoordelijk zijn voor het onderhoud, en dat de afspraak is dat de lokale gemeenschappen de toiletten proper houden. Volgens het bedrijf is het dak van het gebouwtje in Amanfrom tijdens noodweer beschadigd geraakt en is het ‘niet onwaarschijnlijk’ dat de bouw van de nieuwe betere sanitaire voorzieningen door de overheid te danken is aan het gebouwtje dat de stichting er eerder neerzette.

Bij marktstalletjes langs de hoofdweg in Pokrom herkent niemand de foto van Kwabena of Attakra. ‘Ga naar de boerderij net buiten het dorp. Als hij hier in de buurt woont, moeten ze hem daar kennen.’

Die boerderij is het megabedrijf Golden Riverside. Manager John Akafia beheert er een stuk land van bijna 250 hectare dat zich uitstrekt tot de heuvelruggen aan de overzijde van het dal. Op de akker voor hem staat een tractor, waarbij zeven veldwerkers ananassen plukken voor Blue Skies.

© Olivier van Beemen

Manager John Akafia in Pokrom kent Kwabena of Attakra niet

Ze verdienen volgens Akafia per maand ongeveer 80 euro, wat neerkomt op ruim anderhalf keer het wettelijk minimumloon. Dat klinkt niet slecht, maar in ontwikkelingslanden is het minimumloon vaak helemaal niet genoeg om te overleven.

De OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) spoort multinationals aan om een ‘fatsoenlijk loon’ (living wage) te betalen, dat wél voldoende is voor de belangrijkste levensbehoeften. Volgens de gespecialiseerde organisatie Global Living Wage Coalition, met daarin onder meer Fairtrade International, zou het loon in een gebied als dit in Ghana ruimschoots hoger moeten liggen: 209 euro voor een eenpersoonshuishouden en 316 euro voor een gezin.

Manager Akafia is tevreden over de samenwerking met Blue Skies, die in 1999 begon. ‘Ze hebben voor Golden Riverside een grotere markt gecreëerd. En de productie is toegenomen dankzij kunstmest en de technieken die we geleerd hebben.’

En Kwabena? Nee, helaas, die (her)kent hij niet.

De zoektocht blijft niet onopgemerkt. Diezelfde middag neemt Alistair Djimatey contact op. De Ghanese manager van het hulpfonds van Blue Skies én pr-manager van het bedrijf is bereid tot een interview en wil een rondleiding geven in de fabriek.

© Olivier van Beemen

Kantoor waar een chef toezicht houdt op de fabrieksarbeiders in de koelruimte. Links pr-manager Alistair Djimatey

Intussen onderzoeken we hoe Blue Skies de eigen medewerkers behandelt. Draagt het personeelsbeleid bij aan het goede gevoel dat consumenten van een bakje ananas moeten krijgen?

In een Nederlandse regionale krant liet oprichter Anthony Pile het volgende optekenen: ‘We hebben het hier over mensen, niet over arbeiders. Iedereen is belangrijk.’ De krant noteerde: ‘Of je nu met [Pile] op een van de fruitplantages staat of in het kantoor; telkens merk je hoe dankbaar de mensen zijn die voorheen geen cent te makken hadden maar nu wel een stabiel inkomen genieten.’

‘We doen er alles aan om de best mogelijke arbeidsomstandigheden te bieden aan onze mensen’, zegt de huidige topman Hugh Pile, waarbij hij wijst op een deels gesubsidieerde maaltijd in de kantine, een groentetuin op het fabrieksterrein, een internetcafé, bibliotheek, sportfaciliteiten en een bedrijfskliniek.

Maar buiten de fabriek doen andere verhalen de ronde. We spreken twaalf oud-medewerkers en één huidig personeelslid, die vrijuit over hun ervaringen kunnen spreken. Zonder uitzondering zijn ze kritisch. ‘Een stabiel inkomen?’ Werknemers verdienen in de fabriek weliswaar ruim twee keer het minimumloon, meer dus dan op het land, maar dat is nog steeds ontoereikend voor de eerste levensbehoeften.

Bovendien hebben de meeste medewerkers geen vast inkomen, maar een tijdelijk contract of werken ze op oproepbasis. Na zes maanden moeten ze vaak plaatsmaken voor anderen.

‘Er heerst een angstcultuur met veel geschreeuw en intimidatie, maar niemand durft dat aan te kaarten.’

Firestone Banini was zestien jaar lang hoofd van de technische afdeling en vertrok in 2018 omdat hij vond dat zijn loyaliteit en inzet niet naar waarde werden geschat. ‘De relatie tussen de directie en het personeel is slecht’, zegt hij. ‘Er heerst een angstcultuur met veel geschreeuw en intimidatie, maar niemand durft dat aan te kaarten. Dat zit niet in onze cultuur. Ze zijn als de dood hun baan te verliezen.’

Andere oud-medewerkers beamen dit, maar durven het niet met naam en toenaam te zeggen. De directie van Blue Skies neemt afstand van Banini’s verklaring en zegt dat hij rancuneus is.

Ook met de vakbondsvrijheid zijn er problemen, vertellen oud-werknemers. Blue Skies voert de onderhandelingen over de arbeidsvoorwaarden van het personeel met de Blue Skies Staff Association (BSSA), die in 2008 werd opgericht als een welzijnscommissie. Het management weigerde te onderhandelen met de oorspronkelijke, onafhankelijke vakbond, de Food and Allied Workers’ Union (FAWU).

Uit een dagvaarding uit 2008, die wij inzagen, blijkt dat Blue Skies die bond niet serieus nam: ‘[FAWU] is verkleed als een vakbond’, vond Blue Skies. Het bedrijf stoorde zich eraan dat leden hun collega’s aanspoorden zich ook bij FAWU aan te sluiten. De drie werknemers die zich het sterkst voor de bond inspanden, werden ontslagen.

Dat is het gevolg van slechte prestaties meent de directie, maar de ontslagbrief van Richard Brakatu (een van de drie) noemt de recessie van 2009 in Europa als oorzaak: ‘Onder deze omstandigheden zijn we gedwongen u te ontslaan. We zouden willen dat er een alternatieve oplossing was, maar alleen op deze manier maakt Blue Skies een kans om te overleven. […] Rest ons nog u te bedanken voor al het goede dat u voor het bedrijf heeft gedaan en we wensen u veel succes bij het vinden van een andere baan.’

Abraham Koomson, secretaris-generaal van de vakbondskoepel Ghana Federation of Labour, is nog altijd verbitterd over de gang van zaken. Zijn vakorganisatie is met 48.000 leden de tweede van het land en aangesloten bij het Internationaal Vakverbond. ‘We hebben veel tijd en geld geïnvesteerd om bij Blue Skies een onafhankelijke vakbond, de FAWU, aan tafel te krijgen,’ zegt hij. ‘Vergeefs.’ Verscheidene geïnterviewde oud-medewerkers en een huidige werknemer van Blue Skies zeggen de BSSA niet als een echte vakbond te beschouwen, maar als een verlengstuk van het management. Maar volgens topman Pile is BSSA wel een onafhankelijke vakbond en respecteert Blue Skies de vakbondsvrijheid.

Koomson: ‘Een echte vakbond wordt daar nog steeds gemist. We krijgen veel klachten van het personeel: over lange werktijden, gezondheidsproblemen als gevolg van de kou in de fabriek, ziektekosten die niet altijd vergoed worden. Ze moeten doen alsof ze tevreden zijn omdat ze überhaupt een baan hebben.’

Volgens drie lokale artsen bij wie we navraag deden, verhoogt het werken in de koelruimte inderdaad de kans op aandoeningen en infecties, zoals chronische bronchitis, hartklachten, aandoeningen van het bewegingsapparaat en infecties aan de luchtwegen. Topman Pile beweert echter dat verkoudheden en hoestbuien onder het personeel een gevolg zijn van seizoensveranderingen in Ghana, niet van het werk in de koelruimte.

Blue Skies en Albert Heijn zijn niet onder de indruk van de klachten van oud-werknemers. Ze wijzen op een zogenoemde SMETA-audit, die het bedrijf succesvol heeft doorstaan. Dat is een onderzoek naar onder meer de werkomstandigheden en veiligheidsvoorzieningen in de fabriek, waarin problemen als gezondheidsklachten en slechte behandeling op de werkvloer naar boven zouden moeten komen. Uit het rapport van vorig jaar, gebaseerd op interviews met 62 medewerkers, kwamen volgens topman Pile 43 ‘goede voorbeelden’ naar voren en geen enkele wanprestatie.

Ook zijn in het verleden meermaals andere audits succesvol doorstaan. ‘Het is moeilijk voor te stellen dat die er allemaal herhaaldelijk naast zitten,’ schrijft Pile. Inzage in de rapporten krijgen we niet, vanwege ‘concurrentiegevoelige informatie’ die ze zouden bevatten. Ons voorstel om die passages op voorhand onleesbaar te maken, wordt genegeerd.

Bij SMETA vindt geen enkele externe controle plaats. Het is gebruikelijk dat de directie van een bedrijf werknemers voorbereidt op een audit en onder druk zet om wenselijke antwoorden te geven.’

Volgens Maria Hengeveld, die promoveert aan de University of Cambridge en onderzoek deed naar ethische keurmerken, is het helemaal niet ondenkbaar dat ze er allemaal naast zitten. ‘Dergelijke audits functioneren systematisch hetzelfde: het is een sterk concurrerende sector, gedreven door winst en omgeven door geheimzinnigheid.’

Hengeveld: ‘De SMETA-audit staat bekend als een van de zwakste. Ook bij hoger aangeschreven methoden is het voor bedrijven met grote tekortkomingen alsnog vaak eenvoudig een audit succesvol te doorstaan, maar bij SMETA vindt geen enkele externe controle plaats. In principe kunnen de auditors noteren wat ze willen. Een prikkel om actief op zoek te gaan naar misstanden ontbreekt. Het is gebruikelijk dat de directie van een bedrijf werknemers voorbereidt op de audit en onder druk zet om wenselijke antwoorden te geven.’

Interne bronnen bevestigen dat dergelijke praktijken ook plaatsvinden bij Blue Skies. Een huidige teamleider laat weten dat het doorgaans niet de externe auditors zijn die de personeelsleden uitkiezen voor interviews, maar de directie. Kritische geesten worden daarbij systematisch overgeslagen.

De audits worden bovendien van tevoren aangekondigd en het personeel krijgt na afloop geen inzage in het rapport. Twee oud-medewerkers bevestigen deze gang van zaken. Topman Hugh Pile blijft erbij dat de audits onaangekondigd zijn en dat de inspecteurs hun eigen keuzes maken.

Albert Heijn twijfelt niet aan de integriteit van Blue Skies: ‘We werken al twintig jaar naar volle tevredenheid samen en bezoeken deze leverancier regelmatig. Blue Skies onderscheidt zich door zorg voor haar medewerkers en betrokkenheid bij lokale gemeenschappen.’

In een telefonisch interview beroept Henri Zondag, directeur van de AH Foundation, zich bovendien op de samenwerking met de Nederlandse ontwikkelingsorganisatie ICCO. ‘Daar hebben ze veel ervaring op het gebied van mensenrechten en duurzame ontwikkeling. Zij kijken of wij met de juiste leveranciers werken. Ik weet dat ICCO-mensen niet over één nacht ijs gaan. Ze willen tot in detail in de keuken kijken, in alle processen.’ Bij verificatie blijkt deze uitspraak niet te kloppen. ICCO houdt zich voor Albert Heijn in Ghana uitsluitend bezig met ontwikkelingsprojecten als de schoolgebouwen, niet met werkomstandigheden bij leveranciers.

Intussen is er nieuws. Attakra is alsnog opgespoord in het dorp Pokrom. Toch loopt de ontmoeting uit op een teleurstelling: hij is wel ananasboer, maar niet Kwabena van de AH-poster en geen leverancier van Blue Skies.

© Olivier van Beemen

Attakra is opgespoord, maar hij is niet de man van de AH-poster

De zoektocht neemt diezelfde dag een verrassende wending, want volgens een lokale vertegenwoordiger van de Blue Skies Foundation, Moses Gamati, komt Kwabena helemaal niet uit deze streek maar woont hij op ruim drie uur rijden in de regio Central, niet ver van de Atlantische kust ten westen van Accra. Het bewijs? De ananas die hij op de poster toont, is geen smooth cayenne of MD2, de varianten die ze hier rond Nsawam verbouwen, maar een sugarloaf, die daar groeit.

Djimatey, de pr-man van Blue Skies, is bereid te helpen Kwabena te vinden. Voorafgaand aan onze afspraak in een hippe sapbar naast de fabriek in Nsawam bezoeken we in de omgeving nog twee projecten van de AH Foundation. Bij de brandweer is door het hulpfonds een nieuwe watervoorziening gebouwd, om de (lekkende) brandweerauto te vullen. En ook hier kreeg een school enkele nieuwe lokalen, die desondanks uitpuilen van de leerlingen. ‘We streven naar maximaal veertig per klas, het zijn er meestal zeventig,’ zegt assistent-schoolhoofd Godwin Yevu.

In westerse hoofdsteden – en ook bij steeds meer Afrikaanse regeringen – is het vertrouwen in dergelijke goedbedoelde hulpprojecten de afgelopen twee decennia sterk afgenomen. De bouw van schooltjes, basale gezondheidsvoorzieningen en waterputten, vaak met korte levensduur, heeft in een halve eeuw weinig blijvende impact gehad. De president van Ghana, Nana Akufo-Addo, wil zijn land zo snel mogelijk van het hulpinfuus afhalen, net als zijn collega Paul Kagame in Rwanda. Alleen dan kan echte ontwikkeling plaatsvinden, menen ze.

‘Het idee dat je met onderwijs of een wc-gebouw een vicieuze cirkel van armoede doorbreekt is vaak te eenvoudig.’

Volgens de Belgische onderzoekster Sara Kinsbergen van de Radboud Universiteit in Nijmegen, die jarenlang onderzoek deed naar het effect van kleinschalige, particuliere ontwikkelingsprojecten (ook wel bekend als ‘de vierde pijler’), kunnen initiatieven als dat van de AH Foundation positieve effecten hebben, ook op langere termijn. ‘Ze voorzien in basisbehoeften. Het is directe armoedebestrijding.’

Tegelijkertijd waarschuwt ze dat er geen tovermiddel is. ‘Het idee dat je met onderwijs of een wc-gebouw een vicieuze cirkel van armoede doorbreekt is vaak te eenvoudig. Mijn onderzoek laat zien dat het trickle-up-effect, de katalysator van een kleine interventie, niet vanzelfsprekend is. Daarvoor is systeemverandering nodig. Dan krijg je te maken met complexe vragen: gaat het om de bouw van klaslokalen of het toestaan van een onafhankelijke vakbond, zet je een nieuw wc-gebouw neer of zie je af van belastingvoordeel?’

Waarom dan toch nog steeds dit soort projecten? AH Foundation-directeur Zondag: ‘Om zakelijke redenen. We vroegen ons twaalf jaar geleden af: Hoe kunnen we onze langetermijnrelatie met leveranciers in Afrika intensiveren, zodat wij elke dag producten van topkwaliteit in het schap krijgen? Het idee is dat wij een steentje bijdragen, hoe bescheiden ook, aan het ietwat verbeteren van leefomstandigheden van hun personeel en de lokale gemeenschappen. Maar we hebben absoluut niet de ambitie of de intentie om de wereld te verbeteren of om alles in Ghana helemaal goed te doen. We denken wel dat we vooruitgang boeken als we projecten ondersteunen die dagelijkse zorgen verlichten, en als we lokalen bouwen waardoor het aantal leerlingen per klas van honderd naar zestig of veertig gaat. Dat hopen we.’

Het rapport oogt als een reclamefolder en komt superlatieven tekort om de successen te beschrijven.

Zondag zegt veel waarde te hechten aan evaluatie van de projecten. ‘Dat doen we zelf en we hebben het ook extern laten doen met de vraag: wat zijn al die inspanningen waard geweest?’ Hij wijst daarbij op een rapport dat deels werd geschreven door onderzoekster Linda Kleemann van het Kiel Institute for the World Economy in Duitsland, die opdracht kreeg ‘de impact van de Foundation te laten zien door het perspectief van mensen die er de laatste tien jaar van hebben geprofiteerd.’

Het rapport oogt als een reclamefolder en komt superlatieven tekort om de successen te beschrijven. ‘Het fonds is geen pr-instrument. In de kern draait het er bij dit fonds om mensen persoonlijk te raken, het gaat om de bezieling levens te veranderen en te ontwikkelen,’ schrijft Kleemann. ‘Met deze unieke benadering kan het een rolmodel zijn voor alle andere fondsen op de hele wereld!’

Tijd voor de rondleiding door pr-manager Djimatey. In de koelruimte van de Blue Skies-fabriek zijn tientallen werknemers actief, vooral vrouwen, die in rode uniformen fruit pellen, snijden en wegen. Achter ramen kijken de chefs toe. Op de plastic bakjes staan al de prijs in euro’s én de bonuskorting.

© Olivier van Beemen

Fruitverwerkers in de koelruimte

Buiten wordt een vrachtwagen vol ananassen uitgeladen. Ernaast staan vrachtcontainers van de Nederlandse luchtvaartmaatschappij KLM, zo ontworpen dat ze in het laadruim van het vliegtuig passen, onder de passagiers. Vannacht nog zullen de doosjes vers fruit naar Amsterdam vliegen, en zo naar België en andere landen.

De stukjes ananas, mango, papaja en kokosnoot moeten onderweg voortdurend in koelruimtes worden bewaard, tussen 0 en 5 graden, met een hoge CO2-uitstoot als gevolg. Milieu Centraal, een onafhankelijke Nederlandse organisatie die consumenten adviseert over duurzaamheid van producten, rangschikt ingevlogen vers fruit in plastic bakjes in de categorie die het schadelijkst is voor het milieu. ‘Vermijden,’ luidt het advies.

‘Ik heb Blue Skies lang geleden al laten weten dat ik Okwesi heet, maar ze hebben het nooit veranderd.’

Ananas die integraal per boot naar Europa gaat, is volgens Milieu Centraal aanzienlijk beter voor de planeet: ‘Goede keuze.’ De uitstoot voor fruit dat per vliegtuig naar Nederland komt, is volgens de organisatie minstens vier keer hoger dan per boot. Voor klanten is het sowieso vaak gissen, want plastic verpakkingen vermelden niets over de wijze van transport.

En Kwabena? Djimatey geeft bij het afscheid diens contactgegevens. Hij woont inderdaad in de regio Central, in het dorp Ekumfi Nanabin. Na een rit over grotendeels onverharde wegen, stuiterend op de reggaebeats van legende Alpha Blondy uit buurland Ivoorkust, bereiken we tegen het eind van de middag het dorp. Daar komt de ananasboer van de AH-poster stralend op ons af gelopen. Er is geen twijfel mogelijk: dit is de man die klanten in de Nederlandse supermarkt voorziet van ‘dubbel lekker’ fruit.

Hij moet wel iets rechtzetten. Zijn naam is niet Kwabena, maar Okwesi Johnston. Zijn middelste naam is Kobena, een andere spelwijze van Kwabena, maar niemand noemt hem zo. ‘Ik heb Blue Skies lang geleden al laten weten dat ik Okwesi heet, maar ze hebben het nooit veranderd’, zegt hij.

© Olivier van Beemen

‘Kwabena’, die eigenlijk Okwesi Johnston heet, in zijn dorp Ekumfi Nanabin

Na een kort bezoek aan het dorp spoeden we ons naar zijn akker om voor zonsondergang een nieuwe foto te maken van hem en zijn sugerloafs. Met een kapmes snijdt hij een ananas open en laat ons proeven van de rijpe, zoete vrucht. Maar: ‘De zaken gaan niet zo goed. Jullie moeten in Nederland meer ananas eten.’ De kleinschalige boer zag de verkoop aan Blue Skies de afgelopen jaren sterk afnemen.

Hoe hij erover denkt dat zijn beeltenis klanten van een Nederlandse supermarkt een lekker gevoel moet geven? Volgens Henri Zondag van de AH Foundation is Okwesi daarvan op de hoogte en zou hij er ‘helemaal happy’ mee zijn. De supermarktketen kreeg volgens Zondag toestemming van Blue Skies om de foto te gebruiken.

De ananasboer zelf ziet dat anders: ‘Die foto is al zo’n vijftien jaar geleden genomen. Ze hebben me nooit verteld dat die voor marketing gebruikt kon worden en ik heb er geen geld voor gekregen.’

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

En de verbeterde leefomstandigheden voor de gemeenschap? Okwesi heeft er niet veel van gemerkt. Volgens Blue Skies heeft de bouw van een nieuwe waterpomp geleid tot de beschikbaarheid van drinkwater van hogere kwaliteit voor 60 procent van de bevolking, maar de boer spreekt dat tegen: ‘Ze hebben hier een waterpomp aangelegd die nooit is gebruikt, en een oude pomp gerepareerd. Het water is te zout om te drinken, maar sommige mensen in het dorp gebruiken het voor bouwwerkzaamheden. De meeste mensen hebben inmiddels leidingwater. Kom, dan laat ik de pomp zien.’

‘Ze hebben me nooit verteld dat die foto voor marketing gebruikt kon worden en ik heb er geen geld voor gekregen.’

Hier zou het verhaal eindigen, ware het niet dat de zoektocht naar ‘Kwabena’ eerder dit jaar ter sprake kwam in het programma Argos op de Nederlandse publieke radio. Na het horen van die uitzending benaderde jurist Bert-Jan van Manen (Van Manen Law) de ananasboer met het aanbod om voor hem pro bono een vergoeding te eisen van Albert Heijn. Okwesi stemde daarmee in.

Van Manen: ‘Albert Heijn heeft hem als boegbeeld gebruikt van een duurzaamheidscampagne, zonder dat hij dat wist, en heeft daarvan geprofiteerd. Het is vreemd dat hij als geportretteerde niet vergoed is.’

De jurist heeft namens Okwesi een claim ingediend. Albert Heijn probeerde Van Manen aanvankelijk door te verwijzen naar Blue Skies in Ghana, maar inmiddels zijn de supermarktketen en de jurist in gesprek over een oplossing.

De namen van de anonieme bronnen zijn bekend bij de redactie. De reis- en verblijfskosten voor dit artikel zijn vergoed met een beurs van Free Press Unlimited. Dit artikel verscheen oorspronkelijk bij Follow the Money.

Reactie Albert Heijn

Albert Heijn neemt afstand van dit artikel, dat volgens de supermarktketen op belangrijke punten ‘ongefundeerd, incorrect en eenzijdig’ is. Een woordvoerder schrijft: ‘Wij herkennen ons niet in het verhaal en het geschetste beeld. Wij vinden de wijze waarop het artikel tot stand is gekomen niet zorgvuldig.’

‘Op geen enkele wijze herkennen we het beeld dat wordt geschetst van onze leverancier. We werken al twintig jaar naar volle tevredenheid samen, bezoeken Blue Skies regelmatig en voeren onafhankelijke audits uit. Het bedrijf onderscheidt zich door zorg voor haar medewerkers, respect voor het milieu en betrokkenheid bij lokale gemeenschappen. Ook het laatste onafhankelijke onderzoeksrapport uit 2019 laat geen onregelmatigheden zien.

Hoewel de uitvoering van projecten door de Albert Heijn Foundation in Ghana ontegenzeggelijk uitdagingen kent, weten we uit onze systematische en regelmatige evaluaties en bezoeken ter plaatse dat het overgrote deel van de ruim honderd projecten die de samenwerkende stichtingen de afgelopen twaalf jaar hebben opgezet, succesvol is en voorziet in een behoefte bij de medewerkers van onze leverancier in Ghana en hun lokale gemeenschappen.’

Reactie Blue Skies

Hugh Pile, bestuursvoorzitter van Blue Skies: ‘Wij zijn een zeer transparante en eerlijke organisatie en hebben veelvuldig onderzoek laten doen naar de manier waarop we te werk gaan en naar onze impact. Onderzoekers hebben de vrijheid ons te bezoeken en ons personeel te spreken zonder onze tussenkomst. Wij staan dit toe omdat we vertrouwen op onze zakelijke integriteit. We accepteren eerlijke kritiek en luisteren altijd naar aanbevelingen voor verbetering.

Onze mensen zijn het hart en de ziel van Blue Skies. Wij hebben een cultuur gebaseerd op de principes van eerlijkheid en vertrouwen. We werken openlijk samen, delen ideeën in vrijheid en respecteren elkaar ongeacht sekse, leeftijd, kleur, geloof en positie. Dat is het echte Blue Skies. Het is een bedrijf waarvoor onze mensen vol passie hebben gewerkt sinds 23 jaar, met als doel de gemeenschappen om ons heen vooruit te helpen.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2940   proMO*’s steunen ons vandaag al. We hopen 2021 te kunnen starten met 3000 proMO*‘s, word jij er één van?

Word proMO* of Doe een gift