Barbiesavior: Lachen met jonge meisjes die aan ontwikkelingshulp doen in het buitenland

#It’s not about me…but it kind of is. Dit zinnetje verwijst naar de instagrampagina van “Barbiesavior”. De makers van deze pagina steken de draak met jonge (religieuze) meisjes die voor een korte periode ontwikkelingshulp gaan doen en de rest van de wereld ijverig op de hoogte houden met instagram- en facebookposts. Ze verkleden Barbie, plaatsen haar voor “Afrikaanse” achtergronden en zetten er satirische hashtags bij. 

  • © Mathijs Tratsaert De kinderen van 'Barrilete' tijdens de les Engels. © Mathijs Tratsaert
  • © Mathijs Tratsaert De kinderen van 'Barrilete' tijdens de les Engels. © Mathijs Tratsaert

Het is duidelijk een clichébeeld, maar de makers zetten hierdoor wel de herkenbare naïviteit van veel jonge vrijwilligers in de kijker en dat levert pijnlijk grappige posts op. De pagina kaart enkele terechte problemen in de ontwikkelingshulp aan. Ontwikkelingslanden hebben nood aan beter georganiseerde en efficiëntere projecten met geschoolde mensen op de juiste plek en een toekomstplan om zo een land op termijn onafhankelijk te maken van buitenlandse hulp. Met andere woorden niet aan een hoop individuele, jonge, ongeschoolde vrijwilligers die alleen maar ‘goed willen doen’.


Het ‘morele aura’ dat er rond vrijwilligerswerk en ontwikkelingshulp hangt is ook een punt van kritiek op de Instagramaccount. Deze aura komt volgens mij voort uit het idee dat vrijwilligerswerk iets is dat je enkel en alleen voor andere doet. Dan is een vrijwilliger een soort held die een grote opoffering doet voor de goede zaak en daarvoor erg veel respect verdient. Ik denk dat geen enkele vrijwilliger enkel en alleen werkt voor “de ander”. Uiteindelijk doe je zoiets natuurlijk ook voor jezelf. (#It’s not about me…but it kind of is.)

Toch vind ik dat ze met deze versie van Barbie een makkelijk slachtoffer kiezen. Jonge mensen die aan zoiets beginnen, weten vaak niet wat hen te wachten staat en schatten dit soms verkeerd in. Het was interessant om te lezen dat de (anonieme) makers van deze Instagram account zélf aan ontwikkelingshulp hebben gedaan in hun jonge jaren. Ze laten ook weten dat ze spijt hebben van sommige dingen die ze in die tijd gedaan hebben.

Als je op het vliegtuig bent gestapt met het idee om iets goed te doen voor andere, hoe naïef het er in je hoofd dan ook uitzag, dan verdient dat de ruimte om fouten te mogen maken.

Je moet als vrijwilliger je weg zoeken in het “helpen van anderen” en het is niet meer dan normaal dat je dan soms fouten maakt. Ik vind dat je jezelf credits moet geven om die fouten te mogen maken. Deze heb je verdiend door je intentie, dat is volgens mij iets heel belangrijk. Als je op het vliegtuig bent gestapt met het idee om iets goed te doen voor andere, hoe naïef het er in je hoofd dan ook uitzag, dan verdient dat de ruimte om fouten te mogen maken. Natuurlijk is het gemakkelijk om vanuit je zetel met “Barbiesavior” te lachen, maar de poging tot ontwikkelingshulp is op zich iets goed.

Ik vind de pagina zelf best gevat en heb er absoluut geen probleem mee, maar wil wel graag mijn ‘Barbiesavior-verhaal’ delen, kwestie van een echt verhaal naast de cliché te zetten en te tonen waarom jonge, onervaren vrijwilligers volgens mij nuttig kunnen zijn. Ik wil van mijn laatste blog ook graag iets persoonlijkers maken dan mijn voorafgaande artikels.

Keuze van het project

Ik weet niet goed wat ik had verwacht toen ik hiervoor tekende. Niet veel denk ik eigenlijk. Ik liet het maar een beetje komen zoals het kwam en dat is achteraf gezien geen slecht idee gebleken. Ik had mijn werk geregeld met een organisatie die vooral als tussenpersoon fungeerde. Het was mijn eerste ervaring met alleen reizen en dus vond ik dat ik wat zekerheid en een planning nodig had. Aanvankelijk zou ik binnen een ander project aan de slag gaan, maar dat bleek met vakantie te zijn wanneer ik aankwam en na een bezoek aan dat project had ik er een slecht gevoel bij, dit was precies toch niet wat ik zocht. Ik vond het belangrijk een project te vinden zonder Europese of Noord-Amerikaanse invloeden. Ik wou een project waarin ik de vreemde was en de mensen met wie ik zou werken thuis zouden zijn.

Wel veertig kinderen die schreeuwend en dansend op mij af stormden te midden van een grote hoop rommel.

Na veel verschillende projecten bezocht te hebben raadde mijn leerkracht Spaans me een kleuterschool/kinderopvang net buiten de stad León aan; ‘Barrilete. De eerste keer dat ik daar was zit nu nog altijd scherp in mijn hoofd. Wel veertig kinderen die schreeuwend en dansend op mij af stormden te midden van een grote hoop rommel. Een paar oudere kinderen en wat leerkrachten die met andere dingen bezig waren. Ik wist twee dingen toen ik wegwandelde en de belofte achterliet om maandag terug te komen: Hier ga ik de vrijheid en mogelijkheid krijgen om écht iets met deze kinderen te doen én this is gonna be a hell of a job.

Wie leert wie nu wat?

Vrijwilliger zijn geeft je automatisch een didactische rol. Jij komt immers uit het rijke, ontwikkelde Europa naar het arme Nicaragua om te helpen. Zeker als je zoals ik dan ook effectief als leerkracht werkt, is dit het geval. Ik vond die rol erg verraderlijk en bovendien niet gepast. Ik denk dat je vooral niet moet proberen om direct dingen te veranderen. Het gebeurde zo vaak dat ik de kinderen van het project waarin ik werkte iets wilde leren dat voor hen niet vanzelfsprekend is en dat hen door hun ouders anders werd aangeleerd.

Dan denk je wel twee keer na voor je zomaar iets verandert. Door die confrontatie ga je ook twijfelen aan wat je daar loopt te verkondigen; aan je eigen ideeën. Tenslotte denk ik ook vaak dat iets juist is omdat het mij zo is aangeleerd. En daar komt dan nog eens bij dat dingen die in België juist zijn daarom hier niet perse gelden. Vooral in het begin leerde ik daarom meer van hen, dan zij van mij. Pas toen ik een idee had van wat de mensen met wie ik werkte dachten en waarom, kon ik hen een voorstel doen om eventueel iets te veranderen.

Wat doe ik hier?

De leerkrachten, mijn collega’s, waren allesbehalve verwelkomend. Ze hadden al veel vrijwilligers zien passeren die het na een paar weken opgaven, weet ik nu. Ik moest mij iedere dag een stukje meer naar binnen werken en dat gold ook voor de kinderen. Lief gevonden worden, originele dingen doen, hen enthousiast maken voor Engels en toch gezag behouden… Dit alles en Español! Elke keer als ik van het project terug naar de bushalte liep dacht ik bij mezelf: ‘Ik ben geen leerkracht, ik ben geen kleuterjuf, wat in godsnaam doe ik hier?’

Elke keer als ik van het project terug naar de bushalte liep dacht ik bij mezelf: ‘Ik ben geen leerkracht, ik ben geen kleuterjuf, wat in godsnaam doe ik hier?’

Op die vraag ben ik lang doorgegaan. ‘Wat doe ik hier?’ Er zijn hier tenslotte zoveel werklozen die die kinderen ook zouden kunnen bezighouden. En voor het Engels dat ik hen leerde (de kinderen zijn nog erg jong) zijn er heus andere mensen te vinden…

Trouwens, als ik écht had willen helpen, dan had ik het geld dat ik in mijn reis stak ook aan een organisatie kunnen geven die dokters en ingenieurs en verplegers naar Nicaragua stuurt. Is dit nuttig? Moeilijke vraag, ik ben er nog steeds niet helemaal uit. Het maakt me nu alleen niet meer ongelukkig.

Kleine stapjes, grote inspanning

Ten eerste heb ik mijn verwachtingen moeten bijstellen. Als ik eenmaal aan het werk was, leek het allemaal minder groot dan ik me had voorgesteld. Ik voelde dat ik meer wou geven dan ik kon. Je werkt als vrijwilliger immers vaak voor een project dat zijn regels al heeft, je hebt dus niet altijd de vrijheid om te doen wat jij denkt dat het beste is. Verder zijn je taken soms ook niet wat je ervan verwacht, of kan je ze niet uitvoeren zoals je had gedacht. Bovenop dat alles loop je ook tegen onwetendheid en eenzaamheid op. Je bent tenslotte nog altijd helemaal alleen in een land dat je niet kent.

© Mathijs Tratsaert

De kinderen van ‘Barrilete’ tijdens de les Engels.

Nadat ik mijn kleine teleurstelling had verwerkt, besefte ik terug dat ik wel echt iets kon betekenen voor die paar mensen en kinderen met wie ik werkte. Ik moest alleen leren om de waarde te zien in kleine dingen die ik samen met mijn leerlingen kon bereiken. Ik weet nog goed dat ik ze na drie weken eindelijk een spel kon laten uitspelen. In het begin ging dat niet, ze maakten nooit iets af en waren vlug afgeleid. Toen ze 1,2,3 piano, een spel dat ik hen had aangeleerd, tot een goed einde brachten, was ik zo gelukkig en trots. Vanaf dat moment had ik het gevoel dat ik er alles uithaalde. Ik heb veel vrijwilligers zien opgeven in deze periode van teleurstelling. Mijn ervaring is dat het echt loont als je dat niet doet.

Onrechtstreeks helpen

Ik denk dat je als (buitenlandse) vrijwilliger vaak ook onrechtstreeks helpt. Ibrahima Ndary Gueye, een Senegalese vrijwilliger, zegt daarover iets mooi in een artikel over “voluntourism” van Lisa Develtere voor MO*: ‘Een reis waarbij je helemaal ondergedompeld wordt in de cultuur van het land, kan ook veel positieve effecten hebben als die persoon iets meeneemt naar huis. De beelden die in de westerse media over Afrika verschijnen, komen vaak niet overeen met de realiteit. Je voelt bij veel vrijwilligers dat alles toch anders is dan ze verwacht hebben. Er vindt een deconstructie van de clichébeelden plaats.’

Vrijwilligerswerk gaat niet enkel over de taken die je uitvoert, het gaat ook, misschien zelfs wel vooral, over wie je bent voor je omgeving.

Vrijwilligerswerk gaat niet enkel over de taken die je uitvoert, het gaat ook, misschien zelfs wel vooral, over wie je bent voor je omgeving. Dat is een ding waar grotere organisaties minder op focussen, die zijn bezig met die taken zo goed en efficiënt mogelijk te organiseren en uit te voeren en dat is absoluut nodig. De mensen die voor die organisaties werken zijn geschoold en weten wat ze willen bereiken, ze zullen hun taken dan ook sneller tot een goed einde brengen dan een jonge, ongeschoolde, vrijwilliger.

Daarom is het net zo bijzonder wanneer iemand het als zelfstandige vrijwilliger toch volhoudt om voor een lange tijd aan ontwikkelingshulp te doen. Het vraagt veel wil, doorzettingsvermogen en karakter om zo lang vrijwillig voor een organisatie in het buitenland te werken terwijl je ook zou kunnen reizen en bovendien constant andere reizigers tegenkomt. Mensen die daarvoor kiezen zijn meestal ook mensen die door hun enthousiasme en doorzettingsvermogen inspirerend kunnen zijn voor anderen en nieuwe dingen in gang kunnen zetten.

Iets bijzonder, iets mooi.

Ja, ik heb deze reis gemaakt voor mezelf. Voor mijn persoonlijke ontwikkeling, uit nieuwsgierigheid, als escapisme en om nog zoveel andere redenen. Maar ik vond het ook écht belangrijk om dit jaar iets te doen voor anderen zonder daar iets voor terug te willen. Die intentie was zuiver en is dat nog steeds.

‘Niets bestaat dat niet iets anders aanraakt’

Misschien had ik op een andere manier meer mensen kunnen helpen, maar dat was dan niet mijn manier geweest. Natuurlijk is er nood aan beter georganiseerde, efficiëntere ontwikkelingshulp, maar die “jonge, naïeve wereldverbeteraars” moeten daarnaast kunnen bestaan, want ze hebben echt hun waarde.

Ik heb met mijn leerlingen prachtige dingen bereikt en ik ben er zelf mooier van geworden. Ik vertrouw op het zinnetje van Jeroen Brouwers waar ik tijdens de lessen Nederlands altijd om moest zuchten: ‘Niets bestaat dat niet iets anders aanraakt’ en hoop dat ik mensen heb kunnen raken met de overgave waarmee ik mijn werk heb proberen doen. Zij hebben mij alleszins geraakt. En dat is, hoe groot of klein die hulp dan ook geweest mag zijn, positief.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Verwondering in Latijns-Amerika

    Na haar middelbare school beslist Elief Vandevenne om nog even niks te beslissen, maar, na Spaans te leren in Guatemala, vijf maanden vrijwilliger te zijn voor het sociaal