Carnaval is big business

Salvador da Bahia is er enorm trots op dat de stad het grootste carnaval ter wereld huisvest. En ze gaan er prat op dat het eveneens het grootste democratische feest ter wereld is. Het grootste feest ter wereld is het carnaval in Salvador waarschijnlijk – dit jaar zijn er meer dan één miljoen bezoekers tegenover 700.000 in Rio – maar democratisch? Dat hangt er van af wat we verstaan onder democratie.
Het oudejaarsfeest in Rio de Janeiro is zeer democratisch. Vuurwerk, concerten en feest op ‘t strand, iedereen kan er naartoe, zonder discriminatie van ras noch sociale klasse. Het carnaval van Rio is echter alles behalve democratisch, elk zitje in de sambódromo wordt duur betaald. Dat is nu juist het verschil met het carnaval van Salvador, beweert de Bahiaanse hoofdstad in zijn alom aanwezige reclamecampagnes. Hier kan iedereen gratis terecht voor het grootste feest ter wereld aangezien alles zich in de straten afspeelt.
Het carnaval wordt hier met trio eléctrico’s gevierd, grote camions met enorme luidsprekers die de muziek uitspugen op de feestende menigte. Een beetje zoals de City Parade, maar dan véél groter en met lekker Braziliaanse muziek, axé, afoché, sambareggae, afroreggae, veel Afrikaanse percussie. Per avond lossen een vijftiental vrachtwagens zich af op twee enorme circuits en een kalmer circuit in het centrum. Om carnaval te springen – hier wordt carnaval letterlijk pulado, gesprongen – moet je dus gewoon op straat gaan en wachten tot de trio’s begeleid door een woeste menigte arriveren.
Brede armen maar weinig brein
Allemaal goed en wel, tot je daar staat tussen de menigte en je beseft dat een groot deel van de mannen helemaal niet gekomen is om feest te vieren, maar om onophoudelijk naar de vrouwen te grabbelen, te stoken en te vechten. Om de tien minuten breekt een vechtpartij los. De militaire politie komt aangestormd, slaat hard toe en houdt een paar mannen aan.
Tien minuten later is het weer van dat. Deze keer zijn het de veiligheidsmensen van een trio eléctrico die slaags geraakt zijn met een twintigtal stoere kerels. En zo gaat dat de hele avond verder. Het is triest om zien, ik sta versteld te kijken van op een hoog en droog terras. Maar het feest gaat lekker verder, de Brazilianen zijn dit duidelijk gewend. “Carnaval is drank, vrouwen en vechten,” zegt Tiago in verrassend degelijk Nederlands. Tiago was in 2000 een jaar in Overijse met een uitwisselingsprogramma.
“Als je niet bestolen wilt worden in de massa en niet in een gevecht wil geraken, moet je een camarote kopen, een plaats op de tribune. Of een vriend hebben die hier een appartement heeft, zoals wij.” Daar gaat het democratische karakter van Salvador’s carnaval. Het feest is gratis voor al wie in een zee van mensen verwikkeld wil geraken, op eigen risico voor je portefeuille en zelf voor je fysieke gesteldheid. Een camarote kost maar liefst zo’n 150 reais (55 euro) per avond, niet niets voor een land waar alles een stuk goedkoper is dan België. En dan zit je nog in een goedkope tribune.
Je kunt ook met een trio eléctrico het hele circuit aflopen, of beter afspringen. Hoe ze het doen om dit vijf uur lang vol te houden in de hitte en woeste menigte is mij een raadsel. Ook de grote sterren van de Bahiaanse muziek houden dit zonder moeite vol. Er zullen allicht menige chemische substanties bij te pas komen waar ik als geheel onthouder alleen naar kan gissen. Binnen een dik koord worden de fans beschermd door corderos, mannen die het koord vasthouden en enkel mensen met een speciaal T-shirt binnenlaten. Zo’n T-shirt van één groep, voor één avond kost gemakkelijk zo’n 650 reais (235 euro), al kan de prijs oplopen tot goed boven de 1000 (360 euro)… Binnen het koord ben je veilig en kun je rustig vieren, op voorwaarde dat je de nodige reais op tafel legt, welteverstaan. Hier in carnaval geldt dezelfde universele norm als waar ook ter wereld: de centjes staan centraal. Carnaval genereert een hoop poen, en daar is het om te doen.
Folkloristische diefstal
Gelukkig is er nog de Pelourinho, het prachtige historische centrum in de bovenstad, waar het traditionele carnaval van Salvador gevierd wordt. Geen grote camions, krijsende luidsprekers noch vechtende dwazen maar kleine orkestjes, mooie kostuums en lachende mensen, vooral senioren. Mijn gastvrouw krijgt er maar niet genoeg van mij te waarschuwen voor diefstal in de Pelourinho, ik laat mijn fototoestel voor alle zekerheid maar thuis. Die waarschuwingen schud ik meestal van me af. Ik ben nu al meer dan een jaar aan het reizen, altijd weer die waarschuwingen – ik mocht niet naar Lima, niet naar Rio de Janeiro, zeker been nachtbus nemen in Buenos Aires – nog nooit is er iets gebeurd. Tot in de Pelourinho dus. In een drukkende menigte tussen de fel gekleurde huisjes was ik even meer met mijn vriendin bezig die ik niet wou verliezen dan met mijn portefeuille en hops… daar gaat ie. Maar bon, de duizenden boeven die naar het historische centrum komen om de tienduizenden toeristen te verwelkomen, horen er bij. Dit is nu eenmaal het carnaval van Salvador, het grootste democratische feest ter wereld.
Foto genomen door Edgardo Balduccio en beschikbaar onder creative commons-licentie

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift