De fictie van dé individuele “Derde-Wereldvrouw” die moet worden gered

De ondraaglijke witheid van (duurzame) ontwikkeling: sdg’s en dekoloniaal feminisme

© Luigi Morris

 

Keya Khandaker en Lata Narayanaswamy stellen de witte, liberaal-feministische bijziendheid van de sdg’s ter discussie. Sdg’s richten zich op de fictie van dé individuele “Derde-Wereldvrouw” die moet worden gered of “empowered”. Om echte mondiale rechtvaardigheid te kunnen bereiken, is een dekoloniale feministische benadering nodig die intersectionele ongelijkheden kan aanpakken.

Dit is een politiek explosief moment om het te hebben over de sdg’s vanuit een feministisch perspectief. De moord op George Floyd door de politie in de VS heeft ons wereldwijd gedwongen om in de spiegel te kijken, wanneer het gaat over racisme en discriminatie, in onze persoonlijke en professionele relaties en in de instellingen die ons leven beheersen – aangespoord door de #BlackLivesMatter-beweging. Of #BlackLivesMatter daarbij de gerechtigheid krijgt die haar toekomt, is een andere vraag. We moeten, zoals altijd, de reflectie over ‘ras’ – als sociale en politieke constructie – (anti-)racisme en (de)kolonialiteit op de voorgrond plaatsen.

Wit, liberaal feminisme als uitgangspunt van de sdg’s

In internationale ontwikkeling was “ras” altijd de olifant in de kamer. Dat geldt even goed voor de sdg’s, zowel in hun formulering als hun implementatie. Dit leidt tot het privilegeren van welbepaalde “vrouwelijke” ervaringen boven andere: in de sdg’s staat het witte, liberale feminisme centraal.

“Ras” dient als containerterm voor andere vormen van marginalisering, terwijl “witheid” de universele norm blijft.

Met de term ‘wit’ doelen we op Gurminder Bhambra’s definitie van methodologische witheid, die de rol van “ras” in de structuur van de wereld niet erkent; die de witte ervaring als universeel ziet en die andere perspectieven wegzet als ‘particuliere’ vormen van identiteitspolitiek.

De sdg’s zetten racialisering opzij als een loutere aanvulling op andere agenda’s en maatregelen. “Ras” dient als containerterm voor andere vormen van marginalisering, terwijl “witheid” de universele norm blijft. Dit komt het duidelijkst tot uiting in de lange lijst van identiteitscategorieën van wie de “inclusie” in het dominante kader moet worden bevorderd: ‘… ongeacht ras, huidskleur, geslacht, taal, religie, politieke of andere mening, nationale of sociale afkomst, eigendom, geboorte, (in)validiteit, of andere status.’

De individuele “vrouw” versus structurele ongelijkheden

De ambities van de sdg’s richten zich enkel op de individuele “vrouw”, een archetypische cisgender, hetero, essentialistische “Derde-Wereldvrouw” die een witte redder nodig heeft om haar te bevrijden uit haar gewelddadige huwelijk door een smartphone in haar hand te steken zodat ze ‘empowered’ is. Er wordt geen rekening gehouden met de machtsonevenwichten in institutionele contexten, die intersectionele ongelijkheden – op het kruispunt van gender, ‘ras’, klasse en andere sociale categorieën van maatschappelijk verschil – veroorzaken en in stand houden.

De sdg’s slagen er niet in om de structurele ongelijkheid aan te pakken, die verbonden is aan de macht van bijvoorbeeld transnationale ondernemingen, internationale banken en de neoliberale staat. Wat overblijft is een “theory of change” die enkel zogenaamd “lokale” uitdagingen in het vizier neemt, de niet-gespecifieerde maar verondersteld ‘schadelijke’ gendernormen. De optimale schaal van actie is dan niet mondiaal of structureel, maar blijft beperkt tot de individuele vrouw of lokale groepen vrouwen.

Dé ‘Derde-Wereldvrouw’ als slachtoffer of heldin

We moeten ons afvragen wiens feminisme “telt” in de sdg’s. We kunnen niet ontkennen dat de ambitie van de sdg’s positief en hoopgevend is – het is een leidraad op mondiaal niveau om samen te streven naar een betere wereld. De fundamentele vraag blijft echter wie mag beslissen hoe ‘beter’ eruit ziet, en welke voorwaarden en acties nodig zijn om die wereld tot stand te brengen.

Veel aspecten van het leven van de zogenaamde “Derde-wereldvrouw” worden genegeerd door het sdg-kader

Het engagement van de sdg’s om ‘niemand achter te laten’ zorgt in werkelijkheid voor allerlei vormen van uitwissing en onzichtbaarheid. Zo ligt er een grote nadruk op meisjes en vrouwen in de reproductieve leeftijd en in voornamelijk heteroseksuele relaties. In deze formulering is de ‘Derde-Wereldvrouw’ enkel slachtoffer of heldin – een essentialistische fictie waar het liberale feminisme haar raciale en gendergerelateerde ideeën op kan projecteren, zonder stil te staan bij wat de verschillende echte vrouwen in het Globale Zuiden eigenlijk zelf willen.

Veel aspecten van het leven van de zogenaamde “Derde-wereldvrouw” worden genegeerd door het sdg-kader: wat met sociale en economische onzekerheid en de verbetering van de arbeidsvoorwaarden? Of de extractieve praktijken van transnationale bedrijven? Of geïnstitutionaliseerde discriminatie van minderheden in hun concrete context, land, de wereld?

De sdg’s wissen ook het bestaan ​​van queer of LGBTQ+ mensen uit, evenals sekswerkers en reproductieve gezondheidsbehoeften zoals abortus. We zien hier wat Richa Nagar ‘genderhegemonie’ noemt aan het werk: sommige ideeën, zoals de focus op geweld tegen vrouwen of microkredieten, halen de bovenhand. En dat zijn niet toevallig die ideeën die ‘een radicale politiek ondermijnen… [en] de belangen van mondiaal kapitaal dienen.’ De stereotype “Derde-Wereldvrouw” dient dan enkel als de belichaming van de “marginaliteit” en het “verschil” ten opzichte van de liberaal-feministische norm: ‘de witte, Westerse Vrouw’.

Een meervoud aan dekoloniale feminismen

De liberaal-feministische recepten, ingebed in de sdg’s, zijn volstrekt ontoereikend om rechtvaardigheid op het vlak van gender te bekomen. We moeten ‘gender’ en ‘ras’ beschouwen als vormen van macht en kennis, die intrinsiek verbonden zijn met kolonialiteit. In tegenstelling tot wit, liberaal feminisme, stellen dekoloniale feminismen – in het meervoud – het Westen in vraag als het centrum van het denken en de praktijk van ontwikkeling: zowel over ‘wie’ we denken als ‘wie’ denkt. Dekoloniale feminismen zijn heterogeen en omvatten meervoudige realiteiten en kennissystemen, overeenkomstig regionale verschillen en diversiteit op het vlak van gender, seksualiteit, ‘ras’ en klasse.

De sdg benchmarks voor vooruitgang werden zo ontworpen dat er geen oog is voor ongelijkheid en machtsverschil binnen diverse vormen van marginalisering

Deze dekoloniale perspectieven ontmaskeren het top-down karakter van een universele agenda, zoals de sdg’s, die de veelheid aan benaderingen van ontwikkeling overschaduwt, niet in het minst die benaderingen die indruisen tegen het dominante ontwikkelingsparadigma. Binnen de sdg’s en het reguliere ontwikkelingsdiscours is er geen ruimte om voorbij het ‘Westen en de rest’ de kijken, om verschillen op het gebied van geografie, nationaliteit, gender, ‘ras’, seksualiteit, klasse, geloofssystemen, (anders)validiteit, enz. te zien.

De sdg benchmarks voor vooruitgang werden zo ontworpen dat er geen oog is voor ongelijkheid en machtsverschil binnen diverse vormen van marginalisering, zoals racialisering, rijkdom, migratiestatus of anti-zwartheid. Slechts één systematische onderdrukking – gender in sdg 5 – aan de kaak stellen is niet effectief, want het is de convergentie van diverse onderdrukkingssystemen – op het kruispunt met ‘ras’, klasse, enz. – die de wereldwijde ongelijkheid tussen mannen en vrouwen in stand houdt.

Voorbij de sdg’s: intersectionele uitdagingen

We kunnen ons afvragen of een radicaal intersectionele en dekoloniale benadering van gender en ‘ras’ wel mogelijk is in een door de VN geleide ontwikkelingsagenda. Zoals Mia Kristin Häckl en Julia Schöneberg stellen, kenmerken de sdg’s zich door standaardisatie en rationaliteit, een modernistische benadering, die processen van maatschappelijke verandering als voorspelbaar beschouwt en onderwerpt aan aantoonbare planning met doelstellingen en indicatoren. Zulke pogingen om de gelijkheid van mannen en vrouwen te ‘meten’ verworden tot een oppervlakkige oefening die niet in staat is om systemen van onderdrukking en ongelijkheid op een intersectionele manier aan te pakken.

Zonder actie tegen structurele ongelijkheid, zullen we blijven krabben in de marge van de intersectionele uitdagingen

Geconfronteerd met de echte, wereldwijde noodsituatie van #BlackLivesMatter, blijken de sdg’s nutteloos: ze dragen niet bij aan reparaties en gerechtigheid ten aanzien van de geschiedenis van kolonialisme, slavernij en het geweld van het afdwingen van gender-binaries. Zijn dit onoverkomelijke of onherstelbare tekortkomingen? Absoluut niet. We mogen de solidariteit niet onderschatten, die op lokaal, regionaal en mondiaal niveau is ontstaan ​​door collectieve inspanningen rond the sdg’s.

Maar zonder actie tegen structurele ongelijkheid, zullen we blijven krabben in de marge van de intersectionele uitdagingen, die gecreëerd en gevoed werden door de manier waarop we ‘ontwikkeling’ definiëren – een definitie die intrinsiek gegendered en geracialiseerd is.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Keya Khandaker is een doctoraatsstudente aan de School of Politics and International Studies van de University of Leeds. Haar project is een samenwerking met het Overseas Development Institute’s GAGE Programme en onderzoekt de mobilisatie van gendernormen en jongeren in sdg initiatieven.

Lata Narayanaswamy is docent internationale ontwikkeling aan de School of Politics and International Studies van de University of Leeds. Haar interdisciplinaire, feministische onderzoek problematiseert de manier waarop kennis wordt geconstrueerd als motor voor ontwikkeling.

Een Engelstalige versie van deze blog vind je op de website van het Ghent Center for Global Studies

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2643   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift