Milieumigratie op de Altiplano. Boliviaanse gemeenschappen lopen leeg

Vijf families wonen er nog in Alantañita, een gemeenschap op zo’n 35 km ten zuiden van de Boliviaanse stad Oruro. Ze hebben hun thuis zien veranderen tot een natuurlijke stortplaats van mijnafval. “Milieumigratie” op de Altiplano heeft het feitelijk aantal inwoners van de stad Oruro op korte tijd doen verdubbelen.

  • ©Antonio Bongaerts Mensen leggen twee tot tien kilometer af voor drinkbaar water. ©Antonio Bongaerts
  • ©Silke Ronsse Bijeenkomst van CORIDUP tijdens het bezoek van de milieuverantwoordelijke van de Huanunimijn. ©Silke Ronsse
  • ©Silke Ronsse Mensen werken in het mijnafval om de laatste beetjes tin te ontginnen. ©Silke Ronsse
  • ©Antonio Bongaerts Jonge lammetjes sterven door het vervuild rivierwater. ©Antonio Bongaerts
  • ©Silke Ronsse Het feitelijke bevolkingsaantal van de stad Oruro is op enkele jaren tijd verdubbeld. ©Silke Ronsse
  • ©Silke Ronsse Het derde congres van CORIDUP kiest opvolgers voor de directie voor de komende drie jaar. ©Silke Ronsse

De Huanunimijn loost sinds meer dan een eeuw zijn afvalwater vol zware metalen rechtstreeks in de rivier San Juan de Sora Sora, vanwaar het doorstroomt tot in Alantañita. Sinds de jaren `70 gebruikt men echter ook xanthaat voor de extractie van tin, waardoor het sediment dat zich als een waaier uitspreidt over het land nog sterker verontreinigd is. Het rivierwater kunnen ze niet meer gebruiken voor consumptie, hun akkers of hun dieren. Sinds het begin van de huidige eeuw heeft de vervuiling zelfs het grondwater bereikt.

Het grondwater ruikt naar copajira

‘Het grondwater ruikt naar copajira (zuur mijnwater)’, vertelt José (72) uit Kochi Pia Kala die vlakbij het meest zuidelijk punt van het Uru Urumeer woont, ‘landbouwproductie is er al jaren niet meer, want de aarde is vervuild en er is niets meer dat groeit’.

Francisco (60) wil niet weg van het land dat zijn ouders en grootouders goed verzorgden. Hij trekt voor periodes naar het stadje Huanuni, waar hij letterlijk in het afval van de mijn werkt om er de laatste beetjes mineraal uit te halen: ‘Gezond is het zeker niet, maar waar ga je anders je brood verdienen op deze plek?’

©Silke Ronsse

Mensen werken in het mijnafval om de laatste beetjes tin te ontginnen.

In 2009 werd het rivierbekken van de mijn op nationaal niveau erkend als rampgebied. ‘Er is sindsdien echter geen verbetering geboekt’ klaagt het bestuur van CORIDUP (Coordinadora en Defensa del Río Desaguadero y Lagos Uru Uru y Poopó). Sinds 2007 werd deze volksbeweging opgericht met als doel de bescherming van de Desaguadero rivier en de meren Uru Uru en Poopó.

‘Het beloofde opvangbekken is na vele jaren nog steeds niet in gebruik en de geaffecteerde gemeenschappen hebben sindsdien geen enkele vorm van ondersteuning ontvangen’, vertelt ex-voorzitter van CORIDUP, Ángel Flores. Sinds 2011 belooft het mijnbedrijf dit opvangbekken te bouwen, echter tot op vandaag is deze tot een ‘60%’ gevorderd volgens de milieuverantwoordelijke.

©Silke Ronsse

Bijeenkomst van CORIDUP tijdens het bezoek van de milieuverantwoordelijke van de Huanunimijn.

Het vee is met 90% in aantal afgenomen

Stroomafwaarts van de Kori Kollo goudmijn zijn er waterputten die droog komen staan door de grote wijzigingen die werden aangebracht in de stroming van de Desaguadero rivier. Tijdens de activiteiten van de mijn tussen 1980 en 2010 gebruikte de mijn dagelijks 22.040.000 liter water of 77% van wat de hele stad per dag verbruikt, momenteel zijn de activiteiten stilgelegd, maar wordt de open-put nog voortdurend gevuld met water uit de rivier.

Román had ooit 800 schapen.

Román (64) herinnert zich ooit 800 schapen te hebben gehad.

‘veel zijn gestorven door het drinken van vervuild water, voor anderen was er onvoldoende drinkwater of gras om te overleven’. Vooral de veeteelt heeft veel geleden onder de vervuiling en is de laatste vijf jaar met 90% afgenomen in Alantañita.

©Antonio Bongaerts

Jonge lammetjes sterven door het vervuild rivierwater.

‘De oevers van de rivier worden volledig wit tijdens het droogseizoen’, vertelt Jaime die net ten zuiden van Kori Kollo’s kleine broer –de Kori Chacamijn– woont. Het zoutgehalte van het water van de Desaguadero rivier is sinds de start van de werken sterk verhoogd ter hoogte van de gemeenschap Santo Tomás.

Gemeenschappen stroomafwaarts van de Kori Kollomijn kunnen hun vee niet meer onderhouden en de aantallen zijn sterk verminderd. Sommigen verzamelen nu stro om te verkopen voor het maken van matrassen, anderen proberen bij te verdienen als bouwvakker of door handwerk te verkopen in de stad. Jobs zijn schaars op gedegradeerd land.

Alternatieven buitenshuis

Als je niet meer in je levensonderhoud kan voorzien en gedwongen moet overschakelen op kortstondige werkjes, voor mensen in de stad of in een ander dorp dat vaak tamelijk slecht bereikbaar is door een gebrek aan wegen. Op dat moment is de stap klein je geschiedenis achter te laten en te vertrekken richting de stad.

Ze geven de voortdurende zoektocht naar een manier om de eindjes aan elkaar te knopen op en proberen geluk te vinden in de stad. Deze migranten worden door de stadsbewoners vaak gezien als een bedreiging voor het goede leven in hun stad, al blijken ze uiteindelijk goedkope werkkrachten die meer dan eens te lijden hebben onder uitbuiting.

Op die manier loopt momenteel de uitgestrekte Altiplano leeg en groeien de steden aan.

Vooral jongvolwassenen, maar ook hele gezinnen gaan op de vlucht voor een veranderend milieu en een onleefbare omgeving. Op die manier loopt momenteel de uitgestrekte Altiplano leeg en groeien de steden aan. Sommigen vertrekken naar buurlanden zoals Argentinië en Chili.

Niet alle migranten die in de stad aankomen blijven daar ook, omdat ze zien dat de kansen beperkt zijn, dat hun werk niet geapprecieerd wordt en omdat ze merken dat ze worden uitgebuit.

In vele gevallen gaat het over mensen die nooit goed hebben leren schrijven en problemen ondervinden om zich goed te integreren. Ze proberen terug te keren naar een veiligere en bekende omgeving, hoewel dit niet steeds evident is door gebrek aan middelen of omdat men bang is om als mislukkeling bekeken te worden door vrienden en familie.

©Silke Ronsse

Het feitelijke bevolkingsaantal van de stad Oruro is op enkele jaren tijd verdubbeld.

De zogenaamde “dubbele residentie” is hier op de schrale Altiplano nog het meest voorkomende fenomeen: Door de week werkt men in de stad, maar in het weekend keert men steevast naar ”huis“. Ze voelen zich nog deel van hun gemeenschap op het platteland en willen daar geen verandering in brengen. Leven van het land dat men vroeger bewerkte of waar men vroeger vee op liet grazen, is echter niet meer mogelijk.

In het dorp Puñaca is er bijvoorbeeld zo goed als niemand, die nog nooit uit het dorp is weggetrokken. In Alantañita wonen nog 5 gezinnen op leeftijd. De jeugd en een vijftigtal families hebben andere oorden opgezocht.

Vanuit het dorp worden zij die emigreren slecht bekeken of men denkt dat ze rijk en verwend zijn. Onderlinge relaties worden er in elk geval niet beter op. Hun cultuur, gewoontes, geschiedenis… hun hele identiteit en voorouderlijke kennis gaan daarbij verloren.

©Antonio Bongaerts

Mensen leggen twee tot tien kilometer af voor drinkbaar water.

Is een milieumigrant werkelijk een vluchteling?

De mens heeft al in heel de geschiedenis migraties of massamigraties meegemaakt door veranderingen in het klimaat of milieudegradatie.

‘Milieuvluchteling’ is een nieuw begrip in discussie.

Echter, de laatste jaren is het aantal enorm toegenomen en de voorspellingen zijn niet beter: zo zou het aantal personen dat onder watertekort lijdt, verwacht worden toe te nemen van 1400 miljoen in 2005 tot 2800 à 6900 miljoen in 2050.

‘Milieuvluchteling’ is een nieuw begrip in discussie. Met het huidige juridische kader om erkend te worden als vluchteling moet de reden voor asiel erkend zijn door het ontvangende land, moet het leven van de migrant duidelijk bedreigd zijn en moet de verplaatsing naar een ander land zijn.

©Silke Ronsse

Het derde congres van CORIDUP kiest opvolgers voor de directie voor de komende drie jaar.

Sinds de goedkeuring van Conventie van Genève in 1951 waarin dit kader werd vastgelegd is er echter veel veranderd in relatie tot de afkomst en motieven van de gedwongen migraties. In 2005, tijdens de Wereldconferentie over de preventie van natuurrampen in Kobe werd overeengekomen ook ondersteuning en bescherming te bieden aan de migranten die zich gedwongen verplaatsen met als reden de degradatie van hun omgeving. Dit akkoord is voorlopig echter beperkt tot wat letters op papier.

De grens tussen gedwongen en vrijwillige migratie is heel moeilijk te trekken.

Deze migranten op de Boliviaanse Altiplano zullen daarnaast vaak socio-economische redenen aanhalen voor hun migratie, hoewel een directe bedreiging door een verandering in hun milieu de eigenlijke oorzaak is. De grens tussen gedwongen en vrijwillige migratie is dan ook heel moeilijk te trekken.

Ook is het onmogelijk er cijfers op te plakken omdat de meeste milieumigranten in eigen land blijven en de redenen niet altijd eenduidig zijn.

Mijnen die zogezegd jobs en welvaart brengen, geven inkomsten aan enkelingen, maar verstoren op lange termijn sociale structuren en trekken hele families uiteen.

 

Met dank aan medeauteur Alberto Vázquez Ruiz

LEES OOK

©Silke Ronsse
‘Bijna overal in de Nor Carangas provincie merken we de schade die de mijn toebrengt aan het milieu en onze gezondheid. Bij de Sallala rivier zijn de waterbronnen opgedroogd.
Met een 5-tal studenten vanuit evenveel verschillende achtergronden reisden we af naar Oruro, een stad van zo’n 300.000 inwoners in Bolivië die voornamelijk om mijnbouw draait.
© Silke Ronsse
Latijns-Amerika klinkt voor velen als ongerepte natuur en een cultuur die zijn “Pachamama” in ere houdt.
© Silke Ronsse
Onlangs ontstond een nieuwe zoutvlakte op de Boliviaanse Altiplano. Het Poopómeer is ruim een jaar geleden opgedroogd, maar was nooit zo sneeuwwit als nu aan het einde van het regenseizoen.