Wanneer (h)erkennen we eindelijk onze Congolese familie?

Het museum zal veranderen, maar volgt onze samenleving ook?

Miguel Discart CC BY-SA 2.0

 

Tot voor kort hield het Afrikamuseum vast aan een zeer koloniale en paternalistische voorstelling van zaken en feiten. Na de heropening zal de historische band tussen België en Congo worden weergegeven op een veel gevoeligere wijze met een eerlijk beeld over de kolonisatie. We weten dat het museum zal veranderen, het is nu aan de samenleving om te volgen.

Er is reeds veel geschreven over de relatie tussen hedendaags België en zijn koloniale geschiedenis. Zoals u misschien gelezen hebt, stelt men de heropening uit van het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika in Tervuren. Al zullen we het pas in december kunnen verifiëren, de historische band tussen België en Congo zal men nu weergeven op een veel gevoeligere wijze met een eerlijk beeld over de kolonisatie.

Erkenning voor de hele samenleving

Eerlijkheid en volledigheid over die band, en dus het herkennen van onze Congolese familie, is reeds decennialang een groot en pijnlijk probleem in onze samenleving. De opwaardering van onze historische relatie zou echter niet als negatief ervaren mogen worden, wel integendeel.

‘Eerlijkheid en volledigheid over ons koloniale verleden, en dus het herkennen van onze Congolese familie, is reeds decennialang een groot en pijnlijk probleem in onze samenleving’

Het zal de hele samenleving alsook de Congolese gemeenschap tot voordelen strekken, want volgend op de eindelijke herkenning van onze Congolese broers en zussen komt hopelijk een erkenning. Het erkennen van de pijnlijke socio-economische situatie van de uitgesloten Congolese gemeenschap in België –een hoogopgeleide en open gemeenschap die sterk wil integreren.

Deze erkenning zou onder andere een groei betekenen voor onze economie alsook een middel tegen de vergrijzing. Een hardwerkende, hoogopgeleide en geïntegreerde gemeenschap –welke Belgische partij zou zich hier niet voor willen engageren? In de toekomst kan dit zelfs leiden tot een welvarend en stabiel Congo waarmee België een geprivilegieerde handelsrelatie kan hebben.

Jawel, u leest het goed, Koning Filip die koffie drinkt met Kagame is niet de enige uitweg!

Al is de erkenning op zichzelf reeds essentieel, het kan dus nog verderstrekkende gevolgen hebben. We weten dat het museum zal veranderen, het is nu aan de samenleving om te volgen.

Visionaire held

Onze lange en historische band vindt men makkelijk terug in Congo, waar vaak gesproken wordt over ‘nos frères Belges’ en over het belang van de verhouding tussen beide naties. In België, daarentegen, lijkt deze band onbestaande. Het is een van de weinige zaken waarmee ons land nog de internationale pers haalt: de onwil en het onvermogen om ons koloniaal verleden onder ogen te komen en om de Congolese gemeenschap te omarmen. De afgelopen 15 jaar verschenen hieromtrent artikels in onder andere The New York Times, The Guardian, Politico, The Independent.

Er heerst dan ook een apathie jegens ons koloniaal verleden en het leed dat toen berokkend is. Het komt zelden voor in het publiek debat en blijft gehuld in een pijnlijke stilte. Sommige archieven blijven zelfs ontoegankelijk, wat herinneringen oproept aan Leopold II die naar verluid bevel gaf om zijn eigen archieven te verbranden toen zijn persoonlijke heerschappij erop zat.

Een recente studie door de Koning Boudewijnstichting toonde aan dat 74 procent van de Congolese gemeenschap vindt dat ons koloniaal verleden een taboeonderwerp is in België. Dit wordt in gelijkaardige cijfers gedeeld door mensen uit de Rwandese en Burundese gemeenschap. Vele generaties kregen in de klas te horen dat België beschaving bracht in Congo, zonder enige nuancering.

Ondanks een lichte kentering, maakt het volledige verhaal nog steeds geen volwaardig deel uit van de leerstof in onze klassen. Volgens 93 procent van de Congolese gemeenschap moet er dan ook meer onderwezen worden inzake de koloniale geschiedenis. Dit wordt opnieuw in gelijkaardige cijfers gedeeld door de Rwandese en Burundese gemeenschap.

Desalniettemin is deze stand van zaken begrijpelijk. Een volledige waardering van de historische band en aldus het herkennen van onze Congolese frères en soeurs is dan ook zeer emotioneel. Elke familie kent wel iemand die tijdens de kolonisatie in Congo gewerkt heeft als missionaris, leerkracht of bewaker. Elke poging tot een nieuwe blik op ons verleden wordt vaak afgedaan als een veroordeling van de kolonialen. Men zegt dat het te gemakkelijk is om Leopold II achteraf te veroordelen en om de morele standaarden van vandaag te transponeren op die tijd.

In deze hoek spreekt men over een te eenzijdige aanpak die geen rekening houdt met de beschaving die er uiteindelijk gekomen is samen met de spoorwegen en de missies. Het was zelfs de vader van onze huidige premier, Louis Michel, die er in 2010 op wees dat Leopold II een visionaire held was.

Congolezen tentoonstellen in Tervuren

Het was deze “visionaire held” die 267 Congolezen naar België haalde in de zomer van 1897 om tentoon te stellen bij zijn Koloniënpaleis in Tervuren. De populariteit was immens en men besloot er een permanente exhibitie van te maken. Wat eerst het Musée du Congo heette, kennen we vandaag als het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika in Tervuren (KMMA).

Het museum veranderde echter slechts weinig sinds die beginjaren. Tot enkele jaren geleden stelde het museum een pijnlijke minderwaardigheid van de Congolees tentoon gepaard met de superioriteit van de blanke man die beschaving bracht.

Geen enkele andere perspectief van het tijdperk kwam aan bod. Er was geen verdere uitleg, geen nuancering en geen volwaardige vermelding van de gruweldaden die er plaatsvonden. Het museum was nochtans razend populair in België, en voor vele kinderen hun eerste echte kennismaking met ons verleden en de historische band tussen België en Congo.

‘Het aantal gestorven Congolezen varieert tussen de 3 en 10 miljoen, afhankelijk van de bron en zowel de vergelijking met Hitler als het gebruik van de term genocide wordt sterk betwist’

Toch vond er een kleine verandering plaats ten tijde van de millenniumwisseling. Het was in 1999 dat King Leopold’s Ghost van Adam Hochschild in België verscheen. In dit boek –toch wel een aanrader– schatte Hochschild dat ongeveer 10 miljoen Congolezen werden vermoord of doodgewerkt door het privéleger van Leopold II. Bovendien sprak hij over genocide en vergeleek hij de Belgische vorst met Hitler.

Ondanks dat er ruimte was voor debat –het aantal gestorven Congolezen varieert tussen de 3 en 10 miljoen afhankelijk van de bron en zowel de vergelijking met Hitler als het gebruik van de term genocide wordt sterk betwist– kwam er geen volwaardig maatschappelijk debat noch maatschappelijke reflectie.

Er heerste eerder verontwaardiging en woede over de, volgens sommigen, foutieve gegevens. Het museum in Tervuren zette echter wel een eerste stap in de richting van een nieuwe en genuanceerde kijk op het verleden. De expositie Memory of Congo: the Colonial Era in 2005 was kritischer in zijn kijk op het verleden en was aldus meer in staat om een antwoord te bieden op Hochschilds boek.

Maar na honderd jaar voornamelijk een koloniale boodschap te hebben uitgedragen, zal het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika eindelijk een fysieke maar ook geestelijke transformatie ondergaan. Men sloot het museum en besteedde de afgelopen jaren welgeteld 75 miljoen euro aan renovaties. Belangrijker dan de fysieke verandering is echter de geestelijke. Men zal een eerlijker en duidelijker beeld naar voren schuiven dat aanzet tot reflectie en debat. Het museum in Tervuren, gegroeid uit die zomer van 1897, kan vanaf december een grote rol spelen in de eindelijke herkenning van onze Congolese familie.

Goede leerling werkloos

Met het oog op deze herkenning moet wel een groot bezwaar geadresseerd worden. Namelijk het argument dat dit ertoe leidt dat alle autochtone Belgen zich schuldig moeten voelen en gebukt moeten gaan onder de historische verantwoordelijkheid voor de gruweldaden. Dit kan enkel leiden tot een verslechtering van de situatie en dat mag niet het doel zijn. Het onder ogen komen van de lange, historische relatie tussen onze landen en het weergeven van deze relatie op een eerlijke manier en het accepteren daarvan, is geen negatief proces.

Het wijst op onze verbondenheid. In Congo sprak men tegen mij over een broederschap, een verwevenheid die ons vandaag nu eenmaal meegegeven is door de geschiedenis, maar niet door die geschiedenis bepaald wordt. Die band hangt niet als een molensteen rond onze nek, de gewaardeerde band is juist een geprivilegieerde positie voor beide partijen in het nu. 

Deze herkenning moet eigenlijk gekoppeld worden aan een mogelijke erkenning, namelijk de erkenning van de situatie van de Congolese gemeenschap in België. Deze situatie is schrijnend. Het gaat om een hoogopgeleide gemeenschap die zich sterk wil integreren en toch een zeer zwakke socio-economische positie heeft in de samenleving. De gemeenschap wordt uitgesloten van een maatschappij waartoe ze nochtans graag wil behoren en waarin ze veel vertrouwen heeft.

Politici zeggen vaak dat men gerust naar België mag komen, zolang men zich aanpast en bijdraagt aan het systeem. De Congolese gemeenschap is hierin mogelijks de beste van de klas, en toch falen wij om vervolgens ons deel van de afspraak na te komen.

Meer specifiek zijn er drie grote studies die een goed beeld schetsen van de Congolese gemeenschap in België. Het gaat over de studies van de UCL in 2010, de Koning Boudewijnstichting in 2017 en het Vlaams Agentschap voor Binnenlands Bestuur in 2018. Eenzelfde tendens wordt duidelijk in de drie studies en ze komen allen tot een gelijkaardige conclusie.

Zo wil de Congolese gemeenschap zeer graag integreren in onze samenleving en deelt ze onze normen en waarden. Men volgt bijvoorbeeld sterk de actualiteit, men heeft meer vertrouwen in de Belgische politiek dan de autochtone Belgen, men gelooft in de gelijkheid van man en vrouw en het recht van de vrouw om evenzeer te werken, enzovoort. Bovendien is er een sterke wil om aan de economische activiteit deel te nemen en is de gemeenschap hoger opgeleid dan de gemiddelde Belg, met een opleidingsniveau van 60 procent. En toch, ondanks dit alles, ligt de werkloosheidsgraad ongeveer vier keer hoger dan het Belgische gemiddelde.

De werkloosheidsgraad ligt boven de 30 procent, waar deze voor België rond de 7% valt. Bovendien werkt een groot deel van de Congolese gemeenschap onder zijn diplomaniveau, wat bijvoorbeeld leidt tot een gedoctoreerde magazijnwerker. Als resultaat blijkt dat 52 procent van de Congolese gemeenschap moeilijk rond komt. Taal blijft belangrijk in dit verhaal, maar de studies wijzen op discriminatie op de arbeidsmarkt en de niet-erkenning of devaluatie van diploma’s als belangrijke oorzaken. Bovendien blijkt uit de onderzoeken dat de Congolese gemeenschap ook geconfronteerd wordt met discriminatie op de huurmarkt en in het onderwijs.

Nood aan politieke oplossingen

De oplossingen voor deze problemen moeten aangedragen worden vanuit de politiek. Ik besprak deze problematiek en de mogelijke politieke oplossingen met het kabinet van Kris Peeters, Minister van Werk en Economie. Ze zullen het bekijken en blijven verder werken, maar er is nood aan dringende actie die plaats vindt binnen verschillende domeinen en die aldus gedragen wordt door verschillende ministers en staatssecretarissen.

Bovendien beperken deze problemen zich niet enkel tot de Congolese gemeenschap, maar kunnen ze tot op zekere hoogte teruggevonden worden bij alle gemeenschappen uit Sub-Saharaans Afrika. De politieke oplossingen zullen dus niet enkel de Congolese gemeenschap ten goede komen, maar ook al deze andere gemeenschappen.

‘Er is nood aan dringende actie die plaats vindt binnen verschillende domeinen en die aldus gedragen wordt door verschillende ministers en staatssecretarissen’

Gebaseerd op schattingen zal het dus niet enkel gaan over de 80.000 personen uit de Congolese gemeenschap, of de 30.000 personen uit de Rwandese en Burundese gemeenschap, maar zal het betrekking hebben de meer dan 200.000 personen uit de verschillende gemeenschappen uit Sub-Saharaans Afrika.

Hoe dan ook, het debat moet gevoerd worden. Momenteel is de Congolese gemeenschap ongezien en ongehoord, en wegen ze niet op het beleid. Hopelijk wordt deze situatie echter snel erkend en kan er gewerkt worden aan oplossingen. De eerste stap zal de herkenning van de Congolezen door de Belgen zijn.

Maar vervolgens zal er ook een beweging vanuit de gemeenschap zelf nodig zijn. Momenteel is er geen platform voor de Congolese gemeenschap om zich gehoord en gezien te maken. Bij het verdwijnen van het Platform van Afrikaanse Gemeenschappen kwam er niets in de plaats. Ook hier moet een verandering komen opdat de erkende situatie efficiënt aangepakt kan worden.

Iedereen verliest terwijl iedereen kan winnen

In het verhaal van de herkenning en erkenning van de Congolese gemeenschap is het ook belangrijk om te wijzen op hun vele troeven. Het gaat namelijk om een sterk geïntegreerde, hoogopgeleide en werkbereide gemeenschap. Deze intrede doen vinden in onze economie zal niet enkel de gemeenschap maar ook de hele samenleving ten goede komen.

Bovendien is de geschatte gemiddelde leeftijd binnen de Congolese gemeenschap 31,7 jaar. Dit ligt aanzienlijk lager dan het Belgisch gemiddelde en kan bijgevolg een deel van het antwoord tegen vergrijzing zijn. Er is echter ook een lange termijn voordeel, zij het vergezocht momenteel. Het is namelijk zo dat enerzijds de Belgen en anderzijds de welvarende Congolese gemeenschap als gevolg in de toekomst meer betrokken kunnen zijn met de problemen in Congo.

Congo is het toneel van het meest bloedige conflict sinds Wereldoorlog II, waar op een bepaald moment naar schatting 1000 meisjes en vrouwen per dag verkracht werden. Een dictatoriaal regime doet de straten van Kinshasa rood kleuren om toch maar illegitiem aan de macht te blijven. Bovendien kan de Congolese gemeenschap dan niet enkel meer ondernemen in België, maar kan men ook meer zakelijk ondernemen in Congo.

‘Het is nu aan ons om te tonen dat men ons kan vertrouwen, dat het geen fabeltje is, dat een hoogopgeleide, geïntegreerde en hardwerkende gemeenschap welkom is’

Deze tendensen kunnen Minister De Croo helpen in zijn pogingen om ontwikkelingshulp te koppelen aan de privésector. En als er dan, op lange termijn, een stabiel en welvarend Congo tot stand komt, zal dit onze eigen economie alleen maar tot voordeel strekken. Er zal een grote verwevenheid zijn tussen onze landen met veel ondernemingskansen.

Het heeft reeds te lang geduurd en de tijd is nu aangebroken om onze Congolese broers en zussen eindelijk te herkennen. Om de lange, historische band eindelijk opnieuw te waarderen en niet weg te moffelen in een stil hoekje ver verwijderd van het publieke debat. Dat we eindelijk op positieve wijze deze geprivilegieerde relatie een rol laten spelen.

Hieruit zal hopelijk de erkenning van de situatie van de Congolese gemeenschap voortkomen. Bij de onafhankelijkheid van Congo, op 30 juni 1960, sprak Koning Boudewijn de volgende woorden: ‘Aan u, heren, komt het toe om nu te tonen dat wij gelijk gehad hebben u te vertrouwen.’ Maar het is juist aan ons om te tonen dat men ons kan vertrouwen, dat het geen fabeltje is, dat een hoogopgeleide, geïntegreerde en hardwerkende gemeenschap welkom is.

Het is spijtig dat men de heropening van het KMMA moest uitstellen, want het kan niet snel genoeg komen. Dit geldt echter ook voor het openen van onze geest –ook dat kan niet snel genoeg komen. De veranderingen die het museum heeft doorgevoerd zijn van het uiterste belang, maar de veranderingen die de maatschappij moet doorvoeren zijn dat nog meer.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift