‘Joke en de keuterboeren, dat schept een band’

‘Joke. Ik mag Joke zeggen toch?… Nu we de laatste dagen zoveel samen vernoemd worden: Joke en de keuterboeren, dat schept toch een band. Nu…Ik zit nog met een ei. Ook nog met 100 kilo was. Is dat bij jou ook zo: zondag wasdag? Maar eerst toch dat ei.’

© Isabelle Vanhoutte

 

‘Weet je nog de zaak Keuterboer Kempengoud versus Plof Kippen Industrie op het zelfde stukje nog beetje open landbouwgebied aan het Spurrieveld te Essen? Keuterboer Jules bewerkt hier al jaren een veld van 2 hectare. Aan de overkant heeft een boerenzoon (van zo een echte boer) van 18 een aanvraag ingediend voor 2 kippenstallen van 80.000 kippen en jij hebt die bouwaanvraag en milieuvergunning plichtsbewust ondertekend.’

‘Wat zeg je? Dat je het niet precies meer weet… en dat je zoveel handtekeningen onder vergunningen moet zetten dat je hand er moe van wordt? Ja dat begrijp ik. En dan nog die zondagse was. En toch zit ik nog met enkele vraagjes bij deze goedkeuring. Heb je misschien eventjes de tijd, dan beginnen we daarna aan de was.’

‘Kijk, ik ben enkele jaren geleden door keuterboer Jules gevraagd om hem ‘s zaterdags te helpen met de veldwinkel. Ik had al een drukke job, maar de sympathie voor deze gepassioneerde boer won. Al snel werd ik verliefd op het veld en leerde ik de vaste klanten kennen. Van de overschotten van de groenten maakte ik op vrijdagavond soep. ‘s Zaterdags konden de klanten die door weer en wind naar ons veld kwamen zich dan even opwarmen of wat keuvelen bij een kom warme soep. Dat gebeurt nog steeds. Ik kan dat niet laten, vrijdagavond maak ik soep. Tegenwoordig moet ik al twee grote potten maken. Dat zijn zo van die gewoontes. Zoals de was op zondag.’

‘Ondertussen heb ik een jaar geleden mijn zekere en goed betaalde job opgegeven om mij mee in het keuterboerenbestaan te storten. In de winter geef ik kookles en als bijverdienste doe ik caterings met groenten van het veld. De passie van boer Jules en de liefde voor de groenten hebben het overwonnen. Het harde en fysieke werk in weer en wind doet mij deugd. Ik kan niet stil zitten en denk soms te veel. Maar ja dat ken je vast wel… Passie en werklust: dat zijn de enige drijfveren voor een politieker… Toch?’

‘Of ik het kort kan houden? Ik zal mijn best doen.’

‘Wat zeg je? Dat de industriële kippenbedrijven de toekomst zijn? Waarom?’

‘Goed. Die kippenstallen. Ik vraag mij af of dat wel een goed idee is, Joke. Ik weet het wel. Bloeiende economie, koopkracht, werkverschaffing… dat zijn prioriteiten. Maar, ik vraag me af of het niet zo zal gaan als bij de veehouders. Zij werken al 10 jaar met verlies en bestaan bijna volledig uit subsidies. Dat heeft eigenlijk weinig zin, denk ik dan.’

‘Wat zeg je? Dat de industriële kippenbedrijven de toekomst zijn? Waarom?’

‘Maar keuterboerin Elke toch. Om de 6 weken 80.000 plofkippen voor de export naar China. Dat snap je toch dat dat veelbelovend is voor onze economie… Weet je wel hoeveel Chinezen er zijn?’

‘Euh nee… Jij Joke?’

‘Veel, neem dat maar van mij aan. Zeker enkele miljarden. Als die nu allemaal een kip of twee per week eten… Succes verzekerd. Mag ik nu aan de was beginnen, Elke?’

‘Ja zo meteen, sorry Joke. Maar ik moest nog even aan de luchtvervuiling denken, wij werken altijd buiten. Weer en wind.’

’Weet je dat zeker Joke, want, onder ons gezegd, uw feitenkennis… Allez ik snap dat hoor, ik heb daar ook geen tijd voor.’

‘Over welke luchtvervuiling heb je het Elke: de lucht wordt volledig gefilterd en de moderne stallen zijn volledig reukloos. Dat zijn feiten hoor’.

’Weet je dat zeker Joke, want, onder ons gezegd, uw feitenkennis… Allez ik snap dat hoor, ik heb daar ook geen tijd voor. Maar, ik zag in de krant dat een onderzoek in een Nederland uitwees dat er veel meer longaandoeningen zijn in een straal van 1 km rond een kippenbedrijf.’

‘Ja maar Elke, dat is in Nederland he, geloof jij dat? Die Hollanders overdrijven die meestal niet? Bovendien, een beetje meer of minder fijn stof in de lucht, kan dat nu echt zoveel kwaad. Komaan. Niet te flauw zijn hoor, boerinneke.’

‘Zo, Elke, kunnen we dan?’

‘Tja…ik zit toch nog met een dingetje. Weet je, zaterdags komen er heel veel kleine kinderen naar ons veld. Het is een vrolijke boel. Ze zijn gek op de soepjes die ik maak. Schattig hoor. Soms komen ze zelfs een kusje geven met hun soepmondjes. Sommigen heb ik zien opgroeien van baby tot soepkindje. Op een dag zeggen ze dan plots: “ik wil soep”. Dan weet ik dat ze er klaar voor zijn. Dat is altijd een fijn moment om met de ouders te delen.’

‘De kinderen mogen ook op het veld lopen, om te kijken hoe de plantjes groeien. Ik laat hen ook erwtjes proeven. Of eetbare bloemetjes. Ja zelfs de bloemetjes van de opgeschoten kolen worden bij ons nog gebruikt. We hebben respect voor onze groenten, zie je. Als de kolen niet verkocht zijn geraakt in de herfst, dan laten we ze staan in de winter, zodat ze kunnen opschieten in de lente. Zo hebben we dan lekkere bloemetjes voor onszelf en voor de eerste lente bijtjes. Bijen zijn immers levensnoodzakelijk voor keuterboeren.’

‘Maar Elke… dwaal je nu niet een beetje af? Wat heeft dat nu in godsnaam met die kippenstallen te maken?’

‘Die kippen zitten binnen. Die zien geen daglicht, dus kunnen de kinderen hen ook niet zien. En wat niet weet, niet deert, toch?’

‘Sorry Joke… De gedachte kwam enkel bij me op, omdat het zo tegenstrijdig lijkt. Kippen die maar enkele weken mogen leven en onze koolplanten die met wat geluk meer dan een half jaar mogen bestaan. En… Ik weet het… het is misschien wat vergezocht, maar al dat dierenleed daar op een hoop, staat zo in contrast met het kinderplezier bij ons op het veld. Misschien gaan die kindjes dat wel voelen. En hoe moet ik dat dan uitleggen?’

‘Nu niet te sentimenteel worden hoor boerinnetje. Die kinderen weten van niets, die kippen zitten binnen. Die zien geen daglicht, dus kunnen de kinderen hen ook niet zien. En wat niet weet, niet deert toch? Nu denk ik echt dat we aan de was moeten beginnen, wat denk jij?’

‘Mag ik nog heel eventjes Joke? Sorry. Wat die werkverschaffing betreft… Dat is belangrijk voor onze economie toch? Soms werken er best veel mensen bij ons hoor. Er zijn natuurlijk onze vaste pijlers. De 62-jarige keuterboer Jules. Hij werkt gemakkelijk zo’n 70 à 80 uur per week. Zijn tuinbouwbedrijf heeft hij een jaar geleden opgegeven en voor de passie gekozen. In plaats van voor het geld. Allez… je kent dat wel.’

© Isabelle Vanhoutte

 

‘En dan is er onze Cis. De man die het liefst repetitief werk doet en stipt 10 minuten pauze neemt om 11u07 en om 16u07. En tussen 13u10 en 13u40 welgeteld 10 boterhammen eet. Hij weet alle ditjes en datjes over de mensheid in een straal van 4 km en deelt dat graag met ons. En wij luisteren.’

‘Er is Lola. Ze is al het langst een taaie arbeidster op het veld. Ook zij kan het veld niet lossen en blijft op vrijdag komen om pakketten te maken. Het worden er steeds meer. Maar ze krijgt het steeds op tijd klaar. Een knappe madame hoor, die Lola. En er is Kaatje. Zij woont een beetje verder bij wijze van experiment voor een jaar in een yurt… Zo een Mongoolse tent, weet je wel? Ze maakt er een punt van om de week met 50 euro per week rond te komen. Zot hè. Maar een schat. En goed in omgang met de klanten. Ze doet onze veldwinkel op woensdag.’

‘En… Als de oogst goed is, en er geen natuurrampen gebeuren, zullen er de komende maanden wel een paar plukkers aan de slag gaan. Dan is het alle hens aan dek. Een gezellige bedrijvigheid. En dan zijn er nog geregeld stagiaires. Jonge meisjes of jongens die van het boerenbestaan willen proeven. Wij nemen de tijd voor hen en genieten van hun aanwezigheid. Het is fijn om je passie over te dragen, maar er moet natuurlijk ook hard gewerkt worden. En als er een school op bezoek komt nemen wij ook altijd onze tijd voor hen. Die kinderen zijn de toekomst. Dat vinden wij belangrijk.’

‘Wat zeg je? Dat wij daar subsidies voor kunnen krijgen? Weet je dat zeker Joke? Want uw subsidiekennis soms… Nu ja ik snap dat wel hoor. Wij keuterboeren hebben ook nooit tijd voor onze papieren. Hopelijk wordt het dit jaar een prachtig oogstseizoen en krijgen we alles verkocht. Onze inzet is groot en de mensen beginnen ons te kennen en komen soms van heinde en verre naar het Kempengoudveld. Ze waarderen onze hard labeur en zijn verslaafd aan de volle smaak van onze groenten, die we injecteren met een extra portie liefde. De klanten proeven dat weet je.’

‘Oei Elke, word je nu niet te romantisch? Echt… maak nog eventjes je punt, want ik weet niet waar je naartoe wilt en het wordt al laat …’

die jonge zaakvoerder van het kippenbedrijf kan dat naar het schijnt alleen wel af. En wij kunnen aan meerdere mensen werk verschaffen. Maar voorlopig is dat nog niet haalbaar.’

‘Ik wilde maar zeggen, Joke, wat die werkverschaffing betreft: die jonge zaakvoerder van het kippenbedrijf kan dat naar het schijnt alleen wel af, en wie weet in de toekomst zelfs in bijberoep zoals zoveel van de echte grote veeboeren. En wij kunnen aan meerdere mensen werk verschaffen, al zouden we ze liever wat meer willen betalen. Maar voorlopig is dat nog niet haalbaar.’

‘Dan moet je groeien hé Elke, grond bijkopen… dan krijg je meer subsidies.’

‘Oh dank je Joke, dat is lief, maar 2 hectare is voorlopig genoeg. We werken nu al zo hard.’

‘Elke… kunnen we dan nu eindelijk, alsjeblieft?’

‘Ja hoor, Joke. Nog een klein niemendalletje. Als wij voor ons winkeltje gaan staan of even pauzeren in de stoel in de zon, dan kijken wij recht op de weg die naar ons voert. Zo gebeurt het dat onze Cis al waarschuwt als er klanten aan komen. Ah…. Daar is de tweeling van 3 jaar met de papa en mama op de fiets. Ik zal de soep al uit scheppen, want die twee deugnieten hebben hun geliefd soepje niet te graag te warm. Of… daar komt Jan aan. Ik zal de soep nog eventjes verwarmen, want voor sommige mensen dient soep heet opgediend te worden…’

‘Ja…en? Elke… serieus…’

‘Als die kippenstallen er staan dan zien wij die weg niet meer. Dus ook niet meer wie er aan komt. Nu ja… Ik weet het, ik zei het al het is een niemendalletje.’

‘Allez. We zullen er eens aan beginnen hé… De zondagse was.’

‘Zeg… Joke… Kom gerust eens langs op een zaterdag hoor. Met welke auto rijd je? Een groene. Haha… dat is gepast voor een minister van milieu. En welke kleur? Dan kan ik de soep al vast opwarmen. Of heb je hem graag niet te warm?’

Zo, liefs, en hopelijk tot snel.

Elke

 

Elke Van Daele is één van de bezielsters van Kempengoud, een bioboerderij in Essen. 

Laat een reactie achter

Javascript is vereist om dit formulier te gebruiken.

Dirk

Groot respect.

LEES OOK

© Audrey Roegiers
We willen allemaal wel gezond, biologisch, ecologisch en zo diervriendelijk mogelijk eten. Maar vaak voelt het als een verloren, en bovendien dure strijd. Is dat ook zo?
Wally Gobetz (CC BY-NC-ND 2.0)
Vlaams minister Schauvliege beweert in Knack dat ‘als keuterboerkes niet fors met subsidies ondersteund worden, we 60 percent van ons gezinsbudget aan voeding moeten besteden.’ Dit is e
Alexander De Croo (CC0)
‘Landbouwers moeten ondernemers worden, ook in het Zuiden’, stelt vicepremier en minister van Ontwikkelingssamenwerking Alexander De Croo in dit opiniestuk.
Stephen Rees CC BY-NC-ND 2.0
Na sluitingstijd liggen er bij de warme bakker Jo Callewaert nog heel wat lekkere broodjes in de rekken, perfect eetbare voedingswaren die niet tot bij de klant geraken.
Nooit meer tonen X

Ontdek

MO*nieuwsbrieven

Schrijf je in op onze gratis nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het belangrijkste mondiaal nieuws.

Facebook/Twitter

Blijf op de hoogte van het belangrijkste mondiaal nieuws.

MO*magazine

Abonneer je op ons unieke kwartaalmagazine voor slechts € 28.

Een abonnement nemen

MO*papers

Abonneer je op de gratis digitale achtergronddossiers (pdf) over actuele mondiale thema’s.