Over voddenrapers en de dingen die voorbijgaan

‘Textiel dat vandaag wordt geproduceerd, staat haaks op het recyclageproces’

© Recutex

Sorteren van wol begin jaren 80

Van alle textielvezels wereldwijd wordt 1 procent gerecycleerd in nieuwe kledij, beweert de Ellen McArthur Foundation. Dat magere statistiekje is ongeveer even jong als het denken over circulaire economie. Tot ver in de jaren zeventig werden onze versleten kleren, lompen en vodden aan huis opgehaald, gesorteerd en … terug in de materiaalketen gebracht. ‘Een kringloopeconomie? Dat hadden we vroeger, maar we lieten de recycleerders verkommeren.’

Nachtblauw

In september 1948 startten Waregemnaars Jules T’Jollyn en Julien Bohez hun eigen zaak: Recutex. Ze kochten textielresten op van voddenrapers, weverijen en confectie-ateliers, en sorteerden de verzamelde lompen op wol en katoen – de polyestervezel, nog maar pas op de markt, werd toen amper gebruikt. De wollen stoffen werden nauwkeurig gesorteerd op kleurschakering, met wel tien categorieën per kleur: koningsblauw, marineblauw, nachtblauw en noem maar op. Dat was belangrijk omdat Jules de stoffen doorverkocht aan een recyclagebedrijf, waar de vezels werden gerecupereerd na het uitrafelen van de stof. De gekleurde ‘recyclaatvezels’ waren korter, waardoor een dikkere draad diende te worden gesponnen voor het weven van mantelstof, dekens en tapijten. Het resultaat was een stof van hergebruikte vezels, die niet opnieuw moest geverfd worden.

Het katoen, kampioen in het opnemen van vocht, werd dan weer gebruikt als poetslap of machinaal verwerkt tot dweilen. In alle fabrieken van het land werd gerecycleerd katoen ingezet om machines schoon te maken. Maar ook dekens, touwen en tapijten werden van lompen gemaakt, terwijl afgedankte konijnenvellen eindigden als grondstof voor de vilten hoed. Het recyclaat was overal aanwezig –Jules en Julien stampten een bloeiend bedrijf uit de grond.

© Recutex

Sorteren van wol begin jaren 80

Het voddenkot

Pol T’Jollyn, die samen met zijn broer Dirk de zaak van hun vader overnam, heeft de teloorgang van het gerecycleerd textiel in Vlaanderen van nabij meegemaakt. Vandaag zamelt Recutex tweedehandskledij in, om het te sorteren en te verkopen voor hergebruik. De lompen en vodden zijn al lang uit het plaatje verdwenen. ‘De textielindustrie is vervreemd van het recyclaat’, stelt Pol, ‘maar vroeger gingen de twee hand in hand. De prijsschommelingen van nieuwe en gerecycleerde wol verliepen bijna synchroon. Recyclaat was een product met marktwaarde. Wij verkochten gesorteerde textielresten aan recyclagebedrijven in Frankrijk, Italië en Engeland - ze zijn allemaal verdwenen.’

Ook de bekende Dendermondse tapijtproducent De Saedeleir (vandaag ‘DS Textile Platform’) heeft een lange geschiedenis in de recyclage-industrie. In 1898 begon Damiaan De Saedeleir met het opkopen en uitrafelen van textieloverschotten allerhande, toen een booming business. Het leverde zijn gemeente Lebbeke de bijnaam ‘het voddenkot’ op. Het eindproduct, gerecupereerde vezels, werd verkocht aan de dweilindustrie in Sint-Niklaas en de wolwasserijen in Verviers - uiterst korte ketens dus.

‘Recyclage is alleen rendabel als de grondstof duur is’

‘Recyclage is alleen rendabel als de grondstof duur is’, vertelt zaakvoerder Patrick De Saedeleir. ‘Ons oorspronkelijke businessmodel kon gedijen dankzij de schaarste van katoen en wol. Dat veranderde toen synthetische vezels, zoals polyester en nylon, in de jaren 70 in grote hoeveelheden op de markt verschenen. Onze eerste tapijten werden van gerecycleerde wollen vezels gemaakt, maar al snel schakelden we over op synthetische stoffen.’

Mengelmoes

Die kentering betekende de neergang van de recyclagebedrijven: in Vlaanderen maar ook in Prato en Bradford, bloeiende recyclagehubs met wel duizenden bedrijfjes, gingen de boeken massaal dicht, of werd voor een ander product gekozen. De Saedeleir specialiseerde zich in de productie van tapijten en synthetische vezels, voor Recutex werd het tweedehandskledij.

‘De levensstandaard steeg, de kwaliteitsnormen werden strenger: men had zin in nieuw en voor recyclage werd de neus opgehaald’, verklaart Pol die evolutie. De loonkosten van het arbeidsintensieve sorteren werden onhaalbaar duur. De vervezelingsindustrie delokaliseerde: eerst naar Polen, later naar India.

Bovenal bracht de intrede van synthetische stoffen de recyclagesector aan het kantelen. Waar de textielstroom vroeger gedomineerd werd door natuurlijke, mechanisch recycleerbare vezels als katoen en wol, vind je vandaag mengelingen van wel drie of meer verschillende vezels, natuurlijk én synthetisch. En die kan je niet zomaar uit elkaar halen.

Terug naar de circulaire economie

Komen de voddenrapers dan nooit meer terug? Het antwoord van Pol is resoluut: ‘Nee. Textiel is een mengelmoes geworden. Vandaag kan geen enkele sorteerder garanderen dat zijn materiaal uit 90 procent wol bestaat. Intussen is er weinig technische vooruitgang geboekt. Men belooft al dertig jaar een vernieuwende technologie voor het chemisch recycleren, zodat de vezels genoeg kwaliteit behouden om opnieuw in textieltoepassingen te worden ingezet, maar in de praktijk gebeurt er weinig.’

Bij De Saedeleir werd intussen een andere weg ingeslagen. De ‘moderne voddenrapers’ - zoals Patrick zijn ondernemersfamilie niet zonder trots noemt - ontwikkelen vandaag bio-degradeerbare tapijten, met vezels gemaakt van polymelkzuur (PLA). Maar de plantaardige grondstof, een alternatief voor traditionele petrochemische vezels, is commercieel vooralsnog weinig interessant. ‘In Europa is geen enkele PLA-producent actief, we moeten alles uit de VS importeren. Het is een beginnende industrie en dus duur - je bokst niet zomaar op tegen de gevestigde aardoliegiganten. We moeten het hebben van de ecologische meerwaarde: een onkruiddoek van PLA zal vanzelf vergaan, het plastic zeil in de tuin gaat nooit weg.

‘We hadden een goed werkend systeem, maar intussen explodeerde de textielindustrie en verschenen alle mogelijke mixen op de markt, aan absolute bodemprijzen.’

Een onkruiddoek van PLA, polymelkzuur dat vanzelf zal vergaan

Pol pleit voor meer realisme voor wie droomt van een gesloten kringloop. ‘Wat vandaag wordt geproduceerd, staat haaks op het recyclageproces. We hadden een goed werkend systeem, waarbij het materiaal niet werd gedumpt maar naar waarde verkocht en zo goed mogelijk gerecupereerd. Intussen explodeerde de textielindustrie en verschenen alle mogelijke mixen op de markt, aan absolute bodemprijzen.’

De recycleerders zijn noodgedwongen uit de boot gevallen, en nu willen we hen plots weer opvissen. Vandaag doen we vooral aan downcycling: de vezels worden vermalen en in laagwaardige toepassingen ingezet. Maar voor een kringloopeconomie is meer nodig: dan moet het hoogwaardig recycleren economisch interessant worden.’

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur