Vluchtelingen dienen klacht in tegen Meta Platforms

Is de Rohingya-rechtszaak een keerpunt voor Facebook?

UN Women/Allison Joyce / Flickr (CC BY-NC-ND 2.0)

Rohingyavrouwen in het vluchtelingenkamp Cox Bazaar, Bangladesh (2018). Mensenrechtenonderzoekers van de Verenigde Naties besloten in 2018 al dat Facebookgebruik een sleutelrol had gespeeld bij de verspreiding van haatzaaiende uitingen die het geweld tegen de Rohingya aanwakkerden.

Rohingya-vluchtelingen spannen een rechtszaak aan tegen Meta Platforms, de nieuwe naam van het bedrijf achter Facebook. De zaak is een wake-upcall voor socialemediabedrijven, zeggen mensenrechtenexperts en juristen. Het wordt een testcase voor rechtbanken om de onschendbaarheid van grote techbedrijven in te perken.

De aanklacht van de Rohingya-vluchtelingen, waarin ze gezamenlijk 150 miljard dollar (133 miljard euro) van Facebook eisen, werd vorige week ingediend door het Amerikaanse advocatenkantoren Edelson PC en Fields PLLC. De aanklacht stelt dat de gebrekkige controle van Facebook op de inhoud van berichten maar ook het ontwerp van het platform hebben bijgedragen aan het geweld tegen de Rohingya-gemeenschap. Britse advocaten hebben ook een brief gestuurd aan het Londense kantoor van Facebook.

Analisten zijn verdeeld over de kansen op succes van de zaak, maar Rohingya-activisten zeggen dat hun status als illegale immigranten in Myanmar hen weinig andere opties laat.

Lijden is winstgevend

‘De Rohingya hebben alles verloren. En in Myanmar is er geen wet voor ons’, zegt Nay San Lwin, medeoprichter van de belangengroep Free Rohingya Coalition, die veel te lijden heeft gehad onder intimidatie op Facebook.

‘Facebook heeft geprofiteerd van ons lijden’, legt hij uit. ‘De overlevenden hebben geen andere keuze dan deze rechtszaak aan te spannen. Het zou onrechtvaardig zijn als Rohingya-overlevenden niet gecompenseerd worden voor hun verliezen.’

‘De vraag die we moeten stellen is niet of de rechtszaak zal slagen, maar waarom het nodig was.’
Debbie Stotthard (ALTSEAN)

Meta reageerde niet op een verzoek om commentaar. In een eerdere verklaring naar aanleiding van de rechtszaak zei een Meta-woordvoerder dat het bedrijf ‘geschokt is door de misdaden die tegen de Rohingya zijn begaan in Myanmar’.

‘We hebben een team van Birmese stemmen samengesteld, we hebben om mensen te beschermen de Tatmadaw (het leger van Myanmar) verbannen, netwerken geblokkeerd die het openbare debat manipuleren en actie ondernomen tegen schadelijke misinformatie. We hebben ook geïnvesteerd in technologie in de Birmese taal om de grensoverschrijdende content tegen te gaan.’

Schrik zit erin

Een dag nadat de rechtszaak was aangespannen, zei Meta dat het verschillende accounts die verbonden zijn met het leger van Myanmar zou sluiten. En vorige week meldde het bedrijf dat het een nieuw AI-systeem had gebouwd dat sneller actie kon ondernemen tegen nieuwe of veranderende typen schadelijke inhoud.

De reactie toont aan dat de techgigant flink geschrokken is zegt Debbie Stothard, oprichter van de belangenorganisatie Alternative ASEAN Network on Burma (Altsean).

‘De timing van deze aankondigingen laat zien dat de rechtszaak een wake-upcall voor ze is. De rechtszaak zelf is best een gewaagde zet, maar de Rohingya vonden echt dat er voldoende aanleiding was.’

Het is lastig te voorspellen waar een strategische rechtszaak als deze toe kan leiden, zegt Stothard. ‘Recent hebben we gezien dat bijvoorbeeld ook klimaatrechtszaken vaker voorkomen en al een aantal overwinningen hebben behaald.’

Geen precedent

In augustus 2017 ontvluchtten meer dan 730.000 Rohingya-moslims de staat Rakhine in Myanmar na bruut militair optreden. Mensenrechtengroepen documenteerden moorden op burgers en platgebrande dorpen. De autoriteiten van Myanmar zeggen dat er een opstand moest worden neergeslagen en ontkennen dat ze systematische wreedheden hebben begaan.

Mensenrechtenonderzoekers van de Verenigde Naties besloten in 2018 al dat Facebookgebruik een sleutelrol had gespeeld bij de verspreiding van haatzaaiende uitingen die het geweld tegen de Rohingya aanwakkerden.

‘Gebaseerd op precedenten zouden ze deze zaak verliezen. ‘Maar er is tegenwoordig zoveel antipathie tegen Facebook – alles is mogelijk.’
Eric Goldman, rechtenprofessor

Een onderzoek van Reuters dat jaar, dat in de aanklacht genoemd wordt, bevatte meer dan duizend voorbeelden van berichten, comments en afbeeldingen op Facebook waarin de Rohingya en andere moslims werden aangevallen.

Maar in de Verenigde Staten worden platforms als Facebook beschermd tegen aansprakelijkheid voor inhoud van gebruikers door een wet die bekendstaat als Section 230.

De Rohingya-aanklagers zeggen nu dat ze de Myanmarese wet willen toepassen op de claims als artikel 230 als verweer wordt aangevoerd. ‘Gebaseerd op precedenten zouden ze deze zaak verliezen’, zegt Eric Goldman, rechtenprofessor aan de Santa Clara University School of Law. ‘Maar er is tegenwoordig zoveel antipathie tegen Facebook – alles is mogelijk.’

Onschendbaarheid

Terwijl de tech-sector lang heeft beweerd dat artikel 230 als cruciale bescherming dient, is het statuut steeds controversiëler geworden naarmate de internetbedrijven machtiger werden.

Eerder dit jaar stelde Meta-topman Mark Zuckerberg voor om de wet te hervormen. Hij zei dat bedrijven alleen vrijgesteld zouden moeten worden van aansprakelijkheid als ze er alles aan doen om schadelijk materiaal van hun platforms te weren.

De rechtszaak is een goede test voor rechtbanken om te zien in hoeverre ze de onschendbaarheid van de platforms kunnen beperken, zegt David Mindell, partner bij Edelson PC, het advocatenkantoor dat de zaak heeft aangespannen. ‘Deze zaak gaat over wat er gebeurt als een machtig bedrijf deze onbegrensde macht over de wereld heeft.’

Klokkenluiders

Goldman en Mindell zeggen dat recente aanklachten van klokkenluiders van binnen Facebook de rechtszaak zou kunnen helpen. De klokkenluiders zeggen dat het bedrijf niet in actie kwam, zelfs niet toen het wist dat het platform werd gebruikt voor mensenrechtenschendingen. Ook de erkenning van het bedrijf zelf dat het ‘te traag’ was om het misbruik een halt toe te roepen, kan de zaak helpen.

‘Het gaat erom socialemediabedrijven verantwoordelijk te stellen.’
Debbie Stotthard (ALTSEAN)

De aanklacht benadrukt dat ‘een bedrijf zich wel kan verontschuldigen, maar dat aan het eind van de rit mensen zijn geschaad’, vertelt mensenrechtenadvocaat David Kaye. Hij is bestuursvoorzitter van het Global Network Initiative, een ngo die internetvrijheid bevordert en waar ook Facebook en andere techbedrijven deel van uitmaken.

‘Deze staatlozen kunnen niet naar de regering van Myanmar stappen. Als ze ook niet naar het bedrijf kunnen gaan, wat is dan de oplossing?’

Internationaal Strafhof

Het Internationaal Strafhof is ondertussen ook een zaak gestart naar de beschuldigingen van misdrijven. In september beval een Amerikaanse rechter Facebook om gegevens vrij te geven van – inmiddels door het platform geblokkeerde – accounts die verband houden met anti-Rohingya-geweld in Myanmar.

De voortgang van de rechtszaak moet niet alleen door de Rohingya scherp in de gaten gehouden worden, maar ook door andere groepen en individuen die zijn geschaad door online haatzaaiing, zegt Stothard.

‘Vluchtelingen, migranten, lgbtq-mensen, andere minderheden — ze hebben allemaal ernstig geleden’, aldus Stothard. ‘De vraag die we moeten stellen is niet of de rechtszaak zal slagen, maar waarom het nodig was. Het gaat erom socialemediabedrijven verantwoordelijk te stellen.’

Dit artikel is oorspronkelijk verschenen bij IPS-partner Thomson Reuters News Foundation.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3277   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift