Gezondheid en onderwijs zijn cruciaal voor herstel na pandemie

‘COVID-19 laat ons een armere en ongelijkere wereld na. Wat moeten we daartegen doen?’

One Sky Family Foundation / Wikipedia (CC-BY-SA 4.0)

Verdeling van voedselpakketten in Dhaka, Bangladesh, tijdens de coronacrisis. Ongeacht de activiteit die ze uitoefenen, lopen mensen met een lager inkomen bovendien in het algemeen een groter risico om hun baan te verliezen dan mensen met een hoger inkomen.

De coronacrisis veroorzaakt vooral in opkomende economieën en ontwikkelingslanden meer armoede en ongelijkheid. Daarom is het cruciaal dat landen tijdens de wederopbouw van hun economieën maatregelen nemen die ongelijkheid tegengaan, zegt hoogleraar Toegepaste Economie José Carlos Sánchez de la Vega.

Meer ongelijkheid op het gebied van inkomen, levensverwachting of opleiding vormt een belangrijke belemmering in de ontwikkeling van economieën. Het heeft bovendien een nadelig effect op het algehele welzijn van een samenleving.

Eerder bewijs bevestigt dat een van de gevolgen van crises nu juist de toename van ongelijkheid is. Daarom is het van belang om te onderzoeken hoe de crisis die de coronapandemie veroorzaakte, ongelijkheid kan en zal beïnvloeden.

Mensen met een lager inkomen lopen in het algemeen een groter risico om hun baan te verliezen dan mensen met een hoger inkomen.

Er zijn tal van onderzoeken die de effecten van de pandemie analyseren. Bijzonder relevant zijn de onderzoeken die de impact bestuderen die COVID-19 nu en in de toekomst heeft op ongelijkheid in de wereld.

Zo waarschuwen recente publicaties van de Verenigde Naties Verenigde Naties (UNDP), de Wereldbank (WB) en het Internationaal Monetair Fonds (IMF) voor een toename van armoede en ongelijkheid, vooral in opkomende economieën en ontwikkelingslanden.

Ongelijke impact

Op korte termijn treft elke crisis de meest kwetsbare huishoudens zwaarder, terwijl hun herstel op middellange en lange termijn trager verloopt. Gezien het asymmetrische karakter van deze crisis is het aannemelijk om te verwachten dat de economische last ook ongelijk verdeeld zal zijn tussen de verschillende sociale groepen.

Binnen sectoren als de horeca, transport en handel (groot- en detailhandel) zijn overwegend mensen met minder diploma’s en lagere inkomensniveau’s werkzaam. Zij kunnen daardoor minder makkelijk gehoor geven aan het noodzakelijke thuiswerken. Daardoor liepen een groter risico op banenverlies en verslechterden de omstandigheden van huishoudens met lagere inkomens.

Voor langdurig werklozen wordt het vaak extra moeilijk om naar de arbeidsmarkt terug te keren.

Ongeacht de activiteit die ze uitoefenen, lopen mensen met een lager inkomen bovendien in het algemeen een groter risico om hun baan te verliezen dan mensen met een hoger inkomen. Uitgaande van een algemene inkomensdaling in 2020, lijkt een ongelijk effect naar inkomensniveau zich duidelijk af te tekenen. Opnieuw worden mensen met lagere inkomens benadeeld én vergroot zowel interlandelijke als binnenlandse ongelijkheid.

Ervaring met eerdere crises bevestigt de hypothese dat de impact hoger is in huishoudens met lagere inkomens. En dat het herstel daar langzamer verloopt.

Deze huishoudens zien zich in tijden van crisis daarbovenop genoodzaakt om hun fysiek en menselijk kapitaal aan te breken. Dat wil zeggen: een verminderde voedselconsumptie of de verkoop van activa. Op die manier wordt de ongelijkheid ook weerspiegeld in verschillende mogelijkheden die mensen hebben om moeilijkheden te doorstaan.

Daarnaast veroorzaakt langdurige werkloosheid een waardevermindering van deze meestal laaggeschoolde werknemers in de beroepsbevolking. Het wordt voor hen vaak extra moeilijk om naar de arbeidsmarkt terug te keren.

Terug naar school

Er bestaat al langer een verband tussen een kortere schooltijd en een lager inkomen.

Ook de onderbreking van normale school- en studieactiviteiten zorgt voor aanzienlijke onderwijsverliezen. Daarbij worden vooral kinderen uit kwetsbare gezinnen geraakt. Dat verlies zal zich op middellange en lange termijn alleen maar verder toenemen.

Unesco schat dat in 2020 wereldwijd ongeveer 1,6 miljard scholieren en studenten getroffen werden door de gehele of gedeeltelijke sluiting van onderwijsinstellingen. Op dit moment zijn dat er nog altijd meer dan 900 miljoen.

Een vermindering van onderwijsmogelijkheden treft vooral die leerlingen van wie het gezin al over minder middelen beschikt en minder goed in staat is om aanvullend onderwijs te bieden.

Er bestaat al langer een verband tussen een kortere schooltijd en een lager inkomen. Daarom is de kans groot dat, zonder maatregelen, ook deze onderwijsonderbrekingen langdurige gevolgen gaan hebben, zowel van economische als sociaal aard.

Wat nu?

Inkomensverlies door het wegvallen van activiteiten, toegenomen werkloosheid, beperkte telewerkmogelijkheden, onderwijsverstoringen en ontoereikende vangnetten zijn slechts enkele factoren die de hogere ongelijkheids- en armoede-indicatoren wereldwijd verklaren. Daardoor zouden de minder geavanceerde economieën de winst die ze sinds de kredietcrisis boekten, teruggedraaid kunnen zien worden.

Op basis van vroegere ervaringen, lijkt het antwoord op dit probleem misschien eenvoudig. Toch is de implementatie ervan minder makkelijk. Dé uitdaging is de wederopbouw van economieën te verenigen met maatregelen die inclusie en rechtvaardigheid stimuleren.

Wat daarom prioriteit zou moeten krijgen in herstelplannen: investering in gezondheidszorg en de versterking van onderwijs; het bevorderen van re-integratiemaatregelen op de arbeidsmarkt; een verbeterde toegang tot financiële diensten en digitale technologie; en meer en gerichtere investeringen in sociale vangnetten.

Dit alles zonder maatregelen te verwaarlozen die het productieve weefsel van vele landen moeten helen, dat door de crisis erg is geraakt. En te vermijden dat ze blijvende sporen achterlaten in de economieën.

Gezondheid en onderwijs

De wereld maakte de belangrijkste gezondheidscrisis van de moderne geschiedenis door en overwon die nog niet volledig. Nu staan we voor de uitdaging om de economische hartslag van voor de pandemie te herstellen.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Daarom moet meer dan ooit rekening gehouden worden met de hardnekkige problemen van ongelijkheid en armoede, die door de pandemie alleen maar verergerden.

Om de wereldeconomie te versterken zijn gedurfde maatregelen noodzakelijk. Dat zijn maatregelen die twee fundamentele pijlers van het huidige ​​en toekomstige welzijn van elke samenleving versterken: gezondheid en onderwijs.

Doortastende maatregelen om de problemen van arbeidsintegratie van kwetsbare groepen te overwinnen én om de digitale kloof te verkleinen, zijn daarvoor nodig. Dat laatste is bijzonder belangrijk in ontwikkelende economieën.

Dit alles moet tot slot gebeuren zonder het noodzakelijke herstel in productiviteit te verwaarlozen.

Dit opiniestuk is oorspronkelijk verschenen bij IPS-partner The Conversation.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift