Vluchtelingen tussen hamer en aambeeld in Oost-Europa

‘We weten nooit wat we in het bos zullen vinden: levende mensen of lijken’

© Alessio Mamo

Krzysztof met een andere vrijwilliger in het bos, bij een plek waar niet lang ervoor migranten verbleven. Barbara wilde niet gefotografeerd worden.

Voor de Poolse Krzysztof en Barbara* was de vluchtelingencrisis lang ver van hun bed. Tot ze een hongerige familie tegenkwamen tijdens een wandeling in het bosrijke grensgebied met Belarus. Inmiddels hielpen ze al bijna 200 mensen aan eten en onderdak. ‘De grenswachten zeggen dat wij meewerken aan mensensmokkel.’

‘Onze “recordfamilie”? 44 dagen verbleven ze al in het bos, na 17 pushbacks van de Poolse en Belarussische autoriteiten. Drie kinderen, het oudste vijf jaar, het jongste een jaar en zeven maanden.' Krzysztof[*] rakelt deze statistieken op alsof hij de ervaring van de voorbije maanden van zich zou willen afschudden.

In zijn vrije tijd, bijna dagelijks, kamt de dertiger het bos in de buurt van zijn huis – dicht bij de Pools-Belarussische grens – uit op zoek naar vluchtelingen en migranten die Europa proberen te bereiken via de nieuwe migratieroute: van het Midden-Oosten naar Minsk. Het is al laat op de avond als hij erover vertelt – eerder op de dag liep hij nog door het bos.

‘Als ik het bos in ga denk ik er niet aan dat ik mogelijk lijken zal tegenkomen. Ik ga levende mensen redden!’

Vóór migranten de EU bereiken moeten ze de “doodszone” of “het tweede Irak” weten te overbruggen – zo noemen zij het oerwoud aan de Pools-Belarussische grens. De Poolse Grenswacht duwt zo goed als iedereen weer richting Belarus, terwijl Belarussische troepen mensen met geweld dwingen terug te keren naar Polen. Zo belanden migranten en vluchtelingen tussen hamer en aambeeld. Ze zitten soms weken achter elkaar vast in het bos: zonder eten, voedsel, geschikte kleren, terwijl de temperaturen onder het vriespunt dalen.

Sinds het begin van de humanitaire crisis (zie het kader onder aan dit artikel) in dit niemandsland aan de grens, zijn volgens officiële cijfers ten minste 17 personen overleden. Krzysztof en zijn partner Barbara, die soms met Krzysztof mee gaat zoeken, denken dat het er veel meer zijn. Er zijn namelijk plaatsen in de zogenaamde ‘rode zone’, drie kilometer van de grens, waar journalisten en ngo’s geen toegang toe hebben en waar lijken liggen te ontbinden, zegt Barbara. ‘Maar daar houd ik me niet mee bezig’, zegt ze vastberaden. ‘Als ik het bos in ga denk ik er niet aan dat ik mogelijk lijken zal tegenkomen. Ik ga levende mensen redden!’

‘Wil iemand mij echt helpen?’

Het stel heeft ondertussen 170 personen geholpen. Op dit moment zitten er bijvoorbeeld mensen verborgen op verschillende locaties (maar niet in Krzysztofs en Barbara’s huis). Waar dan wel, dat zegt het stel liever niet, om hen niet in gevaar te brengen. De mensen blijven er tot de vluchtelingen transport naar een ander EU-land hebben geregeld, waar ze asiel willen aanvragen.

Krzysztof en Barbara helpen mensen op eigen houtje, zonder hulp van het netwerk van activisten die actief zijn in de regio. Ze zijn er nuchter over: ‘Deze mensen zijn hier en ze hebben hulp nodig.’

Maar zo dachten ze er eerder niet over. Op papier zouden veel Polen vluchtelingen voor een kerstdiner uitnodigen, zo bleek uit een recente enquête, maar de praktijk is weerbarstig. Vooral gelovige Polen die naar de kerk gaan gaven aan juist níet bereid te zijn mensen over de vloer te hebben. De retoriek vanuit de rechtse regering is ook zeer vijandig tegenover de migranten.

Tot voor kort stonden ook Krzysztof en Barbara niet te springen om vluchtelingen te helpen. ‘Het leek ver van ons bed. Zelfs toen de humanitaire crisis begon waren we ervan overtuigd dat het ons niet aanging. We dachten: als ze oversteken, dan is het maar zo. Laat hen dan oversteken, maar we hebben hier niets mee te maken.’

Dat veranderde op een dag afgelopen september, toen ze tijdens een wandeling in het bos een Koerdische familie uit Irak tegenkwamen. Aanvankelijk was Barbara bang en wilde ze weglopen. ‘We zagen twee jongens die zich in de zon probeerden op te warmen. Het was al 10 uur ’s ochtends maar ze rilden van de kou. Toen ze ons zagen, vroegen ze om internet. In het midden van het bos, waar geen bereik is!’

De communicatie verliep moeizaam, maar de jongens maakten duidelijk dat ze honger en dorst hadden. Ze brachten Barbara en Krzysztof naar een plek waar de rest van de familie verscholen zat. ‘Een groep van acht, met een kindje erbij. Daar kan je niet onverschillig voorbij lopen’, aldus Barbara. Twee dagen lang ging het stel terug om eten en thee te brengen. Op de derde dag was de groep weg.

Sindsdien gaan Krzysztof en Barbara bewust het bos in, op zoek naar migranten en vluchtelingen, net als enkele andere bewoners van de grensregio. ‘We hebben geen spelden op Google Maps zoals ngo’s die exacte locaties van migranten toegestuurd krijgen. We lopen gewoon rond, sinds kort met een warmtebeeldcamera die we hebben gekocht. Veel mensen hebben geen telefoons bij zich – die worden kapotgemaakt door de grenswachters aan beide kanten van de grens. Dan sta je daar, zonder navigatie in het bos.’ Ook offline is de gps van je telefoon vaak te gebruiken.

‘Geen politie!’, roepen sommige vrijwilligers in het Arabisch.

In het begin ontmoetten Krzysztof en Barbara grote groepen mensen, soms van twintig personen. ‘We brachten eten voor ze mee. En dat was het. Mensen hadden honger maar waren niet uitgeput. De meesten zetten hun reis voort – het was nog redelijk warm.’

Sinds half november verslechterde de situatie: de groepen werden veel kleiner, de toestand van sommige mensen werd zo alarmerend dat Krzysztof en Barbara enkele keren medici lieten komen – vrijwilligers met medische achtergrond die aan de grens actief zijn. Het Poolse Centrum voor Internationale Hulp (Polskie Centrum pomocy miedzynarodowej) heeft een toegewijd reddingsteam van vrijwillige artsen en verpleegkundigen.

© Alessio Mamo

Krzysztof in het bos langs de Pools-Belarussische grens. Omwille van zijn veiligheid wil hij niet herkenbaar in beeld.

Eén ding is niet veranderd: de migranten zijn bang voor de politie en de grenswachten. ‘Geen politie!’ roepen sommige vrijwilligers die het bos in gaan dan ook in het Arabisch, weet Krzysztof. ‘Ze zijn sceptisch’, vertelt hij over de vluchtelingen. ‘En ze smeken telkens om de politie niet van hun aanwezigheid op de hoogte te brengen. Ze willen ons zelfs betalen om het niet te doen. Hetzelfde geldt voor soep, chocoladerepen, water en koekjes die we uitdelen: ze willen ons onmiddellijk geld geven. Als we zeggen dat het gratis is, reageren ze verbaasd. Hoezo? Wil iemand mij echt helpen?’

Veel mensen die Barbara en Krzysztof ontmoeten zijn het slachtoffer geworden van geweld door Belarussische en Poolse grenswachten. Vaak krijgt het stel wonden te zien. Zoals die op de rug van een jonge man. ‘Kijk, nu gaat hij zich omdraaien’, zegt Barbara terwijl ze een filmpje op haar telefoon afspeelt. De helft van de zwarte donsjas is weg. De huid op de ontblote schouder kleurt rood. ‘Honden’, verklaart Barbara. ‘De grenswachten hitsen hen op tegen mensen.’

Wie vluchtelingen helpt, wordt geïntimideerd

Angst voor de autoriteiten en de omgeving: dat hebben vluchtelingen en de Polen die hen helpen gemeen. Krzysztof: ‘We praten met niemand over wat we doen in het bos. Het is veel te riskant. We leven in een kleine stad. De meerderheid van de bewoners is tegen de komst van vluchtelingen. Vrijwilligers vanuit Warschau kunnen naar huis gaan, wij niet. We moeten op onze hoede blijven.’

‘Hoe kan je iemand straffen voor het verlenen van humanitaire hulp?’

Hoewel hulp aan migranten en vluchtelingen niet tegen de wet is, worden lokale activisten geïntimideerd door de grenswachten. ‘Ze suggereren dat wij meewerken aan mensensmokkel. Ik voel me dan net een crimineel, hoewel ik toch niets verkeerds aan het doen ben’, zegt Monika, een bewoonster van een ander grensstadje.

Mirosław Miłoszewski, een schrijver die op social media pleit voor hulp aan migranten en er een boek over aan het schrijven is, kreeg van grenswachten in het bos meermaals te horen dat hij het oversteken op een irreguliere manier van de grens zou vergemakkelijken, wat niet mag. ‘Ze proberen ons te ontmoedigen door een atmosfeer van angst te creëren. Het blijft wel bij intimidatie. Want hoe kan je in godsnaam iemand straffen voor het verlenen van humanitaire hulp?’

Toch is de criminalisering van hulp aan migranten en vluchtelingen in Europa al jaren aan de gang. Sinds de toename in de migratie van Syriërs, Afghanen en Irakezen in 2015 werden hier 158 Europeanen voor vervolgd. Onder andere drie Belgische journalisten werden aangeklaagd omdat ze onderdak boden aan mensen zonder wettig verblijf.

In Griekenland loopt nu een zaak tegen activisten die migranten op zee hebben gered. Ze worden beschuldigd van onder meer spionage en mensenhandel en riskeren celstraffen tot 25 jaar. Een van hen is Sarah Mardini – een Syrische vluchtelinge die momenteel in Duitsland woont. Ze mocht haar eigen rechtzaak op het Griekse eiland Lesbos niet bijwonen.

Geheim

Op televisie zien Krzysztof en Barbara veel berichten die vluchtelingen en de mensen die hen helpen in een kwaad daglicht stellen. Daardoor durven ze nauwelijks open te zijn over wat ze precies doen. ‘Op een dag zullen we hier normaal over praten. Niet zoals nu.’ Barbara heeft soms haar twijfels; ze is moe en overweldigd door de wanhoop die ze ziet. Maar ze herpakt zich steeds en gaat door.

Krzysztof en Barbara weten niet wat de volgende dag zal brengen. Wie ze tijdens hun wandeling zullen tegenkomen. ‘Als je het bos in gaat dan weet je niet wat je te wachten staat. Of niemand je achtervolgt. Het is raar. En volgend jaar? Je kan echt niet zeker zijn of je paddenstoelen of lijken zult vinden.’

Vlak voordat dit artikel gepubliceerd wordt, stuurt Barbara een bericht. Vanavond, na hun kerstavonddiner, gaan Krzysztof en zij het bos weer in. ‘We kunnen niet anders’, schrijft ze.

* Omwille van de veiligheid van de geïnterviewden zijn hun voornamen gefingeerd, en is ook hun precieze woonlocatie niet vermeld.

Hoe de Pools-Belarussische grens een niemandsland werd

De humanitaire crisis aan de Pools-Belarussische grens is al maanden aan de gang. Sinds juni brengt Belarus met behulp van reisbureaus migranten en vluchtelingen die Europa willen bereiken naar de grens met Polen, Letland en Litouwen. De Belarussische president Loekasjenko zou op die manier druk willen uitoefenen op de Europese Unie, omdat de EU sancties invoerde tegen het regime van Loekasjenko dat repressief optreedt tegenover Belarussische demonstranten, oppositieleden en journalisten sinds de presidentsverkiezingen van 2020.

In reactie hierop bouwde Polen een grenshek. Iedereen die betrapt wordt bij of na het oversteken van de grens wordt weggestuurd naar Belarus. Deze pushbacks zijn sinds eind oktober legaal, door een wijziging van de Poolse vreemdelingenwet. De enige manier om nog asiel in Polen aan te vragen is het verkrijgen van een interim-maatregel van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens dat door Poolse activisten wordt aangevraagd. Dit beschermt asielzoekers tegen deportatie naar Belarus gedurende een maand. In die tijd moeten ze in Polen een asielaanvraag indienen.

Deze reportage werd eerder gepubliceerd op Oneworld.nl

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3246   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift

Over de auteur

  • Journaliste

    Ula Idzikowska is freelance journaliste en verslaggeefster. Ze studeerde literatuur in België, onderzoeksjournalistiek in Nederland en Nederlandse taal en cultuur in Polen.