Een stoere generaal, ronkende verklaringen en een regering aan het infuus

8 jaar na Khaddafi: is de tijd voor stabiliteit in Libië eindelijk aangebroken?

© Reuters / Esam Omran Al-Fetor

Generaal Khalifa Haftar wordt afgebeeld in Benghazi

H et gebeurde bijna gelijktijdig. Op 13 januari bezocht VN-gezant voor Libië Ghassan Salamé de regio Fezzan, waar hij in de stad Sebha hoogwaardigheidsbekleders, clanleiders en activisten sprak. Een paar dagen later begon Khalifa Haftar, de sterke man van Benghazi in het oosten van het land, een operatie met zijn Libisch Nationaal Leger (LNA) om het zuiden onder zijn vleugels te brengen, ‘om de bevolking te beschermen tegen criminele groepen en om buitenlandse milities te verdrijven’.

Het was het allereerste bezoek van Ghassan Salamé sinds zijn aanstelling als VN-gezant en het tweede bezoek van een VN-gezant aan de regio sinds 2012. De Libanese academicus stuurt aan op een nationale conferentie, in Libië zelf deze keer.

Fezzan, een gebied vrijwel exact even groot als Frankrijk (550.000 km²) en met ongeveer een half miljoen inwoners, schreeuwt al sinds de val van Khaddafi in 2011 om aandacht vanwege de verslechterende levensomstandigheden en de problematische veiligheidssituatie. Zonder al te veel resultaat.

Dat generaal Haftar groepen kon overhalen om het gezag over hun regio aan zijn leger over te dragen, heeft vooral te maken met de moeilijke situatie waarin de regio van Fezzan al jaren zit

Opnieuw blijkt Khalifa Haftar zijn rivaal, Fayez El-Serraj een stap voor te zijn. Haftar is de gepensioneerde generaal die in 2014 op het politieke en militaire toneel verscheen en zich voorstelt als de man die de stabiliteit in Libië kan herstellen. El-Serraj is de voorzitter van de internationaal erkende Regering van Nationaal Akkoord (GNA).

De operatie van het LNA in het zuiden ging vrij vlot, zeker in het begin. Na onderhandelingen met plaatselijke clanleiders nam Haftar de controle over van strategische plaatsen in Sebha, de belangrijkste stad van Fezzan, waaronder de luchthaven van de stad. Enkele dagen later rukte het LNA verder op naar het zuiden, waar het onderhandelingen met tribale milities aanknoopte over de overname van controleposten en hoofdkwartieren.

Dat Haftar vrij gemakkelijk verschillende groepen kon overhalen om het gezag over hun regio aan zijn Libisch Nationaal Leger over te dragen, heeft vooral te maken met de moeilijke situatie waarin de regio van Fezzan al jaren zit.

Tot voor kort bevond de regio zich grotendeels in de invloedssfeer van de internationaal erkende regering van Fayez El-Serraj in Tripoli. Maar de voorbije jaren verslechterde de economische situatie erg, wat het zuiden meer dan de rest van het land voelde.

Vooral het veiligheidsprobleem weegt zwaar. Dat werd acuter mede door de aanwezigheid van huurlingen en milities uit de buurlanden, vooral uit Tsjaad, die voet aan de grond in het zuiden van Libië kregen en van daaruit acties op touw zetten tegen hun respectieve landen.

De woede van Fezzan

Dat bevestigt de activiste die zich op Twitter Iman Abdo noemt en in de stad Sebha woont. ‘Sinds augustus hebben we slechts twee keer geld in de banken gehad, met een opnamelimiet, afhankelijk van de bank, tussen de 500 en de 1000 dinar’, antwoordt ze op een schriftelijke vraag van MO*.

‘Milities worden als eerste bediend, daarna kunnen gewone burgers gebruik maken van wat er aan baar geld overblijft. Er wordt verondersteld dat er politie is, maar er wordt niet gepatrouilleerd in Sebha en criminelen die geweld plegen, worden zelden gearresteerd, tenzij burgers of clanleden het recht in eigen hand nemen en de daders aan de politie overdragen.’

‘We hebben ook het probleem van huurlingen uit Tsjaad die mensen langs de autosnelweg tussen Jufra en Sebha ontvoeren. Ze vragen losgeld. Er zijn mensen gedood omdat het losgeld niet betaald werd’, zegt Abdo. ‘Die huurlingen stelen en plunderen plaatselijke boerderijen. Ze zetten controleposten op de weg op en eisen geld voor een veilige doorgang’, getuigt ze verder.

Paradoxaal genoeg heeft Fezzan te kampen met een benzinetekort. In de regio ligt het olieveld El-Sharara met een capaciteit van 340.000 vaten per dag ‘Ook hier hebben milities de controle over de lokale opslagplaats voor benzine’, zegt Abdo.

‘Een deel van de benzine wordt zwart verkocht of naar het buitenland gesmokkeld. Benzinestations openen slechts enkele dagen en gaan dan weer dicht. Mensen zijn daardoor gedwongen zich op de zwarte markt te bevoorraden. Er is ook een enorm rioleringsprobleem in Sebha. En behalve migrantensmokkel hebben we ook smokkel van drugs en alcohol.’

Die omstandigheden zetten een groep activisten, die zichzelf de Fezzan Woedebeweging noemen, ertoe aan om het olieveld El-Sharara te bezetten. De olieproductie kwam stil te liggen en op 19 december kwam Faez El-Serraj, regeringsleider in Tripoli, ter plaatse om met de groep te onderhandelen. Hij deed beloften, ‘maar er is niets van terechtgekomen’, aldus Abdo.

‘De mensen zijn moe en willen een normaal leven leiden. Ze hopen dat het LNA het zuiden veiliger kan maken en dat er echte verandering komt in hun dagelijkse leven’

Dat verklaart waarom Haftar de medewerking van clans en milities in het zuiden kon krijgen. ‘De mensen zijn moe en willen een normaal leven leiden. Ze hopen dat het LNA het zuiden veiliger kan maken en dat er echte verandering komt in hun dagelijkse leven.’ Maar Abdo maakt zich geen illusies.

‘Ik denk dat het vergeefse hoop is, want zonder samenwerking tussen alle stammen en gemeenschappen zal het onmogelijk zijn voor het LNA om de situatie grondig te veranderen. Het zal lijken alsof de dingen beter gaan, maar dat zal niet het geval zijn zonder samenwerking met alle betrokkenen’, zegt ze.

Een sterke zet

Dat Libië een mijnenveld blijft waar verschillende groepen ageren volgens hun eigen agenda, blijkt uit de reacties op de militaire operatie van Haftar. Het is op eieren lopen voor alle spelers in de Libische crisis. Haftar lijkt de steun gekregen te hebben van lokale leiders, maar niet van allemaal. Generaal Ali Kanna, een militaire leider van de Toearegclan in de stad Ubari liet, op een persconferentie die via Facebook werd uitgezonden, weten vastberaden te zijn om zijn regio te verdedigen.

‘We gaan de hoofdstad van het zuiden niet verlaten’, zei hij verwijzend naar Sebha, en hij waarschuwde voor een burgeroorlog in het zuiden die het hele land zou lamleggen. Hij zei verder voor eenheid, voor verkiezingen en verzoening te zijn.

Op 6 februari, ongeveer drie weken na het begin van Haftars opmars naar het zuiden, benoemde de GNA Ali Kanna als commandant over de regio van Fezzan. Een actie die op felle kritiek en zelfs spot werd onthaald.

‘Wat begon als operatie tegen terrorisme is uitgebreid naar een poging om grondgebied en de nationale olie-infrastructuur in handen te krijgen’

VN-gezant Ghassan Salamé is ‘zeer bezorgd’ over de situatie in het zuiden. En Mustafa Sanallah, de voorzitter van het Nationale Oliebedrijf (NOC), liet tijdens zijn bezoek aan Chatham House in London weten dat hij het olieveld El-Sharara in Fezzan niet zal heropenen zolang de gewapende groep die het nu controleert zich niet terugtrekt.

Ook hij liet weten niet opgetogen te zijn met de actie van Haftar, die volgens hem de situatie alleen maar complexer maakte. Want ‘wat begon als operatie tegen terrorisme is uitgebreid naar een poging om grondgebied en de nationale olie-infrastructuur in handen te krijgen’, zei hij.

Jalel Harchaoui, doctorandus aan de universiteit Paris 8 die onderzoek doet naar de internationale dimensie van het conflict in Libië, relativeert Haftars macht. De maarschalk stelt zich graag voor als de militair die Libië nodig heeft om de stabiliteit van het land te herstellen, de seculiere leider die ten strijde trekt tegen extremisten. Maar er zit licht tussen wat hij zegt en wat er in het veld gebeurt’, zegt Harchaoui.

‘Haftar deed inderdaad een sterke zet door nu naar het zuiden op te rukken, maar dat deed hij niet omdat hij militair erg sterk is, maar via onderhandeling’, legt Harchaoui uit. ‘Hij rukt heel traag op. Want vijf jaar na zijn verschijning op het toneel in Libië slaagde hij er nog altijd niet in om Derna, een kleine stad in het noordoosten van het land, onder controle te krijgen.

Ook slaagde hij er niet in om richting Tripoli te gaan. Het noordwesten van het land blijft het belangrijkste en meest strategische deel van Libië. Het is het sterkst bevolkte deel, waar ook de belangrijkste economische instellingen zoals de Nationale Bank en de administratie gevestigd zijn.’

Haftar slaagde er uiteindelijk wel in om controle te krijgen over het belangrijke El-Sharara olieveld. Dat gebeurde dankzij de steun van een gewapende groep uit de Toeareg clan. Ali Kanna die van dezelfde clan is maar bij de regering El-Serraj hoort, trok zich op 12 februari, na onderhandelingen met oudere clanleiders, uit de site terug om bloedvergieten te vermijden.

Regering aan het infuus

Wie Libië volgt, stelt vast dat het kamp van de revolutionairen en van de islamisten sterk achteruit gaat. Er is veel fragmentatie. De GNA die in 2016 door de internationale gemeenschap werd geïnstalleerd, heeft niets te vertellen. Ze bestaat niet, stelt Harchaoui vast. Zelfs de recente verbetering van de levensomstandigheden in Tripoli is niet te danken aan de regering-Serraj.

De regering die door de internationale gemeenschap werd geïnstalleerd, heeft niets te vertellen. ‘Er is de Centrale Bank en er zijn de milities: zij hebben de echte macht in Libië’

‘De VS en de VN hebben begrepen dat de economische malaise de oorzaak is van het geweld dat in augustus en september in Tripoli opflakkerde en in vier weken tijd 115 mensen het leven kostte. Ze oefenden druk uit op de Centrale Bank om maatregelen te nemen. Die instelling, die volledig onafhankelijk van de regering in Tripoli opereert, werd de laatste maanden nog onafhankelijker. De Nationale Bank werkt direct met een aantal milities en met een aantal ministeries samen. Er is de Nationale Bank en er zijn de milities: zij hebben de echte macht in Libië’, zegt Jalel Harchaoui.

De GNA kwam tot stand op een moment dat IS Sirte in het noordwesten van het land in zijn macht had en na een aanval in Tripoli waarbij Amerikanen werden gedood. Ze kwam er op initiatief van westerse overheden om de strijd tegen IS aan te gaan.

En zoals onderzoeker Wolfram Lacher opnieuw vaststelt in zijn rapport van juni 2018 voor Small Arms Survey, hebben de VN en de westerse landen bijgedragen tot de versterking van de milities in Tripoli doordat ze de regering van El-Serraj in maart 2016 onder hun bescherming de hoofdstad lieten binnenkomen.

‘De regering-Serraj had vanaf het begin geen legitimiteit bij het volk. De milities zijn corrupt en ze plegen grove schendingen van de mensenrechten, maar ze bestrijden IS en ze doen dat vooral omdat ze op die manier getolereerd worden en aan geld komen’, aldus Harchaoui.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Dat de Libische elite verantwoordelijkheid draagt voor de huidige situatie staat buiten kijf. Maar buitenlandse spelers dragen een grote verantwoordelijkheid in het uitblijven van een oplossing voor Libië. Toch zijn het vooral regionale krachten die nu grote invloed hebben in Libië, benadrukt Harchaoui.

‘Maar ook op dat gebied veranderde heel wat’, stelt de Franse onderzoeker. ‘Qatar en Turkije zijn veel minder actief geworden. De grote tegenstelling in 2014 tussen aan de ene kant Qatar en Turkije — die de regering in Tripoli steunden — en aan de andere kant de Arabische Emiraten, Saoedi-Arabië, Egypte en Jordanië — die Haftar steunden — is minder belangrijk geworden nu. De islamisten zijn aan het verliezen. We stevenen geleidelijk aan af op een oplossing die vooral vormgegeven wordt door de Arabische Emiraten.’

De zaken gaan traag in Libië en dat heeft te maken met het feit dat het land voor niemand echt een voorrangsdossier is. De VS onder Trump komen alleen tussenbeide wanneer de eigen belangen direct in gevaar komen, door bijvoorbeeld militair op te treden tegen IS-strijders. ‘Bovendien is de steun vanuit de betrokken landen niet spectaculair. De Arabische Emiraten komen enkel met geld en wapens over de brug wanneer ze vinden dat het om een cruciaal moment gaat. Ze deden dat in 2016 en doen dat nu door de actie van Haftar in het zuiden te steunen. Het gaat niet om massale bewapening. Wat we in ons hoofd moeten houden is dat Libië voor al die landen niet van groot belang is, zelfs niet voor Frankrijk’, zegt Harchaoui.

Frankrijk behoort tot het kamp dat Haftar steunt en is erg betrokken in de Sahel. Tussen 3 en 6 februari bombardeerde de Franse luchtmacht in het noorden van Tsjaad een colonne van 40 terreinwagens van de rebellengroep Union des Forces de la Résistance (UFR) die vanuit Libië het land was binnengetrokken, blijkbaar om een confrontatie met Haftars troepen uit de weg te gaan.

Gepolitiseerd geweld

Hoe de situatie op korte termijn zal evolueren, blijft een open vraag. Veel Libiërs vrezen nu een escalatie in het zuiden. VN-gezant Ghassan Salamé zet zijn ontmoetingen voort om een nationale conferentie op te tuigen. Maar of die haalbaar is, is zeer twijfelachtig. De parlements- en presidentsverkiezingen waarvan sprake was naar aanleiding van de conferentie van Parijs en later op de conferentie van Palermo in november 2018 zijn opnieuw uitgesteld. Streefdatum voor die verkiezingen is nu niet meer juni maar december 2019.

‘De criminele netwerken moeten opgerold worden. Die zijn nauw verbonden met de milities’

‘Mensen die acht jaar lang de boel saboteerden, zullen dat blijven doen. Zowel aan de kant van Benghazi als aan de kant van Tripoli zijn er mensen die de status-quo willen behouden’, zegt Harchaoui. ‘Ik zie niet wat een nieuwe conferentie zou veranderen.’

‘De protagonisten zullen militair actief blijven en op dat vlak vooruitgang willen boeken. Het gaat niet om brutaal geweld zoals in Syrië of Jemen, of het geweld hier in Libië in 2014. Het is meer gepolitiseerd geweld. Geweld dat samengaat met onderhandelingen’, voegt hij eraan toe.

Maar het is geweld dat de bevolking in Libië al acht jaar gijzelt. En er vallen slachtoffers. Op 17 januari zijn er acht doden, onder wie minstens drie burgers, en 48 gewonden gevallen na gevechten tussen rivaliserende milities in de hoofdstad Tripoli. ‘Na de burgerbevolking vormen de migranten de grootste slachtoffers van deze moeizame en langdurige tocht naar stabilisatie’, zegt Harchaoui.

‘Voor de zuidelijke regio is het niet genoeg dat het LNA komt en controleposten installeert’, zegt activiste Abdo. ‘De criminele netwerken moeten opgerold worden. Die zijn nauw verbonden met de milities. Daarom moeten we van de milities af. Als het veiligheidsprobleem opgelost wordt, zullen alle andere problemen ook opgelost raken.’

Dit artikel werd geschreven voor het lentenummer van MO*magazine. Voor slechts €28 kan u hier een jaarabonnement nemen!

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift