VOKA-topman Hans Maertens: ‘Er is een Marshallplan voor Afrika nodig!’

Afrikaanse problemen worden Europese zorgen

© Reuters

Een arbeidster sorteert afgedankte kledij in een Chinese textielfabriek in Ethiopië. China is de jongste jaren de grootste economische partner geworden van Afrika. De Chinese ondernemingen ter plaatse stellen zo’n drie miljoen mensen te werk.

Soms lijkt het wel alsof de Europese politiek gebiologeerd is door het migratiethema. Zo groot is de onrust over migratie bij een deel van de bevolking dat de staatssecretaris voor asiel en migratie in ons land dikwijls de populairste politicus is. Ons continent dat een paar eeuwen massaal mensen zag migreren naar Amerika of Australië, worstelt met migratie nu de richting van de migratiestromen is omgekeerd. Migratie bedreigt via de stembus zelfs de Europese integratie. Wie goed naar de realiteit kijkt, beseft dat het onder controle houden van de migratie slechts een deel van het verhaal kan zijn.

Dividend of tijdbom?

De Verenigde Naties voorspelden in 2017 immers dat Afrika in 2050 2,5 miljard inwoners zal tellen (tegen 1,2 miljard nu) en in 2100 4,4 miljard. Nigeria zou in 2100 in zijn eentje meer mensen tellen dan Europa. Dat maakt van Afrika meteen een van Europa’s grootste strategische uitdagingen.

Zo’n bevolkingsgroei houdt een belofte in: als almaar meer jonge mensen aan het werk kunnen worden gezet, zal de economie groeien, zoiets heet een demografisch dividend. Dat is hoe Karel Uyttendaele die vele jaren werkte voor Hewlett Packard en Agoria, de federatie van technologiebedrijven, er tegenaan kijkt: ‘Afrika is een opportuniteit. Veel geschoolde mensen, groeiende koopkracht,…’

Maar een hoge bevolkingsgroei vereist wel hoge economische groei. Bij een groei van drie procent stagneert het inkomen per hoofd als de bevolking met drie procent groeit. En inkomensstagnatie is een probleem omdat Afrika het armste continent ter wereld is. Sommigen spreken daarom liever over een demografische tijdbom.

Het klimaat

Komt daar bij dat klimaatwetenschappers voorspellen dat Afrika een van de regio’s is die het meest zal lijden onder de klimaatverandering. In zijn laatste assessment report zegt het IPCC, het internationaal panel inzake klimaatverandering, dat de gemiddelde jaarlijkse temperatuur in Afrika tegen het einde van de eeuw waarschijnlijk met meer dan twee graden zal stijgen.

‘Stijgende temperaturen en veranderingen in neerslagpatronen zullen heel waarschijnlijk de productiviteit van graanteelten verlagen’

Klimaatverandering zal met grote zekerheid de kwetsbaarheid van de Afrikaanse landbouwsystemen vergroten, vooral in semi-aride gebieden. ‘Stijgende temperaturen en veranderingen in neerslagpatronen zullen heel waarschijnlijk de productiviteit van graanteelten verlagen’, stelt het rapport. En die productiviteit is al laag.

Spiegel van ons verleden

Ons eigen verleden leert ons wat dit alles betekent. Tussen 1810 en 1910 emigreerden zestig miljoen Europeanen naar Noord-Amerika. Op die manier loosde het oude continent een deel van zijn bevolkingsexplosie. Het leven was hard in Europa en over de plas leken gouden bergen te wenken. Veel Afrikanen ervaren de situatie nu op dezelfde manier. Er is één groot verschil: Europa is geen leeg continent zoals Noord-Amerika dat was geworden nadat de Europeanen de Indianen hadden verdreven of vermoord.

Hoe gaat Europa met deze strategische uitdaging om? Zet het enkel in op migratiebeheersing of gaat het met zijn buurcontinent een partnership aan om de uitdagingen in Afrika aan te pakken? Zo moeten er 11 miljoen banen per jaar worden geschapen om de jaarlijkse toevloed op de arbeidsmarkt op te vangen.

Migratie

Het migratiebeleid wordt grotendeels uitgetekend door de EU. Die maakte intussen meer middelen vrij voor migratiebeheersing: betere grensbewaking (Frontex) en de Turkijedeal van 6 miljard euro om Syrische vluchtelingen in Turkije te houden. Ook van het Trust Fund for Africa (3,4 miljard euro waarvan 3 miljard afkomstig uit ontwikkelingssamenwerking) gaat 22 procent naar migratiemanagement, vooral in de doorreislanden Mali en Niger. Zegt Bart Staes, Europees parlementslid voor Groen: ‘In Niger en Mali stonden niet de noden van de lokale bevolking voorop maar onze prioriteiten inzake migratiebeheer.’

De EU zet in zijn zogenaamde migratiepartnerschappen ook in op de terugname van vluchtelingen. Dat lukt niet goed omdat de remittances, het geld dat migranten terugsturen naar hun herkomstland, een belangrijke geldbron is voor Afrikaanse landen (in Liberia goed voor 26 procent van het nationaal inkomen). Gezinnen met migranten kunnen hun kinderen beter opleiden en langs de migratie komt ook kennis het land binnen.

Vraag is tevens of Europa in zijn ijver om de migranten tegen te houden de mensenrechten niet uit het oog verliest.

Zo bekeken kan migratie een deel van het antwoord zijn op de lange termijn uitdaging om Afrika welvarender te maken. Maar gerichte economische migratie zelf organiseren, lijkt in Europa politiek moeilijk te verkopen.

Vraag is tevens of Europa in zijn ijver om de migranten tegen te houden de mensenrechten niet uit het oog verliest. Zegt Geert Laporte van het European Center for Development Policy Management: ‘Het heeft iets van paniekvoetbal als de EU de janjaweed (destijds betrokken bij de genocide in Darfoer, nvdr) traint om de Soedanese grenzen te bewaken. Offert de EU zijn waarden op het altaar van het migratiebeheer?’

Afrika wordt een beetje meer één

Om met Afrika een partnership aan te gaan moet het met één stem kunnen spreken. Dat is niet evident. In 1885 verdeelden koloniale grootmachten het continent in stukjes, wat vandaag 54 afzonderlijke staten oplevert. Dat heeft nog altijd grote gevolgen. De Afrikaanse economie is ongeveer even groot als de Franse: stel je voor dat Frankrijk in 54 stukjes wordt verdeeld elk met hun eigen regering, harde grens en regels.

Vijftig jaar nadat de meeste Afrikaanse landen onafhankelijk werden, begint Afrika zich van die koloniale verminking te herstellen. Het aandeel van de intra-Afrikaanse handel steeg de voorbije tien jaar van twaalf naar zeventien procent van de totale handel. Nog altijd weinig want in de EU is dat vijftig procent. Afrika lijkt ook meer in staat tot collectieve actie. Zo stelde de Afrikaanse Unie in 2013 een Agenda 2063 op. Daarin somt het zijn aspiraties op van een welvarend Afrika, een eengemaakt continent met goed bestuur en democratie …

Die aspiraties zijn vertaald in tientallen doelen van het implementatieplan 2014-23: het inkomen per hoofd met minstens dertig procent laten stijgen, de werkloosheid met minstens 25 procent verminderen, een Afrikaanse vrijhandelszone instellen, visavrij reizen binnen Afrika, een netwerk van hoge snelheidstreinen,… De plannen vergen massale investeringen. Hulpgeld alleen zal niet volstaan. Welke economische strategie hanteert het continent?

Investeringen groeien maar te weinig

Na experimenten met staatgeleide economische ontwikkeling (1960-1975) gevolgd door twee decennia van neoliberaal beleid, opgelegd door IMF en Wereldbank (1980-2000), gaat het continent nu voor een meer pragmatische benadering. Private bedrijven zijn belangrijk maar de overheid schept het kader daarvoor. Een industrieel beleid waarbij de overheid de ontwikkeling van bepaalde sectoren stimuleert, is – na de neoliberale fatwa’s hiertegen - terug en vogue. Velen vinden dat alleen de industrialisering van Afrika voor genoeg banen kan zorgen. De slogan van de Ghanese president is zelfs ‘one D, one F’: één district, één fabriek.

Tussen 2000 en 2014 kende Afrika, na twee penibele decennia, een relatief hoge inkomensgroei van gemiddeld 4,6 procent. Die was in veel landen vooral te danken aan hoge grondstoffenprijzen en leverde in die gevallen relatief weinig goed betaalde banen op omdat mijnbouw nu eenmaal erg kapitaalintensief is.

© Reuters

De Mogalakwena platinummijn in Zuid-Afrika. De industrialisering in Afrika zorgt weliswaar voor jobs en welvaart, maar houdt grote risico’s in voor de arbeiders en de omgeving.

Volgens het VN-Wereldinvesteringsrapport 2017 gaat slechts drie procent van de buitenlandse investeringen naar Afrika. ‘Toch zie je een stijgende lijn,’ onderstreept Pierre Guislain, vice-voorzitter private sector, infrastructuur en industrie bij de Afrikaanse Ontwikkelingsbank. ‘Rond 2000 lagen buitenlandse investeringen in Afrika nog rond de 10 miljard dollar, de laatste jaren schommelt het rond de zestig miljard.’ Guislain legt uit dat het vooral om investeringen in natuurlijke rijkdommen gaat, en “marktzoekende” investeringen: ‘Die laatste komen er omdat vijftien jaar groei de middenklasse en haar koopkracht sterk deed groeien.’

Opmerkelijk is tevens dat de intra-Afrikaanse investeringen toenemen, een symptoom van de integratie van Afrika. Guislain: ‘Tussen 2003 en 2007 waren er 32 intra-Afrikaanse investeringprojecten. De voorbije jaren zijn het er elk jaar meer dan honderd. In de banksector en de telecom zie je echt Afrikaanse bedrijven ontstaan. De Dangotegroep investeert in twaalf landen.’

China leidt de dans

China is de jongste jaren de eerste economische partner geworden van Afrika geworden, zo stelt het McKinsey-rapport ‘Dans van de leeuwen en draken’. China komt daarin naar voor als de eerste handelspartner (tenzij je de EU als een geheel ziet), investeerder en financier van bouwprojecten. Inzake hulp blijft de EU veruit de grootste.

China is, na de EU als geheel, de grootste handelspartner, investeerder en financier van Afrika. Inzake hulp blijft de EU veruit de grootste.

Ten dele dankt China die positie aan zijn competitiviteit, zegt een Westers diplomaat: ‘China investeert nog geen procent in het kapitaal van de Afrikaanse Ontwikkelingsbank maar haalt wel dertig procent van de bankprojecten binnen.’ Er is ook een toevloed van private Chinese ondernemers, vooral in de industrie. Veel producten kunnen met een efficiënt gebruik van moderne technologie in Afrika veel goedkoper worden gemaakt dan via de invoer. ‘Daardoor verdienen veel van die Chinese investeerders hun investering op één of enkele jaren tijd terug,’ aldus McKinsey. Soms passen ze producten ook aan de lokale markt aan: zo maakte Tecno een gsm met fotosoftware die de donkere huidskleur beter weergeeft.

In totaal zouden volgens McKinsey minstens 10.000 Chinese ondernemingen actief zijn in Afrika die naar schatting drie miljoen mensen tewerk stellen. McKinsey voegt er wel aan toe dat Chinese bedrijven de arbeids-en milieunormen vaker met voeten treden dan andere buitenlandse bedrijven.

Zuid-Afrika en Ethiopië die een strategisch partnership met China aangingen, genieten het meest van de Chinese investeringen. In Ethiopië produceren vijftigduizend mensen schoenen voor de wereldmarkt. Zuid-Afrika trok Chinese bedrijven aan die frigo’s, TV’s en auto’s produceren, maar… verloor tegelijk banen in zijn staalsector door de Chinese overproductie van staal.

Wordt Afrika het volgende China?

De wetten van het kapitalisme zijn onverbiddelijk en brengen Afrika mogelijks in een nieuwe dynamiek, stelt de Chinese econoom Justin Yifu Lin in een publicatie van de Afrikaanse Ontwikkelingsbank. Deze voormalige hoofdeconomist van de Wereldbank noemt Afrika de ideale vervanger van China als producent van arbeidintensieve producten. Tegen 2020 zal het maandloon van een gemiddelde arbeider in China oplopen tot 850 euro. Daardoor wordt het moeilijk arbeidsintensieve producten in China te maken.

‘Het gemiddelde Afrikaanse loon is nu 10 à 25 procent van de Chinese lonen. Arbeidsintensieve exportindustrieën zullen dus naar Afrika verschuiven.’

Als een deel van de 125 miljoen industriebanen in China naar landen als Vietnam wordt verplaatst, explodeert ook daar op korte tijd de loonkost, aldus Lin. ‘In termen van arbeidsaanbod en bevolkingsomvang, is Afrika met 1,2 miljard mensen en een overvloed aan jonge werkkrachten, vergelijkbaar met China in 1980. Momenteel bedraagt het gemiddelde loon er een vierde tot een tiende van de Chinese lonen. Dat maakt van Afrika de beste plaats om China’s arbeidsintensieve exportindustrieën over te nemen.’ Lin verliest wel India uit het oog dat smacht naar industriejobs maar meer een strategische concurrent is voor China.

Lin rekent voor waarom de Chinese Huajiangroep liever schoenen produceert in Ethiopië dan in China: het verlaagt de loonkost van 22 naar 3 procent van de productiekost. Hogere logistieke kosten in Ethiopië maken die besparing niet ongedaan.

Lin geeft nog subtiel te verstaan dat landen die strategisch kiezen voor een partnership met China, het meest kans maken om snel te leren uit de Chinese ervaringen. Ethiopië dat zich expliciet inspireert op China is daar het voorbeeld bij uitstek van met de bouw van zes industrieparken die 279 Chinese ondernemingen huisvesten en tienduizenden mensen tewerkstellen. Maar ook elders beweegt er al veel. In Egypte draaien op een bedrijvenpark bij Suez al vijftig Chinese bedrijven. In Marokko wordt bij Tanger de Mohamed VI Tech City gebouwd, een bedrijvenzone die tot 100.000 mensen werk zou geven.

Opdat Afrika een tweede China zou worden, moet het aan zijn structurele gebreken werken, volgens Abebe Shimeles, directeur macro-economie bij de Afrikaanse Ontwikkelingsbank: ‘Afrika heeft een achterstand tegenover de rest van de wereld inzake skills, infrastructuur en bestuurlijke effectiviteit.’ Het gebrek aan energie en transportvoorzieningen kost Afrika volgens Shimeles jaarlijks twee procent groei. Ook hier toont Ethiopië de weg met de bouw van de grote Ethiopische Renaissance Dam op de Blauwe Nijl, de grootste krachtcentrale van Afrika. Gefinancierd met Ethiopische spaargelden.

Zijn Europese ondernemers bang?

Met al dat Chinese, maar ook Indiase en Turkse geweld, vraagt een mens zich af waar Europa blijft. Voor alle duidelijkheid: de VS en Frankrijk hebben nog altijd meer kapitaal geïnvesteerd in Afrika dan China, maar China loopt hen snel in. ‘Chinese en Indiase ondernemers kunnen beter om met de omgeving van een ontwikkelingsland: ze voelen de kansen beter aan en schatten de risico’s beter in,’ merkt een Westers diplomaat op.

VOKA-baas Hans Maertens bevestigt: ‘Ik zit met gemengde gevoelens. Ik vind het belangrijk dat er banen geschapen worden in Afrika. Anders wordt dat een vulkaan. Maar ik moet vaststellen dat onze bedrijven er weinig investeren. Het ontbreekt er aan infrastructuur en een gunstig ondernemingsklimaat. De afzetmarkt is beperkt.’

Karel Uyttendaele is ontgoocheld over die Europese afwezigheid: ‘Men ziet echt de mogelijkheden niet en laat China voorgaan.’

Karel Uyttendaele is ontgoocheld over die Europese afwezigheid: ‘Men ziet echt de mogelijkheden niet en laat China voorgaan.’ Zijn voorstel aan de Belgische bedrijven om Afrikaanse experten een jaar in dienst te nemen en hen dan met hun ervaring terug te laten gaan – circulaire migratie - viel op een koude steen.

Alleen zes bedrijven die al actief zijn in Afrika of dat plannen, gingen op het aanbod in: zij zien er een kans in om hun Afrikaanse activiteiten te versterken. De 23-jarige Zatoudé Touré werkt bij bouwonderneming Denys. Zij zal in dienst blijven van Denys maar dan in Mali. Touré vindt dat Europa een te negatief beeld heeft van Afrika. ‘Alsof Afrika alleen armoede en miserie is. Er is ook veel potentieel en competentie.’

© Reuters

Prinses Astrid op handelsmissie in Ivoorkust. Ondanks het grote potentieel van Afrika, houden Europese bedrijven nog te veel de boot af.

Europese initiatieven

De vluchtelingenproblematiek doet de EU intussen verder kijken. Met een expliciete verwijzing naar het werken aan de grondoorzaken van de migratie werd in 2017 het Extern InvesteringsPlan (EIP) voor Afrika gestart. Het plan beschikt over ruim drie miljard euro (waarvan een groot deel uit budgetten voor ontwikkelingssamenwerking) die zal fungeren als garantie voor investeringen in Afrika. Zo hoopt de Europese Commissie 44 miljard euro aan investeringen te genereren. ‘De eerste oproep heeft veel goede voorstellen opgeleverd,’ vernemen we.

Duitsland legde begin 2017 een Marshallplan voor Afrika voor. Een interessante tekst over hoe Duitsland en de EU Afrika kunnen helpen om zijn Agenda 2063 te realiseren. Kanselier Merkel plaatste in 2017 als voorzitter van de G20 (Groep van 20 grootste economieën) Afrika hoog op de agenda. Het resultaat was het zogenaamde het G20-verbond voor Afrika waarin Afrikaanse landen zelf kunnen voorstellen hoe ze hun land aantrekkelijker maken voor investeerders. Het is dan aan de G20-landen om daarop in te spelen.

Pierre Guislain vindt dat van dat laatste nog niet veel in huis is gekomen. Mede met het oog daarop organiseert de Afrikaanse Ontwikkelingsbank in november 2018 in Johannesburg het eerste Afrikaanse InvesteringsForum. Guislain: ‘Het moet een plek zijn waar projecten besproken en gefaciliteerd worden.’

Bestuur en geopolitiek

De Europese positie ligt nog op een ander vlak in de weegschaal. Afrika legt de lat op vlak van goed bestuur, democratie en mensenrechten hoog in zijn Agenda 2063. De huidige realiteit ligt daar soms mijlenver van af. De kwaliteit van het bestuur is soms ronduit dramatisch met overheden, zoals in Congo, die elk initiatief smoren.

‘Investeren in beter bestuur is de beste anti-immigratiemaatregel die de EU kan nemen. Het is de corruptie die Afrikaanse jongeren elk perspectief ontneemt.’

‘Investeren in beter bestuur is de beste anti-immigratiemaatregel die de EU kan nemen,’ zegt Geert Laporte (ECDPM). ‘Het zijn corrupte besturen die jongeren elk perspectief ontnemen, hun wereld uitzichtloos maken.’ Hoe je van buitenaf aan beter bestuur kan werken, is een complex vraagstuk. Laporte houdt het erop dat Europa krachten moet steunen die bijdragen tot de opbouw van rechtstaat en participatie.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Uyttendaele vindt dat vooral moet ingezet worden op die landen die beter bestuurd worden. ‘Als die het dan beter stellen, zullen de anderen wel volgen.’ Dat is ook de G20-benadering: landen die tonen dat zich ‘hervormen’ komen in aanmerking voor het investeringsverbond van de G20.

Hier zit ook een geopolitieke dimensie aan vast. De Agenda 2063 stelt dat een capabele “development state”- zo wordt het Oost-Aziatische model genoemd - en een efficiënte openbare dienst cruciaal zijn. Laporte heeft twijfels of die development state die meer nadruk legt op economische groei dan op rechtstaat en participatie wel de goeie keuze is voor Afrika. ‘Ethiopië kent veel groei. Toch heb je het gevoel dat het land op een politieke vulkaan leeft die elk moment kan ontploffen, omdat de macht er bij een kleine minderheid zit.’

In de praktijk blijkt een hele reeks landen wetten in te voeren die de vrijheid van de civiele samenleving onderdrukken : Egypte, Ethiopië, Rwanda, Burundi en uiteraard kan de goede leerling, Congo, niet achterblijven. Het is het soort wet dat al langer bestaat in China. Zo bekeken gaat ons engagement in Afrika, in meerdere opzichten, ook over de toekomst van het Europese model, hier en in de rest van de wereld.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur