'Er zijn veel manieren om de doelstellingen te bereiken, maar de politieke wil is absoluut noodzakelijk.'

Duitse academie voor wetenschappen maant aan tot klimaatactie

Pixabay (CC0)

 

Op 11 mei gaf een meetpunt in Hawaï een CO2-concentratie aan van 415,26 ppm (deeltjes per miljoen) in de lucht. Dat is de hoogste concentratie sinds drie miljoen jaar, toen het gemiddeld twee tot drie graden warmer was. Wereldwijd afstervende koraalriffen, een stijgende zeespiegel, meer bosbranden en droogtes; het plaatje ziet er niet fraai uit als de CO2-uitstoot niet drastisch, en vlug, naar beneden gaat. De alarmbellen gaan af: het is tijd voor onmiddellijke klimaatactie. De EU-doelstellingen van 2030 moeten tegen wil en dank gehaald worden.

In Duitsland maant een onderzoeksgroep van de Leopoldina, de Duitse academie voor wetenschappen, het land aan tot actie. In “Klimaziele 2030: Wege zu einer nachhaltigen Reduktion der CO₂ Emissionen” reiken ze ideeën aan om de klimaatdoeleinden in 2030 toch nog te halen. Geert Van Istendael vatte het belang van het bericht eerder deze week samen in zijn column: ‘Nooit eerder las ik zo’n bondige, volkomen begrijpelijke en deskundige samenvatting van het probleem in al zijn dringendste uitingen. Nooit las ik iets over ons probleem en het probleem van onze kinderen en kleinkinderen dat mij zo recht naar de keel greep’.

Volgens de Europese Commissie bereiken we met ons huidige beleid slechts een vermindering van veertien procent CO2-uitstoot tegen 2030.

Wat voor Duitsland geldt, geldt ook voor België. Sterker nog: wij doen het nog een tikkeltje slechter. Op de Climate Change Performance Index – die de vooruitgang in klimaatbescherming vergelijkt van de landen die verantwoordelijk zijn voor 90 procent van de CO₂-uitstoot – nemen we plek 31 van de 60 in. Daarmee doen we het iets beter dan China, maar presteren we een stuk zwakker dan andere Europese landen zoals koploper Zweden (plaats vier), het Verenigd Koninkrijk (plaats acht) en Noorwegen (plaats twaalf). Ook in vergelijking met onze buurlanden scoren we slechter: zowel Luxemburg, Frankrijk, Duitsland als Nederland doen het beter.

Onmiddellijke actie ondernemen is nodig. Tegen 2030 moet België zijn CO2 uitstoot met 35 procent verminderen ten opzichte van 2005. Volgens de Europese Commissie bereiken we met ons huidige beleid slechts een vermindering van veertien procent.

Enkele ideeën uitgelicht

Het Leopoldina-advies gaat in op bekende mogelijke maatregelen. De wetenschappers pleiten voor een hogere prijs voor CO2 in het Europese systeem van emissiehandel die de huidige prijs van €25 euro/ton overschrijdt. Die prijsverhoging is een noodzakelijke stap om de uitstoot van broeikasgassen te ontmoedigen. Die prijs dient zowel uniform als sectoroverschrijdend te zijn. De onderzoeksgroep bestempelt die maatregel als dé leidraad voor een effectief en geloofwaardig klimaatbeleid.

De invoering van zo’n algemene koolstofprijs moet aangevuld worden met extra beleidsinstrumenten en maatregelen die specifieke tekortkomingen corrigeren. Tomas Wyns, klimaatwetenschapper aan de VUB, beaamt dit: ‘Ik vind dat het voorstel van de Duitse Academie heel terecht stelt dat de inkomsten van de CO2 heffing moeten terugvloeien naar klimaatvriendelijke investeringen. Louter een beleid voeren op basis van een CO2 prijs zal niet werken. Zo zorgt een CO2 prijs enkel voor frustratie als er onvoldoende en betaalbare klimaatvriendelijke alternatieven voorhanden zijn’.

‘De drie hefbomen zijn logische stappen naar meer duurzaamheid, maar een ondersteunend kader hiervoor ontbreekt.’

De Duitse wetenschappers pleiten voor een verandering in de mobiliteits- en transportsector. Concreet stellen ze voor om aan de hand van drie hefbomen het verkeer sterk te doen afnemen: verkeer vermijden, verschuiven en verkeer efficiënter maken. Zowel op nationaal als Vlaams niveau is de verkeerssector de grootste bron van CO2-uitstoot. Ook voor de Belgische situatie kan dit, mits enkele aanpassingen, een oplossing zijn.

Cathy Macharis mobiliteitsexpert aan de VUB legt uit: ‘Om verkeer te kunnen vermijden moeten we de bron bekijken. Aangezien de ruimtelijke ordening bij ons zeer versnipperd is, zie je langere woon-werk verplaatsingen in vergelijking met onze buurlanden. Verkeer verschuiven kunnen we door over te stappen op milieuvriendelijkere transportmodi, zoals openbaar vervoer, fietsen en wandelen. En als we dan toch de wagen moeten nemen, moet dit een elektrische wagen zijn. De drie hefbomen zijn logische stappen naar meer duurzaamheid, maar een ondersteunend kader hiervoor ontbreekt. Duurzame oplossingen moeten de evidentie worden’.

Wat met de voedselsector?

Het valt op dat er geen woord wordt gerept over de voedselsector in het advies. Het Intergouvernementeel Klimaatpanel (IPCC) nam die sector wel grondig onder de loep in zijn laatste rapport. Volgens het IPCC kan maar liefst een vijfde van de jaarlijkse CO2-uitstoot worden verkleind door minder vlees te eten en minder voedsel te verspillen.

Laurien Spruyt van Bond Beter Leefmilieu benadrukt dat we ook de voedingssector niet uit het oog mogen verliezen: ‘Het is goed mogelijk dat de maatregelen die Leopoldina voorstelt voldoende zijn om de doelstellingen van 2030 te halen. Maar we mogen ook onze doelstellingen voor 2050 niet uit het oog verliezen. Het Klimaatakkoord van Parijs stelt dat we tegen dan onze broeikasgasuitstoot naar netto nul moeten brengen. Zo niet, is de kans klein dat we de opwarming van de aarde tot 2 graden — laat staan tot 1,5 graden — kunnen beperken. Dat betekent dat we in alle sectoren inspanningen moeten doen, ook in de voedingssector. Zelfs al stoot die sector in ons land minder CO2 uit dan het verkeer of de verwarming van gebouwen. We moeten vandaag al stappen ondernemen om ook de doelstellingen op langere termijn te halen.’

Gebrek aan politieke wil

‘Er zijn veel manieren om de doelstellingen te bereiken, maar de politieke wil is absoluut noodzakelijk. Die zie ik nog niet vertaald in de startnota.’

Afgaande op de startnota die de N-VA op 12 augustus bekendmaakte, blijft het klimaatbeleid ook op Vlaams niveau te weinig ambitieus. De N-VA stelt een toename van duurzame vervoersmiddelen voor van 40 procent in het woon-werkverkeer en een toename van 50 procent binnen stedelijke gebieden.

‘Vlaanderen moet tegen 2030 zijn uitstoot met 27 procent omlaag zien gaan voor de transportsector. In het Vlaams Klimaatplan heeft men dit vertaald naar een vermindering van 4 procent bij goederenvervoer en van 46 procent bij personenvervoer. Om dat te kunnen halen zijn er heel ambitieuze maatregelen nodig. Denk bijvoorbeeld aan een kilometerheffing. Er zijn veel manieren om de doelstellingen te bereiken, maar de politieke wil is absoluut noodzakelijk. Die zie ik nog niet vertaald in de startnota’, besluit Cathy Macharis.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

randomness