Falend EU-migratiebeleid

De zuidgrens van Europa loopt door Niger. Hoeveel doden dat kost, weet niemand

(c) Kristof Vadino

 

Niger ligt geprangd tussen Noord- en West-Afrika en herbergt de belangrijkste knooppunten in de handel door de Sahara-woestijn. Al eeuwenlang handelen woestijnsteden zoals Agadez in producten als zout, goud en… mensen. Tot twee jaar geleden lag Niger pal op de route die migranten van over heel West- en Centraal-Afrika naar oversteeklanden zoals Libië brengt.

Dat veranderde toen Niger in 2015 in het vizier van de Europese Unie kwam te liggen. Het land werd aangestipt als sluitstuk van de Europese migratiepolitiek. Er werd een deal afgesproken: in ruil voor de belofte van miljoenen euro’s ontwikkelingsgeld uit het EU-Trust Fund, zou de Nigerese overheid de migratie vanuit hotspots zoals Agadez aan banden leggen – hierbij ook logistiek gesteund door de EU. In 2016 werd de ‘deal’ daadwerkelijk van kracht. Het transporteren van migranten werd strafbaar en de capaciteit van de controlepatrouilles verhoogde aanzienlijk.

Zo kwam een einde aan een praktijk die reeds lang ingebed zat in het gewone leven en de lokale economie van Agadez. Het vervoeren van migranten door de woestijn was tot dan een normale economische activiteit. Elke week vertrokken konvooien met mensen, die dikwijls zelfs geëscorteerd werden door het nationale leger. Na de invoering van het akkoord implodeerde deze activiteit, die de hoofdbrok vormde van de lokale economie.

‘En louter afgaand op de cijfers, werkt de deal’

Soumaila Ibrahim Maiga is coördinator van Dokters van de Wereld België in Niger. De Belgische ngo voorziet gezondheidszorg aan kwetsbare mensen overal ter wereld, waaronder migranten op doortocht. ‘Het sluitstuk van de deal is het afsluiten van de route vanaf Agadez. En louter afgaand op de cijfers werkt de deal. Vanuit Niger vertrokken in 2016 nog meer dan 330.000 mensen noordwaarts, in 2017 slonk hun aantal tot minder dan 70.000. We merken dat ook op het terrein. Met Dokters van de Wereld trekken we elke week naar de vluchthuizen voor migranten in Agadez. Vroeger waren er zo’n tachtigtal vluchthuizen. Nu nog maar twintig. Er zijn gewoonweg veel minder migranten in Agadez.’

(c) Kristof Vadino

 

Open kerkhof

Niet dat dat eenduidig positief is volgens Ibrahim Maiga. ‘Omdat de routes ten noorden van Agadez off-limit zijn geworden voor smokkelaars, moeten migranten nu alternatieve routes nemen. Het zijn uiterst afgelegen routes, die dus ook een stuk gevaarlijker zijn dan de traditionele route. Passeurs (smokkelaars, nvdj) komen bijvoorbeeld amper nog in Agadez. Ze rijden er meestal in een wijde boog rond. Pal door het onmetelijke niemandsland dat de woestijn is. Sommigen passeren via Tsjaad of Algerije om naar Libië te gaan.’

De Sahara is een open kerkhof geworden

‘Wist je dat er een achttal Pakistanen in Agadez vastzit?’, vraagt Ibrahim Maiga. ‘En vorige maand is er een bootje vol West-Afrikaanse vluchtelingen opgemerkt voor de kust van Brazilië. Dit toont aan dat geen enkele wet een migrant kan overtuigen om af te zien van de vlucht. De weg naar de bestemming wordt gewoon nog gevaarlijker gemaakt door dit soort beleid. We kunnen alleen maar aannemen dat de migranten nu over een veel groter terrein verspreid zitten. Het resultaat is dat er minder doden vallen op de Middellandse Zee, maar dat er in de Sahara net veel meer doden vallen. Zelfs de officiële cijfers bevestigen dat. Hoeveel precies, is moeilijk te zeggen. Europa heeft zijn grenzen naar beneden verschoven. De Sahara is een open kerkhof geworden.’

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Om dit neveneffect te counteren, organiseert de Internationale Organisatie voor Migratie – met de steun van de EU – geregeld zogenaamde search and rescue-missies. Daarbij trekken ze de woestijn in om migranten en vluchtelingen die diep in de woestijn in de problemen komen, te hulp te schieten.

Eind mei werd er door de IOM nog een groep van tachtig migranten gered van een gewisse dood in de woestijn. Cynisch genoeg lijkt net de invoering van de Niger-deal – die alle migratiebewegingen ten noorden van Agadez strafbaar maakt – dit soort situaties te veroorzaken. Mensen moeten zich veel dieper in de woestijn wagen om zich te onttrekken aan de door Europa gesponsorde arm der wet. Met andere woorden: deze perverse neveneffecten van het EU-beleid worden moreel camoufleerd door het IOM – dat voor haar financieel overleven uit de hand van diezelfde EU eet.

Bevindt de IOM zich hier in een spagaat? In het kantoor in Brussel leg ik deze kwestie voor aan Eugenio Ambrosi, IOM-directeur voor de Europese Unie. ‘Het is koorddansen tussen een redelijk niveau van grenscontrole en een te strikte wetgeving. Het gevolg van de deal is inderdaad dat migranten zullen proberen om alternatieve en gevaarlijkere routes te nemen. Er bestaat een zekere connectie tussen die twee zaken. De oplossing voor die kwestie vraagt tijd. Mensensmokkel is een zeer complexe zaak die complexe antwoorden vergt. Pas na verloop van tijd zal je de tekortkomingen opmerken die aangepakt moeten worden’, stelt de Italiaan.

Het resultaat van die tekortkomingen is dat we momenteel zelfs niet precies weten hoeveel mensen er omkomen in de woestijn. ‘Dat is waar’, geeft Ambrosi toe. ‘We weten vrij precies hoeveel mensen er sterven in de Middellandse Zee, zeker sinds een jaar of drie. Hoeveel het er zijn in de woestijn – we hebben er het raden naar.’

(c) Kristof Vadino

 

Het EU-beleid is er uiteraard niet op gericht om mensen te doden, maar om Europa te beschermen.

Wederzijdse belangen

Waarom voert de EU dan een dergelijk beleid? Aan de kant van de Europese Unie lijkt het belang duidelijk: hoe minder Afrikaanse migranten komen krabben aan Europa’s grenzen, hoe beter. Ook Ibrahim Maiga bevestigt dat: ‘Het EU-beleid is er uiteraard niet op gericht om mensen te doden, maar om Europa te beschermen. Wat ook je politieke overtuiging is, als politieke partij in Europa moet je aantonen dat je voorstellen om Europa te beschermen minstens even effectief zijn als de politiek van extreemrechtse partijen claimt te zijn. De consensus is dat Europa beschermd moet worden, koste wat het kost.’

Quid Niger? Niger heeft het geld van de deal simpelweg hard nodig. Het is een arm land, dat bovendien getroffen wordt door een economische crisis. Het belangrijkste exportproduct – uranium – staat op zijn laagste prijsniveau sinds 2006. Daarmee drogen de inkomsten voor de regering op. Soms kunnen zelfs de salarissen van de eigen functionarissen niet meer betaald worden. Om het land te doen draaien, heeft Niger geld nodig. En daarvoor rekent de regering op geld afkomstig van de Europese Unie.

Getrainde Soedanezen?

Maar de Nigerese overheid neemt het zelf ook niet zo nauw met de mensenrechten. Amnesty International berichtte in mei van dit jaar over een groep van 132 Soedanezen die Niger uitgezet zouden zijn. Ze zouden deel hebben uitgemaakt van een grotere groep van 2000 Soedanezen die de afschuwelijke levensomstandigheden in Libië ontvlucht waren en in Agadez neergestreken waren.

De Nigerese overheid beschuldigde hen volgens het rapport van lidmaatschap van gewapende groeperingen in Tsjaad, Libië en Soedan zelf. Ook onder de bevolking van Agadez zelf leeft dat vermoeden. ‘We weten niet wat ze hebben gedaan, maar de perceptie is voldoende’, zegt Ibrahim Maiga daarover.

‘Met het onder dwang terugsturen van deze mensen naar Libië begaan de Nigerese authoriteiten een duidelijke schending van de mensenrechten’

Hoe dan ook werd de groep onder begeleiding van het Nigerese leger gedropt in het grensgebied tussen Libië en Niger. In het midden van een ongenadige woestijn. ‘Met het onder dwang terugsturen van deze mensen naar Libië begaan de Nigerese authoriteiten een duidelijke schending van de mensenrechten’, besloot Gaetan Mootoo, AI-onderzoeker, in het rapport.

Vanuit de Europese Unie bleef het oorverdovend stil. En ook het Nigerese middenveld reageerde niet op de uitzetting van de Soedanezen. Dit heeft in grote mate te maken met het toenemende angstklimaat dat Nigerees president Issoufou installeert onder zijn bevolking. In maart van dit jaar berichtte de Nigeriaanse The Guardian nog over 23 vooraanstaande figuren van het Nigerese middenveld die opgepakt werden na een raid op hun kantoren. Ze werden gearresteerd en zonder proces vastgezet, op beschuldiging van deelname aan illegale betogingen tegen de opgelegde besparingen van het Issoufou-regime. De krant spreekt over een angstklimaat onder sociale organisaties – repressie is de norm geworden.

Ik vraag Ibrahim Maiga of er intussen nog iemand op de hoogte is van het reilen en zeilen van de 132 Soedanezen. ‘Niemand. Misschien zijn er al een deel van dood. Als je over Libië spreekt, moet je daar eigenlijk van uitgaan. Zelfs los van de woestijn - migranten worden er als honden afgeslacht, gemarteld, verkracht, … Maar eigenlijk weten we niet wat er met hen gebeurd is.’

(c) Arne Gillis

Nigerees president Mahamadou Issoufou, februari 2016

Terugvluchten en hervestiging

Precedent of niet - de groep van 132 uitgezette Soedanezen zijn voorlopig een uitzondering. Mensen die vanuit Niger vertrekken, kunnen worden onderverdeeld in twee groepen.

Enerzijds zijn er de mensen die UNHCR, het vluchtelingenagentschap van de Verenigde Naties, uit Libische detentiecentra weghaalt en voorlopig onderbrengt in de Nigerese hoofdstad Niamey. Onder druk van de EU heeft president Issoufou zich bereid verklaard om een groep van 1200 vluchtelingen daar onderdak te geven. Het zijn vluchtelingen – mensen die in hun thuisland vervolging riskeren. Het uiteindelijke doel van UNHCR is dan ook hen te hervestigen in Europa.

Volgens cijfers van UNHCR zijn er intussen 142 mensen naar Europa gestuurd. Onder meer Frankrijk en Zwitserland zijn bereid gevonden hen asiel te geven. De andere 1058 zitten nog steeds vast in Niamey, in huizen die UNHCR voor hen huurt. Naar schatting zitten er nog zo’n half miljoen vluchtelingen vast in Libië. De vraag rijst of dit systeem van hervestiging wel voldoet om de noden van vluchtelingen op te vangen.

Verschillende ngo’s doen dit beleid af als een moreel doekje voor het bloeden

Verschillende ngo’s doen dit beleid af als een moreel doekje voor het bloeden: door de legale optie om in Europa asiel aan te vragen open te houden, creëer je een aura van rechtvaardige menselijkheid. Geen hond die nadien nog vraagt over hoeveel mensen effectief op die manier in Europa zijn geraakt.

Anderzijds zijn er de IOM-vluchten voor migranten – mensen die uit economische noodzaak uit hun land zijn vertrokken.

Geregeld vertrekken er vanuit Niamey en Libië vluchten naar Afrikaanse bestemmingen. Op die vluchten zitten migranten die er vrijwillig voor hebben gekozen om terug naar huis te keren. ‘We geven mensen de optie om terug te keren. Vrijwillig. Tot op het laatste moment mag de persoon in kwestie van gedacht veranderen’, stelt IOM-topman Ambrosi. ‘Maar gezien de verschrikkelijke omstandigheden in de Libische detentiecentra merken we dat veel migranten terug naar huis willen.’

Volgens cijfers van het IOM keerden er zo vanuit Libië al bijna dertigduizend mensen vrijwillig terug in de periode van 2017 tot vandaag. Vanuit Niger waren dat er bijna zestienduizend in dezelfde periode.

Tegelijkertijd beseft het IOM dat simpelweg mensen terugsturen geen afdoende oplossing kan zijn. ‘We proberen met IOM om de omstandigheden in de thuislanden te verbeteren, vooral in de landen met de hoogste vertrekcijfers. Maar het blijft een moeilijke operatie – ondanks het feit dat de meeste EU-landen erkennen dat ook op dat aspect moet ingezet worden. Tot nu toe gebeurt er echter weinig. IOM geeft wel individuele steun op psychologisch, medisch en financieel gebied aan die mensen die beslissen om vrijwillig terug te keren’, vertelt Ambrosi.

Toekomst

‘Je kan de grenzen externaliseren, maar alleen op de voorwaarde dat je bereid bent de doden erbij te pakken’

De zuidgrens van Europa loopt momenteel door Niger. Ik vraag Ibrahim Maiga of het beleid van externalisering van de grenzen tot nu toe succesvol is geweest.

‘Je kan de grenzen externaliseren, maar alleen op de voorwaarde dat je bereid bent de doden erbij te pakken. De vreselijke omstandigheden – zaken waarvan je nooit bereid zou zijn om ze te accepteren binnen of op je eigen grenzen. Maar als het allemaal ver genoeg plaatsvindt, zodat de kiezers het niet zien, en als er weinig mensen zijn die erover willen getuigen – dan kan je dat doen. Door de deal is het aantal migranten cijfermatig gezien effectief teruggedrongen. Maar de menselijke drama’s zijn toegenomen, en ze zijn onzichtbaarder dan ooit. Het beleid van de EU is daarvoor verantwoordelijk. De deal heeft perverse effecten, en dat zien wij op het terrein.’

‘Ik kan je verzekeren dat niemand de migratiestroom kan tegenhouden. Die gaat voort. Op dit elan gaat hij nog veel meer doden en menselijke schade veroorzaken. De oversteek naar Europa gaat nog moeilijker worden. Maar niemand kan de stroom tegenhouden.’, concludeert hij.

Opvangcentra buiten Europa

Alternatieve plannen om asielcentra buiten Europa in te richten, stoten op reserves bij de IOM-topman. Ambrosi: ‘Wij hebben daar onze twijfels over. Er zou een probleem van jurisdictie zijn. Als je een migrant of vluchteling buiten Europa opvangt – welke jurisdictie is er dan van toepassing? Zou die jurisdictie worden erkend door Europese landen? Die mensen zouden dan meteen ook onder de verantwoordelijk vallen van dat land. Dat lijkt me unfair – aangezien ze daar helemaal niet willen blijven.’

‘Bovendien hebben landen zoals Tunesië, waar zo’n asielcentra theoretisch gezien ingericht kunnen worden, daar in het verleden altijd al bezwaar tegen aangetekend.’

‘Ten slotte krijg je het risico om een aanzuigeffect naar die centra te creëeren. En als je niet toestaat dat migranten regelrecht vanuit Afrikaanse landen bij de centra aankloppen, forceer je het opvangland om potentieel legitieme asielzoekers wandelen te sturen. Dat is een schending van de Conventie van Genève. Het is een mechanisme dat vanuit legaal oogpunt te veel vragen oproept om levensvatbaar te zijn’, besluit Ambrosi.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur