Allochtone ondernemers: werk aan de winkel

Eén lichtpuntje voor allochtone ondernemers: de discriminerende beroepskaart voor vreemdelingen werd net afgeschaft.
De Marokkaan met zijn lekkere brood, de Pakistaanse nachtwinkel waar je je sigaretten haalt, de Turkse kruidenier… Het zijn evenzoveel allochtone ondernemers die een heel hindernissenparcours aflegden voor ze je hun koopwaar konden aanbieden. Alvast één lichtpuntje: de discriminerende beroepskaart voor vreemdelingen werd net afgeschaft.
‘Een administratieve draak.’ Meer woorden wil Dorien De Troy, coördinator allochtoon ondernemen bij Unizo (Unie van Zelfstandige Ondernemers) niet vuilmaken aan de beroepskaart die in maart werd afgevoerd. ‘Ik ben heel blij dat ze na tien jaar lobbywerk eindelijk is verdwenen. De beroepskaart bestond al van voor de Tweede Wereldoorlog en had als doel handelszaken die als dekmantel voor spionage dienden te ontmaskeren.
Elke vreemdeling met een zelfstandige zaak moest zo’n ‘beroepskaart’ hebben, maar met de huidige vestigingseisen voor élke zelfstandige, was dat volledig achterhaald en discriminerend geworden. Elke gemeente besliste willekeurig over het al dan niet toekennen van zo’n vergunning –alsof een gemeente kan oordelen over de haalbaarheid van een commerciële activiteit.
Zo’n kaart was ook maar geldig voor maximaal vijf jaar, elke keer moest je een nieuwe aanvraag indienen met de eeuwige angst dat je kaart werd ingetrokken. Bovendien was zo’n beroepskaart niet goedkoop en duurde het vaak enorm lang eer je ze kreeg. En ondertussen liep de huur van je pand en andere investeringskosten door. Om die moeilijkheden te omzeilen, zochten veel allochtone ondernemers hun toevlucht in nepstatuten zoals vennootschappen of vzw’s.’
En dan is er nog de problematische financiering. Dries Verhaeghe, Unizo-trajectbegeleider van allochtone ondernemers: ‘Probeer als Marokkaan maar eens een bank binnen te stappen om een lening te krijgen. Al heb je een mooi dossier onder de arm, daar wordt gewoon niet naar gekeken. Dat is naar mijn gevoel het allergrootste probleem en er moet dringend een oplossing voor gezocht worden.’
Het hindernissenparcours dat de allochtone ondernemer moet overwinnen is nog net iets bochtiger en langer dan dat. Dorien De Troy vervolledigt het: ‘De paperassenberg, de taalbarrière, opleidingsachterstand, minder beroepservaring in loondienst, een ander en kleiner netwerk van financiers, leveranciers en klanten… We merken ook dat de drempel naar onafhankelijke en correcte informatie te hoog is.’
Een zaak uit de grond stampen, is nooit een eenvoudige klus en al zeker niet voor een allochtone ondernemer. De cel allochtoon ondernemen van Unizo begeleidt die ondernemers dan ook intensief bij het opstarten van een zaak. Dat gaat van cursussen bedrijfsbeheer met een Arabische, Turkse, Russische of Engelstalige tolk tot marktonderzoek om een specialisatie of lokatie te kiezen, hulp bij het in orde brengen van de papierwinkel en vooral bij het opstellen van een financieel plan.
Trajectbegeleider Dries Verhaeghe: ‘We proberen hen ook de beginselen van marketing bij te brengen, want allochtone ondernemers zien vaak het nut niet in van reclame. We begeleiden de starters in de juiste keuze van een zaak. Vaak tref je drie dezelfde zaken in elkaars buurt aan. Vooral teleboetieken, koerierdiensten, dag- en nachtwinkels, snackbars en in- en exportbedrijven zijn populair, omdat zoiets een minimale investering vraagt of gewoon omdat de beginnende ondernemers een familielid of vriend kennen die zo’n zaak heeft.’
Dorien De Troy: ‘Op lange termijn willen wij zeker geen parallel allochtoon ondernemerscircuit, maar wij pleiten ook niet voor de Waalse aanpak waar allochtone ondernemers de bestaande kanalen maar moeten vinden. Unizo wil gewoon goede ondernemingen promoten en hoe meer leden zich bij ons aansluiten, hoe sterker wij staan. Wij vertrekken altijd vanuit het economisch belang en sociale integratie is voor ons geen prioriteit. Maar ik ben er van overtuigd dat een winkel een fysieke ontmoetingsruimte is waar vooroordelen kunnen worden weggenomen en dat een zelfstandige activiteit een alternatief is voor de slechte en discriminerende arbeidsmarkt. Noem dat de aangename neveneffect van allochtone ondernemingen.’

‘Vriendschap is bij ons belangrijker dan concurrentie.’


De zaak voor bruids-en feestkledij van de Turkse Ilknur Cetin (26) en haar man Ibrahim is een succes. Zelfs Nederlandse en Duitse bruiden komen in Heusden-Zolder hun droomjurk uitkiezen. Na acht maanden is de winkelruimte al te klein voor al die weidse prinsessenjurken en zoekt Ilknur ijverig naar een tweede winkelpand in Antwerpen. Dankzij Unizo kon ze een startlening bij het Participatiefonds aangaan, want als jonge en werkloze Turkse vrouw zou een lening bij een bank niet vanzelfsprekend geweest zijn. ‘Ik had er zelfs nog niet eens aan gedacht, in de veronderstelling dat ik toch geen lening zou krijgen’, haalt Ilknur de schouders op.
‘Allochtone ondernemers pakken hun zaak trouwens niet anders aan dan autochtone ondernemers, maar we gaan wel soepeler met onze klanten om. Als het trouwfeest duurder uitvalt dan gedacht, is het geen probleem een jurk in schijven af te betalen. En als je een gehuurde hennajurk twee weken in plaats van één houdt, is dat ook geen ramp. Vertrouwen werkt in twee richtingen. Zo is er een klant die al drie maanden geleden moest betalen, maar ik vertrouw erop dat die me betaalt als het financieel mogelijk is. En als een klant op mijn vrije dag voor een gesloten winkel staat, zal ik die toch verder helpen. Ik denk ook dat wij lagere prijzen hanteren. Bij een bruidsjurk krijg je bijvoorbeeld alle accessoires gratis. In reclame moet ik niet investeren, want wij leven van mond-op-mond-reclame. Iedereen –van zusjes tot neven en nichten– wordt in het nieuw gestoken op de trouwdag, het verlovingsfeest én op het henna-feest. En tweemaal dezelfde jurk aantrekken, is uit den boze!’
‘Vriendschap is bij ons belangrijker dan concurrentie. Een paar huizen verder is een Turkse gestart met een kledingwinkel en aan de andere kant is er een Turkse winkel die ook schoenen en juwelen verkoopt. Maar wij zien elkaar niet als concurrenten. We stemmen onze waar gewoon af op elkaar. Zo hebben we een soort afspraak dat de andere winkel geen feestschoenen verkoopt en ik geen dagdagelijkse kledij. Wij verwijzen ook zonder probleem klanten naar elkaar door. Vindt een klant bij mij bijvoorbeeld geen passend juweeltje, dan verwijs ik haar door naar mijn buurvrouw. En die buurvrouw help ik ook graag bij het invullen van Nederlandstalige formulieren. Ik zou niet weten of allochtone ondernemers nu noodzakelijk aparte begeleiding nodig hebben, maar ondernemers die niet zo vlot Nederlands spreken, kunnen zo’n trajectbegeleiding goed gebruiken. Intussen zijn ook al twee vriendinnen van mij van plan om een zaak op te starten. In het begin waren ze er bang voor, maar door mij bezig te zien en met de steun van Unizo durven ze het nu wel aan. Dat zijn weeral een paar mensen die niet werkloos zijn…’
Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift