Ghalia Benali: 'Vreemde muziek helpt jezelf beter te verstaan'

Sommige levens laten zich moeilijken samenvatten tot het formaat van een inleidende paragraaf. Ghalia Benali heeft zo’n leven, ook al is ze pas de dertig gepasseerd. In Brussel geboren, opgegroeid in Tunesië, teruggekeerd naar Brussel. Studente grafiek aan St.-Lukas, zangeres bij een drietal groepen, danseres, kunstenares, reizigster. Ghalia Benali is van hier én ginder, van Brussel én Tunis. En al die gelijktijdige Ghalia’s hebben één ding gemeen: de passie waarmee de dingen beleefd worden.

  • © Gie Goris © Gie Goris
  • © Gie Goris © Gie Goris

We ontmoeten elkaar in Anderlecht, in de kanaalzone. Een marginale buurt volgens velen. Het epicentrum van de culturele wervelwind die toekomst/futur heet, volgens anderen. Maar we praten niet over de kansen en problemen van de hoofdstad, wel over grensoverstijgende muziek en zomerfestivalmuziek. Ghalia woont intussen alweer elf jaar in het land waarvan haar vader heel erg hield en waarin haar moeder niet kon aarden. Heeft zij het gevoel dat de muzikale multiculturaliteit in België beperkt is tot een jaarlijkse zomeropstoot of reikt de culturele uitwisseling dieper?

‘In Brussel heb ik er mijn twijfels over, maar ik heb een tijd in Gent gewoond en daar had ik heel sterk het gevoel dat mensen met hun hart en hoofd wijdopen leven. De andere dag begon ik tijdens een repetitie een Tunesisch lied te zingen en Guido en Renard, twee Gentse violisten, begonnen een Iraanse melodie te spelen die perfect samenging met mijn lied. Daar hou ik van, van zo’n spontane breeddenkendheid en uitwisseling. Het tekent ook de Belgen: ze kunnen goed luisteren. Onlangs moest ik improviseren met enkele Arabische muzikanten en dat liep heel wat minder vlot. Zij spelen elk voor zich en staan veel minder open voor wat de anderen aanbrengen.’

Heb je daarvoor een verklaring?

De hele Arabische wereld zwelgt in de nostalgie, in de heimwee naar de tijd dat de Arabische beschaving groot en toonaangevend was. Geef mij dan maar Europa.

‘Niet echt, neen. Ik hoorde een Arabische humorist eens zeggen dat de Arabieren de nul uitgevonden hebben en dat ze dat nooit te boven gekomen zijn. De hele Arabische wereld zwelgt in de nostalgie, in de heimwee naar de tijd dat de Arabische beschaving groot en toonaangevend was. Geef mij dan maar Europa. Hier probeert men tenminste de enorme flaters van het verleden goed te maken. Dat maakt van Europa ook een interessantere plek dan de VS. Daar schittert alles, maar het is niet allemaal goud dat er blinkt. Hier zit er onder het stof van de geschiedenis nog heel veel goud. De mensenrechten, de democratie: dat zijn toch prachtige dingen. Daarom versta ik soms niet goed waarom de Europeanen zo gefascineerd zijn door verre, onbekende culturen. Al moet ik daar meteen aan toevoegen dat die nieuwsgierigheid op het vlak van muziek tot mooie resultaten leidt. Zo heb ik een lied dat heel andere vormen aanneemt naargelang ik het breng met een Arabisch getint ensemble, een flamenco-geïnspireerde groep of een jazz-bezetting. Dat is prachtig, toch?’

Of het wordt oppervlakkig. Een spel zonder wortels en culturele betekenis.

‘De verscheidenheid die ik nastreef, heeft niets te maken met het overboord gooien van betekenissen. Het is eerder een poging om steeds meer deuren te openen en iedereen welkom te heten. Tegelijk is het een zoektocht naar universaliteit. Tenslotte is dat toch waar muziek om draait: om het ritme dat zo dicht bij de menselijke hartenklop ligt, dat het drager wordt van een universele waarheid. Van een religieuze, een transcendente waarheid. En muziek is de uitgelezen taal om die grensoverschrijdende waarheid door te geven.’

Verschillende culturen hebben behoefte aan elkaar?

‘In elke cultuur zit alles. Maar in de ontmoeting en de wederzijdse bevruchting van culturen zit meer. Enerzijds heb je dus behoefte aan culturele ankers en anderzijds besef je, telkens je er in slaagt zo’n anker los te gooien, dat je rijker wordt door minder vast te houden aan wat je hebt en kent. De zoektocht naar nieuwe ervaringen is dan ook een zoektocht naar de eigen essentie. Zoals elke reis een tocht moet zijn naar een beter zelfverstaan. Soms moet een mens naar het einde van de wereld trekken vooraleer hij zichzelf kan ontdekken. Soms hoef je niet uit je zetel op te staan om andere landen te bezoeken. De schat waarnaar wij allemaal op zoek zijn, ligt niet in een onbekende bestemming, maar in de reis zelf. Vooral als die reis ons thuisbrengt bij onszelf.’

Hoe kijk je dan aan tegen de tendens binnen de wereldmuziek dat het altijd vreemder en onbekender moet zijn? De Afrikanen hebben afgedaan, leve de Tuvanen. De Cubanen hebben succes, als ze minstens zeventig jaar oud zijn.

‘Da’s toch prachtig allemaal? Toegegeven, het ruikt allemaal een beetje naar exotisme, maar ik geloof dat dat een voorbijgaande fase is. Eenmaal de kick van het nieuwe eraf is, treedt de verveling weer op. Toch laat zelfs een vluchtig contact met wat voor ons een verre, vreemde modegril is sporen na. Zo was ik op een bepaald moment gefascineerd door het boeddhisme, tot ik vaststelde dat het mij allemaal wat te exotisch was. Dat ik er beter aan deed om het aantrekkelijke van dat boeddhisme te zoeken in de religie waarvan ik de taal sprak en de symbolen kende. Toch zal ik mijn eigen religie nooit meer beleven zoals vroeger. Ik ben aangeraakt door een andere ervaring, door een nieuw inzicht en dat draag ik mee in wie ik ben.’

© Gie Goris

 


Is iedereen in staat om zo ontvankelijk te zijn voor wat vreemd en onbekend is?

‘Tot op zekere hoogte wel. Maar ik zie ook dat muziek die wat meer inspanning vraagt, minder volk trekt. Op een concert van Faudel of Cheb Khaled kan je over de -Maghrebijnse- koppen lopen, op een concert van Amina Alaoui is veel minder volk en mensen van Arabische origine zijn al helemaal ver te zoeken. Uiteindelijk denk ik dat het vooral te maken heeft met een eigen beslissing van elk individu. Wie geïntegreerd is in de Europese maatschappij, stelt zich open op. Let wel, dat is een opdracht die zowel geldt voor wie van hier is als voor wie van ginder komt. Ik ken Belgen die slechter geïntegreerd zijn dan ik. Misschien ben ik méér Belg dan veel van mijn huidige landgenoten. Ik ben zo intens en zo diep in het leven hier gedoken, dat ik mij als het ware gebrand heb aan België. Ik kon niet meer terug. Daarom heb ik er bewust voor gekozen om hier te wonen, om tot deze samenleving te behoren. Ook al ben ik opgegroeid in Tunis. Ook al voel ik mij spiritueel meer aangetrokken tot India. Toch voel ik mij uiteindelijk het best thuis hier. Anderzijds zal ik ook nooit gereduceerd kunnen worden tot Belgische. Ik héb mijn achtergrond, ik heb gereisd. Ik koos voor de Belgische nationaliteit en voel me wereldburger.’

Hoe is bij jou die openheid voor muziek uit de vier windstreken gegroeid?

‘Door een hele jeugd in Tunesië uitsluitend naar Arabische muziek te luisteren. Mijn leeftijdsgenoten liepen hoog op met de Pet Shop Boys en Michael Jackson, ik niet. Mijn moeder leerde me binnen- en buitenkant van de muziek van Oum Kholsoum bijvoorbeeld. Dat slorpte mij volledig op. Op een dag leerde ik dan de Indiase filmmuziek kennen. Dat intrigeerde mij volkomen. Ik begreep er niets van, natuurlijk, maar voelde dat hier een heel nieuwe wereld achter schuilging. Door naar België te komen, leerde ik eerder te luisteren naar de muziek dan naar de woorden van een lied. Ik begreep immers ook hier niet veel van wat er op de radio gespeeld werd. Voor mij werden woorden klanken, de stem werd een instrument. Ik benader muziek zoals een kind mensen benadert, zonder te letten op de verschillen maar met een sterk aanvoelen van wat waar en echt is.’

Is het geven van uitleg en achtergrond dan uit den boze?

‘Neen, maar het komt op de tweede plaats. Eerst is er de vraag: spreekt deze muziek, deze kunst mij aan? Word ik erdoor ontroerd? Een artistieke creatie die eerst uitgelegd moet worden, is volgens mij geen geslaagde creatie. Anderzijds is het belangrijk om verder te gaan dan je eigen, onmiddellijke appreciatie. Het gaat er om een houding te ontwikkelen van beschikbaarheid, van ontvankelijkheid. Zodat ook zaken die niet als hapklare brokken worden opgediend toch nog een kans krijgen. Dikwijls zijn we veel te snel met ons oordeel: dit bevalt me, dit bevalt me niet. Dat geldt trouwens niet alleen voor muziek of kunst waarmee we geconfronteerd worden. Hoe snel zeggen we niet: die persoon staat me niet aan, die wel? Een goeie vriend gaf me ooit een cassette met ‘Les Voix Bulgares’. Ik vond er niets aan. Maar omdat ik die muziek van hém kreeg, bleef ik ernaar luisteren. Stukje bij beetje heb ik zo de pracht van die muziek ontdekt. Met andere woorden: als je zelf de inspanning doet om binnen te treden in het onbekende, kan het toch vertrouwd en geliefd worden.’

Leidt de confrontatie met het andere altijd tot iets beters?

‘Het is heel moeilijk om daar van buitenaf over te oordelen. Mijn grootouders, bijvoorbeeld, woonden in grotten in de woestijn. Op een dag, toen ik daar op bezoek was, moest ik per se mee gaan kijken naar ‘Het Kasteel’. Dat bleek een lelijk huis te zijn: vier muren, golfplaten, geen kleur. Binnen was alles plastic en glimmend. De grotten zijn uitstekend bestand tegen de hitte én tegen de koude van de woestijn, terwijl dat ‘moderne’ gedrocht nergens goed voor was. Maar als het voor hen een Kasteel was, moet ik het dan verwerpen? Het effect van confrontaties is niet noodzakelijk meteen een kwalitatieve verbetering, maar ze doen de dingen wel bewegen. Daarin geloof ik, in het menselijke zoeken en in de menselijke capaciteit om te veranderen.’

Dat klinkt wel mooi, maar veel mensen zitten vast in hun enge denkkaders. Hoe krijg je daar beweging in?

Eén van de problemen van migrantenjongens: ze leiden een veel te beschermd leven. Hun ouders nemen het altijd voor hen op. Dat is nergens goed voor.

‘Hoe je mensen moet veranderen, dat weet ik niet. De mensheid, die kan je veranderen door te beginnen bij het eerste begin en dat zijn de verhalen, de sprookjes, de beelden die we gebruiken. Het is via de symbolische opvoeding dat ons mens- en wereldbeeld gevormd wordt. Willen we dus tolerante en zoekende mensen, dan moeten we die waarden van de grond af opbouwen. En als ik spreek over de behoefte aan nieuwe sprookjes, dan bedoel ik niet een soort afgelikt, roze gekleurd verhaaltjes waarin alle mensen goed en mooi en gezond zijn. Neen, elk sprookje bevat -zoals elk leven- heksen en trollen, vergeetputten en prinsen. Je wordt pas mens door met al die oerelementen te worstelen. En vaak moet je harder vechten tegen de verleiding van de prins dan tegen de afkeer van de heks. Dat is trouwens één van de problemen waarmee migrantenjongens te maken hebben: ze leiden een veel te beschermd leven. Hun ouders nemen het altijd voor hen op. Dat is nergens goed voor. Zij moeten uitgedaagd worden, zij moeten zelf beslissen of ze met twee voeten in deze samenleving willen stappen. Dat kan niemand voor hen doen.’

Kunnen mensen leren van elkaars ervaringen?

‘Je kunt wel leren van wat iemand anders meegemaakt heeft, maar inzichten zijn nooit zomaar overdraagbaar. Levenswijsheid is geen recept dat je kan opschrijven en meegeven. Ik heb samengeleefd met een man die een enorme bibliotheek had. Ik heb die boeken verslonden en heb er veel uit geleerd. Maar ik ben zeker dat iemand anders uit dezelfde boeken andere inzichten zou halen. Er zijn ook mensen die niet zouden beginnen aan al die boeken en toch tot dezelfde houding komen als ik. Ieder gaat, met andere woorden, zijn eigen weg. En om te ontdekken welke weg de jouwe is, heb je zoveel mogelijk ervaringen nodig. Zoveel mogelijk anderen. Zoveel mogelijk mogelijke antwoorden. Hoe groter de diversiteit waarin je leeft, hoe beter kan je een eigen keuze maken.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur