Grote bedrijven wedden op twee paarden

Vier van de grootste donors van de herverkiezingscampagne van de Amerikaanse president George W. Bush behoren opeens ook tot de belangrijkste financiers van zijn uitdager, John Kerry. Het gaat om grote ondernemingen uit de financiële sector, die op twee paarden beginnen te wedden omdat de uitkomst van de verkiezingen in november hen te onzeker lijkt. Dat blijkt uit een analyse van de fundraising voor de Amerikaanse verkiezingen.

Volgens het Centre for Public Integrity, een politiek onafhankelijke denktank in Washington, zijn sommige grote financiële instellingen die traditioneel enkel Republikeinse kandidaten steunden, nu begonnen ook de kas van Kerry te spekken. Ze maken bedragen van enkele honderdduizenden dollar over - een schijntje in vergelijking met de winst die ze hopen te puren uit nieuwe wetten die op hun belangen worden afgestemd. Daarom kunnen ze het zich ook veroorloven beide kandidaten te steunen. Volgens een dinsdag gepubliceerde opiniepeiling van USA TODAY, CNN en Gallup is 52 procent van de Amerikanen in november van plan voor Bush te stemmen, terwijl 45 voor Kerry zou kiezen. Rekening houdend met de foutenmarge en de tijd die nog te gaan is, is dat geen groot verschil.

Tot voor deze verkiezingscampagne kwamen de grootste financiers van Kerry vooral uit de telecommunicatie-industrie en de wereld van de advocatenkantoren. Zijn grootse trouwe donors zijn de universiteit van Harvard, Time Warner and Mintz, Levin, Cohn, Ferris, Glovsky en Popeo. Bush heeft al jaren veel grote ondernemingen achter zich. Daaronder bevinden zich nogal wat zwaargewichten uit de financiële sector: Morgan Stanley Dean Witter & Co., Merrill Lynch & Co. en Pricewaterhouse Coopers.

Volgens Alex Knot, een van de auteurs van het rapport van het Centre for Public Integrity, zijn de grootste tien donors van Bush voor deze verkiezingscampagne allemaal financiële bedrijven. Zij hopen volgens Knot onder meer dat Bush nog meer belastingverlagingen doorvoert. Een verdere vermindering van de heffingen op de winst uit financiële transacties en dividenden zou hun miljarden kunnen opleveren. Ook de vage plannen van Bush rond de privatisering van de sociale zekerheid kunnen hen wel bekoren.

Maar een aantal van die bedrijven maakt nu dus ook geld over aan de verkiezingscampagne van Kerry. Bush krijgt wel nog altijd meer geld dan Kerry. De Citigroup had 246.645 dollar over voor de huidige campagne van Bush en maar 169.254 dollar voor Kerry. Een vergelijkbare verhouding laten Morgan Stanley, Goldman Sachs en UBS AG zien. Knot ziet daarvoor twee verklaringen: Kerry had minder tijd om als officiële kandidaat van zijn partij geld in te zamelen, en Bush moet de grote bedrijven er niet meer van overtuigen dat hij hen welgezind is.

Zowel Bush als Kerry zijn helemaal thuis in de wereld van het grote geld. Net als hun running mates, Dick Cheney en John Edwards, hebben ze zelf miljoenen op hun bankrekening staan. Maar van dat geld mogen ze maar 50.000 dollar voor hun campagne inzetten als ze het niet zonder federale financiering willen doen.

De rijkste van de kandidaten is Kerry, die samen met zijn vrouw Teresa Heinz Kerry 747 miljoen dollar waard is. Dick en Lynn Cheney hebben samen 111 miljoen dollar, terwijl Kerry’s running mate John Edwards goed is voor 44,6 miljoen. George W. Bush sluit de rij met een vermogen van 18,9 miljoen dollar. (PD/ADR)

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift