India's eigen ontwikkelingsmodel

‘Omdat het Zuiden de pech heeft aan zijn ‘ontwikkeling’ te beginnen op een moment dat de wereld vol is, de grondstoffen uitgeput en de afvalputten verzadigd zijn, kunnen wij jullie model niet navolgen.’ Een gesprek met Sunita Narain, hoofd van het Center for Science and Environment (CSE) in Delhi, over India’s groeidilemma en het onduurzame karakter van het westerse ontwikkelingsmodel.

Vijftien jaar geleden al vroegen Sunita Narain en de inmiddels overleden Anil Agarwal, toen hoofd van het CSE, aandacht voor het probleem van de opwarming van de aarde. In al die jaren heeft Sunita Narain, die Agarwal opvolgde als coördinator van het CSE, een stevige reputatie opgebouwd in haar land. Met een campagne tegen de luchtvervuiling in Delhi bekwam het centrum dat het openbaar vervoer overschakelde van zwaar vervuilende diesel op LPG.

Heel recent behaalde Narain een overwinning in de strijd tegen Coca-Cola, nadat ze het bedrijf vier jaar geleden had aangeklaagd wegens een overdreven dosis pesticiden in de frisdrank en het gebrek aan richtlijnen voor voedselveiligheid. Voortaan wordt de kwaliteit van de frisdrank gereglementeerd en gecontroleerd, een precedent in de Indiase wetgeving over voedingsproductie. Narain werd kort geleden ook door de eerste minister aangesteld als hoofd van de Tiger Task Force, met de opdracht aanbevelingen te formuleren voor de bescherming van de tijger. Meteen een opdracht waarin het spanningsveld tussen armoede en milieu duidelijk wordt: in hetzelfde gebied waar de tijgers wonen, wonen ook miljoenen armen en bevinden zich waardevolle grondstoffen.

Inspiratiebron en vertrekpunt voor de analyses van het CSE is de concrete realiteit van de miljoenen armen in India, eerder dan de macro-economische groeicijfers of de research van de academische wereld. Narain verwijst ook naar Gandhi als een inspiratiebron: ‘Ik denk niet dat er iemand is die ons land beter begrepen heeft dan Ghandi. Welke weg we ook zullen gaan, we zullen altijd weer bij zijn ideeën uitkomen.’ MO* sprak in Delhi met Sunita Narain over de milieudruk die de economische groei in India veroorzaakt.

De Indiase economie boomt. Dat is goed nieuws voor de miljoenen armen in dit immense land?
Sunita Narain: Dat kan op het eerste gezicht zo lijken. India is echter vooral een land rijk aan armen. Wij hebben een hoger percentage van ongelijkheid dan andere landen in de wereld, en een lager gemiddeld inkomen dan de rijke landen toen die begonnen aan hun proces van economische groei. Daarom is het heel belangrijk dat de regering niet vervalt in het simplistische denken dat groei enkel het genereren van meer cashflow betekent. Zo’n groei is niet zo moeilijk en daar heb je geen regering voor nodig. Veel moeilijker is ervoor te zorgen dat iedereen kan groeien. Daar zijn twee dingen voor nodig. Ten eerste zou de regering een groei moeten organiseren die inclusief is, door voor herverdeling te zorgen. Een tweede aandachtspunt is ervoor te zorgen dat de milieu-impact van die groei kleiner wordt. De grote uitdaging waar wij voor staan is een model te ontwerpen dat aan die twee eisen voldoet.

Het westerse, industriële model dat vandaag wereldwijd de toon zet, is voor jullie geen optie?
Sunita Narain: Op dit ogenblik is er geen ander model, we moeten daar heel nuchter in zijn. Ongelukkig genoeg kijkt ook India voor zijn antwoorden naar het Westen, met de vrijmaking van de markten, de dogma’s van privatiseren en dereguleren, en noem maar op. Jullie hebben het gemaakt op die manier, jullie zijn langs die weg welvarend geworden. Maar wij kunnen onmogelijk die weg opgaan omdat het een toxisch model is. Het slorpt een ontzettende hoeveelheid materialen en grondstoffen op, verbruikt een indrukwekkende hoeveelheid energie en veroorzaakt gigantische bergen afval. Het verontreinigt de lucht, de bodem, het water. Sinds WO II domineert dit model de wereld, maar er wordt nooit bij gezegd wat de kostprijs ervan is.

U bedoelt de sociale en ecologische kostprijs?
Sunita Narain: Ook het financiële plaatje dat eraan vast hangt. Economische groei gaat gepaard met milieudegradatie. In dit deel van de wereld beschikken wij niet zoals de Europese Unie over de luxe van een regelgeving met meer dan vierhonderd richtlijnen en uitgebreide financiële middelen om de milieu-impact te reduceren en te reguleren. Wij kunnen dat niet betalen. We hebben het geld niet om in alle opkomende steden afdoende waterzuivering te installeren, en dit maar half doen, heeft geen zin. De kostprijs van energie is vandaag veel hoger dan toen het Westen aan zijn ontwikkeling begon. Ook in Europa wordt het trouwens duidelijk dat je altijd achterblijft op de problemen die je veroorzaakt. Je kan zuiniger en schoner auto’s maken, maar als het autoverkeer blijft toenemen, wordt de winst telkens weer teniet gedaan door de continue aangroei.

U hebt dat probleem ook vastgesteld met betrekking tot de luchtvervuiling in Delhi.
Sunita Narain: We hebben in Delhi verkregen dat de bussen op LPG rijden, maar die bussen vervangen de auto’s niet. In India zijn de steden spectaculair aan het groeien. Er komen steeds meer auto’s, er komen steeds meer fietsen, er is ruimte nodig voor nieuwe wegen. Dat is de manier waarop het model functioneert, we weten allemaal wat economische groei nodig heeft. Op dit ogenblik is de nood aan ruimte een prangend probleem. Om wegen aan te leggen heb je ruimte nodig. Wie staat er land af? Wie betaalt de kostprijs daarvoor? Wie betaalt voor de parkings? Voor het verlies aan groene ruimte? Wat is de kostprijs van het reguleren van het groeiende verkeer? Wat is de kostprijs van technologische innovatie? Wat kost het om steeds schonere voertuigen en zuiverder brandstoffen te maken? En als je dat alles niet doet, wat is dan de kostprijs van de gezondheidszorg? En van de opwarming van de aarde?

Bovendien is dit industriële model niet alleen kapitaalintensief, het slokt ook op een onefficiënte manier gigantische hoeveelheden grondstoffen op. Een bijkomende reden waarom wij onmogelijk hetzelfde spoor kunnen volgen, is dat wij de pech hebben aan onze ontwikkeling te beginnen op een ogenblik dat de wereld vol is, de grondstoffen uitgeput en de afvalputten verzadigd zijn. Het cruciale punt voor ons is een eigen agenda voor het Zuiden te ontwikkelen, we moeten een nieuw model uitvinden.

Een blauwdruk is er niet, wat kan daarbij dan de leidraad zijn?
Sunita Narain: Het vertrekpunt is de concrete realiteit, onze reële noden. Het dilemma in mijn land is dat wij modern aan het worden zijn, maar tegelijk traditioneel blijven. Neem opnieuw de groei van de steden. Die groei creëert een enorm waterprobleem. Over heel de wereld is het waterverbruik het hoogst in de stedelijke en industriële regio’s, veel meer dan op het platteland. De groei van de steden vereist meer water, maar tegelijk zullen we in belangrijke mate ruraal blijven en zal er water nodig blijven voor de landbouw. Naarmate de competitie om het water toeneemt, zullen er meer spanningen ontstaan. En naarmate de rijkeren zich meer water zullen toe-eigenen, zullen de armen op het platteland meer gemarginaliseerd worden. Als wij een ander model van groei willen, dan zullen de steden in India nooit modern kunnen worden, tenzij we een nieuw begrip ontwikkelen van wat het betekent “modern” te zijn in ons watergebruik. Dat is de echte uitdaging waar wij voor staan. Ontwikkeling en groei moeten inclusief zijn zodat ze iedereen ten goede komen.

Hoe kan India het probleem van de armoede aanpakken?
Sunita Narain: Voor een heel grote groep in India betekent armoede niet het gebrek aan liquide geldmiddelen maar wel aan toegang tot de natuurlijke rijkdommen. In ons deel van de wereld leven miljoenen armen van de natuur. Het is hun basis van levensonderhoud, hun belangrijkste kapitaal, hun spaarpot. De vraag is hoe we dit vitale systeem van levensonderhoud veilig kunnen stellen zodat het voor hen een bron van ontwikkeling kan blijven en niet bedreigd wordt door nieuwe projecten. De manier waarop India zich in de toekomst als natie zal ontwikkelen, zal afhangen van hoe we voor deze groep de combinatie van milieu en ontwikkeling gestalte kunnen geven.

In een land met 1,3 miljard inwoners is het niet evident om te kiezen voor het behoud van de natuur.
Sunita Narain: De natuur wordt niet verrekend in het bnp en dus niet zichtbaar gemaakt. Anil Agarwal pleitte er al voor om instrumenten te ontwikkelen om het “bruto natuurlijk product” in rekening te brengen, om zo ook de natuurlijke of ecologische armoede zichtbaar en meetbaar te kunnen maken. De situatie wordt nog ingewikkelder wanneer je er de kwestie van de bedreigde tijgers bijneemt. De eerste minister vroeg me een rapport op te stellen met adviezen voor de bescherming van de tijger. Mijn uitgangspunt is dat India zijn eigen beleid inzake tijgerconservatie moet uitvinden. Onze wouden zijn geen wildernisgebieden, het zijn habitats van mensen. We moeten de bossen zo beheren dat het wild er een plaats heeft naast de lokale gemeenschappen. Mijn aanbevelingen gaan in de richting van een geïntegreerde aanpak waarbij de gemeenschappen instaan voor het wildbeheer en zo ook de voordelen ervan opstrijken, via tewerkstelling in natuurbehoud en toerisme.

De echte natuurbeschermers willen een omheining en wachters met geweren. WWF en Conservation International waren helemaal tegen mijn standpunt, maar ik laat me door die internationale organisaties niet teveel beïnvloeden. Ik wil me op India focussen omdat ik denk dat je op nationaal vlak misschien nog een verschil kan maken. Bovendien is het probleem nog complexer. We hebben bij dit onderzoek ook vastgesteld dat de districten met de meeste armen ook de districten zijn met de meeste wouden en met de meeste tijgers. Dat zijn de districten waar we een diepe kloof zien tussen arm en rijk, en het zijn tegelijk de districten met rijke stroomgebieden. De tragedie van het moderne economische paradigma is dat de armste mensen in dit land leven op de rijkste natuurlijke voorraden, wat de kwestie van ontwikkeling op basis van die grondstoffen nog ingewikkelder maakt.

Als u zo de nadruk legt op het vinden van een eigen weg, wat kan het Westen dan betekenen in dit proces?
Sunita Narain: Het Westen heeft wel de mond vol van de dringende nood aan een paradigmashiften het veranderen van het consumptiegedrag. Maar het doet zelf heel weinig om dit te realiseren, met uitzondering van enkele kleine groepen in de marge. Er is geen brede maatschappelijke verandering op gang gekomen. Zelfs nu de klimaatopwarming een feit is en er zoveel wetenschappelijke gegevens beschikbaar zijn, blijven fundamentele keuzes uit. Vóór de Aardetop van Rio de Janeiro (1992) was er heel wat discussie over strategieën voor verandering. Je hoorde toen in het Westen veel meer kritiek op het systeem zelf. Sinds de Aardetop is het taalgebruik over de milieuproblematiek veranderd. Men probeert het probleem op te lossen met “win-win” benaderingen en reguleringen, zonder fundamentele veranderingen door te voeren. Vandaag hebben we geen tijd meer te verliezen en moeten we samen, het Westen en wij, werk maken van echt duurzame alternatieven. Investeren in nieuwe technologieën is belangrijk, maar volstaat niet. We hebben structurele veranderingen nodig. We moeten de samenleving uitdagen. We moeten vragen naar iets beters.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2623   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift