Miljoenen Oost-Europeanen missen het IJzeren Gordijn

Eén op vijf Tsjechen wil onmiddellijk terugkeren naar de tijd van het IJzeren Gordijn. Meer dan de helft van de Tsjechische gepensioneerden noemen de stap naar democratie een fout. Dat zijn enkele opmerkelijke resultaten van een enquête die het onderzoeksbureau Median deze maand heeft uitgevoerd in Tsjechië.


Enquêtes in verschillende Oost-Europese landen tonen aan dat miljoenen Oost-Europeanen, vooral ouderen, ervan overtuigd zijn dat hun leven beter was voor de val van de Berlijnse Muur 15 jaar geleden. Met nostalgie denken ze terug aan de zekerheid die het communisme of socialisme boden. Uit een enquête die het onderzoeksbureau MVK vorige maand afnam in Slowakije blijkt dat de helft van de respondenten ontevreden is over de veranderingen sinds 1989. In Polen en de voormalige DDR is zelfs een nieuw woord bedacht om dit sociologisch fenomeen te beschrijven: Ostalgie, nostalgie naar het oosten.

Opvallend is de generatiekloof die zich het voorbije decennium in Oost-Europa heeft afgetekend. Terwijl Tsjechische gepensioneerden het vorige systeem missen - 56 procent van de zestigers wil graag terug naar de tijd van het IJzeren Gordijn - denken Tsjechen onder veertig jaar er niet aan om de verworven vrijheden van kapitalisme en democratie op te geven. In de enquête van Median zegt amper 8 procent van de 15- tot 19-jarigen te willen terugkeren naar de maatschappij van voor 1989. Bij de twintigers gaat het om hooguit drie procent ostalgici, bij dertigers om zeven procent. Jongeren zijn totaal niet geïnteresseerd in het communisme, besluit Jan Buncak van het departement Sociologie van de Comenius universiteit in de Slowaakse hoofdstad Bratislava.

Dat Oost-Europese ouderen het vorige systeem missen heeft volgens Buncak een dubbele reden. Enerzijds bekijken mensen hun jeugdjaren meestal door een roze bril, dat is een normale menselijke reactie. Anderzijds zijn ze erg bezorgd over het gebrek aan zekerheid over jobs en sociale voordelen, zaken waar niemand zich in het communisme zorgen over moest maken. De overgang van een planeconomie naar een vrijemarkteconomie heeft in heel wat Oost-Europese landen een einde gemaakt aan gegarandeerde tewerkstelling. De werkloosheid in Oost-Europa ligt vandaag beduidend hoger dan in West-Europa. Bijna één op vijf Polen en één op zes Slowaken zitten zonder job. In Tsjechië bedraagt de werkloosheid negen procent.

Op financiële steun van de overheid kunnen ouderen in Oost-Europa minder rekenen sinds de systeemwissel. Overheidssubsidies voor elektriciteit, water en gas werden langzaam afgebouwd. In plaats van een systeem met vaste prijzen werden de prijzen in het nieuwe systeem voortaan bepaald door de marktlogica.

Ook criminaliteit is een relatief nieuw fenomeen in de voormalige socialistische en communistische staten. Communistische leiders zagen publieke orde als een belangrijke voorwaarde voor het goed functioneren van het staatssysteem. De politiestaat wordt dan ook vaak genoemd als verklaring voor het bijna ontbreken van georganiseerde of gewelddadige criminaliteit in de toenmalige regimes. Er was veel meer orde in de maatschappij en veel minder misdaad, zegt Antonin Kutek, een Tsjechische zakenman die vroeger nog lid was van de communistische partij. Mensen hadden veel meer respect voor de politie, openbare aanklagers en het gerecht.

Het ziet er niet naar uit dat communisten het in Oost-Europa snel weer voor het zeggen zullen krijgen. Toch zijn de communistische partijen nog lang niet verdwenen. De Tsjechische communistische partij KSCM heeft een vijfde van de zetels in het parlement en de Slowaakse communisten van KSS haalden bij de vorige parlementsverkiezingen in 2002 zowat 6 procent van de stemmen binnen. De Russische communistische partij KPRF kreeg in de parlementsverkiezingen vorig jaar steun van 12 procent van de bevolking.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift