Nicaragua ontdekt nieuwe mijnenvelden

Militaire bronnen in Nicaragua en medewerkers van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) waarschuwen dat er nog tientallen gevaarlijke mijnenvelden zijn in het land. Erfenissen van de burgeroorlog die het land verdeelden tussen 1981 en 1990.
Carlos Orozco, regionaal coördinator van het OAS Assistentieprogramma voor Ontmijning in Centraal Amerika (PADCA), zegt dat 51 mijnenvelden zijn ontdekt in het grensgebied met Honduras, een regio waar ongeveer 24.000 campesinos (kleine boeren) leven.

Het gebied was een slagveld in de oorlog tussen de zogenoemde ‘Contra’-rebellen, rechtse troepen die gefinancierd werden door de Verenigde Staten, en het Sandinistische Volksleger (EPS) van de overheid dat gereorganiseerd werd nadat de linkse Sandinistische guerrilla’s de decennia-oude dictatuur van de Somoza’s in 1979 omverwierpen.

Volgens officiële statistieken kwamen tijdens de burgeroorlog 50.000 mensen om, raakten 500.000 inwoners ontheemd en raakten 50.000 mensen ernstig verwond. Volgens Orozco legde het leger 135.000 antipersoonsmijnen. Het aantal mijnen dat door de Contra’s werd gelegd in de grensregio’s met Costa Rica en Honduras, is onbekend.

Uit de archieven van OAS blijkt dat het Nicaraguaanse leger bij het einde van de oorlog een voorraad van duizenden tonnen explosieven en meer dan 133.000 landmijnen had. Die waren systematische vernietigd tegen 2002. “In 1990 woonde een half miljoen Nicaraguanen op minder dan tien kilometer afstand van mijnenvelden”, zegt Orozco.

De afgelopen vijf jaar wezen campesinos in de provincies Jinotega en Nueva Segovia, bij de grens met Honduras, en Matagalpa, ten noordoosten van Managua, de militaire autoriteiten meerdere keren op explosies in de bergachtige regio’s. Het leger vond eerder onontdekte mijnenvelden in de buurt van voormalige kampen van de Contra’s.

Ongeveer 24.000 mensen uit acht gemeenschappen wonen binnen een afstand van vijf kilometer van de mijnenvelden. Volgens de inspecteur-generaal van het Nicaraguaanse leger, majoor-generaal Ramón Humberto Calderón, beginnen troepen dit jaar met het opruimen van de 51 mijnenvelden.

De velden tellen naar schatting 17.000 mijnen. Daarvan moeten er dit jaar 7.600 worden opgeruimd. De rest volgt in 2009, als daarvoor voldoende geld gevonden kan worden.


Ontmijning



Sinds het begin van de ontmijningsoperaties, zijn al bijna 158.000 explosieven uit 397 mijnenvelden vernietigd. “Rond ons dorp lagen 15.000 mijnen. Er zijn veel mensen omgekomen. Anderen vertrokken uit het dorp vanwege de armoede, omdat niemand de velden in durfde om gewassen te planten”, zegt Agresio Osejo, burgemeester van Somotillo, een gemeenschap in de provincie Chinandega in het westen van het land. “Nu zijn er wegen aangelegd en scholen gebouwd op de plaatsen waar eerder mijnen lagen.”

Hoewel de ontmijning redelijk vlot verloopt, verwacht de gepensioneerde kolonel William McDonough, hoofd van Humanitaire Ontmijning bij OAS, niet dat Nicaragua in 2009 vrij is van landmijnen. Een paar jaar geleden werd dat wel verwacht, omdat toen werd aangenomen dat 90 procent van de mijnen vernietigd was. “De overgebleven 51 mijnenvelden liggen erg afgelegen en zijn moeilijk toegankelijk. Het leger zal die velden niet binnen de twee jaar kunnen ontmijnen.”

Denemarken en Zweden stopten in december hun steun aan bij de ontmijning. Canada, de Verenigde Staten, Japan en de Europese Unie steken echter nog wel geld in de ontmijning, zegt McDonough. Er is volgens hem echter meer geld nodig, nu de nieuwe velden ontdekt zijn. “We hebben 1,5 miljoen dollar om de plannen voor dit jaar uit te voeren, maar we hebben nog eens 3,7 miljoen nodig voor 2009.” Dat geld zou deels besteed worden aan financiële steun voor mensen die gehandicapt raakten door ontploffende mijnen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift