‘Rijke landen spelen poker met klimaatwijziging’

De ontgoochelende klimaatonderhandelingen vorige week in Bonn geven aan dat de rijke landen niet bereid zijn hun uitstoot aanzienlijk te verminderen. Ze wachten tot het laatste moment, zeggen critici.
In Bonn, waar tweeduizend vertegenwoordigers van 192 landen zich over de klimaatwijziging bogen, slaagden de geïndustrialiseerde landen er opnieuw niet in een antwoord te formuleren op het rapport dat het Intergouvernementeel Klimaatpanel (IPCC) in 2007 publiceerde. Daarin stond dat de gemiddelde temperatuur van de aarde tegen 2050 met meer dan 2 graden zou stijgen als er uitstoot van broeikasgassen niet substantieel verminderde. Het klimaatpanel vroeg een vermindering van de uitstoot van 40 procent tegen 2020.
De geïndustrialiseerde landen stelden een reductie van 16 tot 24 procent voor tegen 2020 (ten opzichte van het peil van 1990). De VS, dat veruit de grootste vervuiling per inwoner produceert, engageerde zich zelfs daar niet toe. Daardoor zal de totale reductie van de geïndustrialiseerde landen nog een stuk lager liggen.
“Als we de uitstoot van de VS meerekenen, dan dalen de reducties die de geïndustrialiseerde landen in Bonn hebben voorgesteld tot 10 à 15 procent”, zegt Martin Kaiser, klimaatexpert van Greenpeace.

Nog maar vijftien dagen


“Als we aan dit ritme voortdoen, halen we het niet”, zei Yvo de Boer, hoofd van het VN-klimaatbureau na afloop van de onderhandelingsronde in Bonn.
Eind dit jaar vindt in Kopenhagen de VN-conferentie plaats, waar een nieuw klimaatakkoord tot stand moet komen als opvolger van het Kyoto-protocol, dat in 2012 vervalt. Volgens De Boer resten er nog maar vijftien onderhandelingsdagen tot Kopenhagen. “Een klimaatakkoord in Kopenhagen is absoluut nodig, anders ontglipt ons de controle over de klimaatwijziging.”
De laatste gesprekken vinden eind september plaats in Bangkok en in november in Barcelona.

Poker


Tachtig ontwikkelingslanden, waaronder verscheidene kleine eilandstaten, riepen op tot een reductie van minstens 45 procent om zo de temperatuurstijging onder 1,5 graden te houden.
Er zijn weinig tekenen die op zo’n engagement wijzen. “De geïndustrialiseerde landen spelen poker met de klimaatverandering”, zegt Stephen Byers, hoofd Globe, een internationale organisatie van parlementsleden die zich inzetten voor een evenwichtig milieu.
Byers zegt dat de geïndustrialiseerde landen tot het allerlaatste moment wachten en hun kaarten pas op tafel leggen als ook de opkomende economieën dat gedaan hebben. “Dat is het gedrag van een gokker, en het is even fout.”
Byers vraagt dat de geïndustrialiseerde landen hun engagementen op de IPCC-analyse afstemmen en ook in voldoende geld voorzien voor de ontwikkelingslanden. Volgens Globe is jaarlijks 90 tot 140 miljard dollar nodig voor aanpassingen aan het veranderende klimaat.
 
Afgevaardigden van opkomende economieën zoals India en China beschuldigen de geïndustrialiseerde landen ervan de reducties op de armere landen af te wentelen. “We hebben nog altijd dezelfde problemen die een akkoord tegenhouden”, zei China’s klimaatambassadeur Yu Qingtai na afloop in Bonn.
Ivo de Boer zei op de vorige onderhandelingsronde in juni dat er nog “harde noten te kraken” vielen. Die noten zijn er nog steeds, en ze zijn nog even hard.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift