Dossier: 

Tussen droom en drone

De Franse troepen werden als bevrijders verwelkomd in Timboektoe, de mythische stad in de Sahara. Een groot deel van de Malinezen leek oprecht blij met de militaire operatie van de Fransen. Het mooiste moment in mijn politieke loopbaan, vond de Franse president François Hollande, toen hij Mali bezocht. Hopelijk vindt hij dat over een paar jaar nog. Met buitenlandse militaire interventies is het immers als met treinen: un train peut en cacher un autre. Van geweld komt vaak nieuw geweld. Het is zelden de snelle oplossing die wordt aangekondigd.

Natuurlijk heb je militaire interventies in allerlei maten en gewichten. Maar van nature is geweld het omgekeerde van overleg en empathie. De geweldenaar legt met loutere macht en tegen de zin van anderen zijn wil op en maakt onderweg zeer veel kapot bij mensen en dingen. Veel kans dat er dan ergens in het struikgewas iemand op wraak zint. Dat is ook in Mali zo: de “islamisten” schuilen in de bergen en beginnen nu al met aanslagen.

De kans op een geweldspiraal is groter als een interventie vooral de eigen belangen verdedigt en amper strookt met lokale verlangens. De Amerikaanse inval in Irak in 2003 had veel tegenstanders binnen en buiten Irak –er was ook geen VN-goedkeuring– en leidde dan ook al snel tot een burgeroorlog en de geboorte van Al Qaeda in het Tweestromenland. Dat een deel van de bevolking of de regering de interventie vraagt –zoals in Mali– is een pluspunt maar als de tegenstanders sterk genoeg zijn, blijft het moeilijk.

De kaarten liggen in principe wat beter als de interventie kadert in de responsability to protect (R2P). In 2005 erkenden de Verenigde Naties hun verantwoordelijkheid om te beschermen als een regering nalaat haar bevolking te beschermen tegen genocide, oorlogsmisdaden, etnische zuivering of misdaden tegen de menselijkheid. R2P kan uit geweld bestaan als andere middelen falen maar kan enkel mits goedkeuring door de VN-veiligheidsraad. Dat biedt sowieso meer kans op een gezonder evenwicht tussen eigen belangen en die van de lokale bevolking: de diversiteit van de Veiligheidsraad zorgt ervoor dat er sowieso meer invalshoeken meespelen.

Met buitenlandse militaire interventies is het als met treinen: un train peut en cacher un autre. Van geweld komt vaak nieuw geweld. Het is zelden de snelle oplossing die wordt aangekondigd.

Maar garanties zijn er niet. De VN-resolutie 1973 over Libië viel onder R2P: ze vermeldde expliciet dat de Libische regering zich schuldig maakte aan misdaden tegen de menselijkheid en liet interventie toe om de bevolking te beschermen. Onder die noemer deed het Westen –zeer tot ergernis van China en Rusland– eigenlijk aan regime change in Libië. Vervolgens leidde de val van Khadaffi –via de vlucht uit Libië van huurlingen van diverse pluimage– tot de destabilisering van Mali.

Op papier is R2P mooi. Alleen: tussen droom en werkelijkheid staan talrijke praktische bezwaren. Zoals de complexiteit van het terrein en de betrokken samenleving en… selectiviteit. De machtigen der aarde komen sneller tussen als er iets waardevols in de ondergrond van het betrokken land zit. Selectiviteit tast de geloofwaardigheid en dus de slagkracht van de invallers aan. Hoe geloofwaardig is Obama’s bekommernis om mensenrechten als hij jarenlang bepaalde regio’s “droont” (met drones bombardeert). Stel u voor dat uw kind het slachtoffer wordt van zo’n raket die “een beetje verkeerd neerkomt”. Zou u dan niet misselijk worden telkens Obama spreekt over mensenrechten?

Good intelligence, een zeer goede kennis van het terrein, is cruciaal om op een verstandige manier te kunnen tussenkomen. Zoiets veronderstelt empathie, het vermogen zich in te leven in de positie en leefwereld van de anderen. Goede inlichtingen laten toe de eigen belangen beter af te wegen tegenover die van alle betrokkenen. Sommigen waarschuwden vooraf dat de val van Khadaffi Mali kon destabiliseren. Vraag is dan ook of landen in staat of bereid zijn rekening te houden met goede inlichtingen. Wie zei ook weer dat staten geen vrienden hebben, alleen maar belangen? Vaak denken actoren met invloed op het beslissingsproces – het leger, de wapenindustrie, de olie-industrie…– vooral aan zichzelf. Dat alles samen verklaart waarom militaire tussenkomsten zelden de quick fix zijn die men voorspelt.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2630   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur