Verwilghen goes sexy...

België wordt creatief en solidair, het land krijgt zuurstof, en belangrijker nog: onze natie neemt het voortouw in de strijd voor een rechtvaardige wereld. Dat alles werd ons aangekondigd bij het begin van de zomer, maar wegens reeds geboekte vakanties moest de Paarse Periode uitgesteld worden tot september.
Het regeerakkoord bevat enkele zeer lezenswaardige bladzijden over de rol die België in de wereld wil spelen. Ik citeer: ‘De uitdagingen op wereldschaal zijn enorm bij het begin van het derde millennium: de schending van de mensenrechten, onderontwikkeling, armoede, epidemische ziekten, vervuiling en plundering van natuurlijke rijkdommen, ongelijkheid, gewelddadige conflicten, terrorisme en de proliferatie van massavernietigingswapens. Bijna al deze fenomenen zijn terug te voeren tot de diepe kloof tussen Noord en Zuid.’
Verhofstadt schreef de opties voor een “menselijke globalisering” in het regeerakkoord, Marc Verwilghen moet alvast de ambities van ontwikkelingssamenwerking realiseren. Meer aandacht voor Centraal-Afrika, meer initiatieven om de schuldenlast van de armste landen te verlichten, meer middelen voor minder landen. Verwilghen wil van ontwikkelingssamenwerking een sexy departement maken, een zaak waar het grote publiek opnieuw warm voor loopt. En hij maakt zich sterk dat de promotie van Ontwikkelingssamenwerking tot een echt ministerambt hem daartoe de nodige slagkracht geeft. Er zijn goede redenen om daaraan te twijfelen.
Verwilghen zelf heeft weinig achtergrond in de materie, wat zijn positie in cruciale discussies wel eens erg wankel zou kunnen maken. De liberale politieke wereld blinkt, met uitzondering van de premier zelf, ook al niet echt uit in kennis van de Noord-Zuidthema’s. Om het kabinet te bevolken met competente mensen zal de minister dus wellicht de moed moeten opbrengen om buiten de eigen familie te recruteren, en wie de Belgische politiek volgt weet hoe vanzelfsprekend dat is. Bovendien hangt de ambitie van Louis Michel als een dreigende donderwolk boven de bevoegdheden van Ontwikkelingssamenwerking.
‘Niets van’, zegt Verwilghen, ‘ik heb de volledige bevoegdheid en er is geen sprake van concurrentie met Buitenlandse Zaken.’ Dat klinkt flink, maar een telefoontje naar Eddy Boutmans volstaat om te leren hoe hard Michel het spel om de macht soms speelt. Deze bevoegdheidsdiscussie is belangrijk, omdat ze uiteindelijk gaat over de vraag of ontwikkelingssamenwerking het belang van het Zuiden mag laten voorgaan op het belang van België.
Een andere grote bedreiging voor de intenties van Marc Verwilghen zit in het voornemen om zijn bevoegdheid door te schuiven naar de Vlaamse en Waalse deelregeringen. Als Verwilghen weigert de minister van Uitverkoop te worden, zal hij zich op dit vlak dus minstens zo halstarrig moeten opstellen als zijn voorganger. Hij beseft dat hij daarvoor de steun nodig heeft van alle organisaties die weten dat schaalverkleining in een globaliserende wereld ook impactvermindering betekent.
Marc Verwilghen is misschien wel de minst politieke minister uit de nieuwe regering. Hij pakt niet breed uit met liberale ideeën en lijkt niet bezeten door een behoefte om de VLD te profileren als het antwoord op al uw vragen. Maar ook in zijn kijk op de wereld is hij als de dood voor het maken van politieke analyses. Wat hem drijft, is een principiële afkeer van onrecht. Dat is mooi, maar het is ook erg vaag en weinig doelgericht.
Marc Verwilghen is een mens van goede wil daar twijfelen wij niet aan maar als hij werkelijk wil dat er over vier jaar gevochten wordt voor de post van Ontwikkelingssamenwerking, dan zal hij nu keuzes moeten maken. Mooie intenties volstaan niet om landloze boeren grond te geven of om Congolese families toekomstkansen te bezorgen. Daarvoor zijn krachtige hefbomen nodig die op de juiste plaatsen ingezet worden.
Zonder een duidelijke analyse van de oorzaken van het onrecht, verwordt ontwikkelingssamenwerking tot een pleister op een houten been. Wij moeten geen 0,7 procent van ons Bruto Binnenlands Product gaan uitgeven om brandjes te blussen die door de neoliberale wereldeconomie gesticht worden. Het geld van ontwikkelingssamenwerking zal pas echt renderen als het aangewend wordt om de oorzaken van onrecht aan te pakken. Of dat sexy is, weten wij niet, maar het zou wél efficiënt zijn. En dat is wat de mensen in het Zuiden verwachten van onze solidariteit.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur