Nu zorgen voor morgen betekent morgen minder zorgen

Waar we liever niet aan denken

© Brecht Goris

Jan Mertens

De grote uitdagingen die er waren voor deze coronacrisis zijn niet weg, integendeel zelfs. De uiterst moeilijke situatie waarin we ons nu bevinden zal ook niet zomaar leiden tot een betere wereld. Die hoop krijg je niet cadeau. Hoop is geen zekerheid. De keuzes die we nu maken zullen daar mee over beslissen.

Nee, we zitten niet samen in dezelfde boot. Misschien is de storm voor iedereen dezelfde, maar de ene zit in een stevige boot, de andere in een wankele, en nog een andere heeft helemaal geen boot. De ongelijkheid die er al was tussen rijk en arm, wit en gekleurd, wordt vaak nog versterkt door de crisis die we vandaag meemaken.

Het is geen toeval dat de meest kwetsbare bevolkingsgroepen – zij die minder sociale bescherming hebben of een ongezonder voedingspatroon, zij die in slechtere huizen wonen of helemaal geen huis hebben, zij die rechtstreekser de gevolgen van milieuvervuiling ervaren – in een grote crisis al snel zijn aangewezen op zwemmen in de woelige zee. Dat was en is ook zo voor de klimaatverandering. Dat was en is ook zo voor dingen als waterstress of luchtvervuiling.

Heel veel mensen hebben het heel erg moeilijk nu. Heel veel mensen gaan het de volgende maanden nog moeilijk krijgen. In een land als het onze hebben we gelukkig nog een aantal mechanismen om elkaar te helpen. In andere landen is dat vaak niet zo, en is dat zelfs het gevolg van bewuste politieke keuzes, bv. om geen universele ziekteverzekering te organiseren. Of je in de ene of de andere boot zit, of zelfs helemaal geen boot hebt, is niet zomaar een lot of iets dat “zo moet zijn”, het hangt samen met keuzes die we al dan niet gemaakt hebben.

Naarmate we meer en meer te weten komen over deze crisis, zien we ook dat we als mensheid mee verantwoordelijk zijn voor de storm zelf. De manier hoe we met onze biodiversiteit zijn omgegaan maakte ons kwetsbaar. De manier waarop we de economische globalisering hebben georganiseerd, met waardeketens die erg ver uitgestrekt zijn en bestaan uit heel gespecialiseerde componenten, bleek helemaal niet zo veerkrachtig. En ook dat is geen lot.

Het idee van voorspelbaarheid of volledige controle over de werkelijkheid is een moderne illusie.

Het idee van voorspelbaarheid of volledige controle over de werkelijkheid is een moderne illusieDe economische globalisering zoals we die nu kennen, is het gevolg van politieke keuzes. Het ontbreken van meer politieke globalisering is dat eveneens. Het is allemaal erg complex, het hangt samen met grote risico’s, maar dat alles is er niet zomaar helemaal toevallig gekomen. Het is in zekere zin georganiseerde structurele onzekerheid.

Het menselijk lichaam houdt daar helemaal niet van. We willen herkenbaarheid, voorspelbaarheid, duidelijkheid. Als we angstig zijn, neemt een oud deel van ons brein het over. We zouden willen vluchten naar een plek (in het echt of in ons hoofd) waar het overzichtelijk is.

Het akelige van de huidige crisis is dat begrippen als “het is over” of “het wordt snel weer normaal” niet zomaar van toepassing zijn. De onzekerheid is structureel en ons lichaam blijft permanent geactiveerd. Het is eigenlijk goed en mooi dat wetenschappers of politici ook telkens proberen uit te leggen wat we niet weten. Het is eigenlijk interessant en uitdagend om te proberen zien hoe we bij wijze van spreken elke dag opnieuw de situatie moeten inschatten en moeten handelen in onzekerheid, in nabijheid van risico.

Dat was trouwens ook de existentiële realiteit voor heel erg veel mensen in een heel erg groot deel van de geschiedenis. Het idee van voorspelbaarheid of volledige controle over de werkelijkheid is een moderne illusie die als idee het voorrecht was van een aantal generaties in de rijkere delen van de wereld in de naoorlogse periode.

Met dat soort filosofische beschouwingen moet je nu vooral niet afkomen, dat begrijp ik. De meesten van ons zijn bezig met verschillende gradaties van overleven. En aan een hoop dingen denken we liever niet. We verlangen heel erg naar een gevoel van “het mag weer”, en eigenlijk weten we dat niemand ons dat gevoel nu kan geven.

Iedereen heeft haar of zijn variant. Ik zit hier al weken thuis in mijn appartementje. Ik heb het geluk dat ik een eigen huis heb en een baan. Het is hier veilig en ik probeer er door mijn gedrag voor te zorgen dat anderen geen problemen krijgen. Maar tegelijk ben ik ook bang. Hoe zal het zijn om ooit, ergens in de tijd, weer iemand aan te raken. Met het lichaam dat ik heb, met de sporen van de tijd in dat lichaam, was het soms al ingewikkeld voor deze crisis. Maar hoe zal het zijn straks? Dat wat ik verlang, dat wat me zou kunnen helen, is nu ook officieel gevaarlijk.

Een momentje van maatschappelijke meditatie

Er zijn veel dingen waar we liever niet aan denken, in veel opzichten omdat we het gewoon er niet meer bij krijgen in ons hoofd en voor veel mensen omdat ze puur en alleen met letterlijk overleven bezig zijn. Dat is begrijpelijk. Het mag er evenwel niet toe leiden dat we in ons verlangen om uit deze rusteloosheid te komen, zullen vluchten naar een plek die een beetje later voor nog meer rusteloosheid zal zorgen.

Af en toe een momentje van maatschappelijke meditatie kan aangewezen zijn. Met milde aandacht kijken naar je neiging tot paniek. Meditatie kan ons ook helpen om steeds ons ethisch kompas levend te houden, terwijl we proberen te leven in waarheid. Een minister die suggereert dat te eerlijk communiceren over het aantal mensen dat sterft mogelijk niet goed kan zijn voor de toeristische uitstraling van ons land doet het wat dat betreft een klein beetje suboptimaal.

De pijnlijke waarheid van de ecologische crisis die zich uit als een rechtvaardigheidsprobleem is niet verdwenen met deze coronacrisis. Natuurlijk doen we ons best om onze handen lang en uitgebreid te wassen, en dat is goed, maar daarom is het structurele watertekort in onze bodem niet ineens onbelangrijk geworden. Natuurlijk zien we in ons beeld van de waarschijnlijke staycation dit jaar dat we een zwembad in onze tuin hebben, maar ook dat verandert op zich niets aan de planetaire grenzen.

De watersituatie zou deze zomer wel eens echt kritiek kunnen worden, en dat lees je gewoon in de krant, naast het coronanieuws. Het klinkt goed om te zeggen dat we, als we na deze crisis meer willen investeren in de publieke diensten, dus vooral nood hebben aan economische groei.

Maar het is niet omdat dat goed klinkt, dat de problemen die er voor deze crisis al waren met de zogenaamde rationaliteit dat economische groei mogelijk zou zijn binnen een begrensde planeet, nu ineens even on hold kunnen gezet worden.

Je kunt je angst en rusteloosheid misschien sussen door te zeggen dat het verlies van acht procent economische groei tijdelijk is, en dat we nadien door een snelle inhaalbeweging terug meer dan 10 % kunnen groeien. Maar daarom is er nog steeds geen bewijs dat het überhaupt mogelijk is om de impact van die groei in absolute termen los te koppelen van de planeet. Dat bewijs was er niet, en is er niet. Hoezeer we er ook even liever niet aan willen denken.

Eens de klimaatchaos volop bezig is, zal het nog moeilijker zijn om iets als een exitstrategie te bedenken.

Laten we dus alles doen wat we kunnen om in de economische herstelprogramma’s die we voorbereiden net wél te kiezen voor een duurzame en rechtvaardige transitie. Misschien denkt de Vlaamse regering dat ze heel dapper bezig is door zich te verzetten tegen de Europese Green Deal (en ik weet ook wat de tekorten ervan zijn), in de feiten is het een pijnlijk en gevaarlijk en egoïstisch achterhoedegevecht.

De klimaatverandering is ook een vorm van georganiseerde structurele onzekerheid. Voor veel mensen lijkt die “ver weg“ of “later”, dat is niet zo. De klimaatverandering zal evenzeer onze verwachtingen van voorspelbaarheid, maakbaarheid en veronderstelde zekerheid ondergraven. Het is niet zo moeilijk om het te zien, we denken er alleen liever niet aan.

Er niets aan doen zal onze capaciteit om te sturen verder ondergraven. Er niets aan doen zal de ongelijkheid verder vergroten. En eens de klimaatchaos volop bezig is, zal het nog moeilijker zijn om iets als een exitstrategie te bedenken. Als we dus willen vermijden dat we straks nog veel meer dingen hebben waar we liever niet aan willen denken, dan zouden we er best nu wel af en toe aan denken en vooral de goede keuzes maken. Nu zorgen voor morgen, betekent morgen minder zorgen.

Ik geloof in dat verband niet zo erg in het verlangen dat de huidige crisis automatisch tot iets beters zal leiden. Ik ben ervan overtuigd dat je de transitie naar een heel ander economisch en maatschappelijk model kunt en moet organiseren in een bewust proces waarbij je iedereen wel aan boord houdt. Het stilleggen van alles is niet echt een strategie en de collateral damage van die optie is ook immens. Maar misschien kunnen we – als we dan toch even bezig zijn met die maatschappelijke meditatie – wel iets leren uit de plek waar we nu zijn, een soort stilte in de storm. We kunnen zoeken naar andere beelden voor de weg en voor de bestemming.

Gaan we ons terug vast graven in de oplossingen van het verleden, of gaan we naar oplossingen van de toekomst? Dat is de relevante vraag.

Wat we als weg vooral niet nodig hebben, is nog meer beelden en woorden die te maken hebben met “oorlog” en “fronten”. Dat zal moeilijk zijn voor sommige mannen die tevens burgemeester zijn in een stad aan een rivier in het noorden van dit land. Het is schokkend en vermoeiend om te zien met welk ongehoord cynisme dat wat er nu gebeurt nog maar eens moet vertaald worden in de “nood aan een front van de Vlamingen tegen de Franstaligen”.

Gaan we ons terug vast graven in de oplossingen van het verleden, of gaan we naar oplossingen van de toekomst? Dat is de relevante vraag. Dat de economie nu op veel plaatsen stilgevallen is, wat tot een grote daling van emissies leidt, is in de feiten niet veel meer dan een adempauze. Maar we kunnen er iets mee doen.

Die adempauze kan iets zijn als een van de kerstbestanden uit de Eerste Wereldoorlog. Een beetje onwennig kunnen we uit de loopgraven komen van de stellingen aan het front, om vast te stellen dat de anderen ook maar gewone mensen zijn, en dat een heel ander spel spelen – voetbal bv., in plaats van schieten op elkaar – ons doet inzien dat we misschien niet zo erg van elkaar verschillen.

Doen we iets met dat kerstbestand en openen we onze verbeelding, of kiezen we voor de zogenaamde veiligheid van de loopgraaf en de “duidelijke” vijand enkele meters verder? Openen we een front en bevechten we elkaar in de oorlogsoplossingen van toen, of openen we een deur naar een andere manier van zijn? De hoop zit in de verbeelding, niet in het front.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Het is momenteel op veel plaatsen in de wereld een schok, te ervaren hoe een stad of plek eruit ziet en voelt zonder luchtvervuiling of lawaai. We zijn niet meer voorbereid op wat normaal zou kunnen zijn. We hebben misschien nog geen plaats in ons lichaam voor een nieuw normaal.

Misschien kunnen we ons, na de meditatie, een welvaart verbeelden die zuivere en niet te hete lucht beschouwt als een vanzelfsprekende rijkdom in overvloed en die een privéluchtzuiveringsinstallatie of -airco ziet als verwerpelijk egoïsme. Die verbeelding kan ons ook helpen om de storm die onze kinderen over zich heen zouden kunnen krijgen, te temperen, nu het nog kan. In de vrijheid om met die verbeelding ons lot in handen te nemen, rust heel veel hoop.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2745   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Beleidsmedewerker Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling

    Jan Mertens woont in Leuven, werkt voor de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling, en is onder meer ook actief in de denktank Oikos.