Wij verdienen met zijn allen beter

Dertig jaar stilstand

© Bracht Goris

Bie Vancraeynest

Dertig jaren na zwarte zondag zijn racisme en discriminatie nog steeds een probleem in onze samenleving. Bie Vancraeynest wordt naast kwaad ook heel moe van al deze jaren stilstand. Wat moet het dan niet zijn voor de mensen die naast de vaak flagrante racistische bagger ook nog eens dagelijks microagressies moeten ondergaan?

Ik was dertien bij de eerste zwarte zondag. Nauwelijks een puber te noemen. Maar ik herinner me nog wel hoe het voelde die dag. Het ongeloof. Ik herinner me de rollen met stickers van Blokbuster, feloranje, met een vuist die het Blok verbrijzelde. Alsof het kleven van stickers iets fundamenteel zou veranderen. Dertig jaar later kleef ik opnieuw stickers. Daar ben ik lang mee gestopt maar nu zit er opnieuw altijd een stapeltje binnen handbereik in mijn handtas. Klaar om ergens waar je het niet verwacht een tegenstem te kleven. Als ik andere stickers tegenkom, voelt het als een knipoog van een medestander, ‘hier is nog niet zo lang geleden een medestander gepasseerd, ik ben niet alleen’.

Dertig jaar na zwarte zondag worden mijn gedachten en wat dan nu mij tijdlijn heet opnieuw beheerst door dezelfde thema’s. Black Lives Matter demonstraties, latent en minder latent racisme op school, weggestemde praktijktesten, een peiling waarin het Vlaams Belang nog veel hoger scoort dan in 1990, de terugkeer van het hoofddoekendebat. Na de uniek vreemde maanden van de lockdown zijn de voorbije vier weken de heftigste geweest. Ik heb getracht om mijn klavier niet kapot te rammen tijdens die voorbije vier weken maar te zwijgen, te luisteren en bij te leren.

Dit is wat ik heb geleerd:

1. Zwijgen, luisteren en leren is moeilijk.

Er heeft mij nog nooit iemand de woorden ‘educate yourself’ toegebeten, maar mensen zullen het vaak gedacht hebben. Ook ik heb de voorbije weken van zoveel mensen gedacht: ‘hou toch gewoon je bek’. Er is weinig zo moeilijk en zo gemakkelijk als je bek houden en aan de kant gaan staan. Als ik me niet uitspreek, is dat dan schuldig verzuim? Ben ik dan zo’n zwijgende getuige die nog het meeste van al schuld treft? Als ik me wel uitspreek, neem ik dan niet de plaats in van iemand die zoveel meer recht van spreken heeft? Het zijn bedenkingen die een mens zich eigenlijk sowieso minstens een keer per maand zou moeten maken. Bezorg ik iemand zere tenen door er bovenop te staan?

Ook ik bleef teveel steken in het benaderen van racisme als een probleem van onwetende individuen, waar ik voor het gemak mezelf niet toerekende.

De voorbije weken heb ik niets geschreven maar ik heb me bijgeschoold. Op mijn eentje(*). Met het internet heb je niemand nodig die daarbij je hand nog vasthoudt of die het grote werk voor jou moet komen doen. Hoe meer ik lees en luister, hoe meer ik besef hoe weinig ik eigenlijk afweet van racisme.

Ook ik bleef teveel steken in het benaderen van racisme als een probleem van onwetende individuen, waar ik voor het gemak mezelf niet toerekende. Niet als een diepgeworteld systeem dat ik, of ik het nu wil of niet, mee in stand houd. Dat het blanke ras een concept is van recente datum, hooguit enkele eeuwen oud wist ik ergens wel, maar ik had me nooit verdiept in wat dit allemaal impliceert.

2. We praten liever over hoe we racisme moeten bestrijden dan over racisme

De discussies worden graag semantisch gehouden. ‘Mensen van kleur, ik hoor dat niet graag.’ Is het zo gek dat we ons van anglicismen bedienen als de Angelsaksische wereld een stevige voorsprong heeft in denken over dekoloniseren en burgerrechten? Mensen putten zich liever uit in het verdedigen van hun eigen woordgebruik, dan dat er naar verpletterende statistieken wordt gekeken. ‘Blank heeft voor mij geen negatieve of positieve connotatie’. ‘We verliezen ons in een symboolstrijd’. Het gaat hier niet over jou. Er bestaat geen strijd zonder symbolen.

3. Het debat over racisme gaat uiteindelijk altijd weer over de witte mensen.

De energie om uit te vogelen waarom mensen op het Vlaams Belang stemmen, lijkt schier eindeloos. ‘De mensen zijn het systeem beu’, is dan de analyse van Bart De Wever, de voorzitter van de partij die al vijftien jaar het systeem bepaalt en de schrijver van ondermaatse schrijfsels over onderwerpen waar zo veel legitiemere stemmen beter over schrijven. Maar niet alleen de De Wevers van deze wereld maar best wel veel andere stemmen blijven opgaan die suggereren dat hijabi’s, studentenverenigingen uit de Afrikaanse diaspora, klimaatactivisten, feministen, moslimjongeren, zich maar beter stilletjes kunnen houden omdat er dan minder mensen op het Vlaams Belang gaan stemmen. Alsof de Vlaams Belangkiezer een gevaarlijke slapende beer is die we vooral niet wakker moeten maken met ons geschreeuw. Die beer is al lang los.

4. We hoeven echt niet meer over alles te debatteren.

Erik van Muiswinkel is een cabaretier die lang een van de pieten (hoofdpiet/zeurpiet) was bij de grote intrede van de sint in Nederland. Hij zag daar zelf lang geen graten in. Na massaal protest komt hij tot andere conclusies: “Het is niet ingewikkeld, je moet gewoon luisteren en je conclusies trekken en zeggen: einde zwarte piet”. Soms is er geen debat meer nodig. Als zoveel mensen hebben gezegd: dit is voor mij erg pijnlijk, waar moeten we het in godsnaam nog over hebben?

Wat valt er nog te bespreken?

Het was in 2004 dat in Oostende Leopold II zijn hand verloor door een actie uit de hoek van De Stoete Ostendenaere. Zestien jaar lang hebben de voorstanders van Leo de tijd gehad om hun zaak voor het voorbestaan van zijn beeltenis in de publieke ruimte te bepleiten. We hebben ondertussen de kans gemist om het Afrikamuseum een échte update te geven.

Als er dan toch een debat moet gevoerd worden, dan misschien over hoe je onze koloniale geschiedenis op school aanleert. Maar toch niet of Leopold II een coole gast was. Toch niet meer over die standbeelden?

De statistieken over racisme zijn er. De persoonlijke getuigenissen die die statistieken tot leven moeten brengen, zijn er. De mogelijke oplossingen zijn er. Wat valt er nog te bespreken?

5. De redacties van sommige media hebben zoveel blinde vlekken, dat het na al die tijd toch wel moet gaan over niet willen zien.

Ik begrijp van mezelf ik nog altijd niet dat ik van de VRT de verwachting heb van degelijke duiding bij complexe thema’s. Ik heb geen tv, maar via sociale media komen dan toch programma aankondigingen aanwaaien. Altijd dezelfde mensen die altijd hetzelfde zeggen.

Ik begrijp niet dat het consequent weigeren van hele bevolkingsgroepen te vertegenwoordigen op de publieke omroep niet zwaarder afgestraft wordt.

Aan wie kan je beter vragen wat de grenzen zijn van kwetsende humor dan aan mensen die elke dag switchen tussen verschillende culturen en registers? Die comedians van kleur zijn er en die hadden ook in Ter Zake kunnen zitten in plaats van Urbanus. Die hadden in één moeite door ook nog iets zinnigs kunnen zeggen over racisme. En een deftige grap kunnen vertellen.

Het opvoeren van steeds dezelfde clowns met hun ondermaatse analyses en stukken is echt adding insult to injury. Het is lachen in het gezicht van mensen die wel iets zinnigs te zeggen hebben.

6. Racisme bevechten en gelijkheid opeisen, gaat beter als het over het buitenland gaat

Het is makkelijker om solidair te zijn met Black America dan met Afrikaanse vluchtelingen hier. Black Lives Matter heeft alsnog geen enkel effect gehad op het draagvlak voor regularisatie van mensen zonder papieren, noch voor tijdelijke opvang voor mensen op de vlucht die niet het perspectief hebben om in België te blijven.

Geen draagvlak meer of nog geen draagvlak, wie zal het zeggen. Niet in het middenveld en al helemaal niet in de politiek. Tijdens de lockdown zijn daar een aantal interessante opinies en artikels over verschenen. Een ludieke actie met een kayak haalde even het nieuws maar dat ging al snel over die kayak. Een mural met de beeltenis van George Floyd, dat is goed voor een selfie. Maar een banner die aan de door de politie neergeschoten kleuter Mawda herinnert, die wordt onverbiddelijk van je gevel gehaald.

Ik word naast kwaad ook echt heel moe van al deze jaren stilstand. Wat zeg ik, achteruitgang. Wat moet het dan niet zijn voor de mensen die naast deze povere gedachtengangen en vaak flagrante racistische bagger ook nog eens dagelijks microagressies moeten ondergaan. Dus moe zijn is eigenlijk geen optie. Wij verdienen met zijn allen gewoon beter.

(*)Soms komen inzichten op de meest vreemde plaatsen aangewaaid. Dat miste ik in leeslijstjes, de kronkelende zijpaadjes die op ongewone wijze licht werpen op iets. Kijk- en luistertips:

Hbo heeft een sitcom die zich volledig afspeelt in de leefwereld van Amerikaans-Arabische moslims. Ramy. Net omdat de verhaallijnen heel specifiek zijn, vertellen ze gedetailleerd het universele verhaal van de ploeterende mens. De zalige soundtrack vol Egyptische psychedelische muziek uit de jaren zeventig, nieuw leven ingeblazen door het fijne label Habibi Funk krijg je er gratis bij.

De Franse stand upper Mustapha Al Atrassi voert in de mooie video ‘Elle’ zijn moeder op die hij op sleeptouw nam tijdens zijn laatste toer. Wie hem volgt, weet dat die jaren ook de jaren zijn van zijn eigenste doorbraak. Maar in de reportage staat zijn moeder centraal die zich langzaam ontpopt tot podiumbeest. Al Atrassi is vulgair in zijn eigen shows, maar een meesterlijke observator, die in de eerste plaats zichzelf en zijn dubbele moraal op de korrel neemt. Het gaat er niet om dat je niet met alles mag lachen. Het gaat erom dat je elkaar met voorkeur geen pijn doet.

‘Scene on Radio’ heeft een podcastreeks ‘Seeing White’. Veertien afleveringen over waar ‘wit zijn’ vandaan komt en de impact ervan is geweest. Het gaat over de Verenigde Staten, maar biedt voldoende handvaten voor een Europese vertaling.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2643   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Projectmedewerker bij Demos vzw

    Bie Vancraeynest is coördinator van Vzw Toestand, een organisatie die leegstaande of vergeten gebouwen reactiveert tot tijdelijke en autonome socioculturele centra.