De grenzen van roekeloze vrijheid en zelfbeschikking

We zijn van elkaar

© Brecht Goris

Jan Mertens

Dat het toch jouw leven is, en dat je ermee mag doen wat je wilt. Dat hoor je vaak. Je bent eigenlijk echter niet van jezelf alleen. We zijn van elkaar.

De voorbije weken kwam het onderwerp van dit stukje een paar keer bij me aanwaaien. In gesprekken, terwijl ik zat te kijken naar een voorstelling, bij het lezen van stukken in de krant, tijdens een erg mooi gesprek met een bijzondere kunstenaar. Van wie ben je eigenlijk?

Het gaat natuurlijk niet over bezit. Je kunt niemand bezitten, ook al suggereren sommige liefdesliedjes iets anders. Je kunt wel bij elkaar zijn, en samen de tijd delen. Dicht bij elkaar, als dat het moment is.

(De aarde kun je trouwens ook niet bezitten. Je mag er even verblijven, en normaal zou je dan de boel netjes en in dezelfde toestand moeten achterlaten voor wie na je komt. Misschien zorgt dat idee van ‘bezit’ er wel mee voor dat we vaak zo onzorgvuldig omgaan met die planeet waar we in wezen gewoon zelf een deel van zijn).

Geen pretje

‘Het is toch mijn leven, ik mag er toch mee doen wat ik wil, of niet soms?’ Het gaat me meer om die uitspraak. Als iemand me dat zegt, is mijn antwoord ondertussen altijd dat ik het daar niet mee eens ben.

‘Je bent ook een deel van de anderen, en de anderen zijn een deel van jou. Ik weet dat dat een beetje softerig klinkt, maar ik meen het eigenlijk wel’

Je leven is niet van jezelf alleen. Je bent ook een deel van de anderen, en de anderen zijn een deel van jou. Ik weet dat dat een beetje softerig klinkt, maar ik meen het eigenlijk wel.

Ik kan niet zo goed tegen uitspraken over wat je allemaal leert door kanker. Kanker is geen pretje, en het is niet de kosmos die kanker op je weg brengt, omdat je een of andere les te leren hebt of dat soort onzin. Soms heb je pech. Soms zit het in je genen. Soms is er een duidelijke externe oorzaak, zoals asbest. En behoorlijk vaak soms heeft je levensstijl ermee te maken.

Als je dan toch kanker hebt, probeer je er het beste van te maken. Je strompelt er doorheen. Soms gaat het goed, en soms is het de hel. (Ik kan ook niet zo goed tegen die verhalen over ‘vechten’, ze zijn vaak zo kwetsend en geven je als kankerpatiënt het gevoel dat je faalt als je volgens anderen niet hard genoeg zou vechten.) En op die manier leer je dan toch soms dingen die je leven veranderen. In mijn geval was het dat ik niet van mezelf alleen ben.

Zorgzaam omgaan

Er zullen wel allerlei dieptepsychologische redenen voor zijn, maar ik was er niet op voorbereid dat ik door kanker te krijgen andere mensen verdriet deed. Er bleken ineens mensen te zijn die om een of andere onverklaarbare reden wilden dat ik zou blijven leven, zo stelde ik vast. Zij hebben me gedragen in die moeilijke tijd, en daarvoor zal ik altijd heel erg dankbaar blijven. Ik had geluk, ik bleef in het leven. Sindsdien voelt elke dag een beetje als een dag extra, iets waarvoor ik het leven ook elke dag weer bedank.

Het waren de mensen die me zo dierbaar zijn die me deden beseffen dat ik zorgzaam moet omgaan met het leven dat bij me gebleven is. Want ik ben niet van mezelf alleen. Af en toe, als ik er wat bleekjes uit zie, omdat ik weer wat te hard gewerkt heb, zie ik het in hun ogen. Hoe ze naar me kijken. Die lichte angst. Die vraag die ze voorzichtig stellen. Of alles wel goed gaat met mij.

Ik ben kwaad op die stomme ziekte, soms radeloos kwaad. En het is soms dubbel moeilijk als het gaat over kankers die hadden kunnen vermeden worden. Ik heb al verschillende mensen in mijn omgeving, waaronder mijn vader, verloren door een kanker die toch vrij duidelijk samenhangt met roken. Soms wordt het dan nog verbonden met uitspraken over “intens” leven en ultieme “vrijheid.” Mensen die heel uitdrukkelijk verkondigen dat ze zo wild mogen leven als ze zelf willen, dat ze zoveel mogen drinken of roken als ze zelf willen, omdat je toch maar één keer leeft en omdat je er toch van moet kunnen genieten. Ze brengen me in de war.

Zelfbeschikking

Alles is deel van een verhaal, ongetwijfeld. Je probeert met veel mededogen te luisteren naar het verhaal van mensen, en ziet dan wel waar ze misschien kwetsbaar waren of hoe de dingen in hun leven kwamen. Falen of dwalen vind ik niet zo moeilijk om te begrijpen. Maar mensen die verkondigen dat ze wel degelijk bewust allerlei mogelijk schadelijke dingen willen doen, omdat het toch hun leven is, en hun leven alleen, waarover ze vrij mogen beschikken, dat vind ik moeilijk. Alles in mij roept dan dat ik het niet eens ben met zo’n invulling van vrijheid of zelfbeschikking.

Ik kan maar mezelf zijn en leven omdat ik verbonden ben met andere mensen. Wanneer ik sterf, verdwijn ik in mijn geliefden. Zoals een blad in het bos verdwijn je (en blijf je) zo in de stroom van het leven. Het zal voor anderen ongetwijfeld anders zijn, maar ik kan me niet goed indenken dat ik mezelf zo maar zou kunnen bezitten, als een soort afgesloten eenheid, als een eigendom.

‘Het zou voor mij een heel raar soort vrijheid zijn als ik me totaal niets zou aantrekken van anderen en wat ik bij hen teweeg zou kunnen brengen’

Ik wil kunnen kiezen, binnen de grenzen van wat kan, hoe ik door het leven beweeg. Maar het zou voor mij een heel raar soort vrijheid zijn als ik me totaal niets zou aantrekken van anderen en wat ik bij hen teweeg zou kunnen brengen. Zij hebben me, toen het moeilijk ging, bij het leven gehouden. Het is dan ook alleen maar normaal dat ik voorzichtig ben met dat kostbare leven. Omwille van hen. Misschien willen ze soms wel dat ik er ben voor hen, om hen te troosten of om met hen te lachen of om met hen te zwijgen. (Of gewoon ook om ijsjes te kopen van die ene smaak.)

Ik merkte hetzelfde ook in verschillende verhalen die ik zag en hoorde over kunstenaars. Veel drinken en roken, en andere dingen, het is blijkbaar een deel van een bepaalde levensstijl. En die verhalen verwarren me altijd. Misschien ben ik zelf gewoon niet wild genoeg en vooral te gedisciplineerd om mezelf helemaal uit handen te geven. (In mijn vriendenkring beginnen nu enkelen ongetwijfeld hard te lachen door het understatement van het jaar.)

Kijken in mezelf

Het kan dus gewoon aan mij liggen. En verder weet ik ook dat kunstenaars vaak erg gevoelige zielen zijn, gekwetst door het leven, met een soms te groot verlangen. Soms hebben ze een neiging tot zelfdestructie. Al die dingen weet ik. En toch. Als ik verhalen hoor of zie waarin die wilde levensstijl wordt verheerlijkt, dan maakt het me ook altijd verdrietig.

Zoveel mooie mensen, die zoveel overweldigend mooie dingen maakten, zijn zo jong uit het leven verdwenen. Ze lieten zoveel verdriet na, zij waren immers ook een beetje van anderen, van vrienden, kinderen, geliefden. Die anderen moeten ook verder in het leven. Misschien waren sommige dingen niet te vermijden, maar misschien ook wel. Het verwart me dus.

Misschien kan ik alleen maar voor mezelf spreken. Dat anderen een deel zijn van mij, en dat ik heel misschien ook een deel ben van anderen, dat geeft me een gevoel van vrijheid. (Dit staat nog los van met iemand zijn of leven.)

Soms, ergens in een eenzame nacht of zo, kijk ik in mezelf of iedereen er nog wel is. En dan zie ik de verhalen. En voor mij is het een veilig gevoel, te weten dat ik niet van mezelf alleen ben. De adem die ik nodig heb om dat te kunnen denken, is er trouwens alleen maar dankzij de planten en de bomen. Het kan aanzetten tot enige nederigheid. En dat is misschien wel een goed gevoel.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Beleidsmedewerker Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling

    Jan Mertens woont in Leuven, werkt voor de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling, en is onder meer ook actief in de denktank Oikos.