Dossier: 
Na die laatste mate in het Braziliaans smokkelnest

Nieuwjaarsbrief aan mijn spitsbroeder

Eduardo Fonseca Arraes (CC BY-NC-ND 2.0)

Het Andesgebergte

Beste Diego,

Ik vermoed dat je bent gestorven zoals je leefde.

Als een vrije geest, een eeuwig verliefde gek, een rebel. Het is intussen al lang geleden dat ik je de laatste keer zag, op de plaza van Porto Murtinho, een van god verlaten smokkelnest diep in Brazilië. We deelden een laatste mate, omhelsden elkaar, twee klopjes op de rug, en nog een omhelzing. De geijkte wijze waarop spitsbroeders afscheid van elkaar nemen in Latijns-Amerika.

‘Tot in Santa Cruz…!’, begon je nog te roepen met je moddervette Argentijnse accent, toen ik bijna om de bocht verdween. Ik maakte je zin af. ‘… de la Sierra!’. Je stond erop om die stad met haar volledige naam te benoemen. Uit liefde voor de mooie dingen in dit leven, ook al zijn ze verborgen in iets kleins zoals de eigennaam van een rauwe Boliviaanse grootstad. Ik denk dat de ‘sierra’ erin voor jou ook de voorbode betekende van de volgende etappe in je reis. Na al die maanden op de vlakke pampa’s te hebben rondgezworven – hoe lang keek je er al naar uit om de Andes te zien?

Ons afscheid was het einde van één avontuur en het begin van het volgende. Zo ging dat – zo reisden wij.

Zo waren wij, Diego, dat brandend verlangen om te zien wat er aan de overkant van het hier en nu plaatsvond. Ons afscheid was het einde van één avontuur en het begin van het volgende. Zo ging dat – zo reisden wij. Het continent ontplooide zich bij mondjesmaat, in al haar pracht en mysterie, voor onze voeten.

Jij, de ultieme vrijbuiter uit Argentinië, het land waar je ondanks alles zoveel van hield. Het schoffie dat zijn jeugd rond het busstation van Córdoba doorstond met handigheidjes en contactjes was groot, groots geworden. En ik, een Europeaan die als snotneus van familieleden vreemde verhalen hoorde over slangen in hun tuin en kaaimannen in de rivier.

Net zoals ik Latijns-Amerika wilde ontdekken, was het jouw grote droom om Europa te leren kennen, het continent van je voorouders. Je haalde de pieren uit mijn neus over hoe het leven ‘daar’ was. Of het bij ons ook zo’n corrupte boel was als in Argentinië? Of een mensenleven bij ons ook zo weinig waard was als in de Cordobese sloppenwijken die jij zo goed kende? ‘Slachtoffers van het systeem’, zo noemde jij al die jonge gasten in de villas miserias die je had zien creperen door verwaarlozing, drugs en geweld.

Of een mensenleven bij ons ook zo weinig waard was als in de Cordobese sloppenwijken die jij zo goed kende?

Ik vond het leerrijk om eens met jouw ogen naar ‘mijn’ continent te kijken. Je zag Europa als een soort Land van Ooit, denk ik. Europa, waar de mensen weliswaar iets kouder van bloed zijn, maar waar de staat tenminste zorg draagt voor haar mensen. Waar het beleid erop gericht is om mensen kansen te geven om hun talenten te ontwikkelen, en waar de staat niet zou toestaan dat mensen stierven door uit de hand gelopen trivialiteiten. Zo verschillend van de plek waar jij was opgegroeid.

Tot op de dag van vandaag ben ik er niet zeker van of ik met mijn antwoorden erin ben geslaagd om dat beeld wat bij te stellen.

Ik kan het je niet meer vragen. Op een dag, afgelopen zomer, zocht jouw zus contact met mij op Facebook. Ze vertelde me dat je was gestorven. Vreemd genoeg kwam het niet als een complete schok binnen. Niet zo lang daarvoor hadden we elkaar nog gesproken op internet. Je was in Venezuela aanbeland en je lag in het ziekenhuis van Cumaná. Een smerig provinciehol was het, vertelde je, aangeschurkt tegen de Caraïbische Zee.

Terloops

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
We haalden wat herinneringen op aan de kleurrijke personages die onze wereld destijds bevolkten. De militairen die ons in hun kazerne eten serveerden dat zelfs de hond niet lustte. De smokkelaars die onder hun neus opereerden en zelden om een glas verlegen zaten. De vrouw met de prachtige groene ogen in een gehucht aan de Rio Paraguay. Je wilde terugkeren naar Argentinië, zei je. Er was een probleem met je darmen. Dat er geen medicijnen waren om je te behandelen, vermeldde je bijna terloops.

Ik vermoed dat je toen al wel wist wat je te wachten stond. Cynici zouden zeggen dat je op het einde van je leven zelf een slachtoffer van het systeem was geworden. Het systeem dat ervoor zorgt dat het rijkste land van Latijns-Amerika niet over medicijnen beschikt in haar ziekenhuizen.

Je dood was de ultieme bevestiging van je leven. De ethiek van de alfa-vrijbuiter die het leven volgens zijn eigen regels tot de uiterste consequentie heeft toegepast. Maar toch maakt je dood mij boos.

Maar ik ben geen cynicus, en als een slachtoffer kan ik jou niet herinneren. Je dood was de ultieme bevestiging van je leven. De ethiek van de alfa-vrijbuiter die het leven volgens zijn eigen regels tot de uiterste consequentie heeft toegepast. Maar toch maakt je dood mij boos, omdat die mits een beter beleid te vermijden was geweest.

Ondertussen zijn we acht maanden verder. Ik weet zelfs niet waar je bent begraven. Wat dondert het. Hoe je hebt geleefd, vind ik het belangrijkste.

Ik wil je wel nog een antwoord geven op je vragen over Europa. In essentie verschillen jouw en mijn wereld niet zoveel van elkaar. Of tenminste – ook in Europa vallen de slachtoffers van het systeem, zoals jij ze noemde, bij bosjes.

Bij bootladingen op de Middellandse Zee tegelijk. Bij jungles van Calais en Duinkerke tegelijk. Europa sponsort instituten in Libië die betrokken zijn bij de handel in slaven. Maar ook dichter bij waar ik woon. In het Maximiliaanpark, in het hartje van onze hoofdstad, kon je als gevluchte Soedanees tot voor kort oog in oog komen te staan met de persoon die je in Soedan gefolterd had. De persoon die het systeem vertegenwoordigde waarvoor je gevlucht was. Die was daar op uitnodiging van onze Staatssecretaris voor Asiel en Migratie. Voor alle duidelijkheid: de folteraar was er op uitnodiging, niet de vluchteling. Je zou het verdomme voor minder aan je darmen krijgen.

Is er zoveel verschil met het beleid op jouw continent, dat in plaats van te investeren in mensen ze bijeendrijft in sloppenwijken? Dat mensen zoals jij laat verrekken in ziekenhuizen omdat er geen medicijnen zijn?

Ik denk van niet, Diego. Ik zou er in ieder geval graag met jou van gedachten over wisselen.

Hoop

Dit jaar loopt intussen op haar laatste benen. Wat zal 2018 brengen? Het jaar van de Hond, denken de Chinezen. Of toch het jaar van de Hoop?

Wat we er zelf van maken, denk ik. Ik zie tekens aan de wand dat het toch het jaar van de Hoop zou kunnen worden. De afgelopen maanden barstte bijvoorbeeld de #MeToo-bom. Vrouwen begonnen zich uit te spreken tegen het patriarchaat waardoor het de eerste barsten begon te vertonen.

Als slachtoffers een gezicht krijgen, blijven het geen slachtoffers. Dan worden het boegbeelden voor verandering.

Net zoals daarvoor al met #BlackLivesMatter zwarte mensen in de Verenigde Staten het politiegeweld aan de kaak stelden. Ook de fietsers in mijn eigen stad hebben een hashtag. Ook zij begonnen zich onlangs te organiseren tegen het fietsbeleid dat drie doden op twee weken tijd in de hand werkte.

Zijn het druppels op een hete plaat? Misschien. En welke zoden zet een hashtag precies aan welke dijk? Ik zie het als een begin. Mijn wens voor 2018 is dat deze bewegingen niet stoppen bij een hashtag of doodbloeden als een kortstondige schreeuw in de marge. Integendeel, ik hoop dat er dat er nog veel meer #MeToo’s komen. Niet – of slechts als vehikel – de hashtag an sich, maar het idee erachter: mensen aan de basis die zich groeperen en het systeem dat hen onderdrukt aan de kaak stellen.

Klein en groot, lokaal en wereldwijd. Van vluchtelingen in het Maximiliaanpark en op de Middellandse Zee over patiënten van ziekenhuizen in Venezuela, tot de fietsers in Borgerhout. Want een wantoestand beschrijven en de consequenties ervan in kaart brengen is de eerste stap om een structurele verandering teweeg te brengen. Zo zie ik ook mijn taak als journalist.

Voor mij ben jij geen slachtoffer, Diego, omdat ik jou ken. Als slachtoffers een gezicht krijgen, blijven het geen slachtoffers. Dan worden het boegbeelden voor verandering.

Veel geluk, grote broer! Dank je dat ik met jouw ogen naar de wereld heb mogen kijken. Tu alma camina hacia la eternidad.

Arne

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Afrika, natuurlijke reserves en grondstoffen

    Arne volgt voor MO* Magazine en mo.be de regio Afrika, met een speciale focus voor natuurlijke reserves en grondstoffen.

    Actieve thema's