Dossier: 
Over die onverwachte maar verrassende ontmoetingen, ergens onderweg

Praat eens met die onbekende naast je

C.C.by 2.0. Thanapat Pirmphol, Pixabay

De onbekende passagier naast je, leidt je soms naar nieuwe verhalen

Wie alleen reist, merkt die anderen al sneller op. Uit schrik verstrikt te raken in een erg oncomfortabel gesprek vermijd je aanvankelijk oogcontact, als een stilzwijgend contract tussen soloreizigers. Hoewel ik zelden de ambitie noch de moed heb dit contract te doorbreken, ben ik achteraf vaak dankbaar dat het niet standhield.

In juni vloog ik van Centraal- naar Noord-Ethiopië en maakte een omweg via Libië. Op die vlucht ontmoette ik Aman, de jonge migrant die zijn bestemming niet haalde, maar in Libië verhandeld werd als koopwaar. Zijn verhaal kreeg uiteindelijk een plek bij MO*.

Maar vaker belanden de gesprekken met je medepassagier in de archieven van het B-materiaal (zo doopte collega Tine Danckaers de anekdotes die je reportages niet halen). Die B-kantjes zijn uiteraard niet enkel voorbehouden aan de journalist. Wie ergens onderweg de kans krijgt in gesprek te gaan met die onbekende buurman of -vrouw maakt wel eens onverwachte en erg boeiende omwegen.

Van Oeganda naar Congo via China

Ik was 21 en reisde van Entebbe in Oeganda naar Butembo, een stad in Oost-Congo. Later zou ik die reis nog enkele keren via land overdoen, maar op dat moment kon ik meevliegen met een klein tweepropellervliegtuig. Er was plaats voor maximum zestien passagiers en bagage. Toen bleek dat het aantal passagiers voor onderhandeling vatbaar was, begon ik wat ongemakkelijk op mijn stoel te schuifelen.

Er werd een houten krukje tussen twee zetels geduwd. Ik probeerde niet ongerust te worden en schatte van elke passagier het gewicht. Ik hoopte ten stelligste dat de vliegtuigbouwers voor de zekerheid met bovengemiddelde exemplaren hadden gerekend. Mannen drumden rond het toestel in de hoop een extra stuk bagage mee de lucht in te krijgen. Ik werd kennelijk zichtbaar ongerust, want de man naast me voelde de noodzaak me gerust te stellen.

Mijn buurman reisde naar eigen zeggen het hele jaar van en naar Oost-Congo en kwam altijd veilig aan op zijn bestemming

Ik had ergens gelezen dat in Congo jaarlijks meer dan tien toestellen uit de lucht vallen. Meestal omdat ze simpelweg overladen worden. Mijn buurman reisde naar eigen zeggen het hele jaar van en naar Oost-Congo en kwam altijd veilig aan op zijn bestemming.

Palos was een bekende zakenman in zijn thuisstad Butembo, bevestigde een andere passagier. De man vertelde me hoe hij containers vulde in China en loste in Noord-Kivu. Hij bleek niet enkel een gewiekste zakenman, maar ook begenadigd verteller.

In gedachten pendelde ik mee tussen China en Congo. De deining van het gammele vliegtuig voelde ik nog amper. Door het slechte weer haalden we de eindbestemming niet, maar de (geplande) tussenlanding overleefden we gelukkig goed en wel. We reisden verder over land. Het bood me nog wat meer tijd om hem uit te horen over die handel tussen de twee continenten.

Drie jaar later nam de ervaren vliegtuigpassagier en zakenman dan toch zijn vlucht te veel. Zijn reis eindigde voor altijd naast het tarmac van de luchthaven van Kisangani. 74 inzittenden overleefden de crash van de Boeing 727 niet. Vijf van de dodelijk slachtoffers stonden niet op de officiële passagierslijst. Die van Palos en een andere zakenman uit zijn thuisstad wel. Ze rusten samen in het mausoleum dat voor de gesneuvelde ondernemers van Butembo werd opgericht.

Van Egypte naar België via Saoedi-Arabië

‘Waar komt u vandaan?’ Naar alle waarschijnlijkheid begon het gesprek toen met deze vraag. Hij zal vermoedelijk begonnen zijn en de veilige openingszin opgeworpen hebben. Mijn buurman kwam dit keer uit Saoedi-Arabië. Alleen al het feit dat hij een man was uit een van de meest vrouwonvriendelijke landen, deed mijn feministische alarmbellen onmiddellijk afgaan.

Ik vloog ’s nachts van Oeganda, via Egypte terug naar België. Ik had er al een lange reis opzitten en enkele weken met heel inspirerende vrouwen doorgebracht, waardoor ik nogal ongeremd mijn vragen op hem afvuurde. ‘Of ik dat zou kunnen doen met de vrouwen in zijn land?’, had ik wat stout gevraagd. ‘Nee. Dat lijkt me onmogelijk,’ gaf hij toe. Erg didactisch lichtte hij toe hoe de rechten van mannen en vrouwen in zijn land niet dezelfde waren. Erg ongelijk zijn, dat mag ik gerust nog eens benadrukken. Hij ondernam geen poging die ongelijkheid te verdedigen.

Mijn buurman kwam dit keer uit Saoedi-Arabië. Meteen gingen mijn feministische alarmbellen af

Wat later tijdens de vlucht vernam ik dat de sjeik naast me ook de directeur was van het Islamitisch Cultureel Centrum, gehuisvest in de Grote Moskee in Brussel. Hij bleek nog niet lang in ons land te verblijven. Zijn nieuwsgierigheid en enthousiasme over zijn nieuwe thuis wekten sympathie op. Het knetterde wat in mijn vermoeide hersenpan: mag je sympathie hebben voor een man die deel uitmaakt van een systeem dat vrouwen onderdrukt? Een goed en open gesprek kan ongetwijfeld beide geesten verruimen, hoopte ik. En dat deed het ook. We bedankten elkaar bij aankomst voor het boeiende gesprek.

De Grote Moskee onder Saoedische concessie

De Saoedische koning Faisal bin Abdul Aziz was in 1967 in ons land op bezoek toen de ramp in de Innovation plaatsvond. 251 mensen kwamen om en 62 geraakten gewond bij de brand in het warenhuis. Erg aangegrepen door de gebeurtenissen verleende de Saoedische koning financiële steun aan de slachtoffers en nabestaanden. Uit dank wees onze koning in 1969 op zijn beurt het paviljoen dat gebouwd werd tijdens de wereldtentoonstelling van 1879, voor 99 jaar toe aan de Saoedi’s. Die concessie-overeenkomst werd eerder dit jaar voortijdig opgezegd. 

Enkele weken later werd ik uitgenodigd om de Grote Moskee te bezoeken. Het was op een koude winteravond, na sluitingstijd, toen we aan de deur van het imposante gebouw stonden. Om eventuele misverstanden te vermijden, en later ook met iemand anders de persoonlijke indrukken te kunnen delen, stelde ik voor samen met een goede vriendin langs te komen.

De moskee was leeg en speciaal voor ons waren de imam en enkele medewerkers verzocht aanwezig te zijn. ‘Mijn excuses. Had ik dat geweten… U had al die moeite niet moeten doen’, stamelde ik. Het doosje pralines dat ik had meegebracht, smolt van schaamte een tweede keer in mijn handen toen ik de enorme mand chocolade en andere Belgische lekkernijen overhandigd kreeg. ‘Had ik dat geweten…’

Tijdens de rondleiding voelde ik mij erg slecht voorbereid en vroeg ik me af of ik uit respect geen hoofdbedekking had moeten voorzien. Het wahabisme schrijft niet enkel zeer strikte geloofs-, maar ook kledingvoorschriften voor. Alsof hij ons had willen geruststellen had hij die avond zelf niet zijn lange gewaad, maar wel een hemd en broek aangetrokken.

We praatten over politiek, religie en de relaties tussen gemeenschappen in België. Soms knetterde die hersenpan weer. Ik mocht kennelijk vragen stellen die vrouwen in zijn thuisland met het leven zouden kunnen bekopen. ’Altijd welkom’, drukte de gastheer me bij het afscheid op het hart.

Enkele weken later had ik een afspraak in de buurt van de moskee dus dacht ik even langs te lopen. Terplekke vernam ik dat de directeur niet in het land was. Zijn zoontje van vier moest in de VS enkele levensreddende operaties ondergaan, zo werd me gezegd. Hij keerde niet meer naar ons land terug.

Na de aanslagen in Brussel oordeelde de parlementaire onderzoekscommissie dat het Saoedische wahabisme een voedingsbodem vormt voor radicale ideeën die later tot extremisme en terrorisme kunnen leiden. De 99-jarige erfpacht is ondertussen opgeschort. Saoedi-Arabië has left the building.

***

Van de Italiaanse non die na zestig jaar missiewerk in Congo voor de laatste keer van Italië naar haar geïsoleerde klooster in Kivu reisde, weet ik dat ze haar laatste missie tot een goed einde bracht. ‘Dit keer kom ik om hier te sterven,’ zei de 86-jarige, nog erg kranige zuster. Twee jaar later gooide ze het bijltje erbij neer. Ze werd op de heuvel van haar klooster begraven.

Van de jongeman die op 18-jarige leeftijd van Ethiopië via Somaliland en vervolgens Jemen, zijn zwangere vriendin hoopte te vervoegen, maar beroofd onderweg strandde en zo haar sporen kwijt geraakte, weet ik dat hij haar nooit heeft kunnen vertellen wat hem is overkomen. Zijn brief bereikte nooit de bestemming.

Of de jonge Afghaanse vrouw die me ooit het scenario uit de doeken deed van de film die ze hoopte te maken, weet ik evenmin of die er gekomen is. Zou die ene zakenvrouw op weg naar Teheran de deal hebben kunnen sluiten? Of zou Trumps diplomatie ondertussen roet in het eten gestrooid hebben?

Het is onmogelijk alle sporen van die medepassagiers te volgen. Altijd scheiden ergens onze wegen.

Van Brussel naar Gent via niemandsland

Hij zei me nooit zijn naam. Onze ontmoeting was kort en erg vluchtig en vond niet plaats op een ander continent, maar in eigen land, dicht bij huis. Ik vraag me nog vaak af waarheen zijn tocht hem geleid heeft.

Wekelijks legde ik het traject af tussen Brussel en Gent . Die avond was het later dan gewoonlijk. Het was een van de laatste treinen van de dag. Ik had enkele nare ervaringen gehad met jonge mannen op late treinen en negeerde zijn blik, die duidelijk op mij gericht was.

‘Ticket. Your. Me.’ Ik begreep eerst niet wat hij wilde. Met handen en voeten wist hij me toch duidelijk te maken dat hij mijn ticket wilde gebruiken indien de conducteur hem zou controleren. Ik zei hem dat het mijne een abonnement betrof. Hij begreep de verklaring niet, maar wel de conclusie.

Hij zei me nooit zijn naam. Onze ontmoeting was kort en erg vluchtig. Ik vraag me nog vaak af waar zijn tocht hem geleid heeft

Toch bleef hij voor me zitten. Hij hield beide deuren nauwlettend in de gaten en stuurde verder aan op een gesprek. Hij was piepjong. Een jaar of 16, schatte ik. ’17’, corrigeerde hij. Hij sprak slechts enkele woorden Frans en Engels, maar drukte zich vlot uit in het Spaans. Die taal beheerste ik dan weer niet, waardoor we in een soort verbasterd Esperanto vervielen.

Hij wist me op een of andere manier duidelijk te maken dat hij als 11-jarige door zijn moeder in Marokko alleen op een boot richting Europa was gezet. In Spanje had hij een tijdje in een opvangcentrum voor niet-begeleide minderjarige migranten en vluchtelingen gezeten. Op een bepaald moment werd het centrum gesloten en belandde hij op straat.

Hij overleefde een tijdje door samen met andere kinderen toeristen af te leiden met vernuftige voetbaltrucjes. Hoe hij vervolgens ongezien hun portefeuille uit hun broekzak viste, had hij ooit eens aan een journalist gedemonstreerd. Zo had hij een Spaanse krant gehaald, zei hij met enige trots.

De laatste vier jaar had hij in Duitsland, Denemarken, Nederland en nu België gewoond. Hij werd vaak opgepakt en zat in Schiphol zelfs enkele maanden vast. Omdat hij Berber is, konden ze hem nooit met zekerheid aan een land toewijzen. Hij verklapte zijn leeftijd en nationaliteit nooit. Zo bleef hij door Europa zwerven, legde hij uit.

‘Wat zal je in Gent doen?’ Hij was niet alleen. Onderweg had hij andere jongeren, ook zonder land en zonder thuis, leren kennen. Ze wisten de plaatsen waar ze konden eten en slapen samen wel te vinden. Hij vertoefde meestal in Brussel, maar ook geregeld in Gent.

Hij toonde mij de ring die zijn moeder hem gaf bij zijn vertrek. Het was zijn enige en dierbaarste bezit. Naar haar kon hij niet terug. Hij geloofde niet in een weg terug. Na een rit van veertig minuten sprong de anonieme jongeman van de trein. ‘No tricks. No stealing’, had hij me nog lachend toegeroepen, voor hij in de nacht verdween. Ik had hem er eerlijk gezegd niet eens van verdacht.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift