Nicaragua in grootste politieke crisis sinds burgeroorlog

Nicaragua is in de grootste politieke crisis beland sinds het einde van de burgeroorlog in 1990. Aanleiding is de zevende opeenvolgende kandidatuur van Daniel Ortega voor het presidentschap. De oppositie heeft zich grotendeels teruggetrokken.

  • Cancilleria del Ecuador (CC BY-SA 2.0) Daniel Ortega (in het midden) stelt zich voor de zevende opeenvolgende keer kandidaat sinds 1984. Cancilleria del Ecuador (CC BY-SA 2.0)

Daniel Ortega, een oud-guerrillero van 71, is opnieuw kandidaat voor de verkiezingen van 6 november. Als hij wint, zal hij tot 2021 aan de macht zijn en wordt hij de langst zittende president van Nicaragua; vandaag staat dat record op naam van de liberale oud-generaal José Santos Zelaya (1893-1909) en van dictator Anastasio Somoza García (1937-1947 en 1950-1956), die beiden zestien jaar regeerden.

Zijn nieuwe kandidatuur is mogelijk door een juridische interpretatie van het Hooggerechtshof, dat gecontroleerd wordt door de linkse regeringspartij FSLN. Dat stelde in 2011 dat het grondwetsartikel dat voortdurende herverkiezing verbood, inging tegen Ortega’s recht om zich kandidaat te stellen.

Oppositie trekt zich terug

Sinds 15 juni ligt de weg naar een zevende termijn wijd open. De Nationale Coalitie voor Democratie, die de belangrijkste oppositiepartijen bundelt, trok zich terug uit de verkiezingen nadat de kandidatuur van haar leider Luis Callejas ongeldig was verklaard.

De Partij van de Onafhankelijke Bevrijding (PLI), de grootste partij in de coalitie, heeft door een beslissing van het Hooggerechtshof ook geen wettelijke vertegenwoordiging. Iets gelijkaardigs overkwam een andere organisatie waarmee de coalitie in zee zou gaan.

Al die maatregelen gaan in tegen de grondwet en brengen de geldigheid van de verkiezingen in het gedrang, zeggen oppositie en andere sectoren.

Somoza-dynastie

Ortega ‘stelt zich voor de zevende opeenvolgende keer kandidaat sinds 1984’, zegt onderzoeker Nicolás López Maltez, lid van de Academie voor Geografie en Geschiedenis van Nicaragua. ‘Hij verloor de verkiezingen van 1990, 1996 en 2001, en won vervolgens in 2006 en 2011 en ook voor 2016 is hij nu officieel kandidaat.’

Ortega kwam voor het eerst aan de macht in 1979, toen de FSLN-guerrillero het laatste lid van de Somoza-dynastie versloeg. De dictatuur van de Somoza’s had 43 jaar geduurd.

Eerst bestuurde Ortega als coördinator van de Bestuursraad voor Nationale Heropbouw. Hij won de presidentsverkiezingen in 1984 en bleef aan de macht tot 1990, het einde van de burgeroorlog, toen hij de verkiezingen een eerste keer verloor.

Volgens López Maltez en andere analisten controleert Ortega nu alle institutionele machten en is hij daarom zeker van zijn overwinning in november.

Steun bij de bevolking

Afgaande op de peilingen heeft Ortega ruime steun bij de bevolking maar ook bij privébedrijven, leger en politie. Volgens een opiniepeiling door het bedrijf M&R Consultores, bekendgemaakt in mei, kijkt 77 procent van de bevolking positief naar hem en is 63 procent van plan op hem te stemmen.

‘De laatste vijftien jaar hebben meerdere Latijns-Amerikaanse presidenten komaf gemaakt met de mythe die voor politicologen bijna een wetmatigheid was geworden, dat een president begint met hoge waarderingscijfers en op het einde geen waardering meer krijgt’, zegt Raúl Obregón, directeur van M&R.

Verdeelde rechterzijde

Dat dit ook voor Ortega geldt, heeft meerdere oorzaken, zegt Obregón. Eerst en vooral zijn de mensen niet langer bang dat er met winst van FSLN weer oorlog zou komen, een argument dat de oppositie in 1990, 1996 en 2001 vaak heeft gebruikt.

Ortega heeft het economisch ook goed gedaan, wat door nationale en internationale instellingen wordt erkend. Dat ging bovendien vergezeld van sociale projecten die de armoede indijkten.

De rechterzijde, die van 1990 tot 2007 bestuurde, is intern verdeeld en de bevolking lust het rechtse discours minder. ‘Ze hebben het niet over de problemen en behoeften van de bevolking, ze hebben het over politiek. Terwijl de mensen voorstellen willen horen om hun problemen — werkloosheid en levensduurte — op te lossen’, benadrukt Obregón.

Weinig transparant

De oppositie beschuldigt Ortega ervan wetten en instellingen te manipuleren om voldoende stemmen te halen. Ze zegt dat er bij de lokale verkiezingen van 2008 en de algemene verkiezingen van 2011 gefraudeerd is. Waarnemers van het Amerikaanse Carter Center en de Europese Unie noemden die verkiezingen ‘weinig transparant’.

Voor de nieuwe verkiezingen hebben verscheidene organisaties en bedrijven meer transparantie gevraagd. Maar in mei verbood Ortega het toezicht door binnen- en buitenlandse waarnemers.

Bezorgdheid van OAS

Luis Almagro, de secretaris-generaal van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS), uitte al zijn bezorgdheid over Ortega’s electorale manoeuvres.

Hoe het nu verder moet, zal volgens socioloog Humberto Meza vooral afhangen van ‘de capaciteit van de oppositie om het kiessysteem te destabiliseren.’

‘Nicaragua is een gepolariseerd land, waarin veel mensen hun kritiek niet uiten uit angst voor de reactie van de overheid.’ Nooit eerder sinds 1990 was het verkiezingsproces zo precair, zegt hij.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

randomness