Vrijhandelsakkoord tussen EU en Vietnam

Vietnam, communistisch land met verdraaid commerciële geest

Russisch parlement (CC0)

De 25 e bijeenkomst van de Asia-Pacific Economic Cooperation (APEC) in Danang, Vietnam, in 2017. “De Vietnamese ondernemersmentaliteit verklaart waarom ze er totaal geen problemen mee hebben om handel te drijven met de Verenigde Staten, hoewel de Amerikanen hier veertig jaar geleden nog een oorlog uitvochten.”

Vietnam groeide in dertig jaar uit van één van de armste landen ter wereld tot een van de snelst groeiende economieën in Zuidoost-Azië. Het land wordt geleid door een communistische partij, maar het ondernemen zit de Vietnamezen in het bloed. Dat is ook de EU opgevallen: die staat op het punt een belangrijk vrijhandelsakkoord af te sluiten met Hanoi.

“Je zou dat het Chinese model kunnen noemen”, zegt Wouter Vanhees, Vlaams economisch vertegenwoordiger voor Flanders Investment & Trade (FIT) in Hanoi. “De economische hervormingen hebben welvaart gebracht in China. De Vietnamezen hebben zich daar op geïnspireerd. Al mag je dat hier niet te luid zeggen, want de geopolitieke relatie tussen China en Vietnam is zeer complex”.

Economische verjonging

In 1986 nam de Vietnamese overheid de gedurfde beslissing om een vrijemarkteconomie te introduceren. De zogenaamde Doi Moi of ‘economische verjonging’ moest vooral buitenlandse investeerders aantrekken.

Er is de ambitieuze doelstelling om tegen 2020 één miljoen privé-ondernemingen te registreren. Vorig jaar stond de teller nog op 500.000.

En dat is meer dan gelukt. Vorig jaar stegen de Directe Buitenlandse Investeringen nog tot bijna 20 miljard dollar. De centen komen vooral uit Zuid-Korea en Japan.

Omdat een grote afhankelijkheid van buitenlandse geldschieters niet zonder risico’s is, stimuleert de overheid de Vietnamezen ook om zelf te ondernemen.

Er is de ambitieuze doelstelling om tegen 2020 één miljoen privé-ondernemingen te registreren. Vorig jaar stond de teller nog op 500.000.

“Vietnamese KMO’s worden vooral gestimuleerd om kwalitatievere producten af te leveren en meer aandacht te besteden aan marketing en branding zodat ze beter ingeschakeld kunnen worden in de global value chain”, zegt Wouter Vanhees.

Succesvolle hervorming

De belangrijkste rem op de economische groei is het gebrek aan transparantie, volgens Hoàng Trọng Nghĩa. Hij is businessreporter voor de Vietnamese zender VITV én hij startte zelf een logistiek bedrijf op.

Op 25 jaar tijd is de armoede in Vietnam met de helft afgenomen. Het zijn resultaten die in sommige buurlanden alleen maar jaloezie opwekken.

“De registratieprocedures zijn nog steeds omslachtig. Ondernemingen moeten ambtenaren vaak omkopen. En we betalen meer belastingen dan in sommige andere landen in de regio. Dat maakt ons minder concurrentieel”.

Al geeft hij wel toe dat de overheid veel inspanningen levert.

Dat de Doi Moi gewerkt heeft, zie je ook aan het armoedecijfer. Dat is in Vietnam is teruggedrongen van 58% in het begin jaren 1990 tot net onder de 10 procent in 2016. Het zijn resultaten die in sommige buurlanden alleen maar jaloezie opwekken. In Cambodja bijvoorbeeld wordt met veel afgunst naar Vietnam gekeken, al heeft dat ook historische redenen.

Cashew-noten

“Ga hier maar eens naar de winkel, hoeveel producten liggen er niet in de rekken die van de jou-un komen”, klaagt Sona Keo, die met opzet het denigrerende woord voor Vietnamezen gebruikt.

Keo woont in Ratanakiri, een plattelandsprovincie in het noordoosten van Cambodja, vlakbij de grens met Vietnam. Veel boeren verbouwen cashew-noten, maar de prijzen voor hun oogst zijn gekelderd op de markt.

En dan komt de commerciële geest van de Vietnamezen boven water. De cashew noten uit Cambodja worden goedkoop en in bulk ingekocht, bewerkt en herverpakt in Vietnam en dan veel duurder opnieuw verkocht.

Volgens cijfers van de Vietnamese Cashew Association wordt voor ruwe noten maximaal 2 dollar (1,78 euro) per kilogram betaald, terwijl bewerkte exemplaren de deur uit gaan voor 17 dollar (15,11 euro) per kilogram.

Kapitalistisch denken

“De Vietnamezen kijken alleen vooruit, nooit achterom”, is een verklaring voor die Vietnamese ondernemersmentaliteit volgens Kristof Claes. Hij werkt voor Brandpartner, dat Europese huishoudtoestellen verdeelt op de Vietnamese markt.

Maar liefst 95% van de ondervraagde Vietnamzen gaf aan onvoorwaardelijk te geloven in de principes van de vrije markt. Geen enkel ander land haalde zo’n hoog cijfer, zelfs de VS niet.

“Die houding verklaart ook waarom ze er totaal geen problemen mee hebben om handel te drijven met de Verenigde Staten, hoewel de Amerikanen hier veertig jaar geleden nog een oorlog uitvochten”.

Dat kapitalistisch denken bleek ook uit een studie van het Pew Research Center, een onafhankelijk Amerikaanse onderzoeksbureau. In 2015 werd in 45 landen gepeild naar het geloof in de economische toekomst. Maar liefst 95% van de ondervraagde Vietnamzen gaf aan onvoorwaardelijk te geloven in de principes van de vrije markt. Geen enkel ander land haalde zo’n hoog cijfer, zelfs de VS niet - waar slechts 70% van de respondenten een liberale economie als beste model naar voor schoof.

Vrijhandelsakkoorden

En Vietnam doet meer dan ondernemers stimuleren. Hanoi is ook kampioen in het afsluiten vanvrijhandelsakkoorden.

Het sloot zich in 1995 aan bij de Associatie van Zuidoost-Aziatische staten (ASEAN), tekende in 2000 een handelsovereenkomst met de VS en trad in 2007 toe tot de Wereldhandelsorganisatie (WTO).

Dankzij deze akkoorden werden de invoer- en uitvoerrechten verlaagd en dat stimuleerde de groei. Maar het koninginnestuk moest nog komen: een vrijhandelsovereenkomst met de Europese Unie. Daarin staat dat bijna alle taksen de komende tien jaar afgebouwd worden - in de twee richtingen.

De Vietnamese ondernemer Hoàng Trọng Nghĩa begrijpt uiteraard de voordelen van deze overeenkomst voor zijn land, maar ziet toch ook veel uitdagingen. “De vraag is of onze bedrijven klaar zijn om de toenemende concurrentiedruk aan te kunnen die dit akkoord met zich zal meebrengen”. Hij beseft dat Europa erg hoge kwaliteitseisen zal stellen, die misschien niet altijd ingelost kunnen worden.

Geen kritiek op de overheid

Het nieuw verkozen Europese parlement moet zich dit najaar nog over het akkoord uitspreken, waardoor het ten vroegste in 2020 in werking kan treden.

Nochtans is de tekst al een tijd klaar. Dat de goedkeuring op zich laat wachten, heeft te maken met Europese kritiek op de vrije meningsuiting in Vietnam.

De communistische partij houdt het land nog steeds stevig in de greep, ondanks alle geloof in vrije markt en ondernemen.

Sinds begin dit jaar is er een nieuwe cyberwet van kracht die de overheid de mogelijkheid geeft om critici te controleren of op te sporen.

De blogger Truong Duy Nhat, die eerder al in de gevangenis had gezeten na kritische uitlatingen, is begin dit jaar van de radar verdwenen. Mensenrechtenorganisaties vrezen dat hij ontvoerd is. En hij is niet de enige dissident die ‘verdwenen’ is of opgepakt.

Het verhaal toont aan dat de communistische partij het land nog steeds stevig in de greep houdt, ondanks alle geloof in vrije markt en ondernemen.

Vietnamezen lijken die tweespalt te aanvaarden zolang het economisch goed gaat.
“Op dit moment is er een jaarlijkse groei van 7 procent, wat enorm is”, zegt Wouter Vanhees van FIT. “De vraag is of er méér kritiek op het beleid zou komen, mocht die motor beginnen te sputteren”.

Handelsconflict

Een mogelijk obstakel is de aanslepende handelsoorlog tussen de Verenigde Staten en China.
Vietnam zit op een erg ongelukkige manier tussen die twee grootmachten in, want het heeft China nodig als zakenpartner.

Maar tegelijk zoekt Hanoi steun bij de VS in het conflict over de eilanden die Peking claimt in de Zuid-Chinese zee.

Pittig detail: in Vietnam spreken ze over ‘de Oostzee’. Dat lijkt een futiele semantische discussie, maar ze geeft wel aan hoe gevoelig deze kwestie ligt.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Positief verhaal

Onzekerheid is nooit goed voor een economie. “Het ergste wat kan gebeuren, is dat onze exportmarkt hierdoor getroffen wordt”, zegt Hoàng Trọng Nghĩa, “want die is cruciaal voor Vietnam”.
Maar in het algemeen ziet hij de toekomst positief tegemoet.

De handelsoorlog zou op termijn zelfs in het voordeel van Vietnam kunnen uitdraaien, denkt Wouter Vanhees.

“Internationale bedrijven zullen niet meteen weg trekken uit China, maar kijken voor bijkomende investeringen misschien toch uit naar een ander land. En dan ligt de keuze voor Vietnam voor de hand”.

“Ik denk dat de economische groei en het positieve verhaal zoals we het nu kennen, nog een aantal jaar zal aanhouden”, besluit Vanhees.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift