De erfenis van dertig jaar al-Bashir: gezondheidszorg uitgehold, geen medische zorg beschikbaar

Coronacrisis is ultieme test voor Soedanese overgangsregering

Tom Claes

In plaats van te investeren in de gezondheidszorg sluisde het regime van oud-president al-Bashir bijna driekwart van het overheidsbudget door naar het leger en de veiligheidsdiensten.

Met de val van president Omar al-Bashir kwam vorig jaar een einde aan bijna dertig jaar dictatuur in Soedan. Een overgangsregering van burgers én militairen moet het Afrikaanse land weer op de rails krijgen, maar dat gaat vooralsnog niet zonder slag of stoot. Met het uitbreken van de coronacrisis stevent het straatarme land af op een humanitaire ramp.

Ook de meeste Afrikaanse landen nemen maatregelen om de verspreiding van COVID-19 in te dammen. In Soedan heeft de regering in allerijl een noodsituatie afgekondigd: ze stelde een avondklok in en deed alle landsgrenzen, luchthavens, scholen en cafés op slot. Er geldt een verbod op samenkomsten. Economische topconferenties waarmee de regering nieuwe geldschieters hoopte aan te trekken, zijn tot nader order uitgesteld.

Hoezeer de maatregelen ook nodig zijn, toch lijken ze niet altijd even haalbaar. Een groot deel van de Soedanese bevolking leeft in abjecte armoede of verricht informeel werk op bomvolle markten en straten. Een marktkramer die niet kan gaan werken, kan ‘s avonds geen brood op tafel zetten. Ontelbare gezinnen die het al erg moeilijk hadden om het hoofd boven water te houden, dreigen nu nóg dieper weg te zakken.

In plaats van te investeren in de gezondheidszorg sluisde het regime van al-Bashir bijna driekwart van het overheidsbudget door naar leger en veiligheidsdiensten.

Tot dusver telt Soedan slechts tien bevestigde besmettingsgevallen van COVID-19. Twee van de getroffen mensen zijn intussen gestorven. Voor een land met 44 miljoen inwoners is dat een peulschil, zou je denken.

Toch waarschuwen medisch experts dat dit cijfer de komende weken fors zal stijgen. Bovendien wordt het aantal besmettingen allicht nu al onderschat: Soedan heeft nauwelijks testapparatuur en efficiënte quarantaineruimtes zijn erg moeilijk in te richten.

De erfenis van al-Bashirs regime: ingestorte gezondheidszorg

Zoals de meeste landen in de regio is Soedan niet voorzien op een crisis van deze omvang. De schokkende toestanden in Italië of Spanje zijn zelfs los van het coronavirus dagelijkse kost. Er is een acuut gebrek aan geld, infrastructuur, medicijnen en gekwalificeerd personeel. Per duizend mensen telt het land minder dan zeven artsen en maar een klein aantal patiënten heeft iets wat kan doorgaan als ‘ziektekostenverzekering’.

Tijdens zijn dertigjarige bewind hebben Omar al-Bashir (de president die vorig jaar naar de uitgang werd gedreven) en zijn eliteclub de gezondheidszorg volledig uitgehold. Ze privatiseerden de gezondheidssector en besteedden hem uit aan hun eigen corrupte bedrijfjes. Dokters of directeurs die niet tot dat clubje behoorden, werden zonder duidelijke aanleiding ontslagen of vervangen. Sommigen werden opgepakt of gemarteld. In het ergste geval bekochten ze het met hun leven. Wie wel nauwe banden had met de partijtop, rekende zich rijk met vage registratiekosten, schommelende tarieven of buitensporige prijzen voor medicijnen.

In plaats van te investeren in de gezondheidszorg sluisde het regime van al-Bashir bijna driekwart van het overheidsbudget door naar het leger en de veiligheidsdiensten. Dat geld was nodig, zo meende de president, om de interne conflicten te financieren, zoals die in Darfoer, de Noebabergen en de Blauwe Nijlregio.

Door die conflicten zijn miljoenen Soedanezen ontheemd geraakt. Zij vinden nauwelijks toegang tot de gezondheidszorg. Wie in de perifere gebieden woont, moet vaak dagenlang reizen voor een medische behandeling. Maar zelfs voor de inwoners van de hoofdstad Khartoem, waar de meeste voorzieningen zijn, is medische hulp erg moeilijk te verkrijgen.

Volk heeft geen spaargeld, regering evenmin

Nu het openbare leven door het nieuwe coronavirus volledig stil dreigt te vallen, deelt de economie in de klappen. De inflatie, die sowieso al hoge toppen scheerde, neemt nu nog sneller toe. Vorige maand was een Amerikaanse dollar op de zwarte markt nog 107 Soedanese pond (SDG) waard, een paar dagen geleden was dat gestegen naar 134 SDG. Soedan heeft die buitenlandse valuta (vooral dollars) nochtans hard nodig, want de meeste medicijnen moeten worden geïmporteerd, net als brandstof en voedsel.

De voorbije weken schoten de prijzen van levensmiddelen overal de hoogte in. Verkopers spelen handig in op de onrust en verdubbelen inderhaast nog hun prijzen. Mondmaskers en ander medisch materiaal voor de bescherming van het virus gaan voor het tienvoud van de normale prijs over de toonbank. Voor burgers die het al niet te breed hadden en niet kunnen terugvallen op een financieel vangnet, is zo’n investering ondenkbaar.

De Chinese regering wil voor een stuk tegemoet komen aan de noden van het volk en doneert nu 50 beademingstoestellen en 400.000 mondmaskers. Maar met miljoenen ontheemden die dicht op elkaar leven in tentenkampen lijkt de hulp uit Peking een druppel op een hete plaat. De vraag is bovendien of de hulpgoederen hun weg zullen vinden naar de mensen die ze het meest nodig hebben.

Ondanks verwoede pogingen van eerste minister Abdalla Hamdok om de economie weer aan de praat te krijgen, zoals herstructurering van de budgetten of hervorming van de tot nog toe erg corrupte goudsector, wil de motor niet starten. Eind vorig jaar gaf hij toe dat er ongeveer zeven miljard euro aan buitenlandse steun nodig is om het land financieel gezond te krijgen. Dat geld hoopte hij te halen bij de Golfstaten en internationale kredietinstellingen.

Met het uitbreken van de coronacrisis is dat wishful thinking. De regering van Saoedi-Arabië maakte onlangs 120 miljard Saoedische riyals (ongeveer 29,5 miljard euro) vrij om haar eigen economie te ondersteunen. Die is zwaar getroffen door de dubbele klap van het coronavirus en de dramatisch lage olieprijzen. Het is maar de vraag of de Saoedi’s bereid zullen zijn om in deze moeilijke omstandigheden extra geld te investeren in Soedan. Daar komt nog bij dat Khartoem onlangs nog gesprekken aanknoopte met Israël, de regionale rivaal van Riyad.

Internationale kredietverstrekkers, zoals het IMF of de Wereldbank, zouden de torenhoge schulden kunnen kwijtschelden, maar ook dat is makkelijker gezegd dan gedaan. In de jaren negentig bood Soedan onder meer onderdak aan Osama bin Laden, en steunde het moslimstrijders in Libië en de buurlanden Ethiopië, Eritrea en Somalië. Het leverde Soedan niet alleen de status op van internationale paria, maar ook een hoop sancties van de Verenigde Staten. Hoewel die sancties de voorbije jaren versoepeld zijn, is een aantal nog steeds van kracht.

Premier probeert oplossingen te zoeken

Zullen de soldaten de maatregelen handhaven met zachte hand of met kogels en matrakken?

Met het coronavirus neemt de druk op eerste minister Abdalla Hamdok toe. In de eerste plaats zal hij met oplossingen moeten komen om de verspreiding van de epidemie tegen te gaan. Anders dreigt een humanitaire ramp. Tegelijk moet hij erover waken dat de nieuw verworven vrijheden en burgerrechten waarvoor de miljoenen Soedanezen maandenlang hebben gedemonstreerd, niet in het gedrang komen.

Wat Hamdoks positie nog moeilijker maakt, is dat hij de leiding over Soedan deelt met de militaire elite. En het is niet ondenkbaar dat die, nu de noodtoestand is afgekondigd, haar kans ruikt om de macht nog meer naar zich toe te trekken. Als de epidemie uit de hand loopt en het land in lockdown moet, zullen er allicht meer manschappen nodig zijn om die af te dwingen.

In het verleden is al meermaals gebleken hoe moeilijk de troepen in het gareel zijn te houden. Nog steeds wachten de Soedanezen op gerechtigheid voor de aanhoudende wanpraktijken in Darfoer of het bloedbad van juni 2019, toen soldaten meer dan 130 demonstranten afslachtten in Khartoem. Zullen ze maatregelen zoals een veilige afstand houden handhaven met zachte hand of met kogels en matrakken?

Het mag dus niet verbazen dat de militaire aanwezigheid in Hamdoks regering bij veel burgers voor argwaan en frustratie zorgt. De premier werd door het volk voorgedragen en belichaamt de hoop op verandering, maar het leger wordt doorgaans geassocieerd met het oude regime van al-Bashir en dus met genocide, economische malaise en religieus fanatisme.

De militaire elite slaapt op zakken geld, maar premier Hamdok moet het geld voor de coronacrisis bij het volk gaan zoeken.

Hamdok mag dan te goeder trouw zijn, hij bevindt zich in een krachtveld van tegengestelde belangen. De Soedanese premier overleefde begin maart een ‘terreuraanslag’ met een autobom. De daders zijn nog niet gevonden, laat staan de opdrachtgevers. Wat vaststaat, is dat hij ook binnen zijn regering vijanden heeft.

De voorbije maanden heeft Hamdok zich niet populair gemaakt bij de generaals. De militaire top ervaart zijn pogingen om het land weer financieel gezond te maken als een bedreiging. Want ook na de val van al-Bashir is het grote kapitaal nog in handen van het leger, paramilitaire groepen, mediamagnaten en zakenlui die de banden met het oude regime en de politieke islam nog niet helemaal hebben doorgeknipt.

De ironie van de zaak: de militaire elite slaapt op zakken geld, maar intussen ziet premier Hamdok zich genoodzaakt het geld dat nodig is om de coronacrisis te bezweren, bij het volk te zoeken. Dat gebeurt met een online campagne, #StandforSudan (القومه_للسودان#). Maar als die campagne al een aanzienlijk bedrag zou ophalen, zal dat geld dan op de juiste plek terechtkomen?

Het is wachten tot de internationale gemeenschap hier haar verantwoordelijkheid opneemt, maar het lijkt voorlopig ieder voor zich. Ook al is dit een wereldwijde crisis en is internationale solidariteit meer dan ooit nodig. Desnoods uit eigenbelang.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2643   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Freelance journalist

    Tom Claes is redacteur en freelancejournalist. Hij volgt de ontwikkelingen in de Hoorn van Afrika en focust in het bijzonder op de thema’s identiteit, migratie en ongelijkheid.