Strijd om Afrikaanse wietdollars losgebarsten

Ministaatje Lesotho wordt cannabis-grootmacht

© Arne Gillis

Durban Poison?’ Het zijn de enige Engelse woorden die de chief van het dorpje kent.

‘Dat kweken wij hier, in deze vallei. Het is het kruim van onze oogst. Hier noemen we het matekoane’, vertaalt iemand.

De legendarische wietsoort, genoemd naar de Zuid-Afrikaanse havenstad die op zeshonderd kilometer afstand ligt, blijkt hier gewoon om de hoek te groeien.

De chief staat erbij en glimlacht. Zijn bescheidenheid is tekenend voor het kleine Lesotho, dat volledig door de grote buur Zuid-Afrika wordt ingesloten. Wetenschappers schatten dat Lesotho zo’n 70 procent van de illegale wiet voorziet op de Zuid-Afrikaanse markt.

In Durban zelf is de hoeveelheid merchandise niet meer bij te houden. Petjes, t-shirts, hoodies, tot zelfs bier en honing – allemaal getooid met het merk: ‘Durban Poison’. De marketingmachine in het buurland mag dan met de prijzen gaan lopen, de bakermat van zoveel genot ligt hier, in de vruchtbare valleien van West-Lesotho.

Het lijkt wat op de ingehouden trots van de West-Vlaamse boer die in alle bescheidenheid patatten kweekt

Het lijkt wat op de ingehouden trots van de West-Vlaamse boer die in alle bescheidenheid patatten kweekt om er voor de rest van de wereld french fries van te laten maken. Maar dan hoogst illegaal. ‘Wat wij doen, is verboden’, bevestigt de traditionele chief, die niet wil weten van een naamsvermelding.

We bevinden ons in de ruime omgeving van Mapoteng, maar zelfs de naam van zijn dorp wil hij liever niet vermeld zien. ‘We kunnen kweken, maar alleen omdat de politie hier niet komt.’ Mochten ze dat toch willen doen, dan staat hen vanuit Mapoteng een uur per 4x4 over een helse baan vol putten en kuilen te wachten.

‘Zolang de politie zich gerespecteerd voelt, vallen ze je niet lastig voor wat plantjes’, klinkt het in het dorp. ‘Ach, een groot deel van de politie kweekt zelf wiet, aan het zicht onttrokken, in hun tuintjes in de hoofdstad’, lacht de vertaler. De inwoners van het dorp doen er minder olijk over. Een deel van de oogst moeten afstaan na een politie-inval brengt zware economische schade toe aan het dorp.

Nochtans komt een groter gevaar van andere burgers. ‘Je hebt altijd idioten die denken dat ze slim zijn’, zegt de chief. Hij doelt op buitenstaanders die net voor de oogst hun slag willen slaan. ‘Er zijn mensen die zich daarom bewapenen in ons dorp’, geeft hij toe.

© Arne Gillis

Rottende oogst

Het is juni, en de winter staat voor de deur in het zuidelijk halfrond. De oogst is grotendeels binnengehaald. Slechts enkele perceeltjes zijn nog begroeid. De gewassen die daar nog staan, staan te rotten op het veld.

‘De eigenaars van die veldjes zijn naar Zuid-Afrika vertrokken om te gaan werken’, klinkt het. En van andermans wietvelden blijf je af – met zoveel respect wordt dat hier behandeld. Dat geldt ook voor mij: fotograferen mag, maar ik mag niet dichter naderen dan een uitgestoken armlengte.`

Maar dat er een link is met de opkomst van andere drugs in Zuid-Afrika, zoals cocaïne, is zeer waarschijnlijk.

Dat de wiet op de velden staat weg te rotten, is een recenter fenomeen. ‘Ik merk op dat we sinds enkele jaren minder matekoane verkopen’, zegt een inwoner van het dorpje. Hoe dat komt, weet de man niet. Maar dat er een link is met de opkomst van andere drugs in Zuid-Afrika, zoals cocaïne, is zeer waarschijnlijk.

Bovendien daalt de prijs van wat deze mensen weten te verkopen. ‘In Zuid-Afrika beseffen ze maar al te goed dat wij afhankelijk zijn van onze matekoane. Waar we vroeger 2000 rand (120 euro) kregen voor een bepaalde hoeveelheid, zeggen de smokkelaars dat ze nog maar 500 rand kunnen geven. We hebben geen keuze. We nemen hun geld aan en keren terug naar ons dorp.’

En zo wordt het weer aanlokkelijker om, net zoals vroeger, in het grote buurland te gaan werken – in de mijnen of elders. Het verklaart in ieder geval ook waarom er zoveel vrouwen rondlopen in de dorpen die we voorbij rijden.

Ondanks alles blijft deze gemeenschap in hoge mate afhankelijk van de wietteelt. Dat wordt pas goed duidelijk nu de oogst binnen is. Stapels geoogste takken liggen op de grond, en overal in het dorp zijn groepjes mensen in de weer om de bloemen eraf te knippen. Die verdwijnen eerst in grote manden, waarop ze per vijf kilo in zwarte plastic samengetapet worden.

In de zomer staan de valleien hier vol. ‘Wij planten hier en ginder nog wel wat mais of sorghum’, wijst een inwoner. ‘Maar aan de overkant van de bergen zie je alleen maar marihuana. Marihuana, zover het oog reikt’, lacht de man. Hij teelt al sinds 1968, en rookt elke dag van zijn product, dat hij uitspreekt als ‘mariezjuana’. Hij is een van de weinigen die zelf rookt.

Ter afscheid krijgen we van de chief een plastic zak stampvol Durban Poison. En oh ja, of we even een lift kunnen geven richting Mapoteng? Even later gooit hij twee zwarte, met plaklint ingetapete pakketten de laadbak in. Goed voor tien kilo van de fijnste rookwaren, bestemd voor verkoop in Mapoteng. Vandaar gaat het via tussenpersonen met pick-ups en ezeltjes naar de grens met Zuid-Afrika.

Is het een wetenschappelijke wet? Hoe verder van de ogen van de politie, hoe meer wiet er geteeld wordt voor die onverzadigbare Zuid-Afrikaanse markt. Een nulpunt is er echter niet – soms wordt het zo opzichtig dat het op regelrechte provocatie begint te lijken. Onderweg naar de hoofdstad rijden we langs wat lijkt op een maïsveld. De eerste paar rijen zijn inderdaad maïs. Daarachter prijken de restanten van een omvangrijke wietteelt.

© Arne Gillis

Cannabisreus

Toch is dit maar een peulschil in vergelijking met het geld en de middelen die omgaan in de medicinale cannabiswereld. Lesotho werd in 2016 het eerste Afrikaanse land dat een vergunning afleverde om medicinale cannabis te telen. Daarbij surfte het land op een wereldwijde trend: analsten gaan ervan uit dat de markt voor medicinale cannabis tegen 2025 150 miljard dollar waard zal zijn.

De eerste vergunning kwam in handen van het bedrijf Medigrow. ‘De wetgeving om in Lesotho legaal medicinale cannabis te kweken, bestaat al sinds 2008. Maar niemand had die wet eigenlijk goed gelezen’, grijnst bedrijfsleider Andre Bothma, een Lesothaan van Zuid-Afrikaanse origine.

Bothma zette zich aan het denken, en verkreeg in 2016 de toestemming om legaal medicinale cannabis te telen op Lesothaans grondgebied.

De man is gepokt en gemazeld in de Lesothaanse bedrijfswereld. Bothma’s vader, die als Zuid-Afrikaan naar het bergkoninkrijkje emigreerde, richtte LSP Construction op. Dat bouwbedrijf trok onder meer het grootste shoppingcentra van de hoofdstad Maseru op.

Hoe die opstartfase eruit ziet in de praktijk, is zonder meer impressionant.

‘We zijn bekend hier, we hebben ons netwerk’, zegt Bothma in zijn kantoor van de hoofdzetel van LSP Construction. Het is zondagochtend, acht uur. ‘Dat is noodzakelijk als je in de wietbusiness wilt gaan. Ik kan je vertellen dat – net zoals in elk pioniersklimaat – er sommige mensen heel veel geld gaan verdienen, en andere mensen heel veel geld gaan verliezen. Wij zijn de pioniers. Wij zijn voorbereid’, maakt Bothma zich sterk.

Zijn bedrijf Medigrow zit, drie jaar na het verkrijgen van de licentie, nog steeds in de opstartfase. Maar hoe die opstartfase eruit ziet in de praktijk, is zonder meer impressionant.

Vlakbij een onooglijk bergdorpje, bijna pal in het midden van het land, heeft Medigrow haar operaties gestart. Wie een handvol hippies verwacht in kleermakerszit rond metershoge wietplanten hangt eraan voor de moeite. Elke vierkante meter van deze operatie schreeuwt professionaliteit.

© Arne Gillis

‘Omdat we hier spreken over medicinale cannabis, moet ons product voldoen aan de strenge eisen van een farmaceutisch product’, vertelt François Ferreira, die me rondleidt over het terrein. ‘Elke stap in het proces wordt gecontroleerd en gecheckt op vervuiling en op alle andere mogelijke waarden.’

In de serres staan lange rijen wietplanten te dansen in de wind van grote ventilators. Witgroene bloemknoppen glinsteren in het licht van de lampen. De lucht is zwanger van de typische, zoete wietlucht.

De vrees voor vervuiling gaat enorm ver, en elke beslissing wordt erop afgesteld. De locatie van de serres? Op 2000 meter boven zeeniveau, in een regio waar nooit industriële vervuiling heeft plaatsgevonden. Het water is kraakhelder. In een straal van vijftig kilometer rond Medigrow’s locatie mag niet aan commerciële landbouw gedaan worden. De kleren van de werknemers worden elke dag gewassen. Elk product dat binnen- of buitengaat, heeft een vast circuit, aangeduid met kleuren op de vloer. Dichtbij de planten komen is eigenlijk verboden zonder handschoenen en haarnetje.

De laatste stap van de rondleiding leidt ons langs het pronkstuk van Medigrow: een industriëel vat van 300 liter dat dient om cannabisolie mee te maken. Ferreira lacht zijn tanden bloot. ‘Voor zover ik weet, is dit wereldwijd het grootste in zijn soort.’

Medigrow stelt nu al zo’n 750 mensen te werk, grotendeels afkomstig uit de regio’s rond de serres. Wanneer het bedrijf op volle kracht zal draaien – maal factor twintig qua oppervlakte – zullen er 3000 mensen werken. Ze krijgen per maand 2500 Maloti betaald (ongeveer 150 euro). Niet onaardig in deze achtergestelde regio van het op zich al verpauperde land.

‘Door regelmatige contacten met de traditionele chiefs zorgen we ervoor dat het sociale weefsel van de gemeenschappen intact blijft.’

Ik wil weten in welke mate Medigrow rekening heeft gehouden met de “vloek van het snelle geld”. Die vloek treft inwoners van arme gemeenschappen die plots geconfronteerd worden met meer geld dan ze gewoon zijn. Het resultaat laat zich niet zelden optekenen in alcoholisme, druggebruik, straatgevechten en prostitutie.

‘We zijn daar enorm beducht voor’, vertelt CEO Andre Bothma, terug in de hoofdstad. ‘We geven via speciaal daarvoor opgerichte comités de lokale gemeenschappen inspraak in onze activiteiten. We leiden ook echt mensen op en geven ze verantwoordelijkheid. Zo verwerven ze belangrijke skills.’

Een voorbeeld van die skills? ‘In deze regio beheersen maar bitter weinig mensen het Engels, nochtans één van de officiële landstalen. Wij hebben drie fulltime leraren Engels in dienst. We bouwen huizen, voorzien gezondheidszorg en scholing. En door regelmatige contacten met de traditionele chiefs zorgen we ervoor dat het sociale weefsel van de gemeenschappen intact blijft.’

Doorverkopen

Terug in de hoofdstad spreek ik af met Masello Sello, die als adviseur van het Ministerie van Volksgezondheid – de instantie die de licenties uitreikt – grote delen van de wietwet schreef.

‘Een licentie kost een half miljoen Maloti (zo’n dertig duizend euro).’ Dat lijkt veel, maar valt in het niets bij de andere voorwaarden die het ministerie oplegt. ‘Je moet beschikken over kapitaal – minstens vijftien miljoen Amerikaanse dollar. Dat is het strikte minimum om farmaceutische wiet te telen die aan alle voorwaarden voldoet’, zegt Sello.

© Arne Gillis

‘We hebben mensen gehad die een licentie kochten, maar bij nadere introspectie doorhadden dat ze niets te zoeken hadden in de medicinale wietteelt’, vertelt Sello. ‘Dit is niet voor iedereen weggelegd – het vergt kapitaal.’

Wie dat kapitaal bij nader inzien niet had – verkocht zijn licentie verder door op de zwarte markt. Het gerucht circuleert dat een Canadees bedrijf 30 miljoen dollar heeft betaald voor een licentie – een gerucht dat wordt bevestigd door Bothma.

Hieraan wil de regering paal en perk stellen. In de eerste plaats door in de wet een clausule op te nemen dat wie de licentie krijgt, ook zelf de teelt op zich moet nemen.

Desondanks blijven het enorme bedragen die circuleren in de medicinale wietteelt. De vraag dringt zich op welke Lesothaan zich daaraan wil wagen – laat staan, kan wagen. Zorgt de regering er wel voor dat de wietteelt, waar nu al honderden miljoenen dollars in omgaan, de lokale bevolking ten goede komt? Met andere woorden: wat zal het verschil zijn met de opbrengst van de diamanten – rijkbezaaid in de bodem van het hooggebergte, maar waarvan de opbrengst slechts een zeer beperkt aantal mensen ten goede kwam?

‘Je zou inderdaad kunnen zeggen dat medicinale marihuana de nieuwe diamant voor dit land is’

Sello: ‘Je zou inderdaad kunnen zeggen dat medicinale marihuana de nieuwe diamant voor dit land is. Er is wel één belangrijk verschil. De bedoeling is om in Lesotho zelf de volledige economische productieketen te beheersen. Van plant tot verpakte cannabisolie, of een ander eindproduct. Dat zal een enorme cyclus van werkgelegenheid op gang brengen die veel meer mensen ten goede zal komen.’

Bovendien heeft Sello in de wet voorzien dat twintig procent van de aandelen van cannabisbedrijven in handen moet zijn van Lesothanen. Daarmee moet worden vermeden dat de kaderleden met het grootste deel van het geld naar het buitenland trekken.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Rest de vraag: wat met de inwoners van het dorpje in het Maloti-gebergte, die al decennialang wiet telen? Sello is formeel. ‘Marihuana voor recreatief gebruik zal in dit land altijd illegaal blijven – zowel het gebruik zelf als de teelt. Degenen die zich in die valleien bezighouden met het telen van wiet zullen zich naar de wet moeten schikken.’

Van de wet lijken de dorpelingen in dat Maloti-gebergte zich vooralsnog weinig aan te trekken. Beduchter zijn de dorpelingen voor de komst van bedrijven zoals Medigrow. Heel gerust zijn ze er niet op. ‘We kennen ze niet. Hopelijk weten ze onze expertise in de cannabisteelt te appreciëren’, klinkt het voorzichtig.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

randomness