Dossier: 

Cubaanse dokters onmisbaar in arme Braziliaanse wijken

© Hans von Manteuffel

 

Het is 8 uur ‘s ochtends en de zon staat al hoog aan de hemel in Salgado, een kleine gemeente in de deelstaat Sergipe, in het noordoosten van Brazilië. Jaquelin Matos stapt in de auto van haar medische eenheid en begint haar dagelijks traject door de rurale zone van de gemeente. Samen met een chauffeur en een verpleegster trekken ze langs bescheiden huisjes en over landweggetjes door één van de meest arme regio’s van het land. Meer dan 57% van deze families leeft onder de armoedegrens.

De auto houdt halt bij Edjane Bastita, een jonge vrouw die vijf dagen geleden bevallen is van haar dochtertje Maria Isabel. Jaquelin staat de vrouw bij met raad en daad en deelt de maaltijd die haar aangeboden wordt. Ze is perfect geïntegreerd in de gemeenschap, enkel haar accent en de enkele grammaticale fouten verraden haar aankomst in dit land iets minder dan drie jaar geleden.

Ze is een van de 11.000 Cubaanse dokters die zich momenteel op Braziliaanse bodem bevinden en die zich bezig houden met het toedienen van zorg aan patiënten in zowel rurale als stedelijke achtergestelde gebieden in een land waar een enorme behoefte is aan dokters. Hun aanwezigheid is te danken aan een akkoord dat in 2013 tussen beide landen werd getekend in het kader van het programma “Mais médicos” (Meer dokters).

© Hans von Manteuffel

 

Hoewel er in de jaren 2000 heel wat sociale vooruitgang heeft plaatsgevonden in Brazilië - uitroeiing van honger, vermindering van armoede, creatie van werkgelegenheid- blijft het medische systeem één van de zwakke punten van het land. Dit akkoord moest voor een ommezwaai zorgen: duizenden Cubaanse huisartsen werden ingezet en de opleiding van dokters werd versneld.

‘De competentie van de Cubaanse artsen is wereldwijd gekend op het vlak van eerste zorg en we willen hiervan gebruik maken om onze gezondheidszorg en de opleiding van onze artsen te verbeteren’, zegt João Cavalcante, verantwoordelijke voor de begeleiding van de dokters in de deelstaat Sergipe. Het “Mais Médicos”-programma heeft tot een stijging van 29% van het aantal consultaties in de begunstigde gemeentes geleid.

Deze massale instroom van buitenlandse dokters lokte heel wat controverse uit. Enerzijds beschuldigde de oppositie de regering van Dilma Rousseff ervan het regime van Castro te financieren. De Cubaanse regering zou beslag leggen op het grootste deel van het salaris dat door Brazilië aan de Cubaanse dokters wordt gestort: van de 11.000 reais (ongeveer 2.800 euro) ontvangen de artsen slechts 2.900 reais (ongeveer 750 euro). Sommigen van deze artsen hebben dan ook een juridische procedure opgestart bij Braziliaanse rechtbanken om het gehele bedrag te eisen.

De Wereldgezondheidsorganisatie beschouwt de Cubaanse gezondheidszorg als “één van de beste ter wereld”

Bij lokale artsen is de kritiek niet minder hard. Volgens Dr. Florentino Cardoso, voorzitter van de Vereniging voor artsen in Brazilië, is het Mais Médicos-programma een verkiezingsstunt geweest. ‘Het is bedrieglijke propaganda voor de Cubaanse gezondheidszorg’, zegt hij. Niettemin beschouwt de Wereldgezondheidsorganisatie de Cubaanse gezondheidszorg wel als “één van de beste ter wereld”.

De samenwerking tussen Cuba en Brazilië op het vlak van gezondheidszorg is echter niet nieuw. In 1960 stuurde Cuba voor het eerst een medisch team naar het buitenland toen de stad Valdivia, in Chili, getroffen werd door een enorme aardbeving. In 1963 vroeg de Algerijnse regering, die net haar onafhankelijkheid had verkregen, hulp aan Cuba omwille van het massale vertrek van de aanwezige Franse artsen. Momenteel stuurt Cuba voornamelijk medische teams uit bij natuurrampen, zoals ook gebeurde na de grote aardbeving op Haïti in 2010.

© Hans von Manteuffel

 

Cuba heeft daarnaast ook akkoorden met een zestigtal landen voor basiszorg. In de armste landen, zoals Botswana, Equatoriaal-Guinea of Guatemala hoeft de ontvangende regering slechts te voorzien in werkplaatsen, huisvesting, voeding en een kleine vergoeding voor persoonlijke uitgaves (niet meer dan 200 USD per maand) te voorzien. In de rijkere landen, zoals Brazilië, zijn die diensten betalend: het gaat over 35 landen, waaronder Qatar en Saoedi-Arabië.

Het meest indrukwekkende akkoord is hetgeen met Venezuela werd afgesloten: voor het sturen van dokters ontvangt Cuba dagelijks 100.000 vaten olie.

Volgens de toenmalige minister van Economie, José Luis Rodríguez, hebben deze diensten tussen 2011 en 2015 voor Cuba een gemiddeld jaarinkomen van 11.543 miljoen dollar opgeleverd. Dit is voor de regering de belangrijkste bron van vreemde valuta, meer dan wat het toerisme in Cuba opbrengt. Het meest indrukwekkende akkoord is echter dat met Venezuela: voor het sturen van dokters ontvangt Cuba dagelijks 100.000 vaten olie.

Cubaanse dokters kunnen met dergelijke programma’s hun inkomsten gevoelig opkrikken. Dat is ook de reden waarom Jaquelin voor een tweede keer meedoet aan een buitenlandse missie. Ze bracht eerder al twee jaar door in Honduras. In Cuba verdiende ze slechts 50 pesos convertibles per maand, iets minder dan 50 euro. In Brazilië verdient ze 40 keer zo veel.

Het contract van Jaquelin loopt over enkele maanden ten einde. Ze neemt dan ook afscheid van haar patiënten. Aangekomen in Cabral gaat ze naar het huis van Joaquim Andrade. Deze man van 99 jaar is blind en komt nauwelijks nog van zijn stoel. Hij zegt niets, maar de tranen vloeien over zijn gezicht, wanneer hij het nieuws over Jaquelins terugkeer verneemt.

© Hans von Manteuffel

 

Jaquelin keert binnenkort terug naar Cuba om haar zoon te zien. Het Mais Médicos-programma, zoals ook de andere zorgprogramma’s in het buitenland, betekenen voor sommigen echter ook een kans om het land te ontvluchten en zich te vestigen in het buitenland, voornamelijk in de Verenigde Staten.

Yvonne, collega van Jaqueline, met wie ze eerst samenwerkte in Brazilië, greep die kans met beide handen aan. Een paar maanden voor het aflopen van haar contract besloot ze met haar zoon te vluchten. Ze had namelijk geen zicht op een verlenging van haar contract en nam haar zoon, die in Brazilië was voor een van de toegestane jaarlijkse bezoekjes, mee op haar vlucht. Niemand wist wat er gebeurd was totdat op Facebook de eerste foto’s verschenen van moeder en zoon in de Verenigde Staten.

In april van vorig jaar kondigde de Cubaanse regering aan het contingent van 700 artsen, dat een aantal artsen in Brazilië zouden moeten vervangen, niet uit te sturen. Een groot aantal van deze dokters hebben zich namelijk permanent in Brazilië gevestigd met de hulp van de Braziliaanse regering.

Op korte of middellange termijn lijkt de voortzetting van het programma echter niet in het gedrang te komen. Na de afzetting van Dilma Roussef dreigde de regering van Michel Temer, die erg kritisch staat tegenover het Castro-regime, er namelijk mee om het programma stop te zetten. Die had geen andere keus dan het te verlengen, gezien de enorme populariteit ervan in de ontvangende regio’s.

© Hans von Manteuffel

 

Dit project werd gefinancierd door European Journalism Centre via haar Innovation in Development Reporting Grant Programme.

Vertaald uit het Frans door Joris Versmissen

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift