Belgische baksteen, met de hand gemaakt en op sterven na dood

Het gevecht van de laatste steenbakkerijen

© Jazie Custers

De kleinste steenbakkerij van het land produceert jaarlijks zo’n 800.000 bakstenen. Amper de helft van wat een grote, industriële steenbakkerij op één dag gedaan krijgt.

Els Hove baggert met een vorklift door het slijk op het terrein van haar kleinbedrijf, een artisanale steenbakkerij — de kleinste van het land — in Ninove. Ze stelt amper een half dozijn mensen tewerk. Twee zijn er met leem en water de specie aan het bereiden die twee anderen met de hand in houten vormen persen. De handgevormde stenen worden onder lange afdaken gestapeld om te drogen.

Er zijn nóg twee mannen in de weer, in de tunnel van de lange ringoven. Ze stapelen honderden van die gedroogde stenen op elkaar, met kieren tussen de stapels. Al het andere werk doet Els zelf: vervoer, administratie en stoken.

© Jazie Custers

Els Hove doet wat ze kan om haar baksteenfabriekje in Ninove te redden.

Begin september ging boven de tunnel de stookinstallatie van de oven aan. Drie weken aan een stuk moet het vuur om de twintig minuten met steenkool gevoed worden. Het vuur blaast hete lucht in de ringoven. Tochtgaten in de wand zuigen de lucht door de stenen. ‘Als we bakken, dan ben ik elke dag 18 à 19 uur in de weer’, zegt Els Hove.

‘800.000 bakstenen in één jaar, dat is de helft van wat industriële baksteenmaker Vandersanden in Limburg in één dag doet’

Áls ze bakken, zegt ze. Voor zolang dat nog duurt. Els Hove is vooraan in de vijftig. Zes jaar geleden verloor ze plots haar man. Sindsdien trekt zij de steenbakkerij alleen.

Jaren geleden is het gewestplan anders ingekleurd, en haar bedrijf ligt nu in een bouwzone en is zonevreemd. In 2016 is haar vergunning vervallen. Ze heeft een afwijking moeten vragen. ‘Dat betekent: de procedure van voren af aan herbeginnen’.

Het was niet eens zeker of ze de ringoven deze maand mocht aansteken. Haar steenbakkerij, zegt Hove stellig, is nochtans met alles in orde. Omdat de oven maar enkele weken per jaar brandt, blijft de uitstoot van het fabriekje onder de toegelaten norm. De rook die door de hoge schoorsteen gaat, is volgens haar ook schoon genoeg.

Els Hove doet wat ze kan om het baksteenfabriekje te redden. Maar de administratie wil niet mee, net zomin als sommige naaste buren. Er zijn nieuwe mensen komen wonen. Die hebben geklaagd. ‘De oudere mensen,’ zegt Hove, ‘hebben altijd met de steenbakkerij geleefd, die hebben er geen last van.’

© Jazie Custers

Werknemers van de steenbakkerij in Ninove maken specie voor de bakstenen. Maar het aantal steenbakkerijen is sterk gedaald, terwijl de schaal van de bestaande bedrijven vergrootte.

Gegeerd voor restauraties

Met drie bakperioden per jaar produceert Els Hove jaarlijks zo’n 800.000 bakstenen. Ze maakt zelf de vergelijking met de grote industriële spelers: ‘800.000 bakstenen in één jaar, dat is de helft van wat baksteenmaker Vandersanden in Limburg in één dag doet’. De nummer één, de Oostenrijkse firma Wienerberger, heeft 11 productielocaties en 1100 werknemers in België.

Maar net zoals er meerdere soorten klei en leem in de Vlaamse bodem zitten, zijn er ook talrijke soorten bakstenen en andere keramische producten. De grote industriële ondernemingen maken hoofdzakelijk gevel- en bouwstenen, in uiteenlopende kleuren, met een standaardformaat. Maar de handgemaakte bakstenen kennen specifieke toepassingen.

Handgemaakte bakstenen zijn gegeerd voor de restauratie van historische woningen en gebouwen. De grote renovatiefirma’s, zoals Monument Vandekerckhove en Renotec, komen bij Els Hove inkopen. Hier kunnen ze desnoods bakstenen buiten formaat laten maken.

‘Het is niet meer van deze tijd’, geeft Els Hove toe, ‘maar wij maken nu eenmaal producten die een ander niet meer kan maken’. En, oh ironie: terwijl het Vlaams Gewest een vergunning weigert, stuurt het Vlaams Agentschap Onroerend Erfgoed (ook bekend als Monumenten & Landschappen) de renovatiefirma’s soms door naar de Ninoofse steenbakkerij.

De zoon en ‘twee bejaarden’

Vier kilometer verderop, in Haaltert, is nog een andere artisanale steenbakkerij actief, van de firma Van den Broeck. De vroegere eigenaar Alfons Van den Broeck (83) is zich net aan het omkleden om thuis te gaan eten. Hij leerde de stiel van zijn grootvader Alfons en zijn vader Emiel en liet het bedrijf over aan zoon Danny.

‘De vergunningen, milieunormen, buren en personeelskosten doen de kleine steenbakkerijen de das om.’

Els Hove laat leem tegenwoordig aanvoeren, maar bij Van den Broeck graven ze wel nog zelf leem af uit putten op het bedrijfsterrein. Een ander verschil is dat ze hier de bakstenen vormen met een kleine rotatiemachine en dat ze ze, eenmaal in de buitenlucht gedroogd, afvoeren om elders te laten bakken.

Met zijn drieën — zoon Danny en ‘twee bejaarden’ — produceren ze elk jaar ongeveer een miljoen bakstenen, ‘terwijl we indertijd vier mensen in dienst hadden en acht mannen extra nodig hadden wanneer we onze oven aanstaken’. Die acht trokken van de ene steenbakkerij naar de andere. Zo ging dat toen.

Maar, zegt Alfons, de vergunningen, de milieunormen, de buren, de kosten van het personeel doen de kleine steenbakkerijen de das om.

Minder klei, meer marktaandeel

Blijven over: de groten. In de Rupelstreek (provincie Antwerpen) waren er rond 1900 ongeveer 150 steenbakkerijen. Als je er vroeger uit je raam keek, zag je gegarandeerd een veldoven waar stenen gebakken werden.

‘Elke gemeente had een eigen formaat’, weet Paul De Niel, conservator van het Ecomuseum en Archief van de Boomse Baksteen (EMABB). De kleine, artisanale bedrijven hebben reden van bestaan, vindt De Niel. Maar ook hij ziet hoe de concentratie haar gang gaat: investeerders en grote ondernemingen kopen de kleintjes op en vergroten hun marktaandeel, in Vlaanderen en internationaal.

Bij de Belgische baksteenfederatie zijn nu twaalf ondernemingen aangesloten. Tel er nog enkele niet-leden bij, en dat is het. Terwijl er in 1947, toen de federatie ontstond, nog meer dan 800 lokale steenbakkerijen waren. ‘In het jaar 2000 waren nog 35 vestigingen actief. Dat is geëvolueerd naar 22 productievestigingen in 2019’, schrijft Kristin Aerts van de federatie.

Het aantal steenbakkerijen is volgens haar zo sterk gedaald ‘door de crisis in de jaren 1980’ en door de investeringen die rond de eeuwwisseling nodig waren om de luchtemissies te beperken of compenseren. Al blijft de emissieregel soepel, laks zelfs, zo hoor je hier en daar.

© Jazie Custers

Bakstenen manueel vormgeven in houten persen, stapelen om te drogen en vervolgens te bakken in de ringoven: ‘Het is niet meer van deze tijd, maar wij maken producten die een ander niet meer kan maken.’

Tegenover die daling stond een schaalvergroting, met minder maar wel grotere ondernemingen. Vorig jaar produceerde de sector in zijn geheel 2,6 miljoen ton bakstenen (zo’n 700.000 ton meer dan in 1985). Daarmee zit de sector aan zijn plafond. De Belgische markt is verzadigd. Willen de ondernemingen groeien — en dat willen ze — dan moeten ze in de buurlanden marktaandeel winnen, vooral in Nederland.

Hebben de kleinste steenbakkerijen een kans om te overleven? Moeten ze nog in leven gehouden worden? Jaar na jaar wordt in Vlaanderen minder klei en leem gewonnen, althans volgens de laatst beschikbare cijfers.

Volgens het Tweede Algemeen Oppervlaktedelfstoffenplan van 2014 moet er geen bijkomend ontginningsgebied gecreëerd worden. Wanneer Els Hove hoort hoe Wallonië een firma als Lhoist tegemoetkomt (met sterke politieke steun, reageert ze: ‘In Wallonië had ik al lang een nieuwe vergunning gehad.’ Ze zegt het met de moed der wanhoop.

Zelf de fiets op naar de steenbakkerij van Ninove?

  • Start: aan het station van Ninove
  • Afstand: 13 kilometer

Vanaf het station maakt deze fietsroute een lus naar buurgemeente Denderhoutem in het noorden en terug. Steenbakkerij Hove ligt aan de Lindendreef. Die gaat over in de Lindenstraat, die op haar beurt door de Diepe Straten (landbouwgebied met enkele mooie holle wegen) leidt, richting Borrekent en de steenbakkerij Van den Broeck. Vandaar over de steenweg terug naar Ninove.

Dit traject volgt deels de toeristische Jozef De Brouwerroute en de Patrijs WOII-route.

©️ Raf Custers

 

Meer info

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Schrijver, journalist en onderzoeker

    Raf Custers is onderzoeker bij Gresea (Groupe de Recherche pour une Stratégie Economique Alternative). In 2013 publiceerde hij het boek Grondstoffenjagers.