De cruciale rol van OKAN-onderwijs

OKAN-leerkracht: ‘Een open houding en respect zijn broodnodige eigenschappen’

© Stien Reyntjens

Asma (18) uit Djibouti en Ethil (17) uit Tanzania: ‘De leerkrachten staan elke dag klaar om ons te helpen met alle mogelijke problemen.’

Stedelijk Lyceum Offerande is gevestigd in het Antwerpse “2060”, ook de aankomstbuurt genoemd. Een buurt waar hoe langer hoe meer nieuwkomers toekomen om uiteindelijk te verhuizen naar andere plaatsen in Antwerpen. De laatste jaren is die bevolkingsgroep fors gegroeid. ​In de beginjaren - ongeveer zeventien jaar geleden - waren de beroepsrichtingen van het Stedelijk Lyceum Offerande erg populair. OKAN was toen nog beperkt met een twintigtal leerlingen. De groep OKAN’ers breidde verder uit. Men besliste om de reguliere richtingen in andere gebouwen te zetten en van de school een sterke OKAN-locatie te maken. Zes jaar geleden is de school uitgegroeid tot een OKAN-school pur sang.

Wie gaat naar school in het Stedelijk Lyceum Offerande?
- 220 leerlingen (123 jongens en 97 meisjes)
- 19 niet-begeleide minderjarigen
- Afghanistan: 10
- Eritrea: 4
- Albanië: 2
- Somalië: 1
- Irak: 1
- Syrië: 1
- 33 analfabeten
- 25 ex-analfabeten

Stedelijk Lyceum Offerande - Marco Polo in de volksmond - telt momenteel 220 leerlingen uit 33 verschillende herkomstlanden. Sommigen zijn naar België gekomen met hun familie, maar velen moeten het op hun eentje zien te redden. Ook analfabeten krijgen hier een plek.

OKAN staat voor “Onthaal Klassen voor Anderstalige Nieuwkomers”. Het is hier dat minderjarige asielzoekers hun schoolloopbaan beginnen en gedurende één jaar een intensief Nederlands taalbad krijgen. Doel is om uiteindelijk door te stromen naar de gewone schoolbanken. Die overstap van OKAN naar het reguliere onderwijs verloopt niet altijd van een leien dakje. Door de OKAN-schakelklassen, die volgen op het eerste jaar OKAN, moet die doorstroom vlotter verlopen.

Geven en nemen

Joris Verlinden is coördinator van het Stedelijk Lyceum Offerande. Al zestien jaar staat hij voor de klas. Hij kan het contact met de leerlingen niet missen, daarom geeft hij wekelijks nog twee uurtjes les. ‘Zo blijf ik op de hoogte van de actuele didactische technieken en blijf ik voeling hebben met de realiteit: wat is echt nodig?’

© Stien Reyntjens

Coördinator Joris Verlinden.

Joris heeft niet bewust gekozen voor OKAN. Hij is erin gerold. ‘Na zestien jaar ben ik hier nog steeds, ik doe mijn job dus graag. De groep OKAN’ers is zeer divers, van analfabeten tot hooggeschoolde jongeren tussen twaalf en achttien jaar. Net omdat die groep zo divers is moet je constant oplossingen op maatz oeken. Dat maakt het boeiend. Bovendien zijn OKAN-leerlingen een heel dankbare groep. Ze zijn gemotiveerd en heel bereid tot leren. Ze willen vooruitgang boeken.’

Hoe doe je dat, lesgeven in een wereld van verschillen? Volgens Joris zijn een open houding en respect broodnodige eigenschappen voor een OKAN-leerkracht. ‘Belangrijk is altijd in dialoog blijven gaan en proberen heldere en herkenbare kaders aan te reiken. Als leerkracht moet je steeds een evenwichtsoefening maken om de verschillende culturele kaders naast elkaar te leggen en die op elkaar af te stemmen. Tegelijkertijd mag je jouw eigen modellen ook niet weggooien. Het is geven en nemen.’

Diversiteit bespreekbaar maken

© Stien Reyntjens

Leerkracht Loes Ronne.

Loes Ronne is sinds vorig schooljaar leerkracht aan het Stedelijk Lyceum Offerande. In haar eerste jaar gaf ze les in de alfaklas, een klas voor analfabeten. Dit schooljaar staat ze voor de werkschakel, een klas voor tragere leerlingen, voornamelijk ex-analfabeten. Het doel van deze werkschakel is om hen klaar te stomen voor de arbeidsmarkt want ondanks hun doorzettingsvermogen blijven ze weinig voeling hebben met het schoolsysteem. Sommigen slagen er wel in om uiteindelijk door te stromen, vaak naar het deeltijds- of volwassenenonderwijs.

Binnen de diversiteit van OKAN heerst nog eens een enorme diversiteit. Het is net dat wat Loes aansprak. ‘Het is boeiend om te zien hoe leerlingen over bepaalde dingen denken, op bepaalde situaties reageren of wat ze van ons, Belgen, denken. Dat maakt het telkens weer een uitdaging. Ik leer ook nog elke week dingen bij. Het is geven en nemen: ik leer hen Nederlands en in ruil leer ik wat bij over de verschillende culturen. Ik was ook een stukje bezorgd over hoe die integratie van culturen in onze maatschappij verloopt. Ik hoop daar een positieve bijdrage aan te leveren.’

Herkomstlanden leerlingen:
- Afghanistan: 45
- Syrië: 38
- Somalië: 26
- Irak: 22
- Eritrea: 12
Volgens Loes is het belangrijk om die verschillen duidelijk te maken, ook aan de leerlingen. ‘Onder de leerlingen heerst een enorme diversiteit. De leerlingen moeten zich niet enkel bewust zijn van de verschillen tussen hun herkomstland en België, maar ook van de verschillen tussen hun herkomstland en Syrië bijvoorbeeld.’

‘Ik wil hen leren: verschillen, daar is niets mis mee. Ik zet vaak halt op de dingen die ze zeggen of vragen. Zo is er bijvoorbeeld een leerling die op het einde van het schooljaar uitgehuwelijkt wordt. Als dat ter sprake kwam vroeg ik wat “het huwelijk” voor de andere leerlingen betekent.’

Ondanks de verschillen vindt Loes het enorm belangrijk dat er duidelijke afspraken worden gemaakt. ‘Leerlingen hebben nood aan structuur en duidelijkheid. Ze moeten weten wat van hen verwacht wordt, dat kan al eens een ander soort kader zijn dan dat waarmee ze vertrouwd zijn. De meeste Afghaanse leerlingen moesten vroeger niet dagelijks naar school, maar nu moeten ze elke dag komen én op tijd. Iedereen moet zich aan de afspraken houden.’

Potje gesloten houden

Hoe ga je als OKAN-leerkracht om met de aanwezige trauma’s bij jongeren? Loes: ‘De kinderen die hier komen, hebben nood aan afleiding. We zijn in de eerste plaats leerkrachten. Als ze toch over hun situatie willen vertellen, luisteren we natuurlijk. Je gaat geen potje met diepe gevoelens openen waar je zelf niet de nodige kennis over hebt. Je kan wel een potje openen en denken dat je een goede daad verricht, maar dat is niet altijd zo. OKAN-leerkrachten zijn geen gespecialiseerde psychologen of therapeuten. Als het echt nodig is contacteren we Solentra, een afdeling van het UZ Brussel dat kinderen van vluchtelingen, migranten en hun families psychologisch begeleidt.’

Juf Loes: ‘Als leerkracht ben je het eerste aanspreekpunt, de jongeren zien me elke dag. Soms is dat pijnlijk want je bent de eerste die ziet dat het niet goed gaat met hen’

Voor niet-begeleide minderjarigen is de zaak nog complexer. Naast de trauma’s van oorlog en vluchtverhalen, en het gemis van hun ouders, dreigt de terugkeer. Niet-begeleide minderjarigen genieten van een beschermingsstatuut dat hen toelaat in België te blijven zolang ze minderjarig zijn. Als hun asielaanvraag niet wordt goedgekeurd voor ze achttien worden, dreigt alsnog de terugkeer. Door de weigering van een aanvraag, moeten de jongeren vaak abrupt hun schooljaar stoppen. Loes geeft les aan vier niet-begeleide Afghaanse jongens. ‘Zolang de asielprocedure loopt, heerst voor velen een grote onzekerheid. Als leerkracht ben je het eerste aanspreekpunt, de jongeren zien me elke dag. Ik ben ondertussen een vast patroon geworden in hun leven. Soms is dat pijnlijk want je bent de eerste die ziet dat het niet goed gaat met hen.’

‘Vorig jaar kwam een leerling met een brief naar mij. Hij vroeg me om die samen te openen want hij was bang, bang om te moeten terugkeren. Zijn asielaanvraag werd geweigerd. Ik voelde me zo machteloos. Je kan niet zeggen dat het goed komt want dat weet je niet. Ondertussen heeft de leerling beroep aangetekend. Hij heeft opnieuw hoop, maar hoelang zal die hoop blijven?’

Je zou denken dat jongeren met een lopende asielprocedure hun interesse en motivatie op school verliezen. Wat is het nut om naar school te blijven gaan als je toch wordt uitgewezen? ‘Dat is niet altijd zo. Hun gemoedstoestand verandert wel. Een stoere, 18-jarige Afghaan kwam eens naar mij en zei: “Mevrouw, ik lach altijd, maar mijn hart is gebroken. Mijn hart doet pijn.”. Ze zijn gebroken, maar toch komen ze elke dag naar school.’

© Stien Reyntjens

Leerkracht Lieve Vets.

Hechtere band

Lieve Vets geeft al tien jaar les aan het Stedelijk Lyceum Offerande. De afgelopen schooljaren gaf ze les in de schakelklassen. Dit jaar heeft Lieve beslist om de rem er even op te zetten, uit vrees om overwerkt te geraken. Ze geeft momenteel nog twee uurtjes les aan de OKAN voor snelle leerlingen. Daarnaast houdt ze de administratie op orde en geeft ze remediëringslessen.

Na vrijwilligerswerk in een school, had Lieve de smaak voor het onderwijs volledig te pakken. Ze startte met lesgeven aan anderstaligen en analfabeten, en studeerde nog Chinees. ‘Tien jaar geleden kwamen er veel Chinese nieuwkomers hierop school, zo kwam ik hier terecht.’ Lieve weet voor welke moeilijke opdracht de OKAN’ers staan. ‘Ik stond zelf ooit voor de uitdaging om Chinees te leren op één jaar tijd. Ik weet dus wat de nieuwkomers te wachten staat.’

Lieve geeft toe dat het niet altijd even gemakkelijk is om afstand te nemen van de verhalen van de kinderen. Als een leerling zegt dat hij geen potten en pannen meer heeft, neemt ze de volgende dag haar hele hebben en houden mee. ‘De band die je met deze kinderen hebt is heel hecht, hechter dan in gewone klassen. Zodra je OKAN-leerkracht wordt, wil je nooit meer terug.’

Uitbouw totaal begeleidingstraject

Coördinator Joris: ‘Er is te weinig sturing vanuit de overheid. Alle OKAN-scholen werken aan zaken waarvan zij denken dat die interessant en goed zijn voor hun leerlingen’

OKAN is meer dan onderwijs. Leerkrachten begeleiden de jongeren op alle mogelijke manieren: ze regelen de aanvraag voor studietoelagen, ze contacteren psychologische begeleiding, ze gaat mee op zoek naar huizen, ze maken de jongeren wegwijs in het vrijetijdsaanbod… Van OKAN-leerkrachten wordt een enorme zelfstandigheid verwacht. De overheid biedt hen nauwelijks een kader. Coördinator Joris: ‘Er is te weinig sturing. Alle OKAN-scholen werken aan zaken waarvan zij denken dat die interessant en goed zijn voor hun leerlingen.’

In Antwerpen is er alvast een grote bereidheid tot samenwerking tussen de verschillende OKAN-scholen. ‘Het zou fijn zijn als de overheid een aantal didactische kaders aanreikt waarmee de OKAN-scholen aan de slag kunnen en dat er ook meer middelen worden vrijgemaakt voor een volwaardige multidisciplinaire aanpak binnen het OKAN-onderwijs.’

Daarnaast vindt Joris het belangrijk dat de vervolgscholen meer worden gestimuleerd om met ex-OKAN’ers aan de slag te gaan. ‘Nu hebben ze nog vaak schrik. Ze weigeren hen of weten niet goed hoe ze het atypische leerproces moeten verderzetten. Het is logisch dat nieuwkomers na twee jaar nog geen perfect Nederlands kunnen spreken. Ook voor de vervolgscholen is meer omkadering en begeleiding wenselijk. Enkel zo kunnen we sterke en kwaliteitsvolle trajecten blijven uitbouwen voor alle nieuwkomers.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift