20 jaar geleden werden de Guinese jongens Yaguine en Fodé teruggevonden in het landingsgestel van een Sabena-vliegtuig

In de hemel is geen plaats voor zwarte jongens zonder geld, verstopt in een landingsgestel

CC0

Het is 2 augustus 1999 en het VRT-nieuws brengt volgend bericht: 'Twee Afrikaanse jongeren, gevonden in het landingsgestel van een Sabena-vliegtuig, doodgevroren'. Niemand die weet waar ze vandaan komen. Het enige dat ze bij zich hebben, in de jaszak, is een handgeschreven brief gericht aan: ‘Excellentie, Mijne heren leden en verantwoordelijken van Europa'.

De brief is ondertekend met de namen Yaguine Koita en Fodé Tounkara. Het is een alarmkreet uit Afrika. Maar van welk land blijft voorlopig een vraagteken. Mali, Senegal of misschien Guinee? Een paar dagen later volgt duidelijkheid: zij komen uit Guinee en ze zullen zo snel mogelijk worden begraven in… Vilvoorde, want dat is het dichtsbijzijnde kerkhof.

'Dat kan niet', bedenk ik me meteen. Dat idee bezorgt me krampen in de buik. 'Die jongeren moeten terug naar hun land, om bij hun ouders te zijn'. Ik trek daarop naar het justitiepaleis en vraag het parket om dit tegen te houden. Ik moet me wenden tot de ambassade van Guinee, klinkt het daar. Dus zogezegd, zogedaan.

Bij de ambassade word ik naar de consul, Mr Kaba doorverwezen. Ik krijg gelukkig gehoor: inderdaad, dit kan niet. De consul grijpt daarop in, en vindt in de jas van een van de jongeren nog een tweede klein briefje met een telefoonnummer uit Frankrijk. We bellen en aan de andere kant antwoordt een vrouw: het is de mama van Yaguine. Wij melden haar het verschrikkelijke nieuws, waarop ze onmiddellijk naar België komt.

© foto in Solidair

De moeder van Yaguine, tijdens de herdenkingsplechtigheid in de grote Brusselse moskee in 1999

Wij ontvangen haar en nemen alle maatregelen om de lichamen van de twee jongens terug te brengen naar Conakry, terug naar hun familie. Op 7 augustus wordt eerst een islamitische ceremonie georganiseerd in de grote moskee aan het Schumannplein. Velen verzamelen zich ingetogen rond de twee kisten, samen met de mama van Yaguine.

De terugvlucht staat gepland op zaterdag 8 augustus. Wij maken er een waardig en humaan afscheid van in de oude vertrekhal van de luchthaven van Zaventem. Liederen worden gezonden, gedichten voorgedragen, maar het is ook een actie van verzet tegen de economische ongelijkheid die Afrikaanse landen in onderontwikkeling duwt. Grondstoffen worden geroofd, en de mensen arm achtergelaten.

Omdat we vinden dat de alarmkreet van Yaguine en Fodé te horen en te zien moét zijn, stellen we voor om twee meisjes als symbolische daad mee te sturen naar Conakry. Sille en Valerie zijn op dat moment even oud als de Afrikaanse jongens. Ze stemmen in en begeleiden de twee kisten naar het vliegtuig, stappen op met de mama en de consul. Een zeer ingrijpend moment. Op zondag 9 augustus worden de twee jongens begraven op het kerkhof ‘Cameroun’ in Conakry.

***

Sille Moens was één van de twee tieners die in 1999 mee met de twee jongens terugging naar Guinee. Zij blikt vandaag terug naar hoe ze dat toen beleefde. Honderden vliegtuigen hadden ze zien vertrekken, vanuit het klaslokaal vlakbij de luchthaven. Ze zaten vol moed. Ze zaten vol hoop. Deze keer was het hun beurt. En daar gingen ze, steeds hoger, de hemel in.

Maar in de hemel is geen plaats voor iedereen; daar is geen plaats voor zwarte jongens zonder geld, die zich verstoppen in een landingsgestel.

© foto in Solidair

De rouwplechtigheid in de Grote Moskee in 1999

Ze hadden het niemand verteld. Want wie laat zijn kind zomaar gaan, de hemel in?

De brief op hun buik was gericht aan “les Excellences de l’Europe”. Het was een kreet om hulp, voor onderwijs en betere kansen.

Maar de lucht werd steeds ijler, en de hemel werd steeds kouder… Tot hun droom bevroor.

Hun boodschap kwam in Brussel aan, als een schokgolf. Maar de droom was bevroren… en hun koude lichamen keerden terug.

De begrafenis in Conakry was hartverscheurend. Vrienden en familie droegen shirts met hun beeltenis, de gekopieerde brief werd uit onze handen getrokken.

Het was de noodkreet van een heel continent. Ik zag waarvan mensen vluchtten. Van het niets. Een zee van tijd, en niets om handen. Verstoken van elke mogelijkheid iets van het leven te maken.

We zijn nu twintig jaar verder en zovele Yaguines en Fodés verder. We staan erop te kijken, verdeeld en bang. Waar gaat dat naartoe?

Waar gaat dat naartoe? De acht rijksten hebben al meer dan zestig procent van de aardbol opgeslokt. Op een dag verdwijnen wij ook in hun portemonnee.

Alleen als we bang genoeg zijn. En alleen als we niet meer dromen.

Mijn droom is niet bevroren. Ik hou hem warm met solidariteit.

***

Dit was de brief van Yaguine en Fodé:

Excellentie,

Mijne heren leden en verantwoordelijken van Europa,

Wij hebben het eerbare plezier en het groot vertrouwen om u deze brief te schrijven om u in te lichten over het doel van onze reis en over het leed van de kinderen en de jongeren van Afrika. Maar laat ons u eerst onze fijnste, heerlijkste en meest gerespecteerde groeten van het leven overbrengen.

Met dit doel willen wij u vragen om onze steun en toeverlaat te zijn, voor ons in Afrika, u die degene bent aan wie men om hulp vraagt. Wij smeken u, voor de liefde van de uwen op het continent, voor de gevoelens die u koestert voor uw volk, uw families en vooral voor de affiniteit en de liefde van uw kinderen die u liefhebt als het leven zelf. En ook, voor de liefde en de timiditeit van onze schepper, ‘God’, de almachtige die u alle goede ervaringen, de rijkdom en de macht heeft geschonken om uw continent zo goed op te bouwen en te organiseren dat het het mooiste en het meest bewonderenswaardige van alle is geworden. Mijne heren leden en verantwoordelijken van Europa.

Het is op uw solidariteit en uw zachtaardigheid dat wij in Afrika een beroep doen. Help ons, wij lijden enorm in Afrika, help ons, wij hebben problemen en enkele ontbrekende kinderrechten.

Voor wat onze problemen betreft, hebben wij: de oorlog, de ziekten, de voeding enzovoort. Wat de kinderrechten betreft, in Afrika, en vooral in Guinee, hebben wij te veel scholen maar een groot gebrek aan opvoeding en onderwijs, behalve in de privéscholen, waar men een goede opvoeding en goed onderwijs kan krijgen, maar men moet een grote som geld hebben, en onze ouders zijn arm, het belangrijkste is dat ze ons voeden.

Vervolgens hebben wij geen sportscholen zoals: voetbal, basket, tennis, … Dus in dit geval vragen wij, de Afrikanen, en vooral wij de kinderen en de jonge Afrikanen, dat u een grote en doeltreffende organisatie zou maken voor Afrika opdat het vooruitgang zou maken.

Dus als u ziet dat wij ons opofferen en ons leven riskeren, dan is dat omdat wij in Afrika te veel lijden en wij uw hulp nodig hebben om te strijden tegen de armoede en een einde te maken aan de oorlog in Afrika. Desalniettemin willen wij studeren, en wij vragen u om ons te helpen studeren zodat wij in Afrika zoals u kunnen worden.

Ten slotte: wij smeken u om ons heel erg te excuseren omdat wij gedurfd hebben om deze brief te schrijven, u grote personaliteiten aan wie wij veel respect verschuldigd zijn. En vergeet niet dat het aan u is dat wij ons beklag moeten doen over de zwakheid van onze kracht in Afrika.

Yaguine Koita en Fodé Tounkara

***

Wij zullen Yaguine en Fodé herdenken op 30 juli 2019, precies twintig jaar nadat ze bij hen thuis verdwenen. We herdenken hen op het kerkhof, aan hun graftombes. Wij vergeten Yaguine en Fode en vooral hun boodschap niet. De realiteit is nog steeds dezelfde, met jongeren die vluchten, en sterven in de Middellandse Zee of in de kelders van Libië.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift