Meester, hoe breng je verandering in het onderwijs (over circulaire economie)?

Onlangs legde ik aan andere studenten het verschil uit tussen een lineaire economie, een recyclage economie en een circulaire economie. Communicatie en onderwijs spelen een cruciale rol in de overgang—in elk land—van een lineair naar een circulair model.

Een recyclage-economie is niet hetzelfde als een circulaire economie, maar zit in de grijze zone tussen lineaire en circulaire economie. Recyclage bedrijven denken en werken nog vaak lineair omdat maximalisatie van afval soms nodig is om winsten te genereren. Als die schaal niet bereikt wordt, eindigt afval toch in een verbrandingsoven of in de vuilnisbelt. Zelfs in Vlaanderen.

Pas wanneer ik deze figuur ontwierp en aan mijn studenten toonden, begrepen ze wat ik bedoelde. Mijn Master thesis gaat over het faciliteren van nieuwe circulaire economie praktijken in hoger onderwijs, en ik deed deze studie in Thailand, waar ik de afgelopen tien maanden heb gewoond. In mijn mening zijn communicatie en onderwijs toch cruciale factoren in de overgang -voor elk land- van een lineair naar een circulair model.

Aangepast design door Wendy Wuyts, geïnspireerd door infografiek van Vlaanderen Circulair

 

Ik stoor me vaak aan het onderwijs. Lagere school, middelbare school, hoger onderwijs. Ik heb mijn les geleerd tijdens mijn bachelor. Wanneer ik twintig jaar oud was, na mijn tweede jaar, dacht ik dat ik de wereld kon helpen. Ja, ik was een van die naïeve maar wel zeer goedmenende voluntoeristen die dacht dat mijn boekenkennis een gemeenschap in Ghana zou kunnen helpen. Al vanaf de eerste dag besefte ik hoe nutteloos ik daar was. Mijn boekenkennis was alleen handig voor een quiz. Ik begon ook vanuit de perspectief van enkele Afrikanen de wereld te zien en besefte dat de problemen in Ghana of waar dan ook veel te complex zijn om zomaar opgelost te worden. Ik heb me nooit zo eenzaam gevoeld, juist omdat mijn hele beeld over de wereld, mezelf, mijn rol in de wereld… flink door elkaar werd geschud. Achteraf gezien was dit een van de beste ervaringen en ik ben intussen ook een grote fan van Barbie Savior op Instagram.

Informeel leren

Het ironische is dat ik toen zweerde dat ik nooit meer zou reizen voor een langere periode. Ik was in de luchthaven van Accra en popelde al om naar mijn knusse comfortzone in België terug te keren en me voortaan zoals een “normale Belg” te gedragen.

Tot een vriendin me belde met een verzoek. Ze was op een Europees studentencongres in Nederland en vroeg of twee Kroaten in mijn kot konden overnachten tijdens hun doortocht naar huis. Mijn brein dacht ‘Nee’. Hetzelfde goedmenend hart dat me naar Ghana had geleid, sprak echter ‘Ja’, en nog geen vierentwintig uur later zat ik op de Grote Markt in Leuven met haar en een vijftal Kroaten. Ze spraken zeer enthousiast over het studentencongres, over de interculturele communicatie, over de workshops -gegeven door studenten aan studenten-, over trainingen in vaardigheden en uiteraard over de feestjes. We zijn tenslotte studenten.

De rest van het verhaal is voor mijn vrienden zeer bekend. In de volgende zes jaar was ik zeer actief in deze Europese studentenorganisatie, die vooral informeel onderwijs predikt, waar studenten vooral over hun vak en de wereld van elkaar leren, tegelijk hun vaardigheden in presenteren, spreken, organiseren… aanscherpen. In informeel onderwijs gaat het niet om de kennis, maar hoe je die kennis vergaart, verwerkt en toepast. Je krijgt geen vis toebedeeld, maar ze leren je hoe je moet vissen.

Wanneer ik aan mijn Master begon, was ik eerst zenuwachtig, want er was intussen een tijd tussen mijn bachelor en ik haalde niet de beste punten. Een nieuw hoofdstuk maakt elk mens nerveus. Maar wat bleek? Al snel leverden mijn vaardigheden die ik tijdens mijn werk voor die Europese studentenorganisatie -maar ook ander werk- mij excellente punten op.

Ik moet wel toevoegen dat ik een richting heb gekozen waar innovatief denken, praktisch denken en opdrachten meer centraal waren dan memoriseren en examens afleggen, en dat ik intussen meer begreep wat voor rol ik in mijn omgeving wou en daardoor een meer bewuste studiekeuze kon maken. Ik ben er ook een pleitbezorger voor om wat levenservaring op te doen (door te reizen, te werken, of allebei) voor je een studiekeuze maakt.

Via Thailand

Wanneer ik naar Thailand ging voor mijn derde semester, waren de lessen vaak een dialoog tussen mij en de meester. Ik durfde vragen te stellen en gaf daarbij toe dat ik iets niet weet. In Thailand, begreep ik al snel, is het niet goed om toe te geven dat je iets niet weet. Bovendien, als we naar het lager en secundair onderwijs in Thailand kijken, zijn monologen van leerkrachten het enige wat studenten gewoon zijn. Ik zeg niet dat dit uniek is in Thailand. Ik heb dit ook in veel andere landen, inclusief in België, gezien hoe het onderwijs kopieermachines in plaats van denkers creëert.

Als je dan naar video’s over de robotisering van de industrie kijken, waarbij experts vooral zeggen dat repetitieve jobs gevaar lopen om te verdwijnen, word je wel ongerust. Visionaire geesten weten dat creativiteit en design denken de sleutels zijn naar succes, zowel op individueel vlak als op macro-economisch gebied, maar waarom wordt dat niet ontwikkeld? Het systeem maakt -volgens mij- een deel van de bevolking nutteloos. Of dom.  In de wereld van artificiële intelligentie en circulaire economie zijn er geen jobs voor “kopieermachines”. Ik denk dat een beetje arbeid nodig is om elke mens bij zijn volle verstand te houden, want het geeft een zeker doel, of een afleiding van andere zorgen.  En waardigheid. Voor mij zijn arme mensen ook geen mensen die niets hebben, maar geen waardigheid hebben.

Die les heb ik trouwens ook in Ghana geleerd. Om een lang verhaal kort te houden, kan ik zeggen dat ik en drie andere voluntoeristen toevallig in een sloppenwijk in Accra terechtkwam. Die mensen hadden laptops en zo, zag ik, maar iets anders hield hen daar.

… naar Zweden

Ik ben nu in Chalmers University of Technology in Gothenburg in Zweden, een van de meest ontwikkelde en “gelukkige” landen in de wereld. Mijn begeleider en examinator van mijn thesis zijn Zweden, met wie ik al half jaar via Skype over circulaire economie, onderwijs, cultuur en transitie management praat. Ik observeer duidelijk het verschil tussen Thailand en Zweden.

Cultuur is een eigenaardig beestje dat je niet echt kan vangen. Het verandert constant, maar toch spreken mensen erover alsof het iets van steen is.

Cultuur is een eigenaardig beestje dat je niet echt kan vangen. Het verandert constant, maar toch spreken mensen erover alsof het iets van steen is. Maar als ik toch moet spreken alsof het van steen is, kan ik zeggen dat de hiërarchie in de Zweedse cultuur zeer vlak is. De typische CEO van een Zweeds bedrijf zou toestemming vragen aan de receptionist voor hij iets verandert in het bedrijf. In Thailand is macht nogal zeer centraal en bij een beperkte groep mensen. Zowel op nationaal niveau als in de enkele organisaties die ik heb bezocht en soms bewust heb geanalyseerd. In Thailand kunnen studenten zich niet goed uitdrukken, omdat creativiteit wordt onderdrukt en/of omdat ze verlegen zijn voor hun Engels. De gemiddelde Zweden lijken ook verlegen, maar niet omwille van gebrek aan vrijheid, maar omdat ze bang zijn dat ze iets politiek incorrect gaan zeggen. Ze luisteren liever.  Ik heb ook het gevoel dat de professoren in Zweden meer mens dan resultaat georiënteerd zijn, vergeleken met Aziatische professoren.

“Werk niet te hard. Geniet ook van je tijd in Thailand,” zeiden ze tijdens die Skype gesprekken. Ik heb professoren in Thailand andere taal horen spreken tegen mijn medestudenten. In the Asian Institute of Technology, of misschien wel in heel Thailand en andere Aziatische landen heb je ook nog “de ouders weten wat het beste is voor de kinderen”, wat je ziet in hun invloed in je carrière, de keuze van je partner, en de keuze van je antwoorden op examens. Deze week gaf mijn Zweedse begeleider dat ze ook het antwoord op een keuzevraag niet wist en liet mijzelf beslissen.

Welke cultuur voor circulaire economie?

Ik weet ook niet welke “cultuur” het beste is voor transitie naar een circulaire economie. Ik wil liever wegblijven van het beantwoorden waarom Zweden, Finland en Nederland precies de voortrekkers zijn van circulaire economie. In elk land vind je trouwens verschillende “culturen”. Ik heb in Thailand en Zweden al gehoord dat ik ook niet de typische Belg ben.

In een transitie voelen de mensen met macht zich bedreigd, omdat een transitie vaak de machtsstructuren uitdaagt. 

Ik ben nu sinds een drietal weken uit Thailand en dacht dat ik -vanaf afstand- de Thaise cultuur beter kan begrijpen en ook kan reflecteren hoe cultuur een rol speelt in transitie naar circulaire economie, maar ik heb hier in Zweden dit hoofdstuk in mijn thesis naar enkele zinnen herleid. Nationale cultuur is niet de sleutel, maar onderwijs, en dat heeft niets te maken met cultuur, maar vooral met politiek, of de “cultuur” van diegenen die de macht hebben.

Bovendien wordt nationaliteit vaak naar voren geschoven als iets niet goed of snel genoeg gaat. Een kennis uit Bangladesh merkte onlangs op dat te veel mensen “cultuur” als een reden opgeven, vooral voor als iets niet goed of snel genoeg gaat, maar dan over “persoonlijkheid” praten als iets goed of snel genoeg gaat. Circulair economie moet een universele toekomst zijn, niet een toekomst voor enkele landen met de “juiste cultuur op het juiste moment”.

Maar ik kijk wel naar waarden en vaardigheden die leiders, ander personeel en klanten van circulaire bedrijven gemeen hebben, en link die met problemen die kunnen optreden als een bedrijf besluit te “veranderen”.

Bij een verandering in een bedrijf treden er drie hoofdproblemen op. In een transitie voelen de mensen met macht zich bedreigd, omdat een transitie vaak de machtsstructuren uitdaagt.  In een transitie zijn de betrokkenen ook vaak zeer nerveus. Zullen ze hun job verliezen? Zullen hun vaardigheden nog op waarde worden gesteld in die zogenaamd nieuwe organisatie?Bovendien kan je, als leider, ook de controle kwijt geraken tijdens een verandering, want je moet tegelijk de organisatie draaiende houden en tegelijk mensen extra inspanningen laten leveren om die verandering te bewerkstelligen.

(c) Wendy Wuyts

Op bezoek in een vuilnisbelt in Thailand leert je pas begrijpen waarom we moeten veranderen

Communiceren, communiceren en nog eens communiceren

Wanneer ik in het verleden duik van the Asian Institute of Technology en analyseer waarom sommige circulaire economie activiteiten gestopt of mislukt zijn, begreep ik dat communicatie een van de belangrijkste bouwstenen in dit veranderingsproces is. Ik denk niet dat ze niet communiceerden over de noodzaak of de waarde die een verandering brengt, maar ze communiceerden niet genoeg. Zeker als de betrokkenen nerveus zijn, geraken sommige boodschappen niet goed door. Het zou beter zijn als mensen zelf de vaardigheden en inzichten hadden om de verandering te begrijpen en impact in te schatten, maar helaas leven we -door het onderwijs- nog in een tijd waarin mensen liever vis krijgen, dan de middelen of kennis om zelf vis te kunnen vangen.

Wat ik dankzij mijn informeel onderwijs en ervaring heb geleerd, en wat ook academische experten zeggen, is dat ook hoe en met wie je communiceert zeer belangrijk is. Communiceren kan ook betekenen dat je vragen stelt en hen informatie doet verzamelen en kritisch doet nadenken over de huidige staat van een bedrijf, school, land….

Een docent in Bangkok University en neemt haar studenten mee naar stranden… om daar afval op te ruimen. Ik juich deze onderwijsmethoden toe, want wanneer je de problemen met eigen ogen ziet, of met eigen handen aanraakt, dan begrijp je waarom we moeten veranderen.

Een goede kennis van mij is een docent in Bangkok University en neemt haar studenten mee naar stranden… om daar afval op te ruimen. Ik juich deze onderwijsmethoden toe, want wanneer je de problemen met eigen ogen ziet, of met eigen handen aanraakt, dan begrijp je waarom we moeten veranderen. Tijdens mijn tien maanden in Thailand heb ik ook een vuilnisbelt op een eiland gezien en was daardoor nog meer gemotiveerd om mijn eigen levensstijl aan te passen, maar ook om mee oplossingen te ontwikkelen. 

Zeker in dit deel van Azië, waar jonge mensen oude mensen niet durven tegenspreken, was mijn jonge leeftijd eigenlijk goed om meer informele en interactieve workshops aan studenten te geven. Als ik ouder was geweest, dan waren de workshops waarschijnlijk meer een monoloog.

Na een zeer korte inleiding met theorie liet ik de studenten aan het woord of liet hen de antwoorden tekenen of schrijven.  Ik vroeg hen wat de problemen die ze in de Asian Institute of Technology zagen en hoe ze dachten welke circulaire economische activiteiten welke impact konden hebben op wie. Ik vond deze workshops echter nog niet progressief genoeg, ook al kwam de communicatie van beide kanten en was het meer inclusief en rechtmatig.

Ik heb echter nog steeds wel contact met deze veertig studenten (en professoren die ik ook ondervraagd heb), ook al ben ik nu aan de andere kant van de wereld. 

(c) Wendy Wuyts

Thaise bachelor studenten en geupcycled afval

In een laatste workshop van drie dagen liet ik twintig Thaise bachelorstudenten zelfs producten … met “afval”. Ik gaf hen nauwelijks theorie, maar alleen enkele richtlijnen dat ze onder andere dit moesten uittesten in een gemeenschap, moesten nadenken hoe ze dit afval op grotere schaal kunnen verzamelen. Ze kwamen af met zeer leuke ideeën, maar vooral meer inzichten. Circulaire economie kan in zich elk land ontplooien, in Thailand, Zweden, Oostenrijk, of België, maar de mentoren, leerkrachten en andere “onderwijzers” moet niet de antwoorden geven, alleen de juiste vragen stellen.

Mijn vraag aan jullie… hoe kan ik bovenstaande figuur beter maken zodat de boodschap duidelijker is dat recyclage niet de eerste keuze mag zijn? 

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Wendy Wuyts deed haar bachelor in geografie aan de Katholieke Universiteit van Leuven en haar Erasmus Mundus Master in Industrial Ecology aan de Universiteit van Graz (Oostenrijk), Asian Institute