Congolese inlichtingendienst ontsnapt aan maatschappelijke controle

Ordediensten of lastposten?

© ULCDDI

De jongeren van ULCDDI graven visvijvers, geen massagraven

In Butembo staat het whatsapp-netwerk nooit stil. Er is voortdurend wat te melden. Je hebt de neiging om niet meer op de aan-knop te drukken, gelet op de hoeveelheid berichten, maar je weet dat er elk moment ook één van levensbelang kan tussen zitten, dus ben je wel veroordeeld om het kleine schermpje geregeld op te lichten.

19 september om 12:39 was zo een bericht. Het kwam van Jean-Marie Vianney, kortweg Vianney voor de vrienden, en las als volgt: “We zijn aangehouden door de politie. Ze beweren dat we samenwerken met de mai-mai. Om vrijgelaten te worden eisen ze 250$. Kan jij ons helpen?”

Omdat ik in een panel zat voor de rekrutering van een nieuwe uitvoerend secretaris voor de boerinnenbond LOFEPACO, kon ik niet meteen reageren. Een uur later belde hij me op. Zijn eigen telefoon was in beslag genomen, maar hij had toestemming gekregen om vanop de lijn van een vriend te bellen.

Weerstand breken

Ik probeerde te begrijpen waar het om ging. Ik tracht altijd aan mensen in zulke situaties uit te leggen dat, als je te gemakkelijk toegeeft aan het machtsmisbruik van de agenten van de roofstaat, je systeembestendigend werkt. Dan weten ze jou een volgende keer gemakkelijk weer te vinden. Je maakt je er kwetsbaarder door.

Maar ik had mooi praten natuurlijk, ik zat niet in de klauwen van de geüniformeerde roofdieren. Hij smeekte me hem te helpen. Hij had enkel een nat T-shirt aan en rilde van de kou. De politie had hem en zijn vriend van kop tot teen nat gegoten om hun weerstand te breken (Butembo is kouder dan de rest van Congo door de hoogte). Ik dacht dat hij elk moment in tranen kon uitbarsten. Ik begreep dat redeneren over zijn situatie in die omstandigheden nutteloos is. Daarin was de politie alvast geslaagd. Een oplossing drong zich op.

“Waar kan ik je vinden?”, vroeg ik. In de cel van de ANR, de beruchte inlichtingendienst, de Agence nationale de renseignements, die ik jaren geleden al herdoopt heb tot Agence nationale de rançonnements. Dat past beter bij wat ze doen.

“Maar kom zeker niet naar hier, smeekte hij. Als ze je zien, gaat het losgeld de hoogte in, dus we moeten op een andere manier zien af te spreken”.

Tien minuten later belde hij terug. De politie had hem toestemming gegeven om naar mij toe te komen, zodat ik hem discreet het geld zou kunnen overhandigen. Tot mijn verbazing stond hij twintig minuten later in mijn kantoor, in zijn stilaan opdrogend T-shirt. In horten en stoten volgde zijn hele verhaal.

Heulen met de mai-mai

Ze waren die ochtend vertrokken met de brommer op weg naar één van de vele scholen waar ze mee samenwerken. ULCDDI staat voor Unie voor de strijd tegen delinquentie en voor integrale ontwikkeling. Het is een 100% lokaal initiatief van een groep jongeren die zich voor een beter Congo inzetten met hart en ziel en daar bergen vrijwilligerswerk voor verzetten. Ze krijgen daarin steun van de Combonianen, een Italiaanse missionarissenorde. Ze helpen jongeren een eerlijk inkomen te verdienen via visteelt en bijenteelt, schrijnwerkerij en andere technische opleidingen. Ze mobiliseren ook middelen om voor weeskinderen hun schoolgeld te betalen, anders zouden die kinderen genadeloos uit het al weinig sociale schoolsysteem vallen. Ik heb hen geholpen om voor dit nobel werk een bescheiden financiële steun te verwerven via de Koning Boudewijnstichting.

Amper enkele honderden meter verwijderd van hun kantoortje werden ze ingehaald en klemgereden door een politiewagen, met een agent in uniform achter het stuur en twee personen in burger als passagiers.

Die maakten zich bekend als speurders van het ANR en hielden de twee jongeren aan op beschuldiging van samenspanning met de mai-mai. Dat zijn gewapende groepen, een soort van burgermilities die echter dikwijls hun doel vergeten en niet langer hun dorpen beschermen maar op rooftocht gaan of legerkampen aanvallen. Een ware gesel in het binnenland van Oost-Congo. Velen onder hen worden gefinancierd door politici, anderen controleren artisanale mijnen maar doorgaans leven ze op de kap van de boerengezinnen door allerlei belastingen in natura en geld te heffen en hun vee te roven. De naam (mai betekent water in het Swahili) komt van het toverwater waar ze zich mee besprenkelen voor ze ten aanval gaan, dat hen onkwetsbaar maakt, volgens hun leiders.

Niet het slag volk waar je mee te maken wil hebben, en het exacte tegenbeeld van waar Vianney voor staat. Hem daarmee in verband brengen is niet alleen een grove belediging maar kan ook levensbedreigend zijn.

Naar Zaïre

Op het ANR-kantoor werden ze meteen beroofd van de 9500 Congolese frank die ze op zak hadden (5 euro) en hun telefoons en USB-sleutels werden uitgeplozen op bewijzen voor hun banden met de mai-mai. Uit de foto’s van honingraten, visvijvers en schoolkinderen raakten de speurders niet veel wijzer.

Ze werden eerder woest dat ze niets konden vinden. Andere methodes moesten meer resultaat opleveren. Ze riepen er een bende jongeren bij die ze blijkbaar gebruiken om te intimideren en te folteren. Zij namen de ondervraging over. Tot verwondering van Vianney werden ze geloofd. “Jullie zijn slachtoffers van een valse beschuldiging, we gaan jullie niets doen”.

Daarop stuurde de politie hen naar ‘Zaïre’, dat is de term die in Congo wordt gebruikt voor de leefwereld binnenin een gevangenis. Deze keer was het de bedoeling om te observeren hoe ze zouden worden onthaald door de gevangenen, onder wie zich ook een groep mai-mai bevindt. Maar er was geen enkel teken van herkenning. Dus werden ze weer naar het ANR-kantoor gehaald.

Daar verscheen gerechtelijk politie-agent Milonde ten tonele. Dat is blijkbaar toch nog een ordehandhaver met het hart op de juiste plaats, want hij nam het voor de twee jongens op. Ze mochten gaan, besloot de ANR, mits ze elk 250$ zouden ophoesten. Dat kregen ze zelfs afgepingeld tot de helft. Dat is wanneer hij me belde.

Het kind van de rekening

Ik vertelde hem dat ik niet zomaar rondloop met 250$ op zak, maar dat we meteen naar de bank kunnen rijden, waar een geldautomaat staat. Als we de wagen instappen schrik ik me rot als er plots een robuuste politieman uit het niets opduikt en zich zonder een woord te zeggen naast mij op de voorste zetel van de wagen zet. Achteraf verneem ik dat onze veiligheidsagent hem toegang had geweigerd om mee te gaan naar mijn kantoor, en hij had dat blijkbaar aanvaard. Dapper van onze veiligheidsman, maar hij had me daarover wel eerst mogen inlichten!

We zijn dus het geld van mijn rekening gaan halen, onder het waakzame oog van de politieman en ik heb hen teruggevoerd naar het stadhuis, maar ze vroegen me wel 100 meter ervoor te stoppen, zodat ik niet zou gezien worden. Maar goed, onze politieman had toch alles gezien, dus veel verschil maakt dat niet.

En dat bleek ook zo. Aangemoedigd door het gemak waarmee die 250$ tot bij hen kwam, eiste de ANR dat voor de tweede jongere toch ook hetzelfde bedrag zou worden neergeteld. Ze dreigden er zelfs mee hen anders naar Beni te sturen, op 50 km, om hen daar op te sluiten. En dan kwam weer OPJ Milonde op de proppen.

Hij vond dat ze tevreden mochten zijn en niet langer moesten aandringen. Toen de nacht viel en iedereen was moegediscussieerd begon het ook nog te regenen. Milonde heeft Vianney en zijn maat dan meegenomen om hen in zijn privéhuis onderdak te verschaffen om de nacht door te komen. ’s Anderendaags konden ze gewoon naar huis. Nu hebben ze de hulp ingeroepen van een bevriende kolonel van het leger FARDC die hen heeft beloofd te trachten uit te spitten wat hen is overkomen en waarom. Benieuwd wat dit zal opleveren. Naar verluidt is de politieman die achter het stuur van de wagen zat al ondergedoken uit schaamte.

(Wan)ordediensten

Wat hebben we geleerd uit dit onverkwikkelijk verhaal? Laat we ons eerst optrekken aan de positieve conclusie:

  • Niet alle politiemannen zijn slecht. Er zijn er nog die hun nek durven uitsteken om slachtoffers van (wan)ordediensten te helpen.
  • De inlichtingendienst is een nébuleuse geworden: een machtsorgaan dat een eigen leven gaat leiden, doet wat het wil en enkel aan het presidentiële gevolg verantwoording schuldig is. Zij doen beroep op ongeïdentificeerde mensen zonder formele accreditatie, blijkbaar om het vuile werk op te knappen. Een soort van overheidsmilitie. Dit is uiterst gevaarlijk voor de leefbaarheid van de samenleving.
  • Voor het afgetroggelde geld bestaat geen legale basis en wordt ook geen bewijsstuk afgeleverd. Ze hebben wel een papier moeten ondertekenen waarin wordt vastgesteld dat hen geen schuld treft en ze vrijuit mogen gaan, maar ze kregen daar geen kopie van en mochten er geen foto van nemen.

Waarom ik dit naar buiten breng? Omdat onrecht, om het even waar, een bedreiging vormt voor gerechtigheid overal. Die uitspraak van Martin Luther King is onsterfelijk. De wereld moet weten wat hier gebeurt.  Omdat de ULCDDI het aandurft om een stevig publiek standpunt in te nemen tegen het geleden onrecht, wat in Congo een moedige daad is die waardering verdient. Maar vooral omdat ze het aandurven om alle mogelijke paden te bewandelen om dit onrecht aan te kaarten en er van binnenuit invloedrijke medestanders voor te mobiliseren. Dat is de enige manier om ooit te kunnen komen tot een systeemverandering.

En, ja, wie weet zie ik op die manier misschien ook ooit wel eens mijn 250$ terug?

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Globochtoon

    ‘Van waar ben je?’. De vraag zet me elke keer aan het denken. Van waar je geboren bent? Dan ben ik van Rwanda. Van waar je ouders komen?