Hoe meer en meer Europees ontwikkelingsgeld naar veiligheid en antiterrorisme gaat

Zijn special forces in Burkina Faso wel ontwikkelingshulp?

© Richard Bumgardner / USAFRICOM (CC BY 2.0)

Het Belgische leger adviseert Nigerese soldaten tijdens een training in Burkina Faso

Zwaarbewapende Burkinese eenheden sluipen door de donkere gangen van een gebouw. We zien hoe ze langzaam maar zeker het net sluiten rond de jihadisten die zich in het gebouw verschanst hebben. Vertwijfeld kijkt er eentje door het raam. Dreigende drums roffelen over de montage.

Of en hoe de jihadisten in deze simulatie verschalkt worden, komt de kijker niet meer te weten. Plots schakelt de camera over naar beelden in vol daglicht van zwaarbewapende politieagenten en militairen in de straten van de hoofdstad Ouagadougou.

Een voice-over verklaart wat we net voorgeschoteld kregen. IRAPOL (Identification, Rapprochement, Analyse de police) blijkt een ‘nationaal, geautomatiseerd beheerssysteem van beveiligingsinformatie’ te zijn, waar ‘verschillende eenheden van het Burkinese veiligheidssysteem’ uit kunnen putten, om zo ‘onveiligheid op het hele grondgebied te bestrijden.’

IRAPOL is een project dat ontstaan is de schoot van een ander, omvattender project: Projet d’Appui au Renforcement de la Sécurité Intérieure au Burkina Faso – kortweg PARSIB.

Hoe raakt een agentschap dat voor ontwikkeling moet zorgen nu betrokken bij een antiterrorisme-project?

De blinkende geweren en in zwarte outfits gehesen ijzervreters uit het IRAPOL-filmpje doen het niet vermoeden. Maar zowel IRAPOL als PARSIB zijn projecten met Europees geld die uitgevoerd worden door Enabel, het Belgische Ontwikkelingsagentschap. Dat agentschap heeft als taak om het Belgische beleid voor internationale ontwikkeling uit te voeren en te coördineren.

Hoe raakt een agentschap dat voor ontwikkeling moet zorgen betrokken bij een antiterrorisme-project?

‘Belgische expertise op het vlak van veiligheid’

Puur technisch gezien is het antwoord alvast eenvoudig. In januari 2016 werd Burkina Faso geconfronteerd met een eerste grote jihadistische aanslag. Hotel Splendid en een naburig café waar vooral gegoede Burkinezen en expats verzamelen, werden onder vuur genomen door een uit Mali aangestuurd commando. Dertig mensen stierven, goeddeels buitenlanders.

© Arne Gillis

Ravage na de aanslag op Hotel Splendid, Ouagadougou, januari 2016

Nieuwbakken president Roch Marc Christian Kaboré voelde de hete adem van het oprukkende jihadisme in zijn nek en vroeg de internationale gemeenschap om steun. De Europese Unie beantwoordde die oproep. Met Europees geld werden vervolgens PARSIB en IRAPOL opgericht. Als uitvoerder voor de projecten kiest de EU voor Enabel, het Belgische Ontwikkelingsagentschap.

Op zich is dat geen ondoordachte keuze. Enabel kan terugplooien op ervaring in de opleiding van veiligheidsdiensten op Afrikaanse bodem. In het verleden leidde Enabel (toen nog gekend als de Belgische Technische Coöperatie) namelijk al politieagenten op in zowel Zuid-Afrika als Burundi.

‘Het is net die expertise inzake veiligheid die België opbouwde in Zuid-Afrika en Burundi, die zo gewaardeerd wordt door de internationale gemeenschap’, vertelt Roberto Resmini, hoofd van PARSIB, in het Enabel-kantoor in Brussel. Resmini haalt die ervaringen aan om aan te tonen dat er niet specifiek een wijziging plaatsvond in het Belgische beleid voor ontwikkelingssamenwerking. ‘We leiden al langer dan vandaag veiligheidsdiensten op’, klinkt het. ‘En net zoals vandaag in Burkina gebeurt dat altijd in partnerschap met de lokale autoriteiten.’

‘Zonder veiligheid is ontwikkeling onmogelijk’

‘Laat veiligheid net een basisvoorwaarde zijn voor ontwikkeling’, voegt Resmini toe. ‘Zonder veiligheid is ontwikkeling onmogelijk.’

Hij heeft uiteraard een punt: met bandieten en jihadisten is het kwaad kersen eten als je rustig naar school wilt gaan of je handeltje denkt uit te breiden. Hetzelfde geldt evenzeer voor Enabel zelf: ‘De veiligheid in de Sahel is dermate verslechterd dat wij wel aan de veiligheidssituatie moeten werken, willen we hier nog andere dingen kunnen doen’, zegt Resmini.

‘Zorgen uit jihadistische hoek’

Maar moet er geen onderscheid gemaakt worden tussen banditisme enerzijds, en internationaal vertakt jihadisme zoals het in de Sahel bestaat anderzijds? Resmini wil uitdrukkelijk benadrukken dat Enabel niet direct extremisme bestrijdt: ‘Enabel bekampt geen terroristen. Wij ondersteunen de lokale veiligheidssector in al hun zorgen wat betreft veiligheid. En die zorgen komen vandaag vooral uit jihadistische hoek.’

Die steun is volgens Resmini onderhevig aan strenge regels en principes. In de training wordt de nadruk gelegd op respect voor mensenrechten en de bevoorrading bestaat uit niet-dodelijke middelen. ‘We voorzien motorfietsen, 4x4’s, drones en schilden. Geen dodelijke wapens.’

Die moeten de zogenaamde Unités Anti-Banditisme et Terrorisme uitrusten: een unit van special forces opgetrokken uit eenheden van de Burkinese Gendarmerie en de Nationale Politie. Wat doet die ‘anti-banditisme’ in de naam? Resmini is hierover formeel: ‘De naam werd gekozen door de Burkinese autoriteiten. Maar hun doel is louter om het terrorisme te bestrijden.’ De ABT’s worden opgeleid om binnen tien minuten ter plaatse te zijn in geval van terroristische calamiteiten.

Het is duidelijk. Voor Resmini zit er geen knik in het Belgische beleid voor Ontwikkelingssamenwerking. Maar een onafhankelijke veiligheidsexpert in de Burkinese hoofdstad Ouagadougou (naam bekend bij de redactie), gepokt en gemazeld in het ontwikkelingswereldje, is een andere mening toegedaan.

‘Meer en meer wordt het Europese beleid in West-Afrika gepolitiseerd’

De expert kadert programma’s als PARSIB, die een sterke nadruk leggen op veiligheid, in een ruimer plaatje van Europees beleid. ‘Meer en meer wordt het Europese beleid in West-Afrika gepolitiseerd. Via het IcSP-fonds, waar ook PARSIB geld uit haalt, worden meer en meer gelden toegekend aan programma’s die veiligheid als corebusiness hebben. En het verbeteren van de veiligheid heeft één doel: migratie tegengaan.’

Wat op zich geen probleem moet zijn. Maar het is zeer lastig om ontwikkeling te mengen met veiligheidsgerelateerde projecten, niet in het minst in de hoofden van de lokale bevolking. Kan je met de ene hand een waterput graven en met de andere veiligheidstroepen uitrusten, al is het het met niet-dodelijke wapens?

Veiligheidstroepen schenden zelf mensenrechten

Voor Resmini kan dat probleemloos. De onafhankelijke veiligheidsexpert in Ouagadougou spreekt echter over een paradox: ‘In de Sahel is de grootste vijand van de bevolking namelijk de staat. Als je kijkt naar hoeveel burgerslachtoffers er vallen door toedoen van de nationale legers, moet je eigenlijk besluiten dat de staten de grootste terroristen zijn.’

‘Als een buitenlandse mogendheid dan trainingen en middelen voorziet voor die nationale legers, en met de andere hand voedselprojecten uitwerkt en vrouwenrechten promoot, heb je een probleem. Het is een paradox die verwarring creëert voor de bevolking.’

Een paradox die niet in het minst in de hand wordt gewerkt door beschuldigingen van mensenrechtenschendingen door Burkinese veiligheidstroepen, waaronder de Gendarmerie, die steun krijgen in het kader van PARSIB. Onder meer Human Rights Watch beschreef hoe de troepen zich te buiten gingen aan standrechtelijke executies in het hoge noorden van Burkina Faso.

‘Zonder betere veiligheid moeten we andere projecten stopzetten’

Jean-Christophe Charlier, hoofd Governance van Enabel, wil die schendingen niet onder de mat vegen. Hij wijst er wel op dat de door Human Rights Watch beschreven wantoestanden voorkwamen in een gebied waar Enabel niet opereert. Bovendien benadrukt Charlier het cruciale belang van het thema ‘mensenrechten’ in de PARSIB-opleidingen. Charlier argumenteert dat door die focus dergelijke wantoestanden net verminderen in plaats van toenemen.

Anderzijds benadrukt ook hij dat het cruciaal is om de veiligheid te verbeteren. ‘Als we de veiligheidssituatie niet verbeteren, zullen we de andere ontwikkelingsprojecten noodgedwongen moeten stopzetten’, zegt hij.

Bovendien is het principe om het aspect ‘veiligheid’ te incorporeren in de ontwikkelingsagenda vastgelegd door verschillende internationale instanties. ‘De Sustainable Development Goals, de Wereldbank, de VN, … De acties van Enabel kaderen volledig in de principes die deze instellingen naar voren schuiven als zijnde ontwikkeling’, zegt Charlier.

Europese belangen

Het doel van ontwikkelingssamenwerking is om armoede te bestrijden en duurzame ontwikkeling te promoten

Kaderen of niet, in de publieke opinie staat het concept ontwikkelingshulp wel in de eerste plaats bekend als een zachte toolbox waar langetermijninvesteringen uit voortkomen die het ontvangende land ten goede moeten komen. Het doel van ontwikkelingssamenwerking is om armoede te bestrijden en duurzame ontwikkeling te promoten.

De investeringen die daaruit voortkomen, zouden a priori op minstens een armlengte afstand moeten worden gehouden van de interne belangen van het donerende land.

Door enerzijds de nadruk te leggen op kortetermijndoelstellingen die veiligheidsrisico’s moeten inperken (zoals het opleiden van veiligheidstroepen) en anderzijds de ontwikkelingssamenwerking in te schakelen in de eigen agenda, verandert dat narratief. Dat is de politisering van ontwikkelingssamenwerking waar de veiligheidsexpert over spreekt: ontwikkelingshulp wordt ingeschakeld in de eigen, Europese belangen.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Die belangen kristalliseren uit in twee hoofdthema’s: bestrijding van terrorisme en het bekampen van migratie. Een programma als PARSIB kadert in het eerste thema. Over het tweede belang — het koste wat kost indijken van de migratie richting Europa — berichtte MO* eerder al uitvoerig.

Precedent?

In het Europees Parlement zorgde de vermeende militarisering van ontwikkelingshulp ook al voor commotie. ‘Dit zou een precedent kunnen scheppen waarbij ontwikkelingsgelden en instrumenten voor vrede en veiligheid gebruikt worden voor louter militaire aangelegenheden’, sprak Heidi Hautala, een Fins Europees parlementslid. ‘Dat zijn activiteiten die niet gesponsord zouden moeten worden met ontwikkelingsgeld.’

Federica Mogherini, EU-vertegenwoordiger voor Buitenlandse Zaken, hanteert in deze dezelfde stelling zoals weergegeven door Jean-Christophe Charlier van Enabel: ‘Wij switchen niet van ontwikkeling naar veiligheid. Integendeel, wij brengen de focus op objectief 16 van de Sustainable Development Goals, die specifiek de link legt tussen ontwikkeling en veiligheid.’

‘De deur werd opengezet voor meer uitgaven in de vredes- en veiligheidssfeer, alsook bepaalde kosten die ‘gewelddadig extremisme moeten bestrijden’

Een interessante beleidswijziging vond plaats in 2016. Het Development Assistance Comittee van de OESO, het orgaan dat de officiële criteria voor ontwikkelingssamenwerking bepaalt, herzag toen enkele regels.

Voordien konden vredes- en veiligheidsmaatregelen onder zeer gelimiteerde omstandigheden worden meegeteld. Maar in 2016 werd toen de deur opengezet voor meer uitgaven in de vredes- en veiligheidssfeer en voor bepaalde kosten die ‘gewelddadig extremisme moeten bestrijden’.

Momenteel lijkt het te vroeg om de precieze impact te analyseren. Maar dat er een trend is ingezet, lijkt desondanks onmiskenbaar.

 

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur