Bulgarije: Onzichtbare kinderen in de Europese Unie

Op 1 januari 2007 wordt Bulgarije volwaardig lid van de Europese Unie. Het gemiddelde inkomen is er tien keer lager dan in de rest van de Unie en kinderarbeid is een wijdverbreid fenomeen. De EU verwelkomt zijn eigen Derde Wereld.
Elke ochtend reist Cveti met haar moeder en vier zussen van een voorstad van Sofia naar het centrum om te gaan “werken”. Het twaalfjarige meisje kent maar een ding: stelen op drukke trams en in winkels. ‘Ik mag een beetje van dat geld houden’, vertelde ze aan een researcher van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO). ‘Dat spaar ik voor mijn huwelijk.’
Zoals Cveti werken er in Bulgarije nog altijd duizenden kinderen, terwijl zij op de schoolbanken horen te zitten. Zij werken op straat, in de landbouw, in de bouw of in familiebedrijfjes -soms in ongezonde of ronduit gevaarlijke omstandigheden. Hoeveel het er zijn, weet niemand precies. De laatste betrouwbare cijfers zijn van een bevolkingsenquête uit 2000. Meer dan 120.000 kinderen, van wie bijna de helft jonger dan vijftien jaar, bleken toen het lot van Cveti beschoren. ‘Het zijn er niet minder geworden’, zegt Velina Todorova van het Bulgaarse IAO-programma voor de uitroeiing van de kinderarbeid.
Toch was het maar een kleine paragraaf in het rapport van Bulgarije over zijn toelating tot de Europese club van 25 lidstaten vanaf 2007. ‘Op het gebied van kinderbescherming was de vooruitgang beperkt’, stond er. De EU tilde zwaarder aan de strijd tegen corruptie en de georganiseerde misdaad, de hervorming van het gerecht en de voedselveiligheid. ‘Ook Bulgaren zelf liggen er niet wakker van’, zegt Todorova. In Sofia zien ze straatkinderen die bedelen en voor geld autoramen poetsen. Maar dat zijn “boefjes” die “overlast” veroorzaken. De politie kan ze voor hen niet snel genoeg bij de kraag vatten. ‘Voor de Bulgaren zijn deze straatkinderen geen slachtoffers. En andere werkende kinderen zien zij niet.’

Sociaal aanvaard overlevingsmechanisme


De formele arbeidsmarkt is schoongeveegd, zegt de European Foundation for the Improvement of Living and Working Conditions. De arbeidsinspectie jaagt effectief op werkgevers die de wet op de kinderarbeid overtreden. Toen de ngo Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (Somo) in 2003 de Bulgaarse leveranciers van de meubelgigant Ikea doorlichtte, vond die bijvoorbeeld geen spoor van kinderarbeid. Maar in de informele sector en in de schaduweconomie is het probleem des te nijpender.
Alleen al in de tabaksteelt werken duizenden kinderen op familieboerderijen. ‘De vader is vertrokken om elders zijn brood te verdienen. En de kinderen moeten hun moeder helpen op het land. Inkomsten uit de tabaksteelt zijn alles wat ze hebben. Ook andere familiebedrijfjes, onder meer in de horeca en de kleinhandel aan de toeristische Zwarte Zee, schakelen zonen en dochters in om het familie-inkomen op te krikken.
Kinderarbeid, zegt de IAO, is een ‘sociaal aanvaard overlevingsmechanisme’ geworden in Bulgarije. Het land kende de afgelopen jaren een stevige economische groei, maar vele Bulgaren merken daar voorlopig weinig van. Volgens de European Foundation for the Improvement of Living and Working Conditions heeft 60 procent van de Bulgaren het vaak moeilijk om rond te komen, 31 procent heeft amper 3 euro per dag. Het inkomen in Bulgarije is tien keer lager dan het EU-gemiddelde. Vooral het platteland krijgt het zwaar te verduren. ‘Wel meer mensen vinden het dus normaal dat een kind meehelpt op het veld in plaats van naar school te gaan’, zegt Todorova.
Scholen zijn, zeker op dat platteland, niet altijd makkelijk bereikbaar. ‘Ouders die zelf laag- of niet opgeleid zijn, zien niet steeds in hoe belangrijk een opleiding is voor hun kind. Scholen doen vaak geen moeite om kinderen die afhaken, weer aan boord te hijsen.’ En vooral bij de Roma-minderheid is er een groot wantrouwen tegenover scholen. De jarenlange overheidsdiscriminatie heeft haar sporen nagelaten.
Net die Roma-kinderen lopen meer risico om ten prooi te vallen aan kinderarbeid. Culturele tradities houden meisjes sneller thuis van school. De gemeenschap lijdt disproportioneel onder armoede en langdurige werkloosheid. Het gezinsinkomen moet worden bijeengezocht door de hele familie. Kinderen die daarbij hun kostje bijeenscharrelen op straat, zijn kwetsbaar voor misdaadkartels die hen rekruteren voor diefstal of drugshandel. In 2002 pleegden kinderen 13 procent van de criminele activiteiten. Straatkinderen zijn ook vaker het slachtoffer van prostitutie en mensenhandel.
In 2004 kwam volgens Unicef 81,8 procent van de minderjarigen die naar de EU werden gesmokkeld voor seksuele uitbuiting, slavenarbeid, bedelbendes of adoptie, uit een etnische minderheid. Van de Bulgaarse kinderen die versluisd werden naar het buitenland voor seksuele uitbuiting, was 42,6 procent Roma. Maar Roma-kinderen zijn voor Bulgaren al helemaal onzichtbaar.

De macht van de schaduweconomie


‘Je mag het woord kinderarbeid hier niet in de mond nemen’, zegt Todorova. ‘Zeker tijdens de toetredingsprocedure zweeg de regering dat thema dood. Dat betekent echter niet dat ze niets heeft gedaan.’ Onder druk van de EU heeft Bulgarije sinds 2000 aan een kader gewerkt om zijn kinderen te beschermen. Het land heeft internationale conventies goedgekeurd en zijn eigen sociale en strafwetgeving bijgespijkerd.
De uitvoering verloopt traag. Er zijn maatregelen die alle kinderen ten goede komen. Zo is het onderwijs nu verplicht en kosteloos voor al wie jonger is dan zestien jaar. Twee nieuwe gezinsuitkeringen zijn gekoppeld aan de voorwaarde dat ouders hun kind naar school sturen.
Maar de aandacht van de regering, zegt Todorova, ligt vooral bij het breken van de gewoonte om kinderen in instellingen onder te brengen. In Bulgarije leven bijna achtduizend kinderen in instellingen, het hoogste aantal in Europa. Het gaat om kinderen die door hun ouders in de steek zijn gelaten of “tijdelijk” daarheen zijn gebracht. Prostitutienetwerken rekruteren vaak in die instellingen. ‘De overheid investeert nu in de ondersteuning van families zodat die hun kinderen bij zich kunnen houden, of ze zoekt alternatieven als pleegzorg en binnenlandse adoptie.’
Andere kwetsbare kinderen staan voorlopig lager op het prioriteitenlijstje, zegt Todorova. ‘Voorlopig blijven de financiële en menselijke middelen achter op het wetgevend kader.’ Er is wel een nagelnieuw nationaal agentschap voor de kinderbescherming en elke regio heeft haar eigen departement. Maar de coördinatie tussen scholen, politie, sociale inspectie en sociale diensten die kwetsbare kinderen moeten opsporen en begeleiden, laat te wensen over.
Nog een teer punt is de schaduweconomie, die kinderen naar illegale arbeid zuigt en de toepassing van de wet hindert omdat ze van sommige ordehandhavers en ambtenaren medeplichtigen en beschermheren heeft gemaakt. ‘De mensenhandel, waarbij kinderen zonder hun ouders naar het buitenland worden gesmokkeld, kan bijvoorbeeld niet gebeuren zonder de medeplichtigheid van de grenspolitie’, vervolgt Todorova. Al zal in Bulgarije vooral een mentaliteitswijziging moeten plaatsvinden: ‘Inzien dat een kind een kind moet kunnen zijn.’
Reageer via info@mo.be

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift