Dedecker is geen Robin Hood

Mag ik even choqueren ? Ik betaal graag belastingen.Ik herhaal: ik betaal graag mijn sociale bijdragen, mijn inkomensbelasting, de bijkomende belasting op wat ik als zelfstandige verdien, de btw.
Ik betaal met grote overtuiging de gemeentelijke opcentiemen die in mijn aangename stad Gent veel goeds doen. Toegegeven: met iets minder overtuiging betaal ik mijn provinciebelasting.
Nog nooit het ik het gevoel gehad ‘moest ik nu al die klotebelastingen niet betalen, dan zou ik zoveel meer kunnen kopen’. Ten eerste omdat ik niet zoveel meer wil kopen. Ten tweede omdat het gewoon niet klopt. Wel herinner ik me uit mijn periode als kleine zelfstandige dat ik al belastingen moest betalen nog voor ik het leefloon had bijeengeschraapt. Vanaf een jaarinkomen dat lager ligt dan twaalfmaal het leefloon moet je al dokken. Dat is niet erg logisch. Leterme I zou daar nu iets aan veranderen. Ook moeilijk ligt het als je de indruk krijgt dat de fiscus kleine vissen harder aanpakt dan de grote jongens. 
Maar ten gronde heb ik vrede met mijn belastingen omdat ik zeer goed besef wat al die belastingen mij al hebben teruggegeven: toegankelijk onderwijs, gratis bibliotheken, vrij sterk openbaar vervoer, schitterende gezondheidszorg, werkloosheidsuitkeringen toen niemand me nodig had op de arbeidsmarkt in dit tranendal… De lijst is nog veel langer.
Ik ben me daarvan heel erg bewust geworden omdat ik iets te vaak in landen ben geweest waar de belastingen veel lager zijn dan in België. Als je de doorsnee neoliberaal bezig hoort, moet het daar dan zowat de hemel op aarde zijn maar dat valt dus aardig tegen. Laatst nog in India geweest. Overheidsbeslag tien procent. Gevolg: iedereen die goed onderwijs wil, ook lager onderwijs, moet elke maand een pak geld betalen. Dat is voor veel mensen niet mogelijk en dus krijgen ze derderangsonderwijs in kwijnende publieke scholen. Gezondheidzorg: idem.
Of neem de VS. Een Belgische diplomaat die in de VS leeft, vertelde me enkele jaren geleden: ‘Een jaar tandarts studeren, kost in de VS op zijn minst 15.000 euro. Mijn zoon betaalt in Leuven een fractie daarvan.’ Het gevolg is duidelijk af te lezen uit de statistieken over sociale mobiliteit: in de VS is rijkdom ondertussen veel erfelijker dan in de West-Europese landen. Goodbye American Dream. En neen, één Obama volstaat niet om die wetenschappelijke vaststellingen van tafel te vegen.
Het verbaast dan lichtjes om een partij van nochtans volwassen mensen, genaamd LDD, te horen verklaren dat ze de sociale bijdragen met vijf procent wil verlagen, een vennootschapsbelasting van negentien procent en een vlaktaks van dertig procent wil invoeren en er dan onmiddellijk bij te zeggen dat zulks de koopkracht van de mensen zal verhogen.
Is dat zo? Denk even na: als de middelen voor de financiering van toegankelijk onderwijs en gezondheidszorg verminderen of verdwijnen, zullen de mensen meer zelf moeten betalen en zal hun zogenaamde extra koopkracht op die manier opnieuw door het raam gaan. Alleen zal de inspanning kennelijk niet gelijk verdeeld worden. Door de vlaktaks zullen de meer gefortuneerden veel minder belasting betalen, de armste belastingbetalers betalen mogelijks zelfs iets meer.
Slotsom: beide zullen meer moeten betalen voor hun onderwijs, gezondheidszorg en andere openbare voorzieningen maar de ene groep zal daar na een massieve fiscale injectie niet veel van voelen, de andere groep wel. Dit is dus eigenlijk een transfer richting beter gefortuneerden op een moment dat de ongelijkheid al groeit. Jean-Marie De Decker is dus alles behalve een Robin Hood.
Lagere lasten op arbeid leiden dus niet per se tot meer koopkracht. LDD heeft wél gelijk dat hoge lasten op arbeid wegen op de tewerkstelling. Dat is spijtig. Daarom pleit LDD terecht voor meer belastingen op verbruik –de Vivantideeën zijn hier niet ver weg– en vervuiling. Alleen is de partij daarover veel vager dan over haar belastingverlagingen.
De internationale context geeft het LDD-discours wind in de zeilen. De Europese welvaartstaten zijn iets moois. Maar omdat ze zo uniek zijn, staan ze –naar verluidt– onder druk van de mondialisering. Hoewel, de meest competitieve landen ter wereld –de Scandinavische– zijn ook diegene waar het meeste belasting wordt betaald. Als weerlegging van allerlei vrije marktclichés kan het tellen. UG-onderzoeker Dries Lesage wees er al eerder op dat mondialisering ideologisch gebruikt wordt om de belastingen op bepaalde inkomens te verlagen.
Laten we aannemen dat mondialisering landen aanzet met elkaar te wedijveren om investeringen door de vennootschapsbelasting te verlagen. En dat dezelfde wereldwijde competitie drukt op de inkomensbelasting tout court omdat die onze producten duurder zou maken. En ook drukt op de lonen van lager geschoolden, omdat ze met zoveel zijn in de huidige wereldeconomie. Menig onderzoek toont aan dat het loonaandeel –het deel van het nationaal inkomen dat naar loontrekkers gaat– afneemt naarmate er meer mondialisering (handel, immigratie) is. In België is het loonaandeel voor het eerst sinds lang onder de helft van het nationaal inkomen gezakt. Dat betekent dat allerlei kapitaalinkomens (dividenden op aandelen, huurinkomens, enzovoort) dus beter worden van mondialisering én dat het almaar moeilijker is om de welvaartstaat te financieren via belasting op arbeid.
Als dat allemaal waar is, vraag ik me af waarom organisaties en partijen die de werkende mens verdedigen, niet een slag om de arm houden. Vooraleer we nog verder gaan met mondialiseren –vrijhandelsakkoorden afsluiten op welk niveau dan ook– is er nood aan wettelijke regelingen op Belgisch, Europees en wereldniveau die het mogelijk maken de welvaartsstaat overeind te houden. Van de winnaars van de mondialisering vragen we een inspanning ten voordele van de verliezers van de mondialisering.
Concreet? Nationale en Europese afspraken over groene belastingen die de welvaartsstaat financieren. Europese afspraken het harmoniseren van de vennootschapsbelasting. Europese en mondiale afspraken over de strijd tegen fiscale paradijzen. Mondiale afspraken over een degelijke belasting van de private beleggingsfondsen. Kortom, allerlei regelingen die progressieve belastingen mogelijk maken om zo de vruchten van mondialisering beter te verdelen. Op die manier kan je een verschuiving van de lastendruk realiseren zonder de ongelijkheid te vergroten. Misschien eens over nadenken, mijnheer Dedecker. 

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur